< Terug

Fijn dat ik beter ben dan hij

Twee mensen. Een modelgelovige en een geldwolf. De een meer, de ander minder zondig? Een bijbelse verkenning bij de gelijkenis van een farizeeër en een tollenaar. (Lucas 18: 9-14)

Twee mensen gaan naar de tempel om te bidden. Onderling heel verschillende mensen, maar op dit ene punt zijn ze gelijk: ze gaan bidden. Ze zoeken verbinding met de hemel. Ze zoeken de ruimte van God op.

De een is een farizeeër en de ander een tollenaar. Farizeeërs waren toegewijde gelovigen die zich zo zorgvuldig mogelijk aan alle religieuze geboden hielden. Tollenaars waren belastinginners in dienst van de Romeinse bezettingsmacht in Palestina. In de ogen van veel mensen waren het gewetenloze geldwolven die heulden met de bezetter.

Allebei zoeken ze verbinding met de hemel, en Jezus vertelt hoe dat gaat. De farizeeër staat er met opgeheven hoofd, de tollenaar met neergeslagen ogen. Ze spreken allebei een gebed uit – woorden die een spiegel zijn van hun ziel. Jezus schildert opzettelijk twee uitersten: een zelfingenomen gelovige en een bedremmelde boef. Niet alle gelovigen zijn zelfingenomen en niet alle schurken zijn zo schuldbewust – maar het bestaat.

OPPASSEN

Als toehoorder mag je je afvragen op wie van beiden je zelf innerlijk het meeste lijkt, of zou willen lijken. Maar pas wel op. Sinds Jezus goedkeurend heeft gesproken over de schuldbewuste tollenaar en afkeurend over de trotse farizeeër, willen christenen graag op de tollenaar lijken en willen ze voor geen goud een farizeeër heten. Sindsdien doen christelijke farizeeërs zich graag voor als tollenaars. Over geloofszaken praten ze met een nederige blik en op een deemoedig toontje, maar ze kijken nog steeds neer op anderen die in hun ogen minder gelovig zijn of een fout geloof aanhangen. En nu opnieuw oppassen: je kunt niet iedereen over één kam scheren. En vooral: je kunt je beter afvragen hoe je het zelf doet, dan een oordeel hebben over een ander.

De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: ‘God, wees mij zondaar genadig.’

Lucas 18:13

GEEN CIJFERS

Want dat is het beslissende verschil tussen de farizeeër en de tollenaar in het verhaal van Jezus. De farizeeër vergelijkt zichzelf met de tollenaar (‘Wat fijn dat ik beter ben dan hij daar’). De tollenaar vergelijkt zichzelf niet met de farizeeër. Hij zegt niet: ‘God, ik weet dat ik een schurk ben, maar ik ben in ieder geval niet zo schijnheilig als die kerel daarginds.’ Hij levert zichzelf bij God in, zonder oordeel over een ander. Dat is waarom Jezus hem prijst. Je kunt niet oordelend naar anderen wijzen als je in Gods ruimte bent. God vergelijkt je niet met anderen om je een cijfer te geven, want God geeft geen cijfers. God aanvaardt je als je komt zoals je bent. Maar zodra je gaat vergelijken, stap je uit Gods ruimte.

BLIJF BIJ JEZELF

Eigenlijk is dit een onmogelijk verhaal. De gelijkenis vergelijkt iemand die vergelijkt met iemand die niet vergelijkt. De gelijkenis op zich is ook al een vergelijking: het is een verhaal dat je uitnodigt om te zeggen wie je zelf bent in vergelijking met die twee. Jezus zegt: je kunt beter degene zijn die niet vergelijkt. Die gewoon is wie hij is, met al zijn gebreken.

De tollenaar noemt zichzelf een zondaar. De farizeeër noemt hem ook een zondaar. Op dat punt zijn die twee het dus met elkaar eens – behalve dat de tollenaar het over zichzelf zegt terwijl de farizeeër het zegt over een ander. Per saldo zegt de gelijkenis: blijf bij jezelf als je God opzoekt, oordeel niet over een ander.

Het is dus nooit de vraag of je ‘meer zondig’ bent of ‘minder zondig’. Het gaat om het besef dat je bent zoals je bent, zonder vergelijking – en dat God je aanvaardt zoals je bent.

Piet van Veldhuizen is protestants predikant in Hendrik-Ido-Ambacht.

< Terug