< Terug

Game on!

Bij een ‘spel’ of een ‘spelletje’ denken we waarschijnlijk het eerst aan een bordspel als schaken of Monopoly. Of aan oude kaartspellen als klaverjassen of moderne als Magic the Gathering. Maar videogames zijn net zo goed spelletjes. Of niet?

Bordspellen hebben stukken, steentjes, dobbelstenen en kaartjes, die je kunt zien en aanraken. Alles wat met een computerspel te maken heeft, zit ingepakt in een zwarte doos die heel snel eentjes en nulletjes genereert. Toch brengen velen van ons, zeker de jongeren, veel meer tijd spelend achter de pc door dan aan de eettafel.

Is gamen eigenlijk wel spelen? Het ligt er maar net aan wat je met spelen bedoelt. Een keukentafelspel bestaat eigenlijk altijd uit een combinatie van handigheid (denk aan Dokter Bibber), geluk (gooien met een dobbelsteen), strategie (schaken) en onderlinge communicatie (zoals bij Dungeons & Dragons). De pokeraars onder ons denken strategisch, schatten kansen in om die hartenvrouw te trekken en proberen de lichaamstaal van hun tegenstanders te lezen, maar moeten ook een stevige portie geluk hebben.

Handigheid en geluk

Bij computerspelletjes zien we hetzelfde patroon. Games testen de handigheid van een speler, vooral zijn reactievermogen. Als je een game veel speelt, levert dat je ‘muscle memory’ op, het verschijnsel dat de spieren in je lichaam al reageren voor je erover hebt nagedacht. Vooral spelers van MMO’s—online games waarin je met meer spelers tegelijk in een virtuele wereld speelt – hebben dit verschijnsel nodig. Je moet ‘sneller kunnen schieten dan je schaduw’, net als de cowboy uit de strip. Natuurlijk moet je in games ook gewoon geluk hebben. De ontwikkelaars van het spel hebben de vijanden tegen wie je vecht zo geprogrammeerd dat ze een bepaalde strategie volgen. Ze zoeken dekking als je op ze schiet of proberen je te omsingelen. Niettemin gebruikt de computer ook vele willekeurige gedragingen. En die kunnen in je voordeel of in je nadeel werken, net als in het echte leven. Zo loont het altijd de moeite om het gedrag van je tegenstanders te bestuderen, of die nu door andere gamers via internet worden bediend of door de computer zelf. Je gaat vanzelf patronen herkennen, die je kunt inzetten voor je eigen gewin.

Paasgame

Het mooiste vind ik het als een game je een mooi, meeslepend verhaal voorschotelt, waarin jijzelf de hoofdrol kunt vervullen. En als christen vind ik het extra mooi als het verhaal een fraai christelijk randje heeft. En dan bedoel ik niet Gregoriaans zingende monniken of kathedralen die als decorstuk dienen. Nee, dan heb ik het over games als The Talos Principle of Child of Light, waar je wordt uitgedaagd na te denken over je eigen menselijkheid. In die laatste game speel je de rol van Aurora, een prinsesje dat sterft op Goede Vrijdag. Nadat je de onderwereld hebt bevrijd van de koningin van de duisternis door je eigen leven op te geven, wordt je door je hemelse moeder op Paasmorgen weer tot leven gewekt. Een regelrechte gameversie van de neerdaling van Christus in de onderwereld. Beide spellen zijn trouwens ook prima te doen voor beginnende gamers.

Ook sociale communicatie speelt bij veel computergames een belangrijke rol. Je speelt met en tegen andere gamers, via internet, die overal ter wereld inloggen om hetzelfde spel te spelen. Het houdt je scherp en je houdt er leuke contacten aan over, die over taalgrenzen heengaan. De enige grens aan dergelijke games is verslaving: als je niet meer zonder kunt, dan heb je een probleem. Maar dat geldt ook voor eten, drinken, seks of de sportschool. Matigheid is altijd een goed idee. Happy gaming.

Frank Bosman is cultuurtheoloog.

< Terug