< Terug

Geduld

Uit: Brieven aan mijn peetzoon.

Vierde doopverjaardag: 27 oktober 2006

Beste Laurie,

Intussen woon je alweer een jaar in Durham in North Carolina en hebben we elkaar een beetje leren kennen. Ik geniet er intens van om je te zien spelen en te zien omgaan met je familie, je vriendjes en je hond. (Wel vind ik dat je ouders je ook een kat moeten geven.) Je hebt de energie waarmee de jeugd is gezegend. Ik probeer je niet bij te houden, wat hopelijk enige wijsheid laat zien. Ik weet dat ik nooit voor je moet willen zijn wat ik niet ben, namelijk: jong. Maar ik wil ook niet doen alsof ik weet wat ‘volwassen zijn’ betekent, al word ik komende zomer 67. Wel blijf ik proberen het leven in de vingers te krijgen, maar ik merk keer op keer dat ik op deze leeftijd nog even onnozel ben als toen ik jong was. Omdat we nu in dezelfde stad wonen, vind ik dat mijn brieven aan jou persoonlijker moeten worden. Je zult hier je jeugd doorbrengen, dus linksom of rechtsom zullen jij en ik elkaar leren kennen. Toen je nog in Engeland woonde, vond ik het makkelijker om te schrijven. Toen kon ik er namelijk nog van uitgaan dat je me vooral via die brieven zou leren kennen. Maar nu ga je me echt meemaken. Ik geef toe dat ik dat spannend vind, want ik zei al eerder dat de deugden die ik bepleit niet per se zijn af te zien aan mijn eigen leven, terwijl ik je ieder jaar een brief schrijf waarin ik een bepaalde deugd bij je aanbeveel; dat voelt dan natuurlijk een beetje pretentieus. Probeer maar te onthouden dat ik, in goed vertrouwen, gewoon doe wat je ouders aan me hebben gevraagd.

Bij de vierde verjaardag van je doop wil ik je aandacht vragen voor de deugd ‘geduld’. Wat mij betreft is dat één van de kerndeugden voor christenen. De Grieken en Romeinen leken geduld niet zo belangrijk te vinden. Sterker nog, het is niet eens zeker of ze een woord hadden voor geduld, al hadden ze geduld mogelijk wel erkend als onderdeel van moed of volharding. Maar het is heel belangrijk dat de deugden een naam hebben. De naam die een deugd meekrijgt zegt namelijk iets over de essentiële verhalen die een groep over zichzelf vertelt. Omgekeerd maken de deugden het noodzakelijk dat de groep die verhalen vertelt. Hieronder zal ik uitleggen waarom het volgens mij geen toeval is dat de christenen geduld hebben ontdekt. Maar voordat ik meer ga zeggen over geduld, moet ik eerst heel openhartig tegen je zijn. Geen enkele deugd is belangrijker voor me dan geduld. Toch ben ik een van de ongeduldigste mensen die je ooit zult leren kennen. Ik voel me altijd ongeduldig en wil dingen gedaan krijgen. Ik ben iemand met veel energie, waardoor ik vind dat iets doen altijd beter is dan niets doen. Zo voelde ik me zelfs al toen ik nog jong was. Wanneer mijn ouders me taakjes in en om het huis gaven die we ‘karweitjes’ noemden, wilde ik altijd snel klaar zijn met het eerste karweitje, zodat ik door kon met het tweede, dat ik vervolgens ook snel gedaan had. Maar nu ben ik ouder en denk ik dat mijn ongeduld iets zegt over het feit dat ik een boos mens ben. Ik wil je niet bang maken door het te hebben over mijn boosheid, want ik kan ook heel aardig zijn. Toch is het zo dat ik niet gewoon boos word over het een of ander, maar dat ik boos ben. Ik weet niet precies waar mijn boosheid vandaan komt, maar zij lijkt altijd de motor te zijn geweest van alles wat ik doe. Het liefst denk ik dat mijn boosheid deels komt doordat ik zo bevlogen ben. Iemand die is geboren met de passie om de wereld te verbeteren. Het gevolg is dat ik de wereld bestorm, gewoon omdat ik het niet kan laten.

Veel mensen vinden het vermoeiend om met me om te gaan, en dat begrijp ik best. In het algemeen heeft boosheid een slechte reputatie, en ongetwijfeld komt het voor dat ik onterecht boos ben. Maar als mijn vermoeden klopt dat mijn boosheid te maken heeft met mijn ongeduld, zegt dat wel iets over de deugden. Iets waar ik in mijn eerdere brieven hooguit heel zijdelings op ben ingegaan. Bij veel deugden worden de passies omgevormd tot gewoonten. Ik bedoel daarmee niet dat de passies door de deugden worden ‘beteugeld’. Maar wel worden de passies door de deugden bijgestuurd. Daardoor groeien onze verlangens uit tot de bron van al het goede dat we voortbrengen. Daarom is boosheid niet altijd iets ‘verkeerds’. We zijn zelfs vaak terecht boos, maar onze boosheid moet wel worden bijgeslepen door de gewoonte van geduld; anders is zij een ongeleid projectiel. De waarheid is dat gewoonten me gevormd hebben, al ben ik er nog altijd geen geduldig mens door geworden. Het was de bedoeling dat ik metselaar zou worden. Muurtjes leren bouwen kost tijd, als je het tenminste goed wilt doen. Dat leerproces houdt in dat je eerst werkt aan andere vaardigheden. Je leert mortel mengen, bakstenen afbikken, steigers opzetten, verbindingen gebruiken, en talloze andere taken. Een ambacht leren kost eindeloos veel geduld. Je taak is namelijk om alles te doen wat de metselaars van je vragen, en wat ze vragen is vaak onredelijk.

Bij veel deugden worden de passies omgevormd tot gewoonten. Ik bedoel daarmee niet dat de passies door de deugden worden ‘beteugeld’. Maar wel worden de passies door de deugden bijgestuurd. Daardoor groeien onze verlangens uit tot de bron van al het goede dat we voortbrengen.

Maar ik was een heel goede arbeider. Op mijn zevende werd ik voor het eerst meegenomen naar ‘de bouw’, en toen ik tien was kon ik inmiddels al evenveel werk aan als een volwassen man. Toch heeft mijn vader me pas geleerd hoe je moet metselen toen ik zestien werd. Ik weet dat ik mijn arme vader (een meester in zijn ambacht) meer dan eens tot wanhoop heb gedreven. Aanvankelijk vond ik het vooral belangrijk om elke dag zoveel mogelijk stenen te metselen. Maar daardoor lette ik er soms niet goed op hoe ik de stenen metselde. Uiteindelijk werd ik best een goede metselaar, al is het me nooit gelukt om even goed te metselen als mijn vader kon. Leren metselen is niet de enige manier om geduldig te leren zijn. Je zult ook geduldig leren te zijn doordat je leert lezen, spelletjes leert spelen, en door talloze andere activiteiten. Geduld is de gewoonte die hoort bij het begrip ‘tijd’, want tijd is hetzelfde als gewoonte, maar dan in de praktijk. En al kunnen onze gewoonten soms zo sterk zijn dat we er niet eens meer over nadenken, toch moeten we niet vergeten dat ze grotendeels bepalen wie we zijn. Zonder gewoonten kan ons lichaam zich niet ontwikkelen. Het is dus heel belangrijk voor onze ontwikkeling dat we al vroeg de juiste gewoonten aanleren. Ik weet bijvoorbeeld zeker dat ik als metselaar gewoonten heb opgedaan die me nog altijd helpen bij mijn werk als docent en theoloog. Ik werk hard en ik heb goede hoop, maar ook heb ik nog steeds de neiging om me te overhaasten. Ik wil de wereld veranderen, en snel ook. Dat komt doordat ik, arrogant genoeg, denk dat mijn werk belangrijk is voor de veranderingen die ik voor ogen heb.

Geduld is de gewoonte die hoort bij het begrip ‘tijd’, want tijd is hetzelfde als gewoonte, maar dan in de praktijk. En al kunnen onze gewoonten soms zo sterk zijn dat we er niet eens meer over nadenken, toch moeten we niet vergeten dat ze grotendeels bepalen wie we zijn.

En toch ben ik ervan overtuigd dat geen deugd belangrijker is om christen te leren worden dan geduld; zelfs al ben ik, zoals gezegd, zelf een ongeduldig mens. Je zult dus begrijpen dat ik niet al te snel ging inzien welke grote rol geduld speelt als je christen wilt zijn. Bij al het onrecht dat ons overkomt, leek geduld me hooguit een laatste redmiddel. Maar op een dag snapte ik eindelijk waarom wij, als volgelingen van Christus, moeten leren geweldloos te leven. En toen kon ik er niet langer omheen dat geduld voor ons dus een onmisbare deugd is. Afzien van geweld als oplossing voor conflicten lukt alleen met veel geduld. Die logica gaat als volgt. Christenen horen geweldloos te leven in een oorlogszuchtige wereld, maar niet omdat we geloven dat het een strategie zou zijn om oorlog de wereld uit te helpen. Als trouwe volgelingen van Christus kunnen we nu eenmaal niet anders dan geweldloos zijn. De wereld kan zelfs gewelddadiger worden door christelijke geweldloosheid: de wereld wil namelijk niet dat de rust, die ‘vrede’ genoemd wordt, wordt ontmaskerd. Anders gezegd: de wereld rechtvaardigt geweld meestal door er de rust mee te handhaven. Dat betekent alleen wel dat schijnbare rust net zo vaak een masker is waarachter geweld schuilt. Als geweldloosheid een eerlijker alternatief is voor het geweld van de wereld, kun je dus verwachten dat de wereld gewelddadig op dat alternatief reageert. Dit standpunt betekent niet dat christenen de kans op oorlog verkleinen of oorlog zelfs uitbannen. Het betekent wel dat we niet de illusie koesteren van een eenvoudige afschaffing van oorlog en geweld. Veel mensen, en ook veel christenen, vinden dit standpunt onverantwoord. Door voor geweldloosheid te zijn lijken we medeplichtig aan het kwaad. Maar christelijke geweldloosheid komt uit het hart van de Bijbel. Want wij geloven dat God, door de kruisdood van Jezus, ons niet meer hoefde te vernietigen als vergelding voor onze rebellie. De liefde van de Vader voor de Zoon was zelfs zoveel sterker dan ons geweld dat God erdoor weigerde ons geweld met geweld te beëindigen. Het woord dat die liefde van God het sterkst uitdrukt, een liefde die verbeeld wordt door het kruis van Christus, is het woord ‘geduld’. En omdat God geduldig is, moeten wij dat ook zijn.

In Openbaring 13:9-10 lezen we dit: ‘Wie oren heeft, moet horen. Wie gevangenschap moet verduren, zal in gevangenschap gaan. En wie door het zwaard moet sterven, zal sterven door het zwaard. Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.’ Bij de eerste verjaardag van je doop vroeg ik je aandacht voor Kolossenzen 3:12-17. Daar zegt Paulus onder andere: ‘U moet zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.’ Het is geen toeval dat geduld het rijtje met deugden afsluit. Want zonder geduld wordt liefde goedkoop sentiment. Liefde is de band die de deugden verenigt, in tegenstelling tot sentiment. Liefde houdt geduld, omdat liefde laat zien hoe ons leven verbonden is aan anderen en aan God. Sentiment is zelfzuchtig en laat alleen zien welke gevoelens we hebben bij dit of dat.

Er zijn bijvoorbeeld mensen die uit naam van ‘compassie’ voor abortus zijn met betrekking tot kinderen met het syndroom van Down. Dat Paulus zijn lijstje deugden afsluit met geduld is ook veelzeggend omdat hij de Kolossenzen adviseert hoe ze met elkaar moeten omgaan. Wat ik daarmee wil zeggen is dat jij zult opgroeien binnen de kerk, en dat je gefrustreerd zult raken door de mensen die met elkaar de kerk vormen. Misschien word je zelfs even boos als ik op andere christenen. Maar je moet ook geduldig zijn. Dat betekent dat je goed moet kunnen vergeven en net zo bereid moet zijn om vergeving te ontvangen. Voor de gemeenschap die de kerk moet zijn is tijd nodig; tijd die valt of staat met geduld. Je zult gefrustreerd raken door de tijd die we nodig hebben om te worden zoals God ons wil hebben. Maar bedenk dat God ons alle tijd van de wereld heeft gegeven, zodat we geduldig met elkaar kunnen omgaan; jij zelfs met je zusje Stephanie.

Intussen vraag je je misschien af of ik nog wel oog heb voor de realiteit. Je bent nog maar vier. Geduld is lastig voor een kind, zeker het geduld dat zo kenmerkend is voor God, zoals ik hierboven heb uitgelegd. Aan de andere kant is het ook lastig voor iemand die zo ongeduldig is als ik. Eigenlijk worden wij er dus allebei door stilgezet dat de deugden geen maatstaven zijn voor individuele prestaties. De waarheid is dat we alleen geduldig kunnen zijn als we geduldig worden gemaakt door de geduldige liefde van anderen. Dat is de liefde die je overal om je heen ziet, de liefde waardoor je kunt leren geduldig te zijn. Dat zeg ik omdat geduld, net als de andere deugden, ons niet ‘wezensvreemd’ is. We zijn geschapen om geduldig te zijn, omdat we (zoals ik al eerder zei) lichamelijke wezens zijn. Naarmate je verder opgroeit zul je zien dat je van alles wilt doen wat je oudere kinderen en volwassenen ook ziet doen. En je zult gefrustreerd zijn omdat je vaak niet zult kunnen doen wat hen zo makkelijk lijkt af te gaan. Om zoiets toch in de vingers te krijgen, zul je moeten oefenen. En oefenen is gewoon een ander woord voor geduld. Ik hoop dat je onder meer gaat oefenen voor honkbal. Honkbal is het belangrijkste wat Amerika de mensheid heeft geschonken.

Ik hoop dat je onder meer gaat oefenen voor honkbal. Honkbal is het belangrijkste wat Amerika de mensheid heeft geschonken. Het is een langzaam spel dat gaat over mislukkingen. Win je de helft van de keren, dan vindt iedereen dat heel goed.

Het is een langzaam spel dat gaat over mislukkingen. Win je de helft van de keren, dan vindt iedereen dat heel goed. Daar komt nog bij dat een wedstrijd bestaat uit maar liefst negen innings en dat het seizoen heel lang duurt. Tijdens een spel lijkt er vaak weinig te gebeuren. Dat geldt natuurlijk alleen voor mensen die het spel niet begrijpen. Pas na veel inspanning kun je een echte honkbalfan zijn. Je moet namelijk de gewoonten aanleren waardoor je pas echt inziet hoe onweerstaanbaar en schitterend dit vredesspel is. Maar ik hoop dat je niet alleen naar honkbal wilt leren kijken. Ik hoop dat je honkbal wilt leren spelen. Leren vangen en slaan is heel lastig, maar als je het allebei onder de knie hebt, ben je een blij mens. Dat honkbal de grote sport is van Amerika, betekent dat er zelfs voor Amerika nog hoop is. Amerikanen gaan prat op hun snelheid, maar snelheid is vaak gewoon een ander woord voor geweld. En ik heb al eerder in mijn brieven aan jou laten doorschemeren dat Amerika een heel gewelddadig land is. Die eigenschap van ons heeft alles te maken met ons ongeduld. Gelukkig hebben we honkbal als alternatief voor oorlog. In een van mijn favoriete romans, The Brothers K, is schrijver David James Duncan het met me eens:

Ik koester een theorie die ik G.Q. Durham ooit heb horen opperen: dat professioneel honkbal tot in de kern anti-oorlog is. Volgens zijn theorie is de oorzaak van oorlog die het meest over het hoofd wordt gezien dat oorlog zo enorm interessant is. Het kost veel werk, vaardigheid, liefde en nog wat geluk om de vredestijd consistent interessant te maken. Het enige wat ervoor nodig is om oorlog interessant te maken, is een leven. Het aantrekkelijke aan een poging om anderen te doden zonder zelf gedood te worden is dat er spanning, paniek, schande, woede, tragedie, bedrog en soms zelfs heroïek door ontstaat onder een groep jongens die in vredestijd een volslagen flets leven zouden leiden. Honkbal is daarentegen zo’n activiteit die op landelijke schaal spanning en sensatie kan opwekken, net zoals oorlog. En honkbal kan alleen vreedzaam worden gespeeld. Zodoende de stelling van G.Q. dat professionele spelers (al willen ze daar zelf vaak bijna niets over horen) in feite niet veel meer zijn dan een clubje kerels met een ongebruikelijk goede oog-handcoördinatie, die hard en kunstig werken om oorlogen te voorkomen door vrede interessanter te maken.

Je vader kan je zomaar proberen te overtuigen dat een bepaald spelletje dat ze cricket noemen nog veel meer met vrede te maken heeft dan honkbal, maar je komt er vanzelf achter dat honkbal veel meeslepender is. In elk geval beloof ik je mee te nemen naar wedstrijden, zodat je de honkbalgewoonten kunt ontdekken die bij vrede horen. Dat zeg ik om je eraan te herinneren dat het geduld van geweldloosheid geen vaag ideaal is, maar het fundament van hoe ons leven er in de dagelijkse praktijk uitziet. Zoals ik al eerder zei, we hebben ons lichaam gekregen zodat we erdoor leren geduldig te zijn. Daar ben ik me maar al te zeer bewust van. Ik begin namelijk oud te worden, zoals ik al liet vallen aan het begin van deze brief. Ik kan nu eenmaal niet meer alles wat ik vroeger kon. Ik probeer nog wel honkbal te spelen (althans, ik probeer softbal te spelen met het kerkteam). Daarbij moet ik leren hoe ik geduld moet hebben met mezelf, wat nog niet meevalt. Naarmate jij steeds ouder wordt en ik ook, hoop ik dus dat jij me kunt helpen om geduldig te zijn. Ik verwacht dat je dat wel zult doen, omdat ik zal moeten leren om met je om te gaan en ik niet gewend ben aan kleine kinderen. Maar ik weet dat kinderen Gods geschenk aan ons zijn, zodat we wat minder snel gaan. En ik kijk ernaar uit dat we leren hoe we steeds meer geduld met elkaar kunnen hebben.

Vol ongeduld,

Stan

Stanley Hauerwas is theoloog en ethicus. Hij staat bekend om zijn radicaliteit, tegendraadsheid en profetisch vermogen. Meer over Hauerwas? Lees zijn biografie.


Stanley Hauerwas. Brieven aan mijn peetzoon. Over karaktervorming van grote en kleine christenen. Utrecht: KokBoekencentrum, 2019. ISBN 9789043532846.

< Terug