< Terug

Geloof in leiderschap

Leiderschap in onze tijd lijkt soms een onmogelijke opgave. In de publieke sector, in het bedrijfsleven en binnen religieuze organisaties weten leiders dat ze het niet uitsluitend van hun charisma moeten hebben. De meeste moderne leiderschapstheorieën en managementgoeroes benadrukken het belang van wederkerigheid. Leiderschap is het proces waarin leider en volgers elkaar beïnvloeden, en zeker niet (meer) het zo slim en efficiënt mogelijk manipuleren van je groep. En dat is ook een vruchtbaar perspectief op leiderschap.

Wederkerigheid in leiderschap komt tegemoet aan diepgewortelde menselijke behoeften. Door te zoeken naar wederkerigheid kan recht gedaan worden aan zowel de ambities van de leider, de behoeften van individuele volgers en de structuur en organisatie van de groep.

Mensen verschillen uiteraard zeer van elkaar, maar tegelijk herkennen we universele motivaties voor het menselijk functioneren. Twee belangrijke motivaties zijn de angst voor isolement en de angst voor onzekerheid. Positief geformuleerd betekent dit dat mensen gedreven worden door het verlangen naar verbinding en het zoeken naar zekerheid. Dit streven vormt de basis onder het menselijk handelen.

Zoeken naar verbinding en zekerheid zijn ook belangrijke drijfveren bij leiderschap. Als leiderschap verbinding en zekerheid biedt, ontstaat er inspiratie en vertrouwen. Zowel in de seculiere context als in een religieuze omgeving is dat vaak het onderliggende doel van leiderschap. Om daartoe te komen kunnen seculiere en religieuze leiders veel van elkaar leren.

Spiritualiteit in seculier leiderschap

Inspiratie en vertrouwen zijn begrippen die bij uitstek voortkomen uit de spirituele en religieuze wereld. Het kunnen gemakkelijk lege begrippen worden, maar spirituele tradities voorzien echter in woorden en concepten die deze begrippen inhoud geven, zodat ze daadwerkelijk bijdragen aan de kwaliteit van leiderschap.

Inspiratie en vertrouwen impliceren in ieder geval het zoeken naar betekenis. In de veelheid van indrukken die men voortdurend opdoet, zoeken mensen naar zin en betekenis. Uiteraard kan een religieuze traditie voorzien in een compleet stelsel van zin en betekenis, maar belangrijker dan dat is dat geloofstradities ons leren dat zoeken belangrijker kan zijn dan vinden.

Openheid

We worden als individu aangesproken, waarheid kan alleen persoonlijke waarheid zijn. Andere waarheden dan persoonlijke hebben geen zeggingskracht in ons leven.

Om tot een persoonlijke vorm van betekenis te komen hebben we openheid nodig. Openheid voor de ander, openheid voor de complexiteit van leven, openheid voor verborgen verlangens van onszelf. Openheid kan niet zonder aandacht en bewustzijn. Ook dat zijn elementen die we opdoen in religieuze tradities die ons aansporen om op te letten, na te denken en weloverwogen te leven.

Transformatie

In dit zoeken naar een persoonlijke waarheid, vanuit openheid, aandacht en bewustzijn, is het proces misschien wel belangrijker dan het uiteindelijke resultaat. Dat herkennen we in de meer mystieke varianten van religieuze tradities, waarin mensen zich toeleggen op een innerlijk groeiproces.

De aandacht ligt dan bij de voortdurende transformatie, het dagelijks leren, de ontwikkeling zonder einde.

Acceptatie

Mystieke tradities leren ook nog iets anders, dat zeer behulpzaam kan zijn bij vormen van leiderschap die streven naar inspiratie en vertrouwen: het onvermijdelijke dient uiteindelijk geaccepteerd te worden.

Dit staat enigszins haaks op het wijd verbreide idee van maakbaarheid. Het is wat mij betreft echter een vorm van volwassenheid en persoonlijk leiderschap als mensen in staat zijn tot het accepteren van wat onvermijdelijk is. Blijven vechten, je verzetten helpt niet in het proces van groei en ontwikkeling; het zal het zicht op betekenis belemmeren.

Als leiderschap vorm krijgt vanuit deze concepten, gericht op inspiratie en vertrouwen, is er ruimte voor de kracht in mensen. Dat geldt zowel voor de leider als voor de individuele volgers.

Vijf kernelementen

Om persoonlijke betekenis te vinden, een open en aandachtige attitude te ontwikkelen, groei te ervaren, het onvermijdelijke te accepteren en de kracht in mensen ruimte te geven, kan leiderschap niet uitsluitend gericht zijn op bijvoorbeeld de winst of het rendement. Wat hebben we nodig om leiderschap te ervaren als een vorm van inspiratie en vertrouwen?

Als we daarvoor opnieuw naar geloofstradities kijken zie ik vijf kernelementen. In de eerste plaats zal een leider een behoorlijke mate van zelfkennis moeten hebben. Hij of zij dient te weten wat de eigen sterke en zwakke plekken zijn, waar de valkuilen liggen en hoe persoonlijke ervaringen het gedrag beïnvloeden. Gebrek aan zelfkennis zal resulteren in gebrek aan kennis van de ander; ken jezelf, en ken vanuit jezelf de ander.

Kennis alleen is echter niet genoeg. In de tweede plaats is een leider immers gebaat bij zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen is zelfkennis, die samengaat met acceptatie van jezelf. Geloofstradities leren dat, omdat dit zelfvertrouwen hoort bij jezelf zien door de ogen van de Ander.

Het perspectief van de Ander leidt ook tot een derde element in leiderschap: normen en waarden. Falend leiderschap is leiderschap dat resulteert in gedrag dat niet moreel is, wanneer de normen ontbreken om tot de juiste keuzes te komen die niet alleen individuele belangen dienen, maar ook het algemene belang en het belang van de zwakke deel van de mensheid. In vrijwel alle geloofstradities is het een weerkerend refrein: doe goed, zorg voor de ander, zet de ander voor jezelf.

Inspiratie en vertrouwen krijgen een kans als de leider in de vierde plaats een lerende leider is. De leider moet in staat zijn naar zichzelf te kijken en te leren van de gemaakte keuzes. Leren is echter meer dan dat: het is het openstaan voor nieuwe ervaringen en perspectieven, zodat in leiderschap de groeimogelijkheden (van de leider, van de volgers, van de organisatie) niet beknot worden.

Daarvoor is het laatste kernelement broodnodig: verbeelding. Leiders met verbeelding zijn in staat boven het alledaagse uit te stijgen, ze zien het onmogelijke voor zich en kunnen uit dat ideaal, of visioen, handelen. Verbeelding gedijt op andere vormen van kennis dan het puur rationele, verbeeldend denken is creatief denken, is intuïtie. Leiders die niet het puur rationele nastreven, maar vanuit hun intuïtie kansen zien, zijn voor hun volgers inspirerend en vernieuwend.

Krachtig leiderschap in een religieuze context

Inspiratie en vertrouwen: het ligt voor het oprapen in de spirituele tradities, en leiders in alle domeinen van de samenleving kunnen daar hun voordeel mee doen. Ook hier is echter geen sprake van eenrichtingsverkeer; leiders binnen een religieuze context kunnen wel degelijk ook veel leren van het seculiere domein. Dat geldt zeker voor religieuze leiders die missionair en ondernemend zijn ingesteld.

Eigenschappen

Iedere leider kan zijn of haar voordeel doen met onderzoek zoals van het Center for Creative Leadership. Dit centrum doet onderzoek naar leiderschap in allerlei domeinen en concludeert in het gelijknamige handboek dat er eigenschappen zijn die feitelijk voor iedere leider van belang zijn: emotionele stabiliteit, integriteit, verantwoordelijkheidsgevoel, interpersoonlijke vaardigheden en de juiste cognitieve dan wel technische vaardigheden. Leiders in allerlei typen organisaties blijken effectiever te zijn als ze over deze eigenschappen beschikken dan leiders die laag scoren op deze ‘traits’.

Dat ligt ook wel voor de hand: emotionele stabiliteit betekent stressbestendigheid, integriteit zorgt ervoor dat er niet te veel verborgen agenda’s zijn, verantwoordelijkheidsgevoel van de leider zorgt voor de comfortabele overtuiging bij de volgers dat zij niet zullen opdraaien voor negatieve resultaten, interpersoonlijke vaardigheden verbeteren zowel de externe als de interne relaties en de juiste inhoudelijke vaardigheden en kenniselementen geven autoriteit, opnieuw zowel binnen als buiten de organisatie.

Leiderschap is geen gave van boven, het is een complexe cognitieve gedragspraktijk

Leiders die effectief willen zijn doen er dan ook goed aan deze eigenschappen zo veel mogelijk uit te bouwen. Leiderschap is geen gave van boven, het is een complexe cognitieve gedragspraktijk die veel professionaliteit vereist. Dat werkt niet goed als er een eenzijdige focus is op ofwel de leider, ofwel de groep. Bij vitaal en effectief leiderschap zijn leider en groep op elkaar afgestemd, kent de leider zichzelf én de groep en staat het welbevinden van de ander centraal.

Professionele implicaties

Dit heeft wel een paar implicaties. Om zover te komen is met andere woorden wel wat nodig. Zo hebben effectieve leiders een zekere mate van flexibiliteit in hun keuze van rol of stijl. Minder effectieve leiders zijn bijvoorbeeld altijd vrij autoritair, of bij voorkeur procesgericht, of bezig met de onderlinge relaties. Een effectieve leider kiest de stijl die het beste past bij de situatie. Hij of zij weet wat de effecten zijn van de ene stijl boven de andere, en beschikt erover als over een kist met gereedschap.

Dat vergt wel professionaliteit. Men dient zich bijvoorbeeld te scholen in kennis over conflicthantering en veranderkunde. Interpersoonlijke vaardigheden kunnen geoefend worden om tot een hoger niveau te komen, en inhoudelijke vaardigheden moeten bijgehouden worden. Een afgeronde studie theologie maakt niet bij voorbaat dat men twintig jaar later geloofwaardig is als leider in een missionaire context.

Professionaliteit van leiderschap is belangrijk omdat – zeker in ondernemende en missionaire contexten – leiderschap samenhangt met sociale identificatie.

Sterker nog, sociale identificatie maakt leiderschap mogelijk. Leiders zijn voor hun volgers de constructeurs van een (nieuwe) sociale identiteit. Dat kan als ze in-group kampioen zijn, of in-group prototypisch. Dan identificeren de volgers zich met de leider en ervaren dat ze er in die context toe doen. Dat vergt professionaliteit, er staat dus wel wat op het spel.

Overigens laat dat laatste element ook zien dat leiderschap in de hedendaagse context niet gemakkelijk is, niet binnen en niet buiten de kerken. Het is een soms onmogelijke opgave. Een eeuw geleden werd het heil verwacht van charismatische en profetische leiders. Leiderschap kon geleerd worden door goed te kijken naar grote voorbeelden. Geloofwaardig leiderschap was charismatisch leiderschap.

Vervolgens hebben decennia van onderzoek naar leiderschap ervoor gezorgd dat er meer ruimte kwam voor andere actoren: leiderschapsteams, leiderschap dat gegund wordt door de organisatie, leiderschap als functie van de organisatie als geheel.

Geloofwaardig leiderschap werd leiderschap waarin de kwaliteiten van de leider goed matchen met de behoeften van de groep. Tegelijk blijft de leider een belangrijke rol spelen als constructeur van identiteit.

Als hier sprake is van een balans, ervaren mensen inspiratie en vertrouwen.

Literatuur

– Joke van Saane, Geloofwaardig leiderschap, Zoetermeer: Meinema, 2012

– E. van Velsor, C.D. McCauley en M.N. Ruderman (eds.), The Center for Creative Leadership handbook of leadership development, 3rd edition, San Francisco: JosseyBass, 2010

– Joke van Saane is hoogleraar Onderwijs Theologie en Godsdienstpsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

< Terug