< Terug

(Geloofs)lied en levensmomenten

Een gesprek in het verpleeghuis

‘Dominee, ik wilde u nog iets vragen.’

De oudere dame met wie ik daarnet een kort gesprek heb gehad, houdt mijn hand vast die ik haar bij het afscheid nemen geef.

‘Ja?’ Ik ga weer zitten.

‘Ik wil graag de wensen voor de dienst bij mijn begrafenis op schrift zetten. Zou u mij daarbij kunnen helpen?’

‘Tuurlijk. Dat doe ik graag.’

‘Mijn zoon wil er niets van weten als ik erover begin … Maar het geeft me rust als dat ergens staat opgeschreven, en als u dat ook weet. Niet dat ik denk dat ik morgen dood ga, maar … kunnen we dat misschien nu, meteen doen?’

‘Ja, ik begrijp wat u bedoelt. En ja, we kunnen dat nu doen.’

De oude dame gaat rechtop zitten in haar rolstoel. Het boekje waar ik in moet schrijven heeft ze al klaargelegd. Met een vastberaden, plechtige stem begint ze te dicteren:

‘Ik wil graag dat de volgende liederen op mijn uitvaart worden gespeeld:

‘De Heer is mijn herder’,

‘Trein naar niemandsland’,

‘Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven’

en dan nog iets van Kinderen voor kinderen,

want de kleinkinderen moeten ook iets leuks hebben op mijn uitvaart.

En als u iets wilt zeggen … een preek? Dat laat ik aan u over. Daar bent u voor opgeleid.

Maar de liederen, die hebt u allemaal goed genoteerd? … Goed zo, want dat is belangrijk.’

De liederen zijn belangrijk

Toegegeven, het is een aparte liedkeuze die deze oude dame voor haar begrafenis heeft gemaakt. Maar uit veel gesprekken en contacten die ik in mijn functie als geestelijk verzorger met ouderen heb, blijkt hoe belangrijk muziek en liederen voor veel oudere mensen in verband met hun geloof zijn.

Bijvoorbeeld wanneer in gesprekken met bewoners van een zorginstelling de kerkdiensten ter sprake komen. Vaak is het juist de liedkeuze waarover de bewoners dan een uitgesproken mening hebben, of die aanleiding geeft om dieper gaande gesprekken over levensen geloofservaringen te voeren.

Soms wordt er tijdens een dienst een lied gezongen dat voor een bewoner een speciale betekenis heeft, een lied dat herinneringen losmaakt. Herinneringen aan een mooie of een moeilijke gebeurtenis, of aan perioden in zijn of haar leven.

Soms is er kritiek over te veel liederen die niet bekend zijn, waardoor een bewoner zich niet thuis voelt in de dienst. Of er is juist lof voor ‘die mooie liederen die je zomaar kunt meezingen, omdat je ze allemaal kent’.

En ook dit soort opmerkingen vormen vaak de opmaat voor verhalen over hoe het vroeger was in de kerk, hoe goed bezocht de diensten waren. Hoe het was om lang geleden met de eigen ouders naar de kerk te gaan, of hoe prachtig het was om met de cantorij in zo’n volle kerk te zingen. En moet je nu kijken …!?

Woonzorgcentrum

In de afgelopen jaren heeft de ouderenzorg in ons land ingrijpende veranderingen ondergaan. Het beleid van de overheid zet erop in dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Dat betekent dat de ouderen die tegenwoordig in een zorginstelling worden opgenomen meestal gevorderde lichamelijke en/of verstandelijke (dementie) beperkingen hebben. Dat houdt ook in dat verzorgingshuizen op termijn niet meer zullen bestaan, en dat intramurale ouderenzorg alleen nog in verpleeghuizen wordt verleend. Veel zorgaanbieders in de ouderenzorg hebben hun extramuraal zorgaanbod daarom de laatste jaren uitgebreid, en zijn vaak ook op het gebied van de revalidatiezorg gaan investeren. Op veel plekken is op die manier nu in plaats van verzorgingsof verpleeghuizen sprake van ‘woonzorgcentra’ waar verschillende zorgvormen naast elkaar bestaan.

Vaak is het juist de liedkeuze waarover de bewoners een uitgesproken mening hebben

Een van de woonzorgcentra waar ik als geestelijk verzorger werk is daar een voorbeeld van. Oorspronkelijk werd het als verzorgingshuis opgericht met daarnaast enkele aanleunwoningen. Na een grondige verbouwing is er nu vooral ruimte voor service-appartementen waar ‘bewoners’ volledig zelfstandig wonen, maar waar ze de zorg en andere diensten (maaltijden, deelname aan activiteiten etc.) bij de zorgorganisatie kunnen inkopen.

Verpleeghuiszorg wordt aan de ‘cliënten’ verleend die op de somatische afdelingen en op de drie psychogeriatrische afdelingen verblijven. Tijdelijke revalidatiezorg ontvangen de ‘gasten’ van het zorghotel, dat in hetzelfde gebouw gehuisvest is. Hoewel hier niet direct sprake is van ouderenzorg is de overgrote meerderheid van de revalidanten ook al op hogere leeftijd. En zij allen – bewoners, cliënten, gasten – zijn op zondagochtend uitgenodigd voor de kerkdienst in de kapel van het woonzorgcentrum.

Een diverse groep

Uit het bovengeschetste beeld van ouderen die in dit woonzorgcentrum wonen en leven wordt duidelijk dat ‘de ouderen’ ook hier niet zonder meer een homogene groep vormen. Wat hen verbindt is in eerste instantie een hogere tot zeer hoge leeftijd (het grootste deel van de bewoners is 80 jaar en ouder) en daarmee ook een bepaalde historische periode, die het kader vormt waarin hun individuele biografie gestalte kreeg. Tegelijkertijd is er ook onder deze ouderen veel diversiteit: sociaal, educatief, economisch en zeker ook op kerkelijk gebied.

Zo kunnen veel ouderen nog uit eigen ervaring vertellen wat de verzuiling van de Nederlandse samenleving inhield, waarbij de kerk waar men toe behoorde een nagenoeg allesbepalende rol speelde. Het verdwijnen van deze strikte scheidingen en de oecumenische contacten die zich ontwikkelden, worden naar mijn ervaring door de meerderheid van de ouderen die dit bewust hebben meegemaakt als positief beoordeeld.

Uiteraard bleef de kerkelijke biografie – in zoverre deze werd voortgezet – met de ‘eigen’ kerk verbonden. En dat betekent voor de meeste ouderen: betrokkenheid bij de kerk waarin ze gedoopt werden of waar ze later door omstandigheden (bijv. trouwen met iemand uit een andere kerk) of door een bewuste keuze lid van werden. Met deze kerk zijn belangrijke levensmomenten verbonden, hier werd hun geloof gevormd en gevoed – en dat gebeurde niet in de laatste plaats door de liederen die daar werden gezongen, en door de muziek die er al dan niet werd gespeeld.

Betekenisvol repertoire

Ouderen hebben op die manier in de loop van hun leven een specifiek repertoire van kerkliederen opgebouwd die voor hen betekenis hebben. Dit repertoire is – zoals beschreven – aan de ene kant afhankelijk van de kerk en de kerkelijke tradities. Dat brengt op zich al enige variaties met zich mee, omdat het veeltal kerken dat ons land kent zich niet alleen qua leerstellingen en theologische opvattingen onderscheiden.

Ook de vormen van kerkmuziek die binnen de verschillende kerkelijke gemeenschappen en kerken al dan niet omarmd en beoefend werden en worden, zijn allesbehalve uniform. In befaamde oude liedbundels zoals die van Johannes de Heer of de Psalmen en Gezangen voor de eredienst van de Nederlandse Hervormde Kerk (Bundel 1938) bevinden zich beslist veel liederen die ook vandaag bij veel ouderen nog zeer geliefd zijn.

Maar het repertoire aan kerkliederen (en psalmen) dat betekenisvol is voor het geloof van de oudere generatie is naar mijn ervaring breder. Het Liedboek voor de Kerken (1973) en de Gezangen voor de Liturgie (1983 en 1996) zijn hierbij voor respectievelijk protestantse en rooms-katholieke oudere kerkgangers eveneens tot een referentiekader geworden. Daar waar van het nieuwe Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk gebruik wordt gemaakt, zijn het meestal de liederen die al in vroegere bundels stonden waar zij voor kiezen. Daarbij wekt het soms hevige irritaties op wanneer bij deze liederen qua tekst of melodie wijzigingen zijn aangebracht …

Welke van de liederen die de eigen traditie heeft aangereikt uiteindelijk voor iemand op bijzondere wijze betekenis hebben gekregen, wordt wezenlijk bepaald door diens persoonlijke ervaringen en emoties. Liederen of psalmen die bij een gelegenheid werden gezongen die emotioneel diep raakte (bijvoorbeeld de uitvaartdienst van een ouder, de doop van een eigen kind) nestelen zich vaak blijvend in het geheugen en zullen, ook wanneer ze later op andere plekken klinken, weer bepaalde herinneringen en gevoelens oproepen.

Dat liederen en muziek die verbonden zijn met bepaalde situaties of gebeurtenissen herinneringen kunnen opwekken, wordt vandaag ook vruchtbaar gemaakt voor de therapie van en de communicatie met mensen met de ziekte van Alzheimer. Muziek reikt mogelijkheden aan om op een andere en misschien diepere manier contact te maken, dan (alleen) door gesproken woorden (zie ‘dementie en muziek’ op www.zorgvoorbeter.nl).

Dit inzicht is uiteraard niet alleen van betekenis met het oog op mensen wier spraakgerelateerde communicatievaardigheden beschadigd zijn. In het kader van religieuze communicatie heeft muziek van oudsher een centrale rol gespeeld en doet zij dat nog steeds (Van Loopik 2017).

Religieuze verbondenheid

Muziek is dus geen bijkomstigheid, geen adiaphoron, wanneer het om het geloof en geloven gaat. Ze is wezenlijk. In veel gesprekken met ouderen of tijdens het vieren van de kerkdiensten in het woonzorgcentrum wordt mij dat steeds weer duidelijk.

• Juist daar waar het geloof, door alles wat een oude mens in de loop van zijn leven heeft meegemaakt, op wankele voeten is komen te staan, kan een lied of een regel uit een lied weer houvast bieden, kan het de moed geven om tegen alles in ‘en toch’ te zeggen, en te blijven vertrouwen. En ook hier doen dit vooral weer die liederen, die al eerder hebben geklonken, in vroegere vergelijkbare levenssituaties. Het zijn deze liederen die herinneringen oproepen aan momenten, waar het geloof hen zelf of mensen die hen dierbaar waren, door donkere dalen heeft gedragen of in blijde tijden heeft begeleid.

Het zijn vaak liederen en melodieën, meer nog dan gesproken woorden, die een religieuze ervaring van verbondenheid opwekken. Een verbondenheid met de eigen geschiedenis, die in de klanken van een lied weer present gesteld, en die tegelijkertijd getranscendeerd en geïnterpreteerd wordt tot een geschiedenis die gedragen en begeleid werd.

• Maar het zingen van een lied betekent ook: resonantie voelen in het eigen lichaam, lucht, adem, beweging – al is deze nog zo minimaal. Een mens ervaart zichzelf: ‘Dat ben ik, zo klink ik, zo voelt het …’ Bij het zingen van een lied komen lichaam en geest bij elkaar, die in het dagelijks leven in een verpleeghuis soms eerder apart worden benaderd en van zorg voorzien.

Willem Barnard (1972, 30) heeft ooit met enthousiaste woorden beschreven wat zingen tijdens de kerkdienst kan losmaken: ‘Dan ben je samen, dan stroomt de geest, je stem verliest haar schuwheid en waagt zich naar buiten, de poriën van je ziel gaan open, je staat recht overeind in je luchtpijp. Je bent een geschapene … Bij de haren van je ziel word je omhoog getrokken uit het graf. Mensen doen met je mee, het is bijna de jongste dag, het is in elk geval opstandingsdag.’

• En zingen met anderen samen doet een mens ervaren: ‘ik ben meer dan ik…’ Dat is niets anders dan een heel praktische vorm van transcendentie!

• Daar komt dan soms nog de ervaring bij dat – wat een ouder mens soms moeite kost: zich te herinneren, dingen te onthouden, precies te weten hoe iets moet – dat dát bij een lied als vanzelf geschiedt. Het lied ‘zingt zichzelf ’. Het komt zomaar naar boven. Je zou het een wonder kunnen noemen.

Een lied of liederen doen dit alles, zonder daarbij primair afhankelijk te zijn van de intellectuele capaciteiten van een mens. Het lied kan bevestigen en bemoedigen, het wekt levenskracht en is een middel om zichzelf uit te drukken en daarbij herkend te worden, ook dan wanneer veel andere vormen van ‘zich uitdrukken’ en communiceren al lang zijn weggevallen.

En daar, waar het meezingen niet meer gaat of niet meer wil lukken, daar deelt ook wie zelf niet meer zingt in de gemeenschapservaring van het door anderen gezongen lied:

Al is mijn stem gebroken,

mijn adem zonder kracht,

het lied op and‘re lippen

draagt mij dan door de nacht.

Door ademnood bevangen

of in verdriet verstild:

het lied van Uw verlangen

heeft mij aan’t licht getild!

Liedboek 657:2

Literatuur

Barnard, W. (1972). Eredienstvaardigheid. Amsterdam: Prof. Dr. G. van der Leeuw-Stichting.

Kloppenburg, W. (1996). De mond geopend voor een lied. Werkboekjes voor de eredienst, nr. 12.

Kloppenburg, W. (1998). Het kerklied. In: Oskam, P. en Schuman, N. (eindred.), De weg van de liturgie. Tradities, achtergronden, praktijk (pp. 266-279). Zoetermeer: Meinema.

Loopik, M. van (2017). Muziek is eeuwigheid. Tenachon. Themamagazine dialogisch leren 33, 6-15. Gezangen voor de Liturgie (1984; 1996). Kampen: Gooi en Sticht.

Liedboek voor de Kerken. Psalmen en Gezangen voor de Eredienst in kerk en huis, aangeboden door de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (1973). Den Haag/Leeuwarden.

Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk (2013). Zoetermeer: BV Liedboek.

Psalmen en Gezangen voor de eredienst van de Nederlandse Hervormde Kerk (Bundel 1938). Den Haag/ Zoetermeer.

Zangbundel ten dienste van huisgezin en samenkomsten: liederen en koren geschikt voor orgel en/of gemengd koor. Hilversum: Unisong Music Publishers. 1e druk Rotterdam: De Heer, 1905.

Kersten (ds.drs. K.) Storch is geestelijk verzorger binnen de stichting Axioncontinu/Utrecht en lid van de Werkgroep Eredienst en Kerkmuziek van de Protestantse Kerk. 

< Terug