Leren geloven, hopen en liefhebben – de kern van kerk-zijn

Geloven en samen kerk-zijn is te leren. Sterker wellicht: dat móeten we leren… en ervaren we tegelijk als een levenslange reis. Wat is daarbij de juiste koers?

Levenslang leren

Leren heeft binnen de christelijke traditie altijd een belangrijke rol gespeeld. Sterker nog, het geloof en de kerk bestaan bij de gratie hiervan. In de afgelopen millennia veranderde de vorm, maar alle eeuwen door bleef het een kern van kerk-zijn. Dit geldt ook voor de kerk van vandaag. Zo staat bijvoorbeeld in de visienota van de Protestantse Kerk in Nederland: “De kerk als Woorden tafelgemeenschap heeft inwijding, inlijving en toewijding nodig. Dit proces, dat begint bij de doop, draait om levenslang leren, bekeren, loslaten, dienen en delen. Oftewel, om de navolging van Jezus.”

De kerk moet zoeken naar nieuwe wegen om het navolgen van Jezus te oefenen

De cultuur waarin wij leven

Wij leven in een plurale en globale wereld. Onze cultuur is te typeren als een entertainments-  en authenticiteitscultuur. Nederland is gepolariseerd en Nederlanders zijn klagend gelukkig, onzeker, (mentaal) overbelast en zoeken naar zin. Het christelijk geloof is hierbij voor de meesten niet of nauwelijks relevant. Binnen het onderwijs is het, zeker bij de vormende vakken, niet de docent die bepaalt wat de leerling zich eigen moet maken. Jonge mensen worden gestimuleerd om hun eigen antwoorden te formuleren op de grote vragen van het leven.

Dit alles heeft consequenties voor het leren geloven, hopen en liefhebben in de kerk. Niet alleen de gemiddelde Nederlander, maar ook de gemiddelde kerkganger heeft weinig bijbelkennis. Veel mensen stellen wel degelijk levens- en zingevingsvragen, maar kunnen niets met pasklare antwoorden op deze vragen. Tenslotte is de kerk over het algemeen slechts een van de plekken waar men de antwoorden zoekt. Om al deze redenen is het nodig dat de kerk zoekt naar nieuwe wegen om het navolgen van Jezus te oefenen.

Leren geloven, hopen en liefhebben

Navolgen van Jezus, discipelschap, geloofsoverdracht, inwijding (mystagogie), geestelijke of spirituele vorming en heiligmaking… Al deze verschillende begrippen hebben hun eigen associaties en kleuring. Wat hen echter verbindt, is de overtuiging dat het evangelie zichtbare gevolgen heeft voor ons leven, ons doen en ons laten.

Ik kies echter voor een ander begrip, met verschillende redenen. Allereerst reikt ieder van deze begrippen relevante aspecten aan. Zo vraagt ‘navolgen van Jezus’ aandacht voor het gat tussen geloof en praktijk. ‘Inwijding’ benadrukt het mysterie van Gods liefde, die wij het beste leren kennen door ons erin onder te dompelen. ‘Geloofsoverdracht’ accentueert de rol van de ouderling of de leidinggevende, terwijl ‘vorming’ juist de rol van de lerende centraal stelt.

Daarom heb ik gezocht naar een beschrijving, die de verschillende begrippen overstijgt: leren geloven, hopen en liefhebben. Deze beschrijving sluit ten tweede goed aan bij de missie van de Protestantse Kerk. Zij wil een vindplaats zijn van geloof, hoop en liefde. Dit kan alleen wanneer de mensen, die zich op de kerk betrokken voelen, in staat zijn te geloven, te hopen en lief te hebben. Dat zijn grote woorden, die niet zomaar komen aanwaaien. Het vraagt levenslange oefening. Ten derde maakt het duidelijk dat het niet om boekenkennis gaat, maar dat leren in de kerk gericht is op het hele leven. Het omvat het hart, het hoofd en de handen. Leren geloven, hopen en liefhebben gebeurt niet alleen in een zaaltje van de kerk of tijdens de kerkdienst, maar ook op straat in de ontmoeting met de ander.

Op koers blijven

Leren geloven, hopen en liefhebben is te zien als een levenslange reis. Hiervoor is geen duidelijke kaart beschikbaar. Hoe de reis er precies uitziet, hangt namelijk af van de persoon of de groep die de reis maakt. Wie zijn zij? Welk leerproces is om welke reden belangrijk voor deze persoon of deze groep? Tegelijkertijd wordt de reis onnodig moeilijk en richtingloos als mensen losgelaten worden met de uitnodiging hun eigen reis uit te stippelen. Zij hebben een begeleider nodig, die hen geen antwoorden voorschotelt, maar vooral vragen stelt. Iemand die meeloopt, helpt op koers te blijven en tools heeft om mensen op hun reis te begeleiden.

Een levenslange reis… maar géén duidelijke kaart beschikbaar

Wat is de juiste koers? U zult aanvoelen dat we hier een heel fundamentele vraag te pakken hebben. Het gaat over het ‘waartoe’ van leren geloven, hopen en liefhebben. Wat wilt u dat de mensen in uw gemeente of de mensen die u vanuit uw gemeente in de samenleving ontmoet, ontdekken over geloven, hopen en liefhebben? Deze vraag kan ik niet voor u beantwoorden. Het is de vraag die de aandacht verdient van iedere kerkenraad en van iedere commissie vorming en toerusting. Ter illustratie deel ik een ‘waartoe’ met u. Hij is gebaseerd op de al genoemde visienota.

Mensen leren
Gods genade te ontvangen,
Gods liefde te beantwoorden
en hoopvol deel te nemen aan Gods vernieuwing van de schepping

Leren geloven, hopen en liefhebben begint met open handen, een ontvankelijk hart en opmerkzame ogen. Gods liefde en genade zijn ons aangezegd en ontvangen wij op verrassende plekken en op onverwachte momenten. Die liefde leren wij steeds weer en steeds meer te beantwoorden en zet ons in beweging (Mat. 22:37-40). Hierbij leren wij ons niet alleen te richten op het liefhebben van God en de naaste. Als Gods nieuwe wereld (het koninkrijk) doorbreekt, heeft dat ook effect op de nationale en globale samenleving en het herstel van de schepping. Als christenen leren geloven, hopen en liefhebben, gaan ze vernieuwing in hun omgeving zoeken (het koninkrijk en zijn gerechtigheid) uit liefde voor de naaste.

Een dergelijke koers geeft richting aan het leerproces, maar geeft tegelijkertijd veel ruimte voor specifieke leerbehoeften en accenten die u binnen uw geloofsgemeenschap belangrijk vindt.

Open handen, een ontvankelijk hart en opmerkzame ogen

Groeibevorderende factoren

De genade van God is als het ware de levendmakende bron van ons bestaan. Gods Geest is het water dat het stroomgebied vruchtbaar maakt. Deze rivier wordt steeds breder en dieper, doordat er zijstromen op deze rivier uitkomen. Dit zijn groeibevorderende factoren, die de rivier voeden. Zij stimuleren het leren geloven, hopen en liefhebben. Op grond van literatuur noem ik er vijf.

1. Leren vanuit Bijbel, traditie, liturgie en sacrament

Leren geloven, hopen en liefhebben vraagt voeding. Dit vinden wij in Woord en tafel en via de traditie waarin wij staan. Er is een tijd geweest dat de kerk verlegen was met het evangelie. Die tijd is voor de midden en jonge generaties voorbij. Geef het Woord en de rituelen een plek en stimuleer mensen hier betekenis en zin in te ontdekken.

2. Christelijke gemeenschap en begeleiding

Leren geloven, hopen en liefhebben kan alleen door en met anderen. De ander brengt jou in aanraking met ziens- en zijnswijzen die jouw leren verdiepen en als gemeenschap ontvangen we Gods veelkleurigheid en leren we die weer uit te delen. Een kwetsbaar en open gesprek, waarin levensvragen uitgediept worden, vindt het best plaats in een kleine groep, terwijl een kerkdienst of een event mensen kan laten ervaren dat zij onderdeel zijn van een groter geheel.

Mensen hebben hierbij coaches nodig, die niet alleen in staat zijn het proces te begeleiden, maar ook kunnen getuigen van de hoop die in hen leeft en hen vanuit hun kennis over Bijbel en traditie verdiepende inzichten aanreiken. Hierbij kunnen binnen de christelijke gemeenschap de rollen ook omdraaien. Dan wordt de lerende de coach en de coach de lerende.

3. Verbinden van geloof met dagelijks leven en sleutelmomenten

Leren geloven, hopen en liefhebben vormt geen eiland in ons bestaan, iets dat wij leren op zondagmorgen in de kerk. Dat leren wij juist in en door onze dagelijkse werkelijkheid. Wat we rond Woord en tafel en in de gemeenschap leren, geeft ons nieuwe perspectieven op onze werkelijkheid. En andersom geeft onze werkelijkheid nieuwe perspectieven op Woord en tafel.

Juist wanneer de dagelijkse routine van mensen onderbroken wordt, tijdens zogenoemde sleutelmomenten, ontstaan vragen en staat men open voor nieuwe perspectieven, die vanuit Woord en tafel aangereikt worden. Wees alert op deze sleutelmomenten en de levensvragen die zij oproepen.

4. Vanuit Gods liefde in beweging komen voor anderen

Juist door (midden in het leven) in heel concreet gedrag de vrede voor onze leefomgeving te zoeken, leren wij hoopvol deel te nemen aan Gods vernieuwing van de schepping. Vanuit de ervaringen die we hierdoor opdoen, verdiepen wij tevens onze liefdesrelatie met God.

We leren ‘geloven, hopen en liefhebben’ juist in en door onze dagelijkse werkelijkheid

De vijfde groeibevorderende factor is anders van aard dan de vier voorgaande factoren. Deze vijfde factor is voorwaardenscheppend en kaderstellend. Waar de vier voorgaande factoren te vergelijken zijn met de vingers van een hand, vormt deze vijfde factor de duim, die iedere hierboven beschreven factor raakt.

5. Lerende cultuur en rijke leeromgeving

Wanneer leren geloven, hopen en liefhebben gezien wordt als een manier om te transformeren en om gericht te zijn op de toekomst, vraagt dit om een cultuur waarin men bereid is tot nieuwe ziens- en zijnswijzen en om afscheid te nemen van ballast die deze transformatie in de weg staat. Dat vraagt visie en leiderschap van een kerkenraad en andere mensen die leerprocessen begeleiden.

De godsdienstdidactiek biedt talloze handvatten die bijdragen aan een rijke leeromgeving. Het is nu onmogelijk uitputtend te zijn, maar ik noem een aantal praktische vuistregels.

  • Denk goed na over de thema’s en bijbelgedeelten die aan bod komen. Kies die gedeelten of thema’s die zowel fundamenteel zijn voor de christelijke traditie als essentieel zijn voor mensen. Essentieel zijn die bijbelgedeelten of thema’s die raken aan levensvragen en levenservaringen.
  • Bied lerenden de ruimte om zich in het bijbelgedeelte en de traditie te bewegen en zich met bijbelse personages te identificeren. Dit heet performatief leren.
  • Kies voor leervormen waarin de lerende veel antwoordmogelijkheden heeft. Laat de mensen bijvoorbeeld op een creatieve manier uitdrukken wat zij het belangrijkste aan een ritueel of een bijbelgedeelte vinden.
  • Zet in op de dialoog. Dit nodigt uit tot een open en kwetsbare ontmoeting met het bijbelgedeelte en met groepsgenoten. Hierbij zijn er geen goede of foute antwoorden, maar zoeken groepsgenoten en coach samen naar betekenissen.

Corina (mw.) Nagel-Herweijer MSc is onderwijskundige en HBO-theoloog. Zij was projectleider van het project ‘leren geloven, hopen en liefhebben’ binnen de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk.

Tags:

Meer Geloofsopvoeding