Het lege ovaal als een hellend hoofd

Contemplatie en kunst gaan hand in hand. Van Dale geeft aan dat contemplatie ‘vrome overdenking’ en ‘religieuze bezinning’ is. Het werkwoord contempleren houdt in dat je ‘overdenkend beschouwt’. Dat is precies wat ik doe als ik een beeldmeditatie schrijf. Het begint met zoeken naar beelden die bij het thema van het nummer passen. Of de beelden vinden mij. Bij deze zoektocht ontdekte ik dat vooral kunstwerken met mensen, het gelaat en het kruis mij aantrekken.

Peinzend vroeg ik mij af wat het was dat mij daarin aantrok en ik concludeerde dat deze onderwerpen een gemeenschappelijke deler hebben: kwetsbaarheid. De afgebeelde mens en een kruis, figuratief of abstracter, toont vaak niet het gepolijste en perfecte plaatje. Integendeel, juist pijn, rauwe openheid en anders-zijn wordt verbeeld. We zien de kwetsbaarheid van de mens en daardoor haar kracht, dát is wat mij intrigeert. Op die manier vormen deze kunstwerken een spiegel waarin wij als beschouwers kunnen kijken. Dat spiegelbeeld toont zich al bij de eerste aanblik.

Voor mij is dat altijd een keuzemoment: kijk ik eerlijk in de spiegel en laat ik het kunstwerk spreken of laat ik mij niet raken en blijf ik op afstand? Ik denk dan altijd terug aan een van de eerste dingen die ik leerde tijdens mijn studie kunstgeschiedenis kijken en systematisch beschrijven wat je ziet. Een vaardigheid die mij bij mijn studie praktische theologie erg goed van pas kwam. Deze stap komt wellicht afstandelijk en technisch over, toch is het onmisbaar om tot nieuwe inzichten te komen. Het vraagt een open blik om zonder (voor)oordeel te kijken naar een kunstwerk. En dat is soms best lastig. Maar je ziet veel meer en je wordt verrast door details of juist door grote lijnen in het kunstwerk. Door op een open manier het schilderij te beschrijven sta je meteen ook dicht bij wat het met je doet. Je hebt je immers opengesteld, je gedachten en vooronderstellingen even apart gezet. Zo kan het kunstwerk tot je spreken en vormt het, dikwijls in combinatie met informatie over de kunstenaar en het kunstwerk, langzamerhand tot een beeldmeditatie.

Shirazeh Houshiary, East Window, 2008, mondgeblazen en geëtst glas, roestvrij staal, St. Martin in the Fields, Trafalgar Square, Londen (foto: David Hawgood, via Wikimedia)
Afbeelding 1: Shirazeh Houshiary, East Window, 2008, mondgeblazen en geëtst glas, roestvrij staal, St. Martin in the Fields, Trafalgar Square, Londen (foto: David Hawgood, via Wikimedia)

Twee werken die roepen om contemplatie zijn het kerkraam in de oostgevel van de Londense kerk St. Martin in the Fields, ontworpen door de Iraans-Britse kunstenares Shirazeh Houshiary (1955), en de verschillende koppen van de Duits-Russische expressionistische schilder Alexej von Jawlensky (1864-1941).

Jawlenksy heeft duizenden gezichten geschilderd, variërend van tamelijk figuratief tot zeer abstract. Schilderen was voor hem bidden. Hij bleef dit ook doen toen hij steeds meer beperkt werd door verkramping en pijn aan zijn handen en armen, waardoor de koppen steeds kleiner en abstracter werden. Hoewel het raam en de koppen erg van elkaar verschillen, trok in beide werken het menselijke mij aan, opgeroepen door de visueel sterke vormen en abstractie.

Het raam schreeuwt het in stilte uit en dringt zich, zodra je blik erop valt, van zowel van binnenuit als van buitenaf aan je op. Het kromtrekken van het roestvrijstalen geraamte van het raam en de draaiing in het midden creëert beweging die de doodsstrijd van het kruis weergeeft. Die vervorming laat mij ineenkrimpen. Ik voel een pijn, een verwrongen zijn. Toch moet ik ernaar blijven kijken en de lijnen volgen die het midden openscheuren tot een witte, ovale leegte. Deze ovaal helt naar de zijkant, als een hoofd dat door vermoeidheid of pijn niet meer omhoog te houden is. Welk gezicht hoort bij dit kruis?

De ‘Heilandsgezichten’, ‘Meditaties’ en ‘Abstracte koppen’ van Jawlenksy zijn moderne iconen, waarin het gelaat van Christus en van de mens tegelijkertijd ontmoet wordt. Door (minimale) variaties in de gezichten in kleur, vorm en lijnen en door het gezicht open ogen te geven of met enkele lijnen gesloten ogen te suggereren, gaf Jawlensky elk gelaat een eigen expressie. Ik kan zo het donkere Heilandsgezicht met doornenkroon (afbeelding 2), waarin verlatenheid en verdriet te zien is, in het lege ovaal in het kruis in Londen zien. Of het gezicht van de verlosser met open ogen (afbeelding 3), waarin verbazing en teleurstelling te ontwaren zijn, die een laatste blik werpen op de wereld om hem heen. Maar ook de abstracte kop (afbeelding 4), met felle kleurvlakken en een zweem van een glimlach, alsof de liefde zelf ondanks de doodsstrijd jou en mij in ontferming bemoedigt, vult de leegte. Zo versmelten de beelden met elkaar en verbinden ze zich door contemplatie met mijn verhaal, met het verhaal van de ander en de Ander waardoor we met elkaar verbonden zijn.

Jolien van der Velde-van Braak is kunsthistorica en theologe. Zij zoekt de verbinding van beeldende kunst met geloof, kerk en theologie.

Tags:

Meer Geloofsverdieping