Kerk en crisis geluk

Het februari-nummer van Ouderlingenblad ging over ‘Kerk en crisis’ – over de corona-crisis, die ons allemaal overkomt. Hoe gaan we daarmee om, niet alleen persoonlijk, maar ook als kerk en gemeente? In deze ‘Aan de slag’ een handreiking om dat te doordenken.

Het vorige themanummer ‘Kerk en crisis’ laat zien hoe de kerkelijke gemeenschap en het persoonlijk geloof een rol kunnen vervullen in tijden van crisis. In deze aflevering van ‘Aan de slag’ enkele handreikingen om dit themanummer te gebruiken in de kerkenraad, in het pastoraat of voor persoonlijke bezinning. En we kijken vooruit: hoe kun je de tijd ná de crisis markeren en vieren?

Wat is een crisis?

Een eenduidig antwoord op deze vraag is lastig te geven. Een crisis kan heel persoonlijk zijn, of veel mensen treffen. De oorzaak kan ziekte zijn, maar ook een natuurramp. De duur van de crisis kan kort zijn, of jaren aanhouden. Duidelijk is wel dat het een situatie is waarin onzekerheid, angst en gebrek aan controle een rol spelen. Het woord crisis komt van het Griekse ‘krinein’, wat ‘beslissingen nemen’ betekent. Je staat op een punt waarop alles ineens anders is geworden en je moet kiezen hoe je nu verder gaat. Soms kún je op zo’n moment niet verder, lijkt alles wat houvast en richting gaf weggevallen. Dan duurt de crisis voort.

Wat is nodig?

Wat heb je in tijden van crisis nodig en welke betekenis hebben kerk en geloof? Stoppels en De Roest noemen in het themanummer dat de betekenis van de kerk op deze momenten van crisis in haar praktijk ligt. Haar reactie op de crisis en haar aanwezigheid, pastoraal en diaconaal, in woord en daad, is van waarde.

In het themanummer zien we enkele voorbeelden van kerken die in een bepaalde crisissituatie aanwezig zijn (geweest). In deze en andere verhalen van kerken zijn de woorden ‘houvast en perspectief’ van belang. Woorden die we terugvinden in de Bijbel en die zichtbaar worden in het vieren van de Maaltijd van de Heer, in het delen van brood en wijn.

Houvast

Iemand in een crisis voelt zich vaak alleen, is aan het worstelen, met zichzelf, met een ander, met verdriet, met wat er in het leven speelt. Dikwijls is het enige dat je kunt bieden ‘er zijn’. Marinus van den Berg schrijft in het themanummer: ‘Soms is pastoraat vooral niet oordelen, niet invullen en adviseren en willen oplossen, maar alleen luisteren zonder onderbreken. Wie in crisis is, heeft een speciale antenne voor oprechte interesse.’ Je wilt zijn bij mensen ‘die je niet sturen waarheen zíj willen, maar die je op adem laten komen.’

‘Houvast’ vraagt om open ogen en oren, beschikbaar zijn als gemeente, gastvrij. Nabij blijven, het uithouden in de onmacht, ook als het lang duurt. Daarbij hebben we als gemeente rituelen en gebruiken die houvast bieden: het samen bidden, het ontsteken van een kaars, het zingen van een lied of de zegen.

Het zijn rituelen die ook, elk op eigen wijze, laten zien dat er houvast ís. Dat we als mens niet alleen zijn, maar ons gedragen, gesteund en gezien mogen weten door de Ene, wiens naam is ‘Ik zal er zijn’.

Ineens is alles anders geworden en moet je kiezen hoe verder te gaan

Perspectief

In die Godsnaam, ‘Ik zal er zijn’, zit hoop besloten, hoop op kentering. Het zal niet altijd zo blijven, het licht zál het winnen van de duisternis. Dat perspectief is geen doekje voor het bloeden, doet niet af aan de worsteling van het heden, maar geeft zicht op doorgang. Dat perspectief zien we in de opstanding van Jezus: God is een God van Leven.

Maaltijd van de Heer

Een moment bij uitstek waar deze twee ‘houvast en perspectief’ samenkomen, is de Maaltijd van de Heer. Hier delen we het heden (we breken het brood, teken van het leven dat we delen, het leven dat gebroken is) én kijken we vooruit naar de toekomst, in het licht van Pasen (we schenken de wijn, teken van het Koninkrijk van God, belofte van heelheid). Bij deze maaltijd, waar niemand tekort komt, mag je je laven aan wat God je geeft: voedsel (houvast) voor onderweg, perspectief naar de toekomst. In het delen van Brood en Wijn zien we dat God zich aan ons verbonden heeft, dat Hij met ons door het leven wil gaan. Het is hét moment om op adem te komen, je te voeden en te voelen: ik ben gekend en geliefd.

Een praktische bezinning

Een crisis geeft aanleiding om stil te staan, je te bezinnen op hoe het was en waar je heen wilt. Dat geldt ook voor de kerkelijke gemeenschap. Hoe ga je als gemeente van Christus om met crises, of ze nu klein of groot zijn?

Bespreek in de kerkenraad de drie thema’s. Dat kan als inleiding van drie avonden, of uitgebreider op één avond.

  • Wat betekenen de woorden ‘houvast’, ‘perspectief’ en ‘Maaltijd van de Heer’ voor de kerkenraadsleden?
  • Hoe worden deze drie thema’s zichtbaar in eredienst, pastoraat en diaconaat?
  • Bij wie kunnen gemeenteleden en kerkenraad bij een crisis terecht?
  • Hoe zijn we als gemeente in het verleden omgegaan met crises en hoe willen we er in de toekomst mee omgaan?

Een bijbelse bezinning

In het themanummer wordt aangehaald dat bijbelse verhalen kunnen helpen tijdens een crisis. De verhalen zijn tot steun, kunnen herkenning oproepen en bieden aanleiding om woorden te geven aan de eigen situatie. In het pastoraat kan zo’n verhaal een opening geven voor een gesprek.

Het verhaal van de worsteling van Jakob bij de rivier de Jabbok, in Genesis 32, is een verhaal waarin het gaat over een crisis, over een strijd, over een grens overgaan. Jakob staat op het punt om na jaren zijn broer weer te ontmoeten. Hij staat op een keerpunt in zijn leven, wil het verleden loslaten. Dat gaat niet zonder slag of stoot en wat volgt is een prachtig verhaal over een strijd. In de naam van de rivier, die grens, klinkt zijn eigen naam door, maar ook het woord ‘abbok’: ‘worsteling’. Het verhaal vertelt over de nachtelijke worsteling van Jakob met een man.

Een psychologische duiding, dat Jakob met zijn eigen angst strijdt, met zichzelf in gevecht is, doet het verhaal tekort. Het is de strijd tussen goed en kwaad. Het verhaal laat zien dat het goede het uiteindelijk altijd wint van het kwaad. Na de strijd ontvangt Jakob een nieuwe naam. De naam Jakob, hielenlichter, de naam die verbonden is met zijn verleden van verraad, mag hij afleggen. Voortaan zal hij gekend worden met de naam Israël, ‘vechter met god’. Het Hebreeuws kent geen hoofdletters, onduidelijk is met welke God of god Jakob gestreden heeft. In de Joodse uitleg is deze god waarmee Jakob strijdt niet de Heer zelf, maar zijn tegenpool, de duistere macht die het licht niet kan verdragen. In de protestantse traditie strijdt Jakob met God zelf.

Het enige dat je kunt bieden is: ‘er zijn’, alleen luisteren zonder onderbreken

Met wie heeft Jakob gevochten? Met God zelf, met het kwaad, met alles wat tussen hem en de toekomst in stond? Wie het ook was, duidelijk is dat hij de worsteling heeft doorstaan, hij heeft stand gehouden.

Hij is één van de aartsvaders van het volk, dat zal blijven strijden tegen het kwaad, dat telkens weer door God zelf geroepen wordt om wegen te vinden van vrede, van liefde en van hoop… Jakob, die nu Israël heet, kan het verleden achter zich laten, hij maakt een overgang, gaat een nieuwe fase in zijn leven in. Maar hij is wel getekend. Hij loopt vanaf dat moment mank, zijn heup is voorgoed ontwricht.

In gesprek komen

Aan de hand van onderstaande opzet kunt u zelfstandig, of samen, stilstaan bij Genesis 32

  1. Lees Genesis 32:23-33
  2. Raakt dit verhaal aan uw eigen leven en zo ja, hoe?
  3. Welke woorden, of welke passage, blijven u bij?
Een crisis zorgt vaak voor verandering in beleid of visie, een moment om nieuwe wegen in te slaan

Waarom, denkt u?

  • Het verhaal gaat over thema’s als: een grens oversteken, een worsteling, loskomen van dat wat je beklemt, opnieuw beginnen. Is één van deze thema’s voor u actueel? Hoe ervaart u dat?
  • Het gevecht van Jakob speelt zich af in het verborgene, in de nacht. Zien anderen de strijd die u levert, of is die voor anderen onzichtbaar?
  • Jakob komt ontwricht uit de strijd. Hoe is dat bij u? Bent u getekend door strijd in uw leven?

Kerk ná de crisis

Hoe ga je verder, ná de crisis? Een crisis zet je stil, laat je nadenken over wat was, wat is en waar je heen wilt. Het is een moment van bezinning, over wat van waarde is. Een moment ook om nieuwe wegen in te slaan. Dat geldt ook voor de gemeente van Christus. Een crisis zorgt vaak voor verandering. Dat kan een verandering in beleid of visie zijn, maar ook een verandering omdat er afscheid wordt genomen van mensen of zaken, of omdat andere mensen (nieuwe) taken gaan vervullen.

Een ritueel, een gedachtenisdienst of een viering kunnen helpen om het overgangsmoment tussen toen en nu, tussen gebrokenheid en heelheid, tussen wat was en wat komen gaat, te markeren. Om stil te staan bij dat wat was en vooruit te kijken naar dat wat komt. Een moment om God te danken voor wie Hij is, en om Zijn zegen te vragen over wat komt.

Om over na te denken: kerk na corona

Een crisis waar we allemaal op dit moment mee te maken hebben is het coronavirus dat rondwaart. Het beïnvloedt onze levens, maar ook ons kerk-zijn. Vragen om bij stil te staan, als mens én als gemeente, zijn:

  • Hoe wil je kerk zijn ná corona? Wat heb je geleerd van de afgelopen periode, over God, over gemeentezijn, over liturgie, en omzien naar elkaar?
  • Hoe markeer je als gemeente het moment dat deze periode van corona achter ons ligt? Met een kerkdienst, een gemeente-dag, of een ritueel?
  • Hoe doe je recht aan alle pijn en verdriet die deze crisis heeft veroorzaakt?
  • Wanneer kies je het moment: als je weer mag zingen samen, of als je elkaar weer een hand mag geven, of…?

Erica (mw. drs.) Hoebe-de Waard is als gemeentepredikant verbonden aan de Protestantse Gemeente Wageningen. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.

Meer Geloofsverdieping & Kerkopbouw