Omhels je zondigheid

Niemand is perfect. En alle mensen lijden daaronder. Want ze willen het goede doen en doen toch weer het verkeerde. Wat helpt dan?
 

Ik weet nog goed hoeveel moeite ik had met mijn zogenaamde zondigheid. Dat is althans wat ik leerde op catechisatie – dat mensen zondig zijn en dat we vergeving nodig hebben. Het riep een soort verheven maar onbereikbaar ideaalbeeld op. Ik was weliswaar dankbaar voor de vergeving die in de kerk verkondigd werd, maar toch bleef de gedachte van mijn zondigheid mij benauwen.

BESTEMMING GEMIST

Dat veranderde toen ik theologie ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Mijn leermeester Nieuwe Testament Rochus Zuurmond vertelde eens een verhaal over een jongen die jarig is en door zijn moeder eropuit wordt gestuurd om een taart te kopen. Op de terugweg struikelt hij en valt de doos met de taart op de grond. De tranen staan de jongen in de ogen. Zijn moeder ziet hem al van verre aankomen en heeft gelijk door wat er is gebeurd. ‘Dat is nu zonde!’ zegt ze. Deze taart was feestelijk bedoeld, maar vindt zijn bestemming niet.

De massiviteit van het begrip zonde werd hierdoor weggenomen. De mens is bedoeld om in vrijheid te leven en niet in de benauwenis. De essentie van het begrip ‘zonde’ zit in de omkering: er gaat een verlangen naar goedheid en heelheid achter schuil. Er gaat iets belangrijks verloren wanneer we dat vergeten, en we zonde gelijkstellen aan ‘schuld’, in de zin dat we ons niet aan bepaalde morele regels houden.

HET GOEDE WILLEN, HET VERKEERDE DOEN

Wanneer u een keer een katholieke mis heeft meegemaakt, kent u ongetwijfeld het Mea culpa dat gebeden wordt – de schuldbelijdenis waarin je je zonden belijdt, die eindigt met: Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Voor de moderne mens is het bar lastig om ‘mijn grote schuld’ te belijden, zelfbepalend als wij willen zijn. Toch bid ik deze woorden vrijmoedig mee. Ik ervaar het niet als een morele schuldverklaring, wel als een besef van een voortdurend tekortschieten van mensen, hoezeer ze ook hun best doen. Het is een troostende gedachte dat dit tekortschieten wordt aangezien door God. En dat er met barmhartige ogen en reikhalzend van verlangen naar gekeken wordt. Ik word daar niet langer benauwd van, wel deemoedig. En ik vind dat nog niet zo’n slecht gevoel. Want niemand is perfect en iedereen maakt fouten. En alle mensen lijden onder dit niet-perfect zijn omdat ze wel het goede willen maar dan toch weer zien dat ze het verkeerde doen. Je wilt je geliefde waarderen om wie ze is en alleen maar goede dingen zeggen. Maar dan kom je thuis uit je werk en zeg je toch weer net het verkeerde. Bijvoorbeeld.

WROEGING HELPT NIET

Wanneer je gebukt gaat onder wroeging over wat je fout deed, leef je maar half. Het heeft geen zin je fouten vanuit een schuldgevoel ver van je af te duwen. Net zoals veroordelen je alleen maar weg houdt van de verzoening waar je naar verlangt. Wat wel helpt, is wat je fout deed met liefde en ontferming aanzien en barmhartig omhelzen.
Wil je werkelijk verandering? Omhels dan je zonde, probeer die te begrijpen zonder te oordelen, en bedenk hoe je het anders kunt doen. Of bedenk dat je het toen zo deed, maar dat je het met het inzicht van nu anders zou doen. En dat Jezus gezegd heeft dat Hij is gekomen om mensen hun zonden te vergeven.

Tags:

Meer Geloofsverdieping