Oprecht veinzen

Goochem

In deze rubriek komen (chassidisch) joodse parabels en wijsheden, sprookjes en legenden aan de orde die vaak bijzondere levenslessen bevatten. Goochem is een leenwoord uit het Jiddisch: slim, geslepen. Verwant aan de Hebreeuwse woorden chacham (wijs mens) en chochmah (wijsheid).

Logo rubriek Goochem
(bn.; -er, -st) (inform.) ‘slim, gewiekst’: een goocheme kerel. Ontleend aan Jidd. < Hebr. hāhām (‘wijs’)

Een arme boerenknecht kan jarenlang nauwelijks rondkomen van zijn karige loon. Op een dag vindt hij tijdens het ploegen een glimmende steen in de akker. Hij vermoedt dat die fraaie steen wel iets zou kunnen opleveren en gaat ermee naar de landheer. Die ziet meteen dat het een ruwe diamant betreft met een zeer grote waarde. Hij adviseert de knecht om naar de hoofdstad te reizen en de steen te laten taxeren door een erkend juwelier.

De lange reis per koets en boot naar de grote stad, dat kan de knecht niet betalen. Dus gaat hij bij zijn vrienden en buren langs, laat hun de steen zien en vertelt van zijn plannen. Ze geven hem allemaal een kleine gift, bij elkaar net genoeg voor een koetsreis naar de haven. Daar aangekomen zoekt hij naar een manier om per schip verder te reizen. Hij ontwaart op de kade een kapitein. ‘Ik wil graag met u meevaren, maar mijn geld is op. Ik heb wel een kostbare steen die ik in de stad aan de overkant ga verkopen. Dan kan ik u achteraf betalen voor mijn reis.’

Ik heb een kostbare steen die ik ga verkopen – dan kan ik achteraf de reis betalen

De kapitein ziet de edelsteen en vertrouwt de boerenknecht. ‘Goed. U krijgt een eersteklas hut en het allerbeste eten aan boord. Betaalt u me later.’ De boerenknecht geniet met volle teugen van de bootreis en het heerlijke eten. Af en toe haalt hij de diamant uit zijn jaszak om ernaar te kijken. ‘Mijn geldzorgen zijn voorgoed voorbij!’, jubelt hij vanbinnen. De man heeft niet door dat er intussen een gat in de zak van zijn versleten jas is gekomen. Wanneer hij de steen terug wil stoppen, glijdt die door de zak zo het zeewater in. Plons! Hij ziet het met eigen ogen gebeuren.

Na de eerste paniek denkt hij: ‘Als ik de kapitein over mijn domme pech vertel, heb ik een groot probleem. Ik kan het maar beter verzwijgen en doen alsof er niets aan de hand is.’ Even later komt de kapitein naar diens tafel. ‘Smaakt het eten vandaag?’ ‘Uitstekend’, zegt de knecht glimlachend, ‘Deze hele reis is echt fantastisch!’ Daarop vertelt de kapitein dat hij ook zakenman is en een grote lading graan aan boord heeft die hij in de hoofdstad wil verhandelen.

Je doet ‘alsof’ je iets in bezit hebt… leven van de belofte

‘Ik heb straks weinig tijd in de haven. Wilt u daarom mijn zaken daar behartigen? Hier is het eigendomsbewijs. Ik schrijf uw naam erop, als u akkoord gaat.’ De boerenknecht is te beduusd om nee te zeggen, accepteert het voorstel en neemt het eigendomsbewijs aan. Als hij in de stad aankomt, weet hij een goede prijs voor de lading graan te krijgen. Met de grote som geld op zak wandelt hij terug naar het schip in de haven. Tot zijn schrik verneemt hij dat de kapitein kortgeleden door een ongeluk is omgekomen. Nu is de arme knecht rijker dan ooit tevoren.

Commentaar

Deze parabel van rabbi Nachman van Bratzlaw voorzag hij zelf van de volgende uitleg: ‘De diamant behoorde niet werkelijk aan de arme knecht, want hij raakte de steen immers weer kwijt. De lading graan was werkelijk zijn eigendom, want de waarde ervan viel hem uiteindelijk toe. Hij verkreeg het omdat hij vreugdevol bleef, ondanks zijn verlies.’

Een intrigerend verhaaltje met een merkwaardige interpretatie. Het gaat blijkbaar niet zozeer om het bezit van iets waardevols dat de kern van het menselijk geluk zou uitmaken, maar vooral om een levenshouding. Vreugdevol zijn ondanks tegenslag, levensgeluk ervaren onder alle omstandigheden. Dat is het geheim van de arme boerenknecht. Je zou dat ook wel ‘oprecht veinzen’ kunnen noemen. Doen alsof je steenrijk bent, terwijl je feitelijk straatarm bent. Is dat mogelijk? In letterlijke zin natuurlijk niet. Maar wel in geestelijke, gelovige zin. Je doet ‘alsof’ je iets in bezit hebt, terwijl dat nog niet het geval is.

In christelijke kringen spraken ze vroeger wel van ‘leven van de belofte’. Als we in God en zijn koninkrijk gaan geloven, hebben we nu nog niks concreets in handen. We blijven armoedzaaiers, maar eens komt de dag…

Dit toekomstperspectief werd nogal eens versmald tot geloof in het hiernamaals: pas na dit leven wacht ons het ware geluk. Een zoethoudertje. Een droomwens, geen echte troost. Toch meen ik dat de houding van de boerenknecht de kern van geloven raakt: zijn levenshouding wordt gestempeld door vreugde en overgave. In de parabel loopt het uiteindelijk goed met hem af, maar dat wéét hij tevoren nog niet. Dat is de verrassing aan het slot.

In de overgave zelf ligt de vreugde: vertrouwen in een liefhebbende God die ons niet teleur zal stellen, ondanks alle verlies op ons pad. Of zoals apostel Paulus het zegt: ‘We hebben verdriet, toch zijn we altijd verheugd, we zijn arm, maar toch maken we velen rijk, we bezitten niets, maar toch hebben we alles.’ (2 Korintiërs 6:10). Eén van de vele paradoxen – schijnbare tegenstellingen – in de Bijbel: we bezitten als niet bezittend. Dit kan een gemakzuchtig cliché worden, maar ook een diepe waarheid.

Vragen voor jezelf en anderen:

  • Heb je wel eens momenten meegemaakt van vreugde ondanks verlies? Wanneer was dat en hoe kwam dat?
  • Op welke manier zou je jezelf kunnen oefenen in het ervaren van levensvreugde?

Gottfrid van Eck is theoloog, verhalenverteller en muzikant, en een groot liefhebber van de joodse verhalen-traditie. Hij geeft er persoonlijk commentaar op. Voor contact en info, zie: www.wilde-eendproducties.nl.

Tags:

Meer Geloofsverdieping