< Terug

Genade

1 Korintiërs 15,1-11

(Kijkbijbel p. 291)

Het was zondag, en de mensen waren naar de kerk gekomen. En kijk, wie zat daar? Je raadt het nooit, echt niet. Helemaal achter in de kerk, een beetje verstopt, zat een dame uit een sprookje. Ze leek wel een koningin. Het was, het was… de stiefmoeder van Sneeuwwitje, de boze koningin. Maar nu was ze niet boos meer, nu was ze oud en wijs geworden, en speciaal gekomen om te horen wat de dominee vertellen zou over Judas. ‘Kom maar naar voren, kinderen,’ zei de dominee, die haar helemaal niet had gezien. ‘Vandaag lees ik jullie voor over Judas.’ En de kinderen kwamen naar voren, en de dominee las voor, hoe Jezus en zijn leerlingen samen aan tafel gingen voor het Paasfeest. En hoe Judas stiekem wegsloop, om Jezus te gaan verraden aan de mensen die hem gevangen wilden nemen. Toen de dominee op dat punt van het verhaal gekomen was, klonk er achter uit de kerk een klein snikje. Iedereen draaide zich om en keek waar het geluid vandaan kwam. Het kwam van de stiefmoeder van Sneeuwwitje. Ze zat met gebogen hoofd en drukte een wit zakdoekje tegen haar ogen. ‘Het spijt me zo, het spijt me zo,’ snikte ze. ‘Ik snap zelf ook niet waarom ik het deed.’

En de dominee stond op, en liep naar haar toe. Hij ging naast de stiefmoeder van Sneeuwwitje zitten, sloeg een arm om haar heen en zei: ‘U mag best even huilen, Koningin, het is gelukkig allemaal goed afgelopen. U bent van harte welkom in ons midden.’

Waarom komt de stiefmoeder van Sneeuwwitje juist nú in de kerk? Waarom moet ze huilen, denk je? En hoe zou het verder gaan met Judas?

< Terug