< Terug

Gezien worden

Bij Genesis 4,1-16

Het draait in het verhaal van vanmorgen om (niet) zien en (niet) gezien worden. Kaïn en zijn offer worden niet (meteen) door God gezien, Abel en zijn offer wel. Dat voedt het kwaad (jaloezie) in Kaïn, die uiteindelijk zo ver komt dat hij zijn broer Abel doodt.

In het moment met de kinderen kun je dit verhaal op een paar manieren inleiden.

  • Zeker voor de wat oudere kinderen kun je het volgende spel doen. Deel de groep in tweeën en laat de ene groep de andere groep groeten. Maar ze mogen er geen geluid bij maken. Hoe doen ze dat, laten merken dat ze de ander gezien hebben en hen willen groeten? Doe het opnieuw, maar nu moeten ze zonder te praten laten merken dat ze de ander niet willen zien. Hoe ziet dat eruit? (Wegkijken, negeren, handgebaren, boos kijken.)

  • Hoe is het om te kijken met alleen links of rechts? Maak daarvoor de volgende bril en zet die bij een paar kinderen op. Je maakt deze bril van twee plastic bekertjes, waarvan je de bodem hebt verwijderd. Ze zijn met touwtjes aan elkaar geknoopt. De smalle onderkant, waar de bodem afgeknipt is, komt tegen de ogen aan. Laat de kinderen om beurten beschrijven wat ze zien. Vervolgens bied je hun een trommel met bijvoorbeeld een snoepje aan. Houd deze trommel goed in het midden van het kind vast. Wat zien ze?

Gebed om gezien te worden

God,
Wij roepen U vanmorgen aan
omdat we gezien willen worden,
door elkaar en door U.
Laat ons merken dat U ons op het oog heeft.
Laat ons ervaren dat voor U
ieder mens evenveel waarde heeft.
Help ons om ook zo naar anderen te kijken,
dat we niet alleen gericht zijn op de spullen van kinderen,
niet alleen maar zien hoe populair de ander in de groep is
of hoe goed de ander kan leren.
Geef dat als wij wel genoeg spullen hebben,
populair zijn of goed zijn in leren,
we ons blijven verbinden met de mensen
die dat niet zo goed hebben of kunnen.
Dat we zo leren om te gaan met de verschillen,
en ook ervan te genieten dat we allemaal anders zijn,
en toch een geliefd mensenkind van U.
Amen.

Bij Genesis 4:1-16

< Terug