< Terug

Gloeien van verontwaardiging

Februari 2018. Bij een schietpartij op een middelbare school in Florida vallen 17 doden, nadat een ex-leerling zijn vuurwapen getrokken heeft. Overal in de Verenigde Staten komen jongeren in opstand. Ze komen op voor de jonge doden, die vielen en zullen blijven vallen als er niets verandert.

 

De 18-jarige Emma González start met haar emotionele woorden een beweging waarmee ze duizenden volgers krijgt: ‘We zijn maar kinderen, maar we laten ons niet het zwijgen opleggen.’ Tijdens de ‘March for our lives’ spreekt ze kort en blijft dan minutenlang stil.

Zo’n toespraak ontroert, vooral omdat deze mensen die het durven opnemen voor hun generatiegenoten, zo jong zijn. Ze nemen het op tegen de macht van de wapenlobby en Trump, die niets anders kunnen bedenken dan meer wapens aan te slepen en zelfs docenten te bewapenen. Alsof de aanwezigheid van wapens op school niet tot nieuwe ongelukken kan leiden.

ZEVEN DODEN

Ook in bijbelse verhalen uit het Oude Testament nemen ‘kleinen’ het op tegen de sterken. Ook daar moet soms letterlijk worden gevochten voor het recht van de kleinsten en moeten de machtigen achtervolgd worden. Neem Rispa: een voorbeeld van een vrouw die zich verzet. Rispa was een van de vrouwen van koning Saul en kreeg twee zonen bij hem. Saul is al dood. En nu heeft haar het vreselijke bericht bereikt dat haar beide zonen gedood zijn en vijf kleinzonen erbij. Zeven in totaal. Ze zijn verhangen, in opdracht van koning David, Sauls opvolger. Hij wilde daarmee de voormalige vijanden van Saul tevreden stellen. David had er niet eens lang over hoeven nadenken. Wilde hij zelf ook van die zonen van Saul af? Was hij bang voor concurrentie? Ach, wat zijn nou zeven doden? Zoveel is dat toch niet, heeft koning David wellicht gedacht. In onze tijd is dat niet anders.

NIET WIJKEN

Het zal je kind gebeuren. Of je klasgenoot. Rispa spreidt een kleed uit aan de voet van de zeven galgen en blijft bij de lichamen van haar zoons en kleinzoons, de hele oogsttijd lang, tot de regens vallen. Overdag verjaagt ze de aasgieren en ’s nachts de wilde dieren. Als een dwaze moeder staat ze daar om te doen wat ze moet doen, en ze weet van geen wijken om deze zeven recht te doen. Ze zijn zomaar omgebracht, niet begraven.

VURIGE KOLEN

Rispa’s naam betekent ‘gloeiende kool’. Ze doet die naam eer aan: ze gloeit van verontwaardiging én ze stapelt vurige kolen op het hoofd van de schuldige. Want als David hoort wat Rispa doet, lijkt er toch iets te gebeuren. Al staat er niets over wroeging, hij laat de beenderen van Saul en zijn zoon Jonatan komen, om ze samen met deze zeven lichamen te begraven in het graf van Sauls vader Kis.

JOUW RECHT IS SLECHT

Dichter Huub Oosterhuis geeft Rispa stem in een lied. Ze zingt: ’Jouw recht is slecht, koning. Jouw recht is moord. Jouw god moet wel een doodsgod zijn.’ En ze spreekt van een mens bij wie de doden geborgen zijn: Rispa, die vrouw die recht doet, helemaal alleen. Die in de laatste regel droomt van ‘bergen met schoven van gerechtigheid’. Mooi dat zo’n lied voor Rispa geschreven is. En met haar voor alle moeders die hun kinderen verliezen door de nalatigheid en onverschilligheid van anderen. Voor alle ‘kleinen’ die het durven opnemen tegen machtigen. Om stil van te worden.

HET VERHAAL OVER RISPA IS IN DE BIJBEL TE VINDEN IN 2 SAMUEL 21.

Juut Meijer is pastor in de Dominicuskerk in Amsterdam.

< Terug