< Terug

‘God heeft mij met liefde gemaakt’

Altijd als ik Jolanda ontmoet, is ze goedlachs en begroet me met een dikke knuffel. Ik ken haar als een positief en ontzettend toegewijd mens die midden in het leven staat. En dat mag je met terugwerkende kracht gerust een wonder noemen.

Jolanda, geboren in 1954, groeide op in een traditionele omgeving, een Zuid-Hollandse Gereformeerde Bondsgemeente. Hoe dan ook was het in die tijd moeilijk om op te groeien met wat we nu ‘genderdysforie’ noemen: het gevoel dat je lichaam niet past bij je innerlijke geslachtsbeleving. ‘Ik voelde dat er iets niet klopte, maar ik kon het niet benoemen. En ik kende ook niemand die hetzelfde voelde’, vertelt Jolanda. ‘Ik kon de realiteit niet aan; ik vluchtte in mijn hoofd, las veel en werd hoe langer hoe eenzamer.’ De liefde was ingewikkeld, maar Jolanda vond toch een vrouw, met wie zij ook kinderen kreeg. Haar genderdysfore gevoelens, die zich vooral uitdrukten in ‘verkleedgedrag’, nam ze mee haar huwelijk in.

WOORDEN GEVONDEN

Midden jaren negentig bracht het opkomende internet eindelijk verandering: Jolanda vond een website van een organisatie die mensen met transgevoelens hielp om in praktijk te brengen wat vaak of altijd fantasie was gebleven. Ze brachten haar in contact met iemand die haar hielp met verkleden. Ze kreeg ook een brochure waarin beschreven stond wat ze zelf voelde. Zo vond ze eindelijk de woorden die ze nodig had om zichzelf te begrijpen. Toen Jolanda thuiskwam van haar eerste dag als vrouw in Amsterdam, was ze zo opgetogen dat haar partner vroeg wat er met haar aan de hand was. Jolanda: ‘Ik moet licht gegeven hebben. Het was een spirituele ervaring van de eerste orde, omdat alles op z’n plaats viel. Het klopte gewoon helemaal. Ik klopte helemaal.’ Jolanda kon niet langer zwijgen en vertelde haar partner als eerste over haar gevoelens en ervaringen. Het was een bevrijdende én moeilijke periode. Haar partner kon het uiteindelijk niet accepteren. Ook de schoonfamilie had er veel moeite mee. Een scheiding volgde. Maar het wonder van de omkeer kon niet meer worden teruggedraaid.

PSALM 139

Jolanda’s verhouding tot het geloof, of liever gezegd tot God, was steeds zeer dubbel geweest: ‘Ik had altijd het gevoel dat ik niet met God door één deur kon. Ik dacht dat ik in zonde leefde vanwege mijn verkleedgedrag. Ik gooide mijn dameskleding daarom vaak weg, maar dan was het net alsof ik ook mezelf weggooide. Toen dwarrelde op een dag thuis op mijn bureau een papiertje neer – ik kan het niet anders omschrijven – met een gedicht van Bertha Gaasbeek bij Psalm 139 (zie hiernaast). Opnieuw had ik een spirituele ervaring. Het gedicht ging over een God die liefdevol is en die je wil omhelzen en omarmen. Ik moest er verschrikkelijk om huilen. Ik kon me niet voorstellen dat God mij, met die in mijn ogen rare gevoelens, zou willen omarmen. Er werd ook gesproken over een God die een versteend hart wil verwarmen en dat was exact wat er op dat moment gebeurde. Dankzij deze tekst kon ik mijzelf eindelijk aanvaarden.’

MAAKBAARHEID

‘Van Psalm 139 heb ik geleerd dat God ook mij heeft gemaakt, sterker nog: ik begon te begrijpen dat God mij met liefde gebeeldhouwd en geschilderd had, precies zoals ik was en dat ik niets hoefde uit te gummen of weg te gooien of te begraven. Ik stopte met het weggooien en begraven van mijn kleding. De weerstand tegen mezelf verdween. Ik ervoer het als pure genade. Die genade legde uiteindelijk de basis om mijzelf toe te laten en in transitie te gaan, vrouw te zijn van binnen en van buiten.’

Dat proces van transitie, om ook van buiten een vrouw te worden, ging voor Jolanda niet vanzelf. ‘Een transitieproces is nooit alleen lichamelijk, het heeft ook een sociale en een spirituele dimensie. Ik heb er daarom lang over nagedacht. Vóór mijn ommekeer was er de vraag of het wel mocht van God. Maar ook: wil ik het echt en is het voor mij echt nodig? Lange tijd heb ik gedacht: ik leef er wel ‘tussen in’, maar dat werd toen zeker nog niet geaccepteerd. Uiteindelijk ben ik in het diepe gesprongen. Als Gods liefde onvoorwaardelijk is en Hij mij op basis van die liefde heeft geschapen, dan is de weg van de transitie de weg die ik mag gaan. Ik doe mijzelf daarmee geen geweld aan.

Dat dít mijn weg was, geboren als een vrouw in een mannenlichaam, heeft mij nooit boos gemaakt op God. Ik voelde mij juist bevrijd. En die bevrijding zorgde voor ruimte om mijn weg te gaan.

Alles is samengekomen in het leven dat ik nu leid. Ik voel niet de behoefte afstand te nemen van het verleden. Dat hoort ook bij mij. Op mijn prikbord hangt een foto uit mijn kindertijd. Ik kan nu met liefde naar dat kind kijken.’

Wielie Elhorst is predikant (PKN) in Bussum en predikant in Amsterdam met bijzondere opdracht voor de gemeenschap van lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders (LHBT-gemeenschap).

Bij Psalm 139

Je bent een deel van Mijzelf Besef je wel hoeveel ik van je hou? Ja, ik bedoel heel speciaal jou! O, hoe verlang Ik Mijn liefde in jouw hart te leggen. Er zijn geen woorden voor dit te kunnen zeggen.

Mijn eigen handen hebben je in de moederschoot geweven. Met mijn hele hart heb ik je toebereid voor het leven. Ja, Ik zag jouw vormeloos begin, maar Ik legde er Mijn adem, Mijn Geest, Mijn karakter in.

Je bent een deel van Mijzelf, besef je dat nou niet? Hoe komt het toch dat je dat helemaal niet ziet? Waarom zoek je steun bij mensen om je heen en bouw je niet op mij alleen?

Zie toch op Mij, mijn kind, heb Ik je niet beloofd: “Ik omgeef je van achteren en van voren en ik leg Mijn hand op jouw hoofd”. Zie niet langer op jezelf, maar geef je over aan Mij. In alle omstandigheden sta Ik aan je zij.

En als je niet meer lopen kunt neem ik je in Mijn armen. Ik wil zo graag jouw vermoeid’ en verkilde hart verwarmen. O, kom Mijn kind, met je eenzaamheid en pijn, ik wil jouw helper, trooster en geborgenheid zijn.

< Terug