< Terug

God, preken en de psyche van de hoorders

Wat mij betreft is de titel van dit artikel – tevens het thema van de studiedag van Areopagus – voor tweeërlei uitleg vatbaar. Heilige grond kan in de eerste plaats betrekking hebben op de binnenwereld van de hoorders. Kom je werkelijk bij iemand binnen, dan vraagt dat om uiterste voorzichtigheid en een houding van ontzag. In de tweede plaats verwijst heilige grond naar een ontmoeting met God die door de hoorders tijdens het preekproces ervaren wordt. In deze bijdrage ga ik op beide aspecten in.

Allereerst beschrijf ik wat er in de binnenwereld van de hoorders gebeurt bij het luisteren naar een preek. Hierbij ligt de focus vooral op de rol die de psyche van de hoorders in het luisterproces heeft. Vanzelfsprekend komen de implicaties voor de prediker aan de orde. Vervolgens ga ik in op de vraag hoe de predikant eraan kan bijdragen dat de kerkdienst – en de preek in het bijzonder – tot heilige grond wordt, waar hoorders een ontmoeting met God ervaren. Centrale begrippen hierbij zijn ontmoetingstaal en een dialogische structuur. Met het oog op de andere bijdragen aan het thema laat ik een expliciete theologische reflectie achterwege.

Ontmoeting met God: een betekenisvolle preek
Dat de ontmoeting met God een centrale plaats in mijn betoog heeft, is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Integendeel, het is datgene wat hoorders noemen als het meest wezenlijke aspect van een betekenisvolle preek. In mijn dissertatieonderzoek[1] heb ik 201 hoorders – afkomstig uit ofwel een gemeente uit het midden van de kerk, ofwel een gemeente die tot de Gereformeerde Bond gerekend kan worden – bevraagd op hun ervaringen tijdens en rond de preek. De antwoorden die zij hebben aangekruist op de vragenlijst zijn geclusterd met behulp van een statistische analyse. Dit levert verschillende indicatoren of factoren op die aspecten van een betekenisvolle preek laten zien.
Het blijkt dat in een betekenisvolle preek relatie een kernwoord is.[2] Mensen ervaren betekenis als zij een ontmoeting met God hebben tijdens de preek, Gods stem horen en zijn aanwezigheid ervaren. Door de ontmoeting met God krijgen hoorders een gevoel van uitzicht tot over de grenzen van het leven heen en ontdekken ze het doel van hun leven. Een betekenisvolle preek heeft dus niet alleen betrekking op de relatie met God, maar ook op de diepste dingen van het menselijk bestaan en op existentiële vragen. Hoorders voelen zich aangesproken tot in de kern van hun eigen situatie.
De preek vraagt ook wat van de hoorders. Mensen ontdekken wat God met hen wil en voelen zich gemotiveerd om bezig te zijn met God en de dingen van het geloof. Ze ervaren iets van vergeving en voelen zich getroost. Het is opmerkelijk dat troost en inspiratie niet het eerste zijn waarvoor mensen in de kerk komen: het gaat hoorders niet om een fijn gevoel zonder meer, maar het is hen uitdrukkelijk om God te doen. Gevoelens als troost staan in het kader van de relatie met God.
Naast dit relationele aspect van de betekenis van de preek, dat positief te duiden is, kan er ook een negatief aspect onderscheiden worden. Bij een negatieve betekenis ervaren hoorders schuld, schaamte, angst en zinloosheid tijdens de preek. Een andere factor van betekenis is aandacht, wat ook wel voor de hand ligt: een betekenisvolle preek is een preek waarnaar je geboeid luistert.

De psyche van de hoorder en de betekenis van de preek
Een belangrijke vraag in relatie tot de verschillende aspecten van betekenis is wie welk aspect ervaart. Doen de psychologische kenmerken van de hoorders er toe in dit verband? Anders gezegd: spelen het godsbeeld, de persoonlijkheid en de stemming van de hoorders mee in de manier waarop de preek betekenis krijgt? Deze vraag moet bevestigend beantwoord worden. De psyche van de hoorder speelt een rol, en rol die zelfs aanzienlijk is, getuige de cijfers van het onderzoek. De relationele betekenis van de preek blijkt voornamelijk samen te hangen met het godsbeeld en de stemming van de hoorders. Naarmate mensen Gods handelen meer als ondersteunend en helpend zien, horen ze vaker Gods stem tijdens de preek en ervaren ze uitzicht tot over de grenzen van het leven. De preek krijgt een steunende functie voor hen: de ontmoeting met God geeft nieuw perspectief, hoop en troost. Daarnaast geldt dat gevoelens van angst ten opzichte van God verband houden met een relationele betekenis. Dit duidt erop dat de preek een woord van bevrijding en vergeving wordt voor mensen die zich bang en schuldig voelen. Zij horen dat hun fouten hen niet worden aangerekend. Een positieve attitude ten opzichte van de predikant speelt eveneens een rol. Wie de predikant en zijn manier van preken meer waardeert, ervaart vaker of sterker een ontmoeting met God tijdens de preek.
Angst ten opzichte van God houdt weliswaar verband met een relationele betekenis van de preek, maar is daarnaast de belangrijkste factor wat een negatieve betekenis betreft. Naarmate het godsbeeld van mensen meer gekleurd wordt door angst en schuld, ervaren zij meer schuld, angst en zinloosheid tijdens het luisteren. Verder speelt een negatieve stemming een rol. Naarmate mensen meer nerveus, angstig, schuldig en boos gestemd zijn, ervaren zij de preek vaker of sterker op een negatieve manier. Dit impliceert dat mensen met depressieve of angstklachten eerder het risico lopen dat de preek een negatieve betekenis voor hen krijgt dan mensen zonder genoemde klachten.
De predikant speelt slechts een beperkte rol in het hoofdaspect van een betekenisvolle preek wanneer de psychologische eigenschappen van de hoorders in aanmerking worden genomen. Dit relativeert de centrale positie die in homiletische literatuur wel aan de predikant wordt toegeschreven. Het kan predikanten ook bevrijden van het gevoel dat ‘het allemaal van hen afhangt’. Tegelijk is het niet zo dat de persoon van de predikant en zijn of haar manier van preken er helemaal niets toe doet. De attitude die hoorders hebben ten opzichte van de predikant is namelijk de belangrijkste factor met het oog op het aandachtsaspect. Naarmate mensen positiever staan tegenover de predikant en diens preken, luisteren zij met meer aandacht. Daarnaast geldt dat hoe belangrijker mensen de preek vinden, des te aandachtiger zij luisteren.
Hoe de preek betekenis krijgt voor de hoorders (positief-relationeel dan wel negatief) hangt voor ongeveer 50% samen met de psychologische kenmerken van de hoorders. De binnenwereld van de hoorders speelt echter niet alleen een rol in de manier waarop betekenis verleend en gevonden wordt. Ook de inhoud van de betekenis (wat horen mensen?) houdt verband met de psyche, met name met de persoonlijkheidsstructuur van de hoorders. Hoorders lijken vooral datgene ‘op te pikken’ wat aansluit bij hun persoonlijkheid en levensverhaal.

Prediker als hoorder van de hoorders
Als de binnenwereld van de hoorders in aanzienlijke mate hun ruimte om te horen bepaalt, is het voor de predikant van groot belang dat hij weet wie de mensen zijn die hij voor zich heeft. Preekvoorbereiding vraagt niet alleen om exegese van een tekst, maar ook om een exegese van de hoorders. Een aantal vragen kan hierbij behulpzaam zijn, zoals:

  • Wat weet ik van het godsbeeld van verschillende hoorders? Hoe zien en ervaren deze mensen de Here God?

  • Zijn er mensen die belangrijke of ingrijpende gebeurtenissen (als onderdeel van levensverhaal en persoonlijkheid) meemaken of meegemaakt hebben?

In de preekvoorbereiding is het verder essentieel dat de predikant zijn tekst of tekstgedeelte beluistert met de oren van zijn hoorders. Hoe kunnen mensen met verschillende godsbeelden, persoonlijkheden, of stemmingen deze tekst horen? Welke associaties kan het oproepen? Een zin als ‘Je bent van Mij’ (vgl. Jes. 43:1 NBV) klinkt in een context van liefde als ‘Je bent van Mij, Ik houd van jou en zorg voor je’, maar in een context van macht wordt het ervaren als ‘Je bent mijn bezit, Ik kan met je doen wat ik wil.’ De prediker mag zich daarom afvragen of bepaalde psychologische kenmerken wellicht blokkades vormen om de tekst te verstaan. Een andere belangrijke vraag is of de boodschap van de tekst zoals die in de preek benadrukt wordt schadelijk kan zijn voor bepaalde mensen, gegeven hun godsbeeld, stemming, persoonlijkheid en levensverhaal. Het is van belang om in de preek de verschillende hoorders (zie het voorbeeld van Jes. 43) recht te doen en de verschillende verstaansmogelijkheden te benoemen, zodat mensen zich herkennen in de preek en kunnen ‘aanhaken’.

De preek als ruimte van ontmoeting
Heilige grond heeft niet alleen betrekking op de binnenwereld van de hoorders, maar ook op de preek als ruimte van ontmoeting, waarin mensen Gods stem vernemen en zijn aanwezigheid ervaren. Het is evident dat het hier gaat om een Godswonder: God komt mensen tegemoet en openbaart zich aan hen. Uiteindelijk hangt het plaatsvinden van de ontmoeting dus van God af. Als God er niet is en niet werkt, gebeurt er helemaal niets. Dit neemt niet weg dat de prediker een eigen verantwoordelijkheid heeft in het maken en houden van de preek. De prediker zal de taal en structuur zo moeten kiezen, dat deze een heilige ruimte kunnen openen waarin de ontmoeting kan plaatsvinden.

Ontmoetingstaal
De taal van een preek die tot heilige grond wil worden, is te kenmerken als ontmoetingstaal. Ontmoetingstaal is ervaringstaal, taal die zich richt op de ervaring van de hoorders én die ervaring wil bewerken! Aan een theoretische beschouwing heb je als hoorder niet zoveel. In plaats van horen ‘over’ ontmoeting of Gods liefde of troost wil je dat die ontmoeting plaatsvindt, dat Gods liefde werkzaam is, dat de troost geschonken wordt aan jou. Ontmoetingstaal is dus altijd affectieve taal, taal die het hart van de hoorder raakt. De woorden van ontmoetingstaal zijn geladen met gevoel en willen ook gevoelens oproepen. Het gaat daarbij niet om het gevoel op zichzelf, maar om ‘bevinding’, om dat wat je hoort als waar te ervaren in je leven. Immers, als hoorder heb je er weinig aan als iets waar is in het algemeen. Het moet waar voor jou zijn, zeker als je leven ervan afhangt. Ontmoetingstaal wil bijgevolg dichtbij komen. Het is directe taal, die de hoorder aanspreekt. Preken met het oog op ontmoeting betekent voor de ‘grammatica’ van de preek dat de tweede persoon (of eventueel de eerste persoon) meer gebruikt wordt dan de derde persoon. ‘Misschien denkt deze of gene…’ is nu eenmaal afstandelijker dan ‘Soms denk je…’ Ontmoetingstaal is verder taal die concreet en beeldend is. Een abstract idee kun je immers niet ontmoeten. Een abstract woord als genade kan bijvoorbeeld concreet gemaakt worden door beelden die zo dichtbij komen dat zij zelfs het lichaam van de hoorder raken: Gods genade is de grond onder je voeten en het dak boven je hoofd.
Ontmoetingstaal wordt ten slotte gekenmerkt door stiltes. Deze stiltes zijn nodig om hoorders de ruimte te geven om tot zichzelf in te keren en in contact te komen met de existentiële laag van hun bestaan. Vaak worden in de preek grote levensvragen aan de orde gesteld. De prediker is hier meestal al een hele week mee bezig, maar de hoorders niet altijd. Die komen vanuit het ‘gewone’ leven met de dagelijkse beslommeringen in de kerk. Sommige mensen moeten omschakelen en hebben tijd en ruimte nodig om de existentiële dimensie van hun leven te bereiken en mee te komen in de grote thema’s die de prediker benoemt. Stiltes zijn nodig om de eigen ervaringen aan te spreken en om een interne dialoog te voeren: Wat vind ik daarvan? Wat voel ik daarbij? Hoe zit dat bij mij? Heb ik dat ook? Wat wil dit mij zeggen? Op deze manier kunnen hoorders zich gemakkelijker herkennen in de situaties die in de preek geschetst worden en kunnen zij zich beter identificeren met de dingen die in de preek benoemd worden.

Dialogische structuur
Een preek die gericht is op ontmoeting, is geen college of betoog. Het gaat er niet zozeer om de hoorders te onderwijzen of te overtuigen, al kan dat wel een aspect zijn, maar om hen mee te nemen in de zoektocht naar de betekenis van de bijbeltekst voor het heden, om samen een antwoord te vinden op de vraag: ‘Wie is Christus voor ons vandaag?’ (Bonhoeffer). Het proces van preekvoorbereiding wordt door dezelfde zoektocht en vraag gekenmerkt. De predikant exegetiseert, mediteert en reflecteert vaak urenlang. De ‘uitkomsten’ van dit proces vinden hun neerslag in de preek die minder dan een uur duurt. Het kan een valkuil zijn dat de preek ook werkelijk ‘uitkomsten’ presenteert. De predikant geeft dan de conclusies van zijn eigen denkproces weer, en vergeet te melden wat zijn vraag was, welke aanleiding hij zag om dit te overdenken en uit te zoeken, en waarom dat belangrijk is voor mensen hier en nu. Hoorders kunnen dit ervaren als vervreemdend (‘Waar heeft-ie het over? Wat moet ik daar nu weer mee?’). Het is daarom goed om in de preek de ontdekkingstocht van het voorbereidingsproces nogmaals te maken, maar dan samen met de hoorders. Dit betekent dat de preek een dialogische structuur krijgt. In de preek vindt dan een gesprek plaats tussen de situatie van de hoorders en de tekst van de bijbel. Concreet kan dit gestalte krijgen in vragen zoals: ‘Wat roept het bij je op als je dit in de Bijbel leest? Wat denkt u eigenlijk als u dit hoort? Herken je dit ook bij jezelf?’ Doordat deze externe dialoog in de preek de interne dialoog van de hoorders stimuleert, kunnen zij ontdekken dat zij met hun leven geplaatst zijn voor het aangezicht van God – de God die is en er zal zijn, de God die denkt aan zijn verbond en zich ontfermt (vgl. Ex. 2, 3) – en zich bevinden op heilige grond.

< Terug