< Terug

Gods communicatiemedewerkers

Openbaring voor en door mensen

Twitter, e-mail en mobiele telefoon. Elk zichzelf respecterend bedrijf heeft vandaag de dag deze middelen onder handbereik. Want zonder communicatie ben je nergens. Dat geldt ook voor God.

Psalm 19 is een van de plaatsen in de Bijbel waar de schepping het communicatiemiddel van God is. De dag vertelt aan de dag, de nacht aan de nacht over Gods grootheid. Daar is geen menselijke taal voor nodig, dat is een ‘spraak zonder klank’ (Ps. 19:4). Het is dezelfde spraak die ook klinkt in de taal van de natuur. Geen woorden, maar bomen, bloemen en dieren vertellen daar over God. Maar God richt zich ook al sprekend tot mensen, al is dat meestal maar tot een enkeling. Vervolgens gaat deze enkeling als een ‘communicatiemedewerker’ naar de mensen toe en vertelt wat hij van God gehoord heeft. De intermediairs van de God van Israël die we het beste kennen zijn de profeten. Zij openbaren Gods woord aan de mensen. Zo gaat het bijvoorbeeld in het verhaal van Jona, waar deze profeet Gods boodschap uitlegt aan de mensen van Nineve. Daaruit volgt dan dat openbaring van Gods boodschap dus via mensen gaat.

Openbaring

Maar komt die openbaring wel van God, van buiten het menselijk bereik en vermogen? Of komt openbaring uit de hoofden van de mensen, die wat verzinnen, zodat God niet blijft zwijgen? Komt, met de bekende woorden van de theoloog Harry Kuitert, alle spreken over boven van beneden? Eerst maar eens kijken wat openbaring binnen de bijbelse context dan eigenlijk is.1 Een kleine rondgang door mijn boekenkast maakt snel duidelijk dat het een containerbegrip is. Openbaring onthult iets dat tot dan toe verborgen was. Het gaat om iets dat van buiten tot je komt: een inzicht, een boodschap, een mededeling. God is de zender van het bericht en vaak ook op een of andere manier onderdeel van dat bericht. Degene die de openbaring krijgt, komt in een nauwere relatie tot God te staan voor het moment, of voor langere tijd. Meestal is openbaring ook toekomstgericht. Openbaring kan op allerlei manieren komen. In een ervaring, in dromen, visioenen of orakels. En via de natuur, zoals in psalm 19. Het kan een eureka-moment zijn. Maar veel openbaring is allesbehalve glashelder. Het vraagt om interpretatie door de ontvanger en boodschapper, en uiteindelijk ook door de ontvangers aan wie hij de openbaring overbrengt.

De schrijver

En daar komt het gladde ijs: het overbrengen en de interpretatie van de boodschap door de ontvanger van de openbaring. Want in hoeverre is dan God, in hoeverre de mens aan het woord2 Waar zit de scheidslijn2 Waar zit in de woorden die ons daar als Godswoorden, als openbaringen, zijn overgeleverd de hand van God en waar die van de tussenpersonen en die van de schrijvers, van de communicatiemedewerkers?

Sommigen zullen zeggen dat al dit soort ‘openbaring’, ook al wordt ze aan God toegeschreven, volledig door mensen is bedacht. Iets heeft nu eenmaal meer gezag als je zegt dat het van God komt, dan wanneer je zegt dat je het zelf bedacht hebt. Dat klinkt heel plausibel. Maar dan reduceer je de Bijbel tot een boek dat bij elkaar verzonnen is door mensen, waar God alleen de legitimatie is van menselijk handelen. God is dan verkleind tot menselijke proporties. Hij doet dan uitsluitend wat wij mensen bedenken. Ik ga niet met deze redenatie mee. De Bijbel en dus ook openbaring komen niet volledig uit de mens. Maar de mens is wel nodig om Gods boodschap over te brengen. Dat geldt zowel voor de profeet die de woorden overbracht naar de mensen, als voor de schrijver die deze woorden op schrift stelde en er zo zijn eigen interpretatie aan gaf. Beiden doen dat in menselijke woorden. Dat betekent dat in de weergave van de openbaring dus ook de menselijke ervaring weerspiegeld wordt. Dat is nu eenmaal de enige meetlat die we hebben als mens.

Digitaal prikbord

Er wordt altijd ‘bij wijze van spreken’ over God gesproken. Zowel door profeten lang geleden, als door schrijvers van eeuwen terug, als door mensen in onze tijd. Ieder zoekt naar manieren om aanhakend bij de eigen werkelijkheid het verhaal van God te vertellen De spreeksteen op het plein is ingeruild voor de blog, de preek of het berichtje op het digitale prikbord. De vorm wordt steeds enigszins aangepast aan de actualiteit, maar de boodschap blijft behouden.

Dit verschilt niet veel van wat schrijvers en overschrijvers van de bijbelboeken lang geleden deden. Want uit onderzoek naar de oudtestamentische boeken is gebleken dat de (over)schrijvers en vertalers hiervan in hun schrijfwerk vaak zeer trouw aan de voorliggende teksten en tradities waren. Wanneer ze iets veranderden, dan was dit beperkt, en bedoeld om de tekst aan te passen aan de actualiteit. Dat geldt ook voor de openbaringen, de woorden van profeten die ze op schrift stelden of overschreven. Ze gaven waarschijnlijk niet altijd letterlijk weer wat er gezegd was. De openbaringen in de Bijbel zijn geen uitgebreide notulen van de gesprekken van God met mensen.

Het gaat in de openbaring die we lezen om het verhaal dat teweeg is gebracht en dat verteld wordt. In die geschiedenis is God aanwezig, zonder dat hij de geschiedenis geheel en al is. Openbaring blijft zo iets dat in het verhaal besloten zit en niet aan historiciteit gekoppeld is. Het is de benaming voor de mengvorm die realiteit heet. Openbaring is goddelijke inspiratie en menselijke transpiratie. Woord en Geest. Het is het ervaren woord en de geleefde geschiedenis. Het is God en mens, het is ongrijpbaar en onze vertaling. De mens zelf is het beste middel om deze woorden te spreken en de boodschap over te brengen. Een oeroud middel, maar altijd actueel.

< Terug