< Terug

Goede grond

Wie zou dat willen: dat zaad dat in hem gezaaid wordt, verstikt wordt door distels, op de weg terechtkomt en vertrapt wordt of opgegeten door vogels? Nee, elk mens voelt ergens in de diepte het verlangen te beantwoorden aan zijn roeping – goede grond te zijn voor het zaad dat God in hem zaait. Maar help, hoe doe je dat: goede grond worden?

Als ik in de wintermaanden de stad uit fiets, zie ik ze: de akkers. Omgeploegd, zwart, stil. Wachtend op het zaad dat hen gegeven wordt en dat in hen tot vrucht wordt. Een en al ontvankelijkheid, dit land, verder niets. Eerder riep die aanblik bij mij weerstand op. Dat donkere, dat passieve, dat afwachten. Niets voor mij. Geef mij maar de belofte van de lente, de volheid van de zomer, de overvloeiende herfst. Ik was er te ongeduldig voor, voor deze rust en inkeer. Voor dit afwachten en je openstellen voor wat komt.

Opruimen

Ergens In de afgelopen jaren ben ik veranderd. Want nu zie ik in die lege akkers een prachtig beeld voor mijzelf. Voor mijn innerlijk. Pure ontvankelijkheid, klaar om dat zaad op te nemen en te laten sterven, opdat het in mij tot nieuw leven mag komen en vrucht mag dragen. En dit zijn geen makkelijke woorden, want inmiddels weet ik dat het geen kwestie is van passief afwachten om zover te komen. Nee, het is eerder hard werken. Voordat ik mezelf zo kan openen, moet er eerst opgeruimd worden in mijn ziel. Ik moet van binnen gezuiverd worden van alles wat zich daar beweegt, van alles wat probeert mij in zijn greep te krijgen, van alles wat onnodig ruimte inneemt en een belemmering vormt voor het zaad dat God in mij wil laten ontkiemen.

Een voortdurende buiging

De monniken die zich in de eerste eeuwen van het christendom terugtrokken in onherbergzame streken, gingen, om goede grond te worden, het gevecht aan met hun demonen. Hun trots, ijdelheid, spirituele lauwheid . Ze bestreden ze door het doen van liefdesdaden: in alle deemoed zorgen voor een ander die hulp nodig heeft of die ontvangen wil worden.

Deemoed, nederigheid. Niet als aangeleerde deugd, maar als een spirituele, innerlijke houding. Een voortdurende buiging voor God, voor het leven zelf. Deemoed zuivert je ziel van alles wat het ontvangen van Gods zaad in de weg staat. Och, mocht ik van binnen zijn als een omgeploegde akker in de winter, die ligt te wachten op de Zaaier.

Marga Haas is theoloog en redactielid van Open Deur (zie www.margahaas.nl).

< Terug