< Terug

Goede Vrijdag en Pasen op afstand

Een praktisch-soteriologische analyse

Heil is vanuit christelijk oogpunt sterk verbonden met de gestalte van de lijdende Christus. Daarom is Pasen, waartoe traditiegetrouw ook Goede Vrijdag wordt gerekend, het liturgisch zwaartepunt van het kerkelijk jaar. In maart 2020 moesten kerken vanwege de coronapandemie plotsklaps omschakelen van fysieke samenkomsten naar online video-opnames. Ook Goede Vrijdag en Pasen op 10 en 12 april moesten zo online gevierd worden. In deze bijdrage wil ik over het voetlicht brengen hoe er tijdens die vieringen betekenis werd gegeven aan de lijdende Christus; oftewel hoe de heilzaamheid van het lijden, sterven en opstaan van Jezus toen werd uitgelegd.[1]

Dat deze vieringen juist plaatsvonden tegen de achtergrond van de coronapandemie, geeft aan deze verkenning van betekenisgeving een extra dimensie. Het roept immers de vraag op wat een crisis als deze doet met de manier waarop het heil van Jezus ter sprake wordt gebracht. In wat volgt zal ik eerst mijn werkwijze en methode toelichten, vervolgens geef ik een overzicht van de soteriologische betekenisgeving zoals deze in zeven kerkplekken plaatsvond. Ten slotte zal ik daar kort op reflecteren.

Samenkomen op afstand

In deze verkenning heb ik gekeken naar soteriologische betekenisgeving in enkele nieuwere kerkplekken, waarmee ik aansluit bij het lectoraat van de Christelijke Hogeschool Ede dat gericht is op zingeving in nieuwe gemeenschappen.[2] Zoals gezegd waren alle kerken ten gevolge van de coronacrisis genoodzaakt hun vieringen online vorm te geven. De social media boden volop mogelijkheden. Overigens, ook voor mij als onderzoeker. Om in contact te komen met deze kerkplekken, heb ik naast e-mail ook volop gebruik gemaakt van Twitter en Facebook met de vraag of ik de beelden van de Goede Vrijdag- en Paasvieringen mocht ontvangen. Mijn vraag op Twitter werd door velen gedeeld en zo heb ik uiteindelijk met ruim dertig pioniersplekken en nieuwe gemeenschappen contact gehad, ofwel omdat ik hen benaderd heb, ofwel doordat betrokkenen zelf met mij contact zochten.

Uit de respons bleek dat Goede Vrijdag en Pasen op vele manieren werd georganiseerd, niet alleen live via YouTube, maar ook via Zoom-vergaderingen, WhatsApp en Facebook. Echter, niet overal waren de beelden nog beschikbaar en enkele pioniers/missionair werkers gaven aan in het geheel geen vieringen te hebben georganiseerd of ‘alleen’ Pasen. Gezien de insteek van het onderzoek was het een voorwaarde dat er zowel een Goede Vrijdag-als een Paasviering beschikbaar moest zijn. Verder heb ik geprobeerd om enige geografische spreiding en diversiteit aan kerkelijke ligging in te brengen. Dat betekende onder andere dat ik geen twee kerken uit dezelfde plaats heb opgenomen. Uiteindelijk kwamen er zeven kerkplekken in aanmerking:

KerkplekKerkelijke liggingStartjaar
1. Via Nova, Amsterdam (VN)CGK (Amsterdam in Beweging)2006
2. Cross Culture, Nieuwegein (CC)PKN (multicultureel)2011
3. De Ontmoeting, Wageningen (DO)Unie van Baptisten2009
4. De Fontein, Apeldoorn (DF)PKN (Confessioneel)2014
5. Veenkerk, Amersfoort-Vathorst (VK)PKN (Op Goed Gerucht)2004
6. Geloveni n Spangen, Rotterdam (GS)PKN (IZB)2004
7. Villa Klarendal, Arnhem (VK)Urban Expression2005
Kerkplekken die in aanmerking zijn gekomen voor deelname aan het onderzoek.

Van deze kerkplekken geef ik hieronder een impressie van de manier waarop daar op Goede Vrijdag en Pasen via woorden en beelden betekenis is gegeven aan de dood en opstanding van Jezus. De nadruk ligt dus meer op beschrijving dan op bezinning. In welke mate de overgang naar online samenkomsten invloed heeft gehad en of er verschillen zijn tussen nieuwe(re) en oude kerkplekken valt buiten deze verkenning. Wel mag men aannemen dat juist in de context van nieuwere kerkplekken gezocht wordt naar taal en beelden die aansluiten bij de huidige cultuur. In die zin vormen de onderzochte plekken wellicht een voorhoede in de zoektocht naar (nieuwe) betekenisgeving. Wel heb ik specifiek gekeken naar invloed van de coronapandemie op deze betekenisgeving. Om de verstaanshorizon van de coronapandemie in april 2020 recht te doen geef ik eerst een korte schets van die periode.

Het weekend van 10 april (Goede Vrijdag) tot 12 april (Pasen) vormde de climax van wat nu ‘de eerste golf’ genoemd wordt.[3] Sinds 23 maart zat heel Nederland in een ‘intelligente lockdown’. In korte tijd ging het sociale leven ‘plat’ (horeca en scholen gingen dicht, buitengrenzen op slot, en er was een vliegverbod) en stonden de medische voorzieningen onder grote spanning (gebrek aan beschermingsmateriaal en IC-capaciteit). Meer dan 1300 mensen lagen die week op de ic’s, met een piekdrukte op 7 april en er waren dagelijks ruim honderd coronadoden te betreuren. Dat paasweekend stabiliseerde de situatie zich en tekende zich voor het eerst een lichte daling in de besmettingscijfers af.

Praktische soteriologie als betekenisgeving

In deze verkenning van Goede Vrijdag en Pasen ga ik de praxis in zeven nieuwe kerkplekken theologisch lezen en interpreteren. Vandaar ook ‘praktische soteriologie’: de focus ligt bij de theologische betekenisgeving aan het leven, sterven en opstaan van Jezus in een concrete gemeenschap.[4] Op deze manier poog ik hier een contextuele beschrijving en analyse te bieden van het verstaan van ‘heil’ op basis van wat er gezegd en gedaan wordt in de vieringen op Goede Vrijdag en Pasen.

In de soteriologie wordt verkend op welke manieren betekenis wordt gegeven aan de lijdensweg van Jezus Christus in Schrift en traditie en hoe wij dit vandaag zouden kunnen en moeten doen. De soteriologische pluriformiteit van het Nieuwe Testament,[5] heeft in de christelijke traditie door de jaren heen ook een rijke schakering aan betekenissen opgeleverd.[6] In het Engels maakt men een bruikbaar onderscheid tussen meaning en significance.[7] Betekenis als meaning heeft betrekking op de intentie van een (taal) handeling, in dit geval het lijden en sterven van Jezus, welke bijvoorbeeld in de belijdenis van Nicea-Constantinopel wordt beschreven: Jezus Christus is ‘voor ons’ (te ?p?? ?µ??) zijn kruisweg gegaan.[8]Met andere woorden, wat Christus leek te ‘overkomen’ was, zo belijdt de kerk, daadwerkelijk onderdeel van Gods heilshandelen: God gaf zichzelf in Jezus omwille van het heil van mensen.[9]

De Bijbelse beelden en de uitlegtradities in de christelijke theologie proberen echter daarvan de significance te benoemen: hoe Jezus’ lijdensweg ‘voor ons’ heilzaam is. Ze benoemen de betekenis van sterven en opstanding van Jezus in relatie tot de verstaanshorizon van een lezer of toehoorder. Hoewel soms de begrippen ‘model’ of ‘theorie’ gebruikt worden om de diverse benaderingen te onderscheiden, stel ik voor om te spreken van soteriologische ‘narratieven’. ‘Theorie’ pretendeert teveel een omvattend en zelfstandige (wetenschappelijke) formule te presenteren.[10] Niet alleen denk ik hiermee dichter bij het verhalende karakter van de Bijbel te blijven – waar veel van deze narratieven op teruggaan –, maar ook brengen verhalen het doel van deze soteriologische interpretaties beter tot uitdrukking. Namelijk: benoemen hoe wij onderdeel zijn van wat Christus heeft gedaan door het ‘ontmoetingskarakter’ (‘Christus deed dit voor ons en voor mij’) daarvan te actualiseren.[11]

In de ontmoeting tussen de Bijbelse Jezus en het leven van de lezer/hoorder vindt de soteriologische betekenisgeving plaats (‘redemptive significance’).[12] Soteriologische narratieven zijn ‘hulpverhalen’ die de afstand overbruggen tussen de historische Jezus en de theologische interpretatie daarvan met betrekking tot het heil van mensen. Specifieker, ze leggen uit hoe de komst van Jezus reddende gevolgen heeft voor de gebroken relatie tussen God en schepping.[13]

Om tot een bruikbare analyse van Goede Vrijdag en Pasen in deze kerkplekken te komen heb ik de veertien vieringen verschillende keren bekeken. De eerste keer in één geheel en daarna een tweede en derde keer waarin ik de dienst in een verbatim heb uitgeschreven en gecontroleerd. Alle nonverbale handelingen heb ik met woorden beschreven. Deze uitgeschreven tekst benader ik hier als soteriologische verhalen die kunnen worden gelezen en bestudeerd als ‘tekst’.[14] De nadruk in deze verkenning ligt dus primair in de ‘gescripte teksten’ waarbij ik vooral gekeken heb naar terugkerende zinssneden, patronen en thema’s, naar overeenkomsten en verschillen. Om tot een hanteerbare analyse te komen, ben ik inductief te werk gegaan en heb de verhalen, na meermaals te hebben gelezen, vervolgens voorzien van codes die de alinea’s samenvatten. Deze in totaal zevenenzeventig codes heb ik vervolgens verder geabstraheerd en gegroepeerd tot vijftien codes, welke op hun beurt weer tot drie hanteerbare theologische motieven konden worden samengebracht:

  1. Jezus vereenzelvigt zich
  2. Jezus bevrijdt
  3. Jezus vernieuwt

Aan de hand van deze drie motieven zal ik hier de soteriologische betekenisgeving in de verschillende vieringen bespreken en kan ik zowel de verschillen als overeenkomsten rechtdoen. Ze bieden een interpretatief kader om de betekenis van Goede Vrijdag en Pasen te uit te leggen (waarom is het reddend? waarom is redding nodig?) en te bemiddelen naar de mensen vandaag (hoe is het reddend? hoe is het verzoenend voor ons/mij?).[15]

Soteriologische betekenisgeving in enkele online-vieringen

De onderzochte kerkplekken hebben hun vieringen op zeer verschillende manier vormgegeven, van zeer professionele cameravoering tot opnames via de pc-camera, van zeer creatief tot eenvoudig. Het valt op dat er naast expliciete verbale liturgische handelingen ook veelvuldig gebruik gemaakt wordt van fysieke liturgische handelingen ter ondersteuning van het verbale of als zelfstandige verba visibilia. Terugkerend is de paaskaars die met Goede Vrijdag wordt gedoofd en met Pasen wordt aangestoken. Vooral op Goede Vrijdag wordt in een heel aantal plekken de voorkeur aan de kunst gegeven boven de prediking: schilderijen, poëzie en muziekstukken als luisterliederen. Ook stiltemomenten hebben op Goede Vrijdag een prominente plek. Het verschil tussen Goede Vrijdag en Pasen toont zich ook in de kleding van de deelnemers; stemmig zwart wordt met Pasen ingewisseld voor meer kleurrijke kleding of witte kleding.

In wat volgt zal ik aan de hand van de drie genoemde soteriologische motieven – Jezus vereenzelvigt zich, Jezus bevrijdt, en Jezus vernieuwt – beschrijven op welke manier deze betekenisgeving gebeurt. Deze motieven gelden vooral als parallelle en complementaire verhalen om de heilzaamheid van Jezus’ komst uit te leggen. Opgemerkt moet worden dat dit niet overal en altijd wordt toegelicht. Vanwege de omvang van dit stuk zal ik vooral de focus leggen bij die momenten dat soteriologische betekenisgeving wel expliciet wordt gemaakt en vooral daar waar dit wordt verbonden met de effecten van de coronacrisis.

Corona als vraag aan Goede Vrijdag en Pasen

Het valt op dat de ‘zin’ van Goede Vrijdag en Pasen in bijna alle vieringen aan de orde komt. Goede Vrijdag wordt vooral bevraagd vanwege het inherente paradoxale karakter van deze viering; enerzijds een ‘belangrijke dag voor de kerk’ maar tegelijk een ‘rare term’ die niet past bij het geweld dat Jezus overkwam (GS, 10 april). Het is een ‘teken van pijn en van dood, niet echt een teken van leven’ (CC, 10 april). In Wageningen zegt de voorganger: ‘ik denk zelf dat het verhaal van Goede Vrijdag, van Jezus die sterft aan een kruis, het meest significante verhaal is, het belangrijkste verhaal wat er in de geschiedenis geweest is, en tegelijkertijd ook wel het meest verwarrend’ (DO, 10 april). Tekenend zijn ook de openingswoorden van de beide voorgangers in de Veenkerk: ‘En het enige goede aan dit verhaal is dat hij bleef liefhebben. Zelfs toen hij geconfronteerd werd met onuitsprekelijke wreedheid en onrecht. Nog steeds’ (VK, 10 april). De paradox wordt verder verscherpt doordat het geweld van het kruis nadrukkelijk verbonden wordt met God zelf. Zo bidt de voorganger: ‘God we komen samen rondom jouw kruis’ en ‘zoals jij zweeg aan het kruis’ (VK, 10 april).

De pijnlijke werkelijkheid van Gods betrokkenheid bij het kruis wordt naast woorden ook met muziek en beelden tot uiting gebracht. Bijvoorbeeld in de viering van Via Nova wordt Goede Vrijdag kracht bijgezet door het stuk ‘Threnodie’ (1960) – geschreven door de Poolse componist Krzysztof Penderecki voor de slachtoffers van Hiroshima. Een stuk dat door de schrille geluiden van de strijkers angstaanjagend genoemd kan worden.

Waar Goede Vrijdag inhoudelijk bevraagd wordt op de vermeende ‘goedheid’ van die dag, daar is corona een vraag naar de opstandingsrealiteit van Pasen. De confrontatie met de onmacht, het lijden en de onzekerheid van deze pandemie brengt een zekere existentiële spanning tussen opstanding en corona voort. Corona speelt in veel vieringen de rol van de ‘dood’, de ‘onzichtbare vijand’ (VK, 10 april) en de crisis van het moment die deze gebroken wereld tekent. In de Paasviering van Villa Klarendal representeren de grafieken van het RIVM de aanwezigheid van de dood en verlies waarmee mensen dagelijks geconfronteerd worden (VI, 12 april). Corona isoleert mensen, brengt eenzaamheid, wanhoop, zorgen en onzekerheid en doet veel mensen het verlies van geliefden ervaren.

In De Fontein speelt vooral de directe ervaring van de voorganger met de gevolgen van corona in zijn eigen dorp (onder andere ziekte en overlijdens in een verzorgingstehuis) een grote rol. In een kort gesprek aan het begin van de viering met de ouderling van dienst noemt de voorganger zijn ‘moeite om tot Pasen te komen’ en typeert, ‘we leven in een soort uitgerekte Stille Zaterdag’ (DF, 12 april).

Tegelijk vormt de ervaring van corona ook een nieuwe verbinding met de Bijbelse verhalen. In Geloven in Spangen verbindt de spreker de ‘rare week’ van zijn hoorders met de ‘rare week’ van Jezus in aanloop naar zijn sterven: wat begon met een intocht eindigt met gedesillusioneerde leerlingen die binnen zitten (GS, 10 april). Elders is de ontreddering en teleurstelling van de vrouwen die het graf bezoeken (Lukas 24:1-12; Johannes 20:1-18) dezelfde

als die van mensen vandaag.[16] Zoals de voorganger in De Fontein het verwoordt: ‘Ik voel mee met Maria van Magdala, die zo bij het graf loopt en niet weet waar ze naartoe moet met haar gedachten en haar emoties’ (DF, 12 april). In De Ontmoeting Wageningen wordt de intelligente lockdown tijdens de Paasviering gebruikt als brug naar de leerlingen van Jezus die zich na diens kruisiging terugtrokken en binnen zaten uit angst voor de joodse leiders (Johannes 20:19-29). En in Villa Klarendal is het dagboek van de Engelse schrijver John Donne (1572-1631) en zijn verslag van de grote epidemie in Londen een centrale bron. De ontreddering en onzekerheid van de coronacrisis is zo ook de toestand waarin ‘Pasen’ komt: ‘Die opstanding die binnenkwam in een wereld van zorgen, van angst en paniek’ (VN, 12 april). Het is dit contrast dat aanleiding is tot bezinning op Pasen: ‘Kunnen wij nog wel Pasen vieren als er zoveel ellende in de wereld is? … Wat moeten we met die opgestane Jezus’ (DO, 12 april).

Jezus vereenzelvigt zich

Tegen deze achtergrond wordt de betekenis van het heil van Jezus vormgegeven in woorden en liturgische handelingen langs de drie genoemde lijnen. Ten eerste ‘Jezus die zich vereenzelvigt’ met de toestand van onze wereld en specifiek die van de lijdende mens. Enerzijds om te benoemen hoe groot Gods liefde en betrokkenheid is bij deze wereld, als beeld van de overbrugging die het heil realiseert, anderzijds als Gods oordeel over het onrecht in onze wereld doordat Christus de kant kiest van de verdrukte.

In de Goede Vrijdagviering van Via Nova wordt Gods identificatie met onze menselijkheid in Jezus krachtig verwoord met het gedicht ‘Jesus of the Scars’ van de Engelse predikant Edward Shillito, dat eindigt met de woorden: ‘But to our wounds only God’s wounds can speak, And not a god has wounds, but Thou alone.’ Datzelfde geldt voor Cross-Culture waar een iemand een gebroken vaas met een crucifix toont en een ander een schilderij met een gekruisigde Jezus. Muzikaal komt Jezus’ vereenzelviging terug in de popliederen die worden gebruikt om het lijden van Jezus te verbeelden: onder andere ‘The Seer’s Tower’ van Sufjan Stevens (VN, 10 april), Bløfs ‘Omarm’ en ‘Breng hem thuis’ uit de Nederlandse versie van de musical Les Miserables (VK, 10 april).

Minder bewust, maar niet minder herkenbaar, is de bekende vioolsolo gecomponeerd door John Williams voor de film Schindler’s List in het lied ‘Via Dolorosa’ van de muziekgroep Sela. Tegelijk is het een krachtige verbinding van het lijden van de Shoah met lijdende Joodse Jezus. Ook in de overdenkingen wordt de heilzaamheid van Jezus’ eenwording met de menselijke situatie beklemtoond: ‘Wat laat hij dan zien?

Niet z’n spierballen of ‘kijk mij eens mijn verheerlijkte lichaam,’ nee, wat laat hij dan zien? Hij laat zijn wonden zien. Alsof hij wil zeggen: ‘ik identificeer me met jullie pijn, met alles wat jullie meemaken, met de dood en de ziekte en alles waar jullie doorheengaan’ (DO, 12 april). Eenzelfde lijn komt naar voren in het getuigenis van een van de kerkgangers van Cross-Culture Nieuwegein die zegt dat met Pasen gevierd wordt dat ‘Jezus uit de hemel kwam voor ons, in onze shit, dat hij stierf voor ons om onze, ja, ellende’ (CC, 12 april). De voorganger van De Fontein legt de betekenis hiervan uit als hij aangeeft hierdoor bemoedigd te worden: ‘omdat hij ook geleden heeft, dat hij daarbij is, dat hij het snapt, dus dat hij mij als het ware daar doorheen trekt’ (DF, 12 april). En in Villa Klarendal wordt in het kader van de pandemie benadrukt dat Jezus ‘weet wat het is om ziek te zijn’ (VI, 12 april), waarna samen geluisterd wordt naar het bovengenoemde ‘Via Dolorosa’ van Sela, met de terugkerende zin: ‘Maar omdat Hij van ons hield met heel zijn hart, is Hij gegaan.’

Jezus’ vereenzelviging wordt ook specifiek betrokken op het lot van de zwakke, de gemarginaliseerde en onderdrukte mens als manifestatie van de gebrokenheid van deze wereld. Jezus verbeeldt zo het lot van hen wier leven kapotloopt op de machtigen van deze aarde: ‘En zo komen we Jezus tegen vandaag de dag, in de verschoppelingen van deze aarde, in de vluchtelingenkampen, in de mensen die eruit liggen, in de gevangenissen. Overal waar mensen niet in het systeem passen en als het ware gekruisigd zijn’ (VN, 12 april). Dat Jezus zich in bijna letterlijke zin het lot ‘aantrekt’ van hen die aan het kortste eind trekken maakt zijn lijdensweg tegelijkertijd allesbehalve uniek, zo wordt opgemerkt in de Veenkerk: ‘Zijn verhaal lijkt triestig veel op allerlei situaties uit onze eigen tijd en door de geschiedenis heen’ (VK, 10 april).

Dat Jezus zich het lot aantrekt van de gemarginaliseerde mens, verbeeldt tegelijkertijd ook de ‘onmenselijkheid’ waarin de mensheid als geheel deelt (VK, 10 april). Die ongemakkelijke kant van Jezus’ vereenzelviging met de gemarginaliseerde mens en het oordeel dat daarin meekomt, wordt in andere vieringen theologisch geduid met zonde en schuld. In De Fontein wordt dit bezongen in de koralen van de Matthäus Passion: ‘Ziedaar de schuld van wie het recht verlaten’ die wij herkennen als de onze: ‘Ik ben het die moest boeten’ (DF, 10 april). In De Ontmoeting noemt de voorganger het bekende zondebok-mechanisme om de betekenis naar het heden uit te leggen: ‘Jezus is de zondebok in een oneerlijk proces. En eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Pilatus in zekere zin, hoe pijnlijk het misschien ook is, symbool staat voor ons allemaal … We schuiven schuld liever af, op mensen om ons heen, op bestuurders, op minderheden, op wat dan ook. We zoeken naar zondebokken, maar we kijken het liefste niet naar onszelf’ (DO, 10 april).

Jezus bevrijdt

Het tweede soteriologische motief is dat van bevrijding: Jezus die mensen bevrijdt van dat wat hen gevangen, gebonden, of ten onder houdt. Deze bevrijding wordt meestal niet verder geëxpliciteerd en waar het wel gebeurt zijn er meerdere invullingen: ofwel therapeutisch (van angst, onzekerheid), militair (uit gevangenschap, slavernij) of juridisch (vrij van schuld, boete). In de paasviering van Via Nova beschrijft de voorganger Jezus als de bevrijder van de ontaarding van de machten die deze wereld in hun greep hebben (onder andere gezondheid, geluk, vrede, schoonheid, geld, nationaliteit, status). Christus heeft deze ‘ontmanteld’ (Kolossenzen 2:15): ‘Systemen en structuren moeten er op een bepaalde manier ook zijn. Maar ze worden heel snel veel te sterk. Ze regeren ons, ze maken ons tot slaven. Nou en als Jezus dan overwonnen heeft brengt hij ze nou tot hun goede verhoudingen terug, zogezegd.’ (VN, 12 april).

Eenzelfde motief klinkt in de gezongen woorden uit de vertaalde Matteüs: ‘Bedrog vervult de wereld wijd, de leugen en de geldingsstrijd die zwakken doet verstikken! Maar wees niet bang, want God zij dank redt Hij uit valse strikken’ (DF, 10 april). Klassieker is ‘de bevrijding van zonde’ die in deze vieringen vooral naar voren komt in de zin van Christus die de ‘prijs betaald heeft’. In Villa Klarendal wordt middels de woorden van John Donne gezegd dat Jezus ‘weet hoe zwaar de last van onze fouten is, omdat Hij er een hoge prijs voor heeft betaald’ (VI, 12 april). Ook een aantal kerkgangers van Cross Culture Nieuwegein gebruiken dit motief: ‘Jezus Christus heeft mij vrijgemaakt. Ik ben vrij van zonde.’ (CC, 10 april) en ‘Hij stierf voor ons om onze, ja, ellende, ons vrij te kopen van de gevangenis waar we in zaten’ of ‘I think of Jesus Christ, Son of God, who suffered and died on the cross so that we could be free. He paid the price of my sins’ (CC, 12 april).

Een andere lijn is Jezus als bevrijder van angst, pijn, en het meest prominent, de bevrijding van de dood. Jezus is degene die ‘macht had over de natuur over leven en dood, over ziekte’ (DO, 10 april), door wiens toedoen de dood niet langer ‘het laatste woord’ heeft of niet langer een ‘breuk’ vormt met het leven (VK, 12 april). In Geloven in Spangen wordt ‘Jezus overwinnaar’ (Opwekking 832) gezongen – een lied dat uitkwam in 2019 en vanwege de populariteit in 2020 werd opgenomen in de Opwekkingsbundel:[17] ‘Want U bevrijdt en geeft leven’ om daar in de overdenking aan toe te voegen ‘de geur van de dood is voorbij’ (GS, 12 april). In Villa Klarendal wordt deze lijn het meest expliciet en wel in de gebeden: ‘Christus, ons leven, door uw dood aan het kruis hebt U de dood en het dodenrijk vernietigd’ (VI, 10 april) en in het slotgebed op Pasen: ‘we willen gewoon echt nu heel praktisch ervaren dat we niet bang hoeven te zijn voor dood en ziekte, maar dat we mogen we weten dat u daar de baas over bent en dat de dood gewoon niet het laatste woord heeft’ (VI, 12 april).

Jezus vernieuwt

Ten derde wordt Jezus’ dood als opstanding uitgelegd als een vernieuwing van de wereld. Zo wordt Goede Vrijdag op een heel aantal plaatsen sterk geassocieerd met het komende Koninkrijk dat de betekenis krijgt van een morele omwenteling. In De Ontmoeting zegt de voorganger: ‘Daar besteeg Jezus de troon van een koninkrijk wat compleet ondersteboven is. Een koninkrijk waarin wij leven ontvangen door het te verliezen’ (DO, 10 april). Ook in Geloven in Spangen wordt Goede Vrijdag geplaatst binnen het kader van Jezus’ koningschap. De voorganger wordt echter nog iets concreter wat betreft de betekenis daarvan: ‘God die zichzelf deelt zodat wij ons eigen leven kunnen delen met mensen, God die ons liefheeft zodat wij andere mensen kunnen liefhebben, God die ons genadig is, zodat wij genade kunnen betonen aan andere mensen’ (GS, 10 april). Ook in Villa Klarendal wordt op Goede Vrijdag gebeden: ‘Jezus onze Heiland, U hebt uw leven gegeven uit liefde voor alle mensen; raak ons met uw liefde om elkaar oprecht lief te hebben’ (VI, 10 april).

Het meest prominent in de Paasvieringen is de vernieuwde werkelijkheid die de opstanding voortbrengt. De coronacrisis maakt dat de theologische spanning tussen het ‘reeds en nog niet’ hier op scherp komt te staan. In de vieringen wordt deze spanning divers opgelost: metaforisch, futuristisch, via de geloofservaring, of als existentieel paradigma. In de Veenkerk is de tekst van het lied ‘U zij de glorie’ (lied 634; Opwekking 213) aanleiding tot reflectie: ‘OK, in de natuur past dat overwinningslied wel, maar voor ons voor nu in Vathorst en wereldwijd is ervan overwinnen even helemaal geen sprake’ (VK, 12 april). De realiteit van ziekte en dood staat op gespannen voet met Pasen. De ‘uitweg’ uit de contradictie tussen opstanding en corona wordt gevonden in de metaforische betekenis die aan het lege graf wordt gegeven. Pasen heft de ellende van corona niet op en het beschermt ook niet tegen het virus: ‘Het is een dringende oproep dat jouw weg, een weg van leven is en dat dat leven in het licht van Pasen, van Gods liefde, goed genoeg is om waar te zijn. Het mag en kan niet stuklopen in de neergeslagen werkelijkheid’ (VK, 12 april). De hoop van Pasen krijgt betekenis in de ruimte die geboden wordt voor wat gebroken is. Leonard Cohens ‘Broken Hallelujah’ klinkt vervolgens op de piano, gevolgd door een filmpje met kleurrijke beelden van betrokkenen bij de Veenkerk waarin het leven gevierd wordt, ondersteund door Guus Meeuwis’ lied ‘Het kan hier zo mooi zijn’.

In de Fontein gebruikt de voorganger het bloemstuk op het spreekgestoelte en speelt met het verschil tussen een bloem die nog in de knop zit en die reeds is uitgekomen en stelt de vraag welk van de twee Pasen is. Om een ‘triomfantelijke sfeer’ rond Pasen te vermijden laat hij het lied ‘Jezus Overwinnaar’ niet zingen: ‘Dat is te triomfantelijk’ (DF, 12 april). Door corona is de dood te reëel, zo geeft hij aan. Hij duidt de betekenis van Pasen vooral futuristisch, dat ‘Jezus mij één stap vooruit is, om het zo maar eens te zeggen. Dat hij mijn toekomst is’ (DF, 12 april). Pasen vertelt ons dat Jezus ons na de dood opwacht. Opmerkelijk genoeg krijgt de voorganger in het rondetafelgesprek na de overdenking tegengas van een van de muzikanten die opmerkt dat wij net als koning Josia (bedoeld is Josafat in 2 Kronieken 20:1-19) God mogen danken voor de overwinning nog voor de veldslag heeft plaatsgevonden: ‘wij mogen God danken dat hij genezing geeft, ook al zitten we nog met z’n allen in de crisis. En dat betekent niet dat er geen mensen zullen overlijden, dat er geen pijn zal zijn, maar we mogen wel weten dat Jezus de overwinning al heeft behaald’ (DF, 12 april).

In andere vieringen wordt weer een andere weg gewezen. In Cross-Culture Nieuwegein wordt Pasen vooral realiteit in de individuele geloofsbeleving. Zo geven kerkgangers aan dat je Pasen niet zozeer ziet in deze wereld, maar dat je het ‘mag geloven omdat Jezus het zegt’, en ‘dat wij volledig op Hem mogen vertrouwen.’ Een ander verbindt het met levensvreugde: ‘I feel totally rejoiced, I feel so rejoiceful, I feel so happy, I am totally really rejoicing over the resurrection of Jesus, and knowing that what’s written in the Scriptures are [sic!], that it is the truth’ (CC, 12 april). In Geloven in Spangen benadrukt de voorganger in zijn gebeden en overdenking de existentiële betekenis van de opstanding. De lente is hierbij zijn aanknopingspunt:

En als je hier – als ik om mij heen kijk, ik zit in een tuin waar nog allerlei dode dingen staan die gaan vast allemaal weer tot leven komen, maar voor nu – we bevinden ons in een wereld die niet perfect is. En een van de dingen waarin je dat kunt zien is dat ik tegen een schermpje sta te praten en dat jullie mij door een schermpje zien. We kunnen niet bij elkaar komen omdat er een virus deze wereld in bedwang houdt. Er zijn mensen ziek, er gaan relaties kapot. Er gaan dingen mis, we falen. Waar is die nieuwe wereld dan? Waar is Pasen? De nieuwe wereld en Pasen en het verhaal van Pasen en de boodschap van nieuwe leven is dat er hoop is. In alle situaties hoe donker ook is er hoop omdat Jezus weer leeft. En die hoop die ja die helpt ons om op te staan, om mee te doen in dat verhaal waarin we een rol kunnen krijgen. Waarin we handen en voeten worden van Jezus die de hele wereld nieuw wil maken (GS, 12 april).

De nieuwe werkelijkheid van Pasen is, ondanks corona, zichtbaar in de manier waarop christenen in het leven staan: zij zijn de loten van het ontluikende Koninkrijk. Ook in Villa Klarendal klinkt eenzelfde duiding. Aan de hand van 1 Korintiërs 15:50-58 (‘De dood is opgeslokt in Gods grote overwinning’) moedigt de voorganger haar gemeenschap aan niet meer bang te hoeven zijn, omdat God ons vasthoudt en daarmee de ruimte geeft, zo zegt zij, ‘om iets voor God te gaan doen’ (VI, 12 april). Pasen geeft zin aan het leven en wat mensen doen. In haar slotgebed verbindt zij de opstanding ook met de moed om er voor elkaar te zijn. De opstanding realiseert zich in mensen die moed houden in deze wereld, zegt ook de voorganger van Via Nova: ‘Geloof de machten niet en wees niet bang’ (VN, 12 april). Hij doorbreekt de genoemde spanning door de notie dat het vernieuwende werk van Christus gekenmerkt wordt door ‘dood én opstanding’:

Dat is waar Pasen over gaat. God werkt door dood en opstanding. Hij kan jouw zorgen en angsten nemen en er iets goeds uit maken. […] Er moet iets in ons sterven om weer te kunnen opstaan, zoals hij is gestorven om op te staan uit de dood: Jezus leeft, hij is hier bij ons, om ons heen, in ons, en hij gaat voor ons uit met de littekens van het kruis, want elke overwinning is getekend door littekens. (VN, 12 april).

Zonder die opstanding, zo stelt deze voorganger, zou dit slechts idealisme zijn, ‘[m]áár, Jezus is opgestaan’, Jezus is degene die ‘uit de dood nieuw leven schept’ en daarmee een nieuwe werkelijkheid heeft voortgebracht die blijvend gekenmerkt wordt door die kruisweg van dood en leven (VN, 12 april). Pasen is een overwinning met littekens, zoals ook in De Ontmoeting meermaals wordt opgemerkt. De opstanding wist het lijden niet uit. Hier wordt de opgestane Jezus zelfs getypeerd als de ‘de meest kwetsbare mens’ (DO, 12 april). Dat laatste illustreert de spreker met een crucifix dat hij ooit op een rommelmarkt kocht. Het nieuwe leven dat Jezus brengt sluit kwetsbaarheid niet uit, maar in. Daarom kan, zo merkt hij op, juist in coronatijd Pasen worden gevierd. Aan de hand van een icoon waarop een Christusfiguur een monnik ‘nabij’ is, zo is de kwetsbaarheid de vorm waarin Jezus mensen zendt: ‘Jezus zegt: “al zit je opgesloten in je huis, ook al ben je klein en kwetsbaar, ik wil mijn geest aan je geven zodat je nieuwe kracht ontvangt, zodat je deze wereld in kunt gaan met mijn boodschap van liefde, van vergeving, van bevrijding”’ (DO, 12 april).

Enkele observaties

In deze bijdrage zagen we hoe de heilzaamheid van Goede Vrijdag en Pasen in een aantal kerkplekken in april 2020 woorden en beelden heeft gekregen. Anders gezegd, hoe er betekenis (significance) is gegeven aan de lijdensweg en opstanding van Jezus. De drie motieven die naar voren kwamen in deze vieringen hebben ons geholpen om te formuleren hoe het ‘ontmoetingskarakter’ tussen het Bijbelse verhaal en mensen in april 2020 werd geactualiseerd. Deze drie motieven laten zich, in aansluiting met André Verweij, daarom typeren als dynamische pogingen om het Jezus’ leven, sterven en opstanding te ‘positioneren’ ten aanzien van de hoorder/kijker.[18] Deze ontmoeting wordt tot stand gebracht doordat de verhalen van de Bijbel (of van John Donne) vrij direct op de situatie van de hoorders van nu worden betrokken; de angst en onzekerheid van de vrouwen bij het graf is de angst en de onzekerheid van mensen nu. Door deze narratieve identificatie komt Pasen, zoals een van de voorgangers het treffend zegt, ook de huiskamers binnen van mensen in de anderhalvemetersamenleving. Resumerend krijgt het heil in deze ontmoeting vervolgens betekenis via de theologische lijnen van openbaring en herschepping.

Goede Vrijdag toont vooral wat wie deze God is (openbaring). Iemand die omziet naar de lijdende mens en de verbinding met ons zoekt in Jezus, die weet wat het is om te lijden. Een aspect dat juist vanwege de coronapandemie sterk wordt benadrukt. Verweij noemt dit ‘redemptive proximity’.[19] De verzoening, de spil waar het christelijke heil om draait, gebeurt nadrukkelijk op Gods initiatief. God zoekt het heil van mensen. Deze wordt gerealiseerd doordat God in de komst van Jezus als mens, met als hoogtepunt de kruisiging, de schepping met zichzelf verenigd heeft (‘at-one-ment’). In de duiding van het waarom van verzoening spelen klassieke noties als vergeving van schuld of eerherstel na schaamte slechts een marginale rol. Schuld en schaamte worden vooral betrokken op horizontale relaties en niet per se richting God zelf. Slechts af en toe valt het bredere begrip zonde en bijna uitsluitend in de multiculturele setting van Cross Culture, maar dat wordt nauwelijks uitgewerkt in de betekenis van ‘zondig staan voor God’. Des te nadrukkelijker wordt het ‘waarom’ van het heil afgezet tegen de noties van angst en onzekerheid, sociaal onrecht, de verslavende machten van deze wereld, en de greep van de dood op ons leven, welke vooral geconcretiseerd wordt door de dreigingen van corona. Dit ‘kwaad’ wordt doorbroken en overwonnen door Jezus’ representatieve lijdensweg.

Daarnaast tonen Goede Vrijdag en Pasen ons waartoe God de wereld bestemd heeft (herschepping); in welk ‘Koninkrijk’ Christus ons uitnodigt om mee te bouwen. Het valt hier op dat corona de objectiviteit van deze nieuwe werkelijkheid flink onder druk zet. De confrontatie met ziekte en dood in onze Westerse maatschappij herinnert aan de onveranderde gebrokenheid van deze wereld. In veel vieringen krijgt de nieuwheid van Pasen daarom vooral subjectieve betekenis.[20] Dit is wat Van der Kooi en Van den Brink typeren als ‘verzoening door omvorming’.[21] Door het gaan van de weg van de gemarginaliseerde mens word je deel van de vernieuwende morele werkelijkheid waarin verliezen, delen, en geven als winst worden beschouwd en ruimte bestaat voor kwetsbaarheid. Die nieuwe werkelijkheid die begint met Jezus’ overwinning van de dood, welke zichtbaar wordt gevierd in het licht dat ontstoken wordt, in de kleurrijke kleding en de metafoor van de lente, die voorziet in een heilzaam perspectief op het leven in gebrokenheid. De heilzaamheid van Pasen wordt daarom sterk verbonden met de hoop. Het leven krijgt zin doordat God het vasthoudt en van toekomst voorziet. Het is, ten slotte, ook op dit punt opvallend dat de ervaring met corona leidt tot bewuste tempering van de eerdergenoemde overwinningstaal,[22] zodat de urgentie blijft deze hoop actief om te zetten in daden die bijdragen aan de voltooiing van Christus’ Koninkrijk.

Jan Martijn Abrahamse is docent systematische theologie en ethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede.

Noten

[1] Voor het gemak gebruik ik ‘nieuwe kerkplekken’ als verzamelterm voor de zeven onderzochte missionaire initiatieven die allemaal in dit millennium zijn gestart. Zie ook: René de Reuver en Martijn Vellekoop, Mozaïek van kerkplekken: Over verbinding tussen bestaande en nieuwe vormen van kerk-zijn, Utrecht: Dienstencentrum Protestantse Kerk in Nederland 2019.

[2] Sake Stoppels, ‘Heil zien in missionaire initiatieven: Een zoektocht naar de theologie achter nieuwe vormen van geloofsgemeenschap’ Lectorale rede, Christelijke Hogeschool Ede, 21 juni 2019.

[3] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-tijdlijn (bezocht op 3 april 2021).

[4] Pete Ward, Introducing Practical Theology. Mission, Ministry, and the Life of the Church, Grand Rapids: Baker Academic 2017, 3-4, 13.

[5] Jan G. van der Watt (ed.), Salvation in the New Testament. Perspectives on Soteriology, Supplements to Novum Testamentum, Vol. 121; Leiden/Boston: Brill 2005.

[6] Adam J. Johnson (red.), T&T Clark Companion to Atonement, London: Bloomsbury 2017.

[7] Vincent Brümmer, Wijsgerige begripsanalyse. Een inleiding voor theologen en andere belangstellenden Kampen: Kok 1989, 80-97.

[8] Henricus Denzinger, Adolfus Schönmetzer, Enchiridion Symbolorum Definitionum et Declarationum. De Rebus Fidei et Morum, editio XXXVI, Freiburg: Herder 1976, 66.

[9] Romeinen 8:32; 1 Korintiërs 15: Efeziërs 5:2; Titus 2:14; Markus 10:45.

[10] Adam J. Johnson, ‘Theories and Theoria of the Atonement. A Proposal,’ International Journal of Systematic Theology 23.1 (2021), 92-108.

[11] Eleonore Stump, Atonement, Oxford Studies in Analytic Theology; Oxford University Press 2018, 301.

[12] Michael Root, ‘The Narrative Structure of Soteriology’, in: Stanley Hauerwas en L. Gregory Jones (eds.), Why Narrative? Reading in Narrative Theology, Grand Rapids: Wm. B. Eerdmans 1989, 265.

[13] Root, ‘The Narrative Structure of Soteriology,’ 267.

[14] Ruard Ganzevoort, ‘Narratieve benaderingen in de praktische theologie’, Humanistiek 12.47 (2011), 61-70.

[15] Root, ‘The Narrative Structure of Soteriology’, 269.

[16] Verweij, Positioning Jesus’ Suffering, 141-143. Verweij merkt op dat predikanten Bijbelteksten ‘extrapoleren’ om de lijdensweg van Jezus van betekenis te voorzien waardoor nieuwe soteriologische aspecten oplichten.

[17] Tijdens de eerste lockdown groeide ‘Jezus Overwinnaar’ uit tot een kerkelijke hit.

[18] André Verweij, Positioning Jesus’ Suffering: A Grounded Theory of Lenten Preaching in Local Parishes, Delft: Eburon 2014, 88-89, 256.

[19] Verweij, Positioning Jesus’ Suffering, 89-98.

[20] Paul S. Fiddes, ‘Salvation’, in: John Webster, Kathryn Tanner, en Iain Torrance (eds.), The Oxford Handbook of Systematic Theology, Oxford University Press 2007, 179.

[21] Kees van der Kooi en Gijsbert van den Brink, Christelijke dogmatiek. Een inleiding, Zoetermeer: Boekencentrum 2012, 425-428.

[22] Fleming Rutledge, The Crucifixion. Understanding the Death of Jesus Christ, Grand Rapids: Wm. B. Eerdmans 2015, 348-394.

< Terug