< Terug

Het litteken

Milan en Liva zijn bij opa en oma. Opa’s broer Leo is er ook.
Die is er niet vaak.
‘Wat heeft hij op zijn arm?’ fluistert Liva.
‘Een heel groot litteken’, fluistert Milan.
‘Het ziet er eng uit’, zegt Liva. ‘Hoe zou hij daaraan komen?’
‘Misschien was hij piraat’, zegt Milan.
‘Zo oud is hij nou ook weer niet’, zegt Liva. ‘Hij heeft vast gevochten met een dief.’
‘Of hij was zelf een dief’, zegt Milan. ‘Of hij heeft zich gesneden bij het scheren’, zegt Liva.
‘In je arm? Dan ben je wel echt een kluns’, zegt Milan.

‘Hebben jullie het hierover?’ vraagt Leo. Hij tilt zijn arm op.
Milan en Liva worden rood.
‘Ja’, zegt Liva. ‘We vroegen ons af hoe u aan dat litteken komt.’
‘Was u een piraat?’ vraagt Milan. Liva stoot hem aan.
‘Sst, joh!’

Leo lacht. ‘Ik zal het vertellen. Lang geleden was ik nog jong. Op een avond liep ik door ons dorp toen ik rook uit een schuurtje zag komen. Brand!
Er waren nog geen mobieltjes, dus ik moest naar iemand toe om de brandweer te bellen. Maar toen hoorde ik een hond blaffen… in de schuur. Met mijn blote vuist heb ik het raam ingeslagen en de hond gered. Alleen raakte ik daarbij nogal gewond. Snij-en brandwonden.
En dat is dit litteken geworden.’

‘Wow’, zegt Milan.
‘Eigenlijk is dat litteken dus een medaille’, zegt Liva.
Leo lacht trots. ‘Dat is het mooiste wat ik ooit gehoord heb over mijn litteken.’

 

Beeld en tekst: Iris Boter, schrijver en illustrator (zie www.irisboter.nl).

Het litteken

< Terug