< Terug

Het nieuwe abnormaal

Het weldadige goede leven bleek zich in de laatste maanden maar moeizaam te verhouden tot de huidhonger waar we toe veroordeeld worden in de anderhalve-meter-economie. Wat was en is het vreemd om de aanrakingen van vrienden, collega’s en kinderen te ontberen.

Wat heeft een mens dat nodig, dat anderen even woordeloos je hand pakken of je extra stevig omhelzen. Die lijfelijke bevestiging blijkt zoveel meer te zijn dan een vertrouwd begroetingsritueel. Het voelt kaal en armoedig als die er niet is. Nog maar even geleden was er op gezette tijden grote verontwaardiging in de landelijke media over mensen die anderen geen hand wilden geven, vanuit religieuze of andere overwegingen. Onbeschoft en onaangepast, niet te tolereren! Zo werden deze handweigeraars gezien. Van de ene dag op de andere schoven we samen over die onzichtbare lijn en gaf niemand meer een hand. Wat een vreemde gewaarwording!

In de tijd dat ik justitiepredikant was, hebben gedetineerden me vaak duidelijk gemaakt hoe wrang het is om te verblijven tussen alleen mannen ( of in de vrouwengevangenis tussen alleen vrouwen) die elkaar niet mogen aanraken. Achter de muren zijn immers geen oma’s die even over je hoofd aaien, geen kinderen die bij je op schoot kruipen, geen vriendinnen die je een zoen geven of hun hand op je knie leggen. Zelfs geen honden om af en toe te aaien. Natuurlijk is er bij ingeslotenen een grote behoefte aan erotiek, vooral omdat het veelal om jonge mannen gaat, maar er is ook een grote behoefte aan normale aanrakingen. Dat wist ik. Maar hoe het voelt om zo lang door bijna niemand aangeraakt te worden, dat weet ik nu pas.

Voor het eerst realiseer ik me dat er veel mensen zijn in onze samenleving die altijd huidhonger hebben. Denk aan daklozen of mensen die ernstig gehandicapt zijn. Het is alsof we voor het eerst beseffen hoe het is wanneer er met een boog om je heen gelopen wordt. Daklozen maken dat dagelijks mee. Mensen zien hen vanuit hun ooghoeken aankomen en maken een omweg. Dat is echt een ervaring van onzichtbaar zijn, niet gezien worden – en heel pijnlijk om mee te maken. Nu is het voor ons allemaal dagelijkse praktijk geworden: we mijden elkaar.

Misschien kan deze crisis ons leren om meer oog te hebben voor wie niet meer worden aangeraakt. Misschien nodigt onze eigen ervaring van de afgelopen maanden ons uit om de huidhonger bij anderen beter te onderkennen. Laten we elkaar maar weer stevig omhelzen als dit allemaal voorbij is.

Folly Hemrica is theoloog en redactielid van Open Deur. Zij werkte o.a. als justitiepastor en straatpastor.

< Terug