< Terug

Het woord is geschied zoals het gezegd is

Kerstavond (Lucas 2:1-20)

Aan de hand van de Griekse narratieve signaalwoorden egeneto de of kai egeneto (= ‘en het geschiedde’; niet vertaald in de Nieuwe Bijbelvertaling) kan Lucas’ vertelling van Jezus’ geboorte in drie gedeelten worden ingedeeld: Lucas 2:1-5: het grotere kader van de geboorte; Lucas 2:6-14: de omstandigheden van en de verkondiging over de geboorte door de engelen; Lucas 2:15-20: de reacties van de herders en allen die ervan hoorden. Het signaalwoord egeneto klinkt nogmaals als plotseling de hemelse legermacht van engelen verschijnt (Lucas 2:13), waardoor hun koor extra wordt uitgelicht.

In plaats van historische datering had Lucas een theologische reden om een volkstelling te vermelden als omstandigheid bij de geboorte van Jezus (2:1-3): de macht van keizer Augustus strekte zich uit over de hele wereld, zodanig dat hij als keizer-god overal zijn pionnen kon laten bewegen en complete volksverhuizingen op gang kon brengen. Van meet af aan staat deze zelfbenoemde keizer-god – de naam Augustus, ‘verhevene’, had hij zelf bedacht – tegenover de Zoon van God.

Volkstelling

Een joodse lezer denkt bij een volkstelling meteen aan het begin van het boek Numeri. Daar wordt, naar Gods gebod, de eerste volkstelling onder de Israëlieten gehouden. Deze is bedoeld om het aantal weerbare mannen van twintig jaar en ouder te tellen: zo wist Mozes hoe sterk zijn krijgsmacht was. Dit gebod ging gepaard met een verbod om leden van de stam Levi in te schrijven. In Numeri 3 moeten vervolgens ook de Levieten ingeschreven worden, nu juist niet met het doel om de krijgsmacht te versterken, maar ten dienste van God en de tempel. In de verhalen over koning David blijkt er echter een taboe op volkstellingen te zijn: in 2 Samuel 24:10 en 1 Kronieken 21:5 beseft David dat het houden van een volkstelling een grote zonde is. Deze volkstelling wordt toch gehouden, óf omdat God boos is op David (2 Samuël 24:11-12) óf omdat Satan David ertoe aanzet (1 Kronieken 21:1). Een volkstelling is dus niet per se goed of slecht; dit oordeel hangt af van wiens belang deze dient. Ligt het initiatief bij de koning om zichzelf meer macht en status te geven, of staat deze ten dienste van de hemelse God? In Lucas 2 gaat het duidelijk om het eerste: de keizer wil weten hoe groot zijn ‘boedel’ is, en dat betekent niet veel goeds. Tegenover deze ‘koning’ in Rome staat de Zoon, de gezalfde uit de stad van David.

Huis of herberg?

Met het risico dat het voor de kerkgangers een alles-is-anders-show wordt, is er ook nog een exegetisch probleem rondom het verblijf waarin Jezus geboren wordt. Meestal wordt gesuggereerd dat de keuze voor een voederbak – en daarom een stal – werd ingegeven omdat er in de herberg geen plaats was vanwege de volkstelling. Bovendien zou de herbergier zo hardvochtig zijn geweest dat hij zelfs een vrouw die op bevallen stond niet binnenliet. Dat mag dan in ‘Witte Kerst’ van Godfried Bomans ook de actuele kerstboodschap zijn, maar deze conclusie kan niet zo eenvoudig getrokken worden. Het Griekse woord kataluma wordt gewoonlijk als ‘herberg’ vertaald, maar de Nieuwe Bijbelvertaling geeft het weer met ‘nachtverblijf van de stad’ (Lucas 2:7). We komen dit woord verder alleen tegen in Marcus 14:14 en Lucas 22:11, als de leerlingen namens hun meester vragen naar een ‘zaal’ om het Pascha te vieren. Het zou dus net zo goed een woonhuis van familie kunnen zijn geweest, waar Jozef en Maria logeerden. Het zou, door de drukte daar, vanwege de privacy kunnen zijn geweest dat dit ‘voor hen niet de plaats was’ (Gr.: ouk èn autois topos), en ze liever een afgescheiden ruimte hadden om apart van de anderen het kind ter wereld te kunnen brengen. Deze armoedigste plek voor de geboorte van de redder vormt zo nog een extra contrast met de hybris van de keizer-god in Rome. Ook zullen deze redenen – contrast met de keizer-god enerzijds en de associatie met de gezalfde herder-koning David anderzijds – voor Lucas de reden zijn geweest om herders als eerste hoorders van de verkondiging over het kind in de kribbe te laten optreden (Lucas 2:15-21).

Horen, zien en God loven

Het gaat bij Lucas’ geboorteverhaal namelijk vooral om wat óver dit kind gezegd wordt. In Lucas 2:11 staat eigenlijk alles wat van belang is: ‘Vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer’ (Nieuwe Bijbelvertaling). Wat opvalt in dit vers is dat in het Grieks de lidwoorden ontbreken: hos estin christos kurios en polei David. Deze lidwoordloze constructie – maar dan met basileus (= ‘koning’) in plaats van kurios – komt ook in Lucas 23:2 voor. Het gaat daarbij om de vraag wie Jezus heeft aangesteld: is Hij zelfbenoemd of ook officieel ‘koning der Joden’? De lidwoorden hoeven echter niet allemaal weg, hoewel ‘Christus’ hier nog geen epitheton bij ‘Jezus’ is, zoals in de brieven van Paulus. Beter is het om één lidwoord weg te laten en christos wél te vertalen: ‘Hij is de gezalfde Heer.’ De engel verkondigt hiermee dat het geboren kind een verlosser is, die door God zelf gezalfd (aangesteld) is. Driemaal benadrukt Lucas dat het ‘het woord’ (Gr.: to rhèma) over het kind is, dat de mensen pas echt in beweging brengt. In Lucas 2:15 zeggen de herders het schitterende transeamus: dat ze op weg naar Betlehem willen gaan om te zien ‘het woord dat geschied is’ (Gr.: to rhèma touto to gegonos), dat de Heer hun heeft bekendgemaakt. Daarna in Lucas 2:17-19: dat ze ‘het woord’ zoals hun over dat kind gezegd was, vertellen, en dat ‘al die woorden’ landen in Maria’s hart. En dat de herders ‘God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd’ (Lucas 2:20).

Deze exegese is opgesteld door Matthijs de Vries.

< Terug