< Terug

Het zingt niet lekker, Frits! kan dat anders?

Herinneringen aan Barnard en Mehrtens

Soms ontmoet je mensen die een belangrijk deel uit de geschiedenis in de kerkmuziek hebben meegemaakt in, wat toen heette, ‘broedplaatsen’ of ‘kweekplaatsen’. Zij waren erbij. Het is goed om in onze tijd mensen te vragen naar hun ervaringen in de tijd van ‘opgang’. Hoe hebben zij dat toen als koorzanger, kerkganger, ervaren? En wat is ze ervan bijgebleven?

Een van mijn cantorijleden, Charlotte Schreuder, heeft in de jaren vijftig en zestig gezongen in de Nocturnen, de vieringen met musicus Frits Mehrtens en predikant Willem Barnard in een van de belangrijkste broedplaatsen in Nederland. Heel af en toe vertelt zij tijdens een repetitie iets over die diensten. Ik vond het de moeite waard om, nu het nog kan, van haar wat meer over deze tijd te weten te komen. En wie schetst mijn verbazing als zij voor dit korte vraaggesprek binnenkomt met een originele langspeelplaat van de Nocturnen, getiteld Laetare?

Hoe moet ik mij die Nocturnen voorstellen?

‘De Nocturnen werden gehouden in de Maranathakerk in Amsterdam-Zuid. Voorganger was Willem Barnard, soms bijgestaan door Willem Overbosch. Organist en koorleider was Frits Mehrtens. Het koor, meestal zo’n vijftien mensen, zat boven, op de orgelgalerij, recht tegenover de preekstoel. Elke dinsdagavond was er een repetitie van 21 tot 21:45 uur, die besloten werd met een korte viering. Daarna was er een kwartier ‘pauze’. Het koor ging dan naar beneden en daarna volgde de uitgebreidere avondmaalsdienst, die duurde van 22 tot 22:30 uur.’

Hoe lang heb jij aan de Nocturnen meegedaan?

‘Vanaf mijn eindexamen middelbare school in 1955 tot ongeveer 1966. Toen ben ik definitief, tenminste gedurende mijn werkzame leven, naar Zuid-Afrika vertrokken. Willem [Barnard] heeft mij in een van de Nocturnen gedoopt op 6 januari 1959 [uitgerekend Epifanie op dinsdag dat jaar!], drie dagen voor mijn eerste vertrek naar Zuid-Afrika. Dus de laatste jaren heb ik er met tussenpozen gezongen.

Ja, alleen als je er echt niet kon zijn, sloeg je over. De koorzangers waren erg trouw. Je moest half dood zijn om niet te komen.’

Hoe verliepen de repetities? Wat zongen jullie daar?

‘We zongen vooral de nieuwe liederen uit het samen te stellen liedboek [het Liedboek voor de kerken, 1973]. De repetities waren een kweekplaats met inbreng over klank, zangmogelijkheden en voorkeuren. Sommige melodieën waren moeilijk wat ritme betreft, zoals ‘Zolang er mensen zijn op aarde’. Door handenklap moesten we zoiets onder de knie krijgen. Zo zongen we vijf à zes liederen per keer.

Die inbreng was een van de belangrijke zaken. Zeker wanneer het een Mehrtens-Barnard-lied betrof, kon er ter plaatse nog flink aan gesleuteld worden. Dan zeiden de koorleden: ‘Het zingt niet lekker, Frits. Kun je dat anders doen?’ Meestal werd dat verzoek wel gehonoreerd. Het kon voorkomen dat Willem dan een tekstwijziging voorstelde, waarop Frits dan zei: ‘Maar dan draai ik ook deze twee noten om!’ Zo waren tekst en muziek een hechte eenheid. De sfeer was heel open. Er waren twee kanten van de zaak, humor en ernst, en die hoorden in de Nocturnen bij elkaar.’

Hoe herinner je je de preken van Barnard?

‘Ja, die waren heel bijzonder. Hij kon een preek, die eigenlijk twintig minuten zou moeten duren, in vijf minuten samenvatten. Soms maakte ik aantekeningen om alles thuis nog eens na te kunnen lezen. Zo veel werd er in meegegeven! Barnard was ook op de kansel een poëet. Soms waren zijn preken op rijm. Zo heeft hij ooit een trouwpreek gehouden die langer duurde dan anders: vijftien minuten, maar dan wel geheel op rijm…’

Je hebt een langspeelplaat meegenomen. Wat toepasselijk: Laetare!

‘Ja, en ik kan me niets herinneren van een opname. Het kan natuurlijk zijn dat dat in een periode was dat ik in Zuid-Afrika zat, maar ik kan me sowieso niet herinneren dat er ooit opgenomen werd.’

Misschien dat Mehrtens gewoon voor de dienst microfoons had neergezet? Hij werkte immers zelf voor de NCRV en de IKOR. Maar als je niets van deze opname weet: hoe kom je dan aan die plaat?

‘Ergens in de jaren zestig in Zuid-Afrika zag ik die elpee staan in een winkel met gebruikte platen. Dat vond ik hartstikke leuk: de Nocturnen, zomaar, tweedehands aan de andere kant van de wereld. Ik heb hem meteen gekocht.’

Wat hebben de Nocturnen voor je betekend?

‘Het waren wekelijkse rustpunten, momenten van verstilling. Ze zijn mij een leven lang bijgebleven. Al met al heeft het mijn geloofsleven verdiept. Ik heb deze ervaring dan ook als een geweldig voorrecht beleefd!’

Jan Marten de Vries is redactielid van Laetare.

De Nocturnen zijn gestart in 1957. Veel liederen uit de Nocturnen kwamen terecht in het Liedboek voor de kerken (1973) en Liedboek – Zingen en bidden in huis en kerk (2013). Na de dood van Frits Mehrtens (1975) werd Wim Kloppenburg aangesteld als kerkmusicus. Inmiddels was men van avonddiensten op morgendiensten overgegaan: Matinen.

< Terug