< Terug

‘Hier wordt de diversiteit geleefd’

Kpv-ervaringen van oud-trainees

Het is op een zonnige vrijdagmiddag en we zijn in het gebouw van de uitgever van dit blad. Rond de tafel zitten vier oud-trainees – later spreek ik nog een vijfde – die minder dan vier jaar geleden allemaal de Klinische Pastorale Vorming hebben gedaan. Dit artikel vormt de weerslag van hun ervaringen met diversiteit tijdens de training en besluit met enkele reflecties op het gesprek.

Vijf oud-trainees verwoorden hun ervaringen, opgedaan bij de Klinische Pastorale Vorming. Cilia en Louis zijn beiden rooms-katholiek pastoraal werker. Cilia is sinds kort verbonden aan een geloofscongregatie; Louis werkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Esther en Rogier zijn gemeentepredikanten in de Protestantse Kerk. Mohamed is als islamitisch geestelijk verzorger werkzaam bij justitie.

Je kunt op vele wijzen de KPV benaderen – het is een veelzijdige training, maar we spreken elkaar in dit verband over het thema diversiteit. De trainees vertellen hoe zij ‘diversiteit’ zijn tegengekomen in hun training, hoe zij dat hebben ervaren, wat het hun zowel persoonlijk als professioneel heeft gebracht, hoe het leerproces in zijn werk ging en hoe zij de verhouding zien tussen eigenheid en diversiteit. Dit artikel vormt de weerslag van hun ervaringen en ik besluit met enkele reflecties hierop.

Diversiteit in beeld

Gevraagd naar de wijze waarop diversiteit voor hen in beeld kwam in de training noemt Rogier als eerste het werkveld. Aan zijn training namen gemeentepredikanten, een geestelijk verzorger in de psychiatrie en een geestelijk verzorger in de krijgsmacht deel. De anderen sluiten daarbij aan, maar ook andere vormen van diversiteit worden genoemd: man-vrouw, seksuele diversiteit, leeftijdsverschil (van 30-60 jaar).

Ook in de religieuze achtergrond is diversiteit waarneembaar. In de training van Rogier namen overwegend protestanten deel, maar afkomstig uit verschillende stromingen, en er was een deelnemer uit de pinksterrichting. Hij signaleert hierin wel diversiteit, maar niet zodanig dat er eerst veel bruggen overgestoken moesten worden voordat je elkaar kon bereiken.

Esther had het een uitdaging gevonden als er in haar training niet uitsluitend deelnemers waren geweest vanuit de christelijke traditie. De trainingen van Mohamed en Cilia waren in religieus opzicht meer geschakeerd. De groep van Louis betrof drie moslims, twee mannen en een vrouw, met verschillende nationaliteiten en twee katholieken.

Hindernis, verbazing, verwondering

Drempels

Diversiteit wordt beleefd als een drempel wanneer het gaat om de taal. Met deelnemers die het Nederlands niet goed machtig zijn, opgegroeid in een ander land en in een andere taal, is dat een hinderende factor.

‘Ik verstond de christelijke deelnemers soms beter dan mijn islamitische collega’s’

Ook als je dezelfde taal spreekt, versta je elkaar echter nog niet onmiddellijk. Cilia: ‘Het was wennen. Het was bekend worden met termen, die vaak in een soort automatisme worden gebruikt, maar waarbij de ander zich helemaal niets kan voorstellen.’ Toch spreken de trainees ook steeds over het overgaan van bruggen. Er is veel geïnvesteerd om elkaar te bereiken.

Lastiger is het als het gaat over het niveau van communiceren. Louis: ‘We spreken als Nederlanders vaak gemakkelijk over ons gevoel, maar dat bleek voor de islamitische collega’s toch anders te liggen.’ Dat leidde tot voorzichtigheid en hinderde soms om de diepte in te gaan. Naarmate de vertrouwdheid groeide, ging dat overigens gemakkelijker. Dat kwam het leerproces ten goede.

Ten aanzien van de vertrouwdheid merkt Mohamed op dat het misschien ook met het beroep te maken heeft: ‘Geestelijk verzorgers zijn in het algemeen solisten, ze hebben geheimhouding; in een training verwacht je daarentegen openheid. Als er één is die het aandurft zich open te stellen, stimuleert dat ook de anderen.’

Deelnemers die tot een zelfde cultuur of achtergrond behoren hebben de neiging die cultuur hoog te houden en daarover een soort eenheid uit te stralen. Hoewel het een gegeven is dat mensen elkaar zoeken op grond van verwantschap, gebeurt dat soms ook omdat men wil voorkomen dat een afwijkend standpunt in de achterban bekend raakt.

In het eerste deel van ons gesprek worden cultuurverschillen vooral besproken vanuit het onderscheid westerse, christelijke tradities en cultuur tegenover islamitische cultuur. Maar diversiteit wordt niet alleen intercultureel of interreligieus beleefd, het is ook inter-denominatief of zelfs intermodalitair.

Cilia: ‘Ik heb binnen de rooms-katholieke kerk te maken met een enorme hiërarchie. Dat is voor protestanten onbegrijpelijk. Ook dat is een cultuurverschil dat voor de ander toch iets vreemds blijft.’ Mohamed: ‘Ik verstond de christelijke deelnemers soms beter dan mijn islamitische collega’s.’

Ook protestanten verschillen onderling. Esther: ‘Er ligt een grens tussen de dragers van de liberale opvattingen en de dragers van een orthodoxe visie.’ Het gaat daarbij om meer dan verschillend denken. Rogier: ‘Je komt soms wel in een schroom terecht, omdat je raakt aan iemands meest kwetsbare kant. Schriftopvattingen raken aan diepste overtuigingen.’

Werkvormen

Er zijn werkvormen binnen de KPV die de diversiteit meer voor het voetlicht brengen. Dat betreft vooral bibliodrama en preekbespreking. Islamitische deelnemers moesten een drempel over om zich bibliodrama als werkvorm toe te eigenen. De verhalen werden gekozen uit de Bijbel, niet uit de Koran. Mohamed: ‘Wij zijn niet gewend de profeten te spelen. Toch hebben we het allemaal gedaan.’

Wanneer intens wordt ingeleefd in het bibliodrama, vallen verschillen soms ook weg doordat de deelnemers elkaar meer op een gevoelsen ervaringslaag ontmoeten. Dan ontstaan er ‘openbaringen’: verrassende invalshoeken en openingen.

Preekbesprekingen brachten behalve theologische verschillen ook communicatieve verschillen in beeld: van katholieken preken die zeven minuten duren tot protestantse preken van een klein half uur.

Grenzen en openheid

Bij de theologie werd de diversiteit het meest zichtbaar. Louis en Rogier zijn eenstemmig dat daar ook de meeste grenzen werden ervaren. Je kunt een heel eind komen door vooral persoonlijk te spreken vanuit de eigen ervaring – Rogier: ‘De KPV heeft mij dat ook geleerd’ – maar daar is een grens aan. Op een gegeven moment houdt het gesprek toch op. Louis: ‘We leerden elkaar beter kennen, we vonden elkaar in mystieke tradities.’ ‘Maar,’ voegt Rogier toe, ‘we kwamen niet dichter bij elkaar.’

Naast dit ervaren van grenzen werd soms ook onverwachte openheid gevonden, bijvoorbeeld in het gesprek over de homoseksuele geaardheid van een van de deelnemers. Cilia: ‘Het nam de verschillen niet weg, maar er was een verrassende openheid.’

Voor de christelijke theologen was het indrukwekkend om in aanraking te komen met de consequent gehouden gebedstijden en de ramadan. De doorleefde spiritualiteit van de islamitische collega riep zowel verlangen als herkenning op.

Mohamed vertelt dat een van de islamitische collega’s geraakt was door het uitgebreide christelijke ritueel bij een uitvaart. ‘Dat riep verlangen op naar zo’n toespraak. Er is in mijn traditie niet iets dat zo’n vormgeving zou verbieden. Maar tegelijkertijd geldt, dat als wij het ook zouden gaan doen, al snel het verwijt zal klinken van westerse beïnvloeding.’

Diversiteit als oogst

Persoonlijke opbrengst

De deelnemers hebben op verschillende terreinen persoonlijk geoogst. Het werken in zo’n divers gezelschap heeft hen bepaald bij de uniciteit van ieder mens, juist in zijn of haar geloof. Cilia: ‘Je kunt eigenlijk niet spreken van dé islam, hét katholicisme.’ Daarnaast bleek de KPV ook een ontdekkingstocht naar verschillende culturen. Louis: ‘Ik ben meer gaan verstaan van de Noord-Afrikaanse en de Turkse cultuur.’

Het KPV-proces heeft ook aan het licht gebracht dat onder bepaalde weerstand tegen opvattingen en gedachtegoed soms een heel ander soort weerstand zit, in de vorm van een, vaak biografisch bepaalde, allergie, die verhindert dat mensen elkaar goed en echt verstaan.

Een persoonlijke leeropbrengst was ook de ontdekking dat de eigen persoonlijkheid uit zoveel verschillende lagen bestaat. Je kunt spreken van een ‘innerlijke diversiteit’. Soms is dat hinderend, maar eenmaal ontdekt en benut, ook helpend in de communicatie met de ander.

De momenten van gezamenlijke bezinning en spiritualiteit hebben veel begrip gebracht voor ieders eigenheid, juist ook in spiritueel opzicht. Niet alleen in de zin van cognitieve kennis, het was ook ervaring die concreet werd opgedaan. Rogier: ‘In de dagopeningen zat iets van het heilige dat zowel verbindend werkte, alsook meteen iets opriep van: kan ik daar wel naar vragen?’ Maar in het moment zelf, van vijf à tien minuten, kon ‘het verschil bestaan zonder ergerlijk te worden’.

‘We leerden elkaar beter kennen, we vonden elkaar in mystieke tradities.’ ‘Maar, we kwamen niet dichter bij elkaar.’

Beroepsmatige opbrengst

Hoe werkt deze diversiteitservaring nu door in het professioneel handelen? De trainees noemen verschillende aspecten.

Allereerst hebben zij aan de ontmoeting met ‘de vreemde ander’ geleerd het eigen oordeel op zijn minst een poosje op te schorten. Er is meer zicht op en vooral erkenning van de motieven van de ander ten aanzien van diens spiritualiteit.

Het op het spoor komen van de eigen innerlijke diversiteit had als leerrendement voor Rogier, dat ‘ik niet op alle vragen in het pastoraat een rationeel sluitend antwoord hoef te hebben. Werken met mijn invoelende kant kan ook veel betekenen. Ik heb een breder repertoire tot mijn beschikking gekregen.’

Doordat de KPV een soort micro-samenleving is, zijn de deelnemers ook op een bepaalde manier exemplarische karakters. Juist de tegenovers, aan wie men zich schuurde, waren daarin van betekenis. Esther: ‘Ik kon aan enkelen in de groep leren en oefenen voor het werk buiten de training, waar ik zulke karakters, mechanismen of manieren van reageren in veelvoud tegenkom.’

Als laatste heeft het werken met vertegenwoordigers van andere religies ook geleid tot meer begrip voor cliënten met een andere religieuze achtergrond. Louis: ‘Ik heb binnen mijn organisatie ruimte gevraagd voor de ondersteuning van islamitische cliënten door een islamitisch geestelijk verzorger.’

Leren aan diversiteit – hoe?

Wat bleek nu het meest helpend in het leren aan diversiteit?

Het groepsproces leert een onderscheid te maken tussen visie of overtuiging enerzijds en persoonlijke allergieën of uitdagingen anderzijds.

Het in stand houden van verschillen heeft vaak een persoonlijke, dieperliggende drijfveer. Het diepgaand onderzoeken van de communicatie, zoals dat gebeurt in een ‘vrij groepsgesprek’ is daarin helpend. Rogier: ‘Het is de groep geweest en de diversiteit daarbinnen, die helpend was om mijn eigen, innerlijke diversiteit op het spoor te komen. Ik had een tegenovergesteld karakter in de groep aan wie ik dat kon uitzoeken.’

De creatieve vormen brachten veel aan het licht. Esther: ‘Je kunt heel veel zien en het werkt ook heel verbindend. Juist in het niet alleen maar praten, maar in het doen wordt veel zichtbaar.’

Helpend in de dialoog is het spreken op het niveau van de persoonlijke ervaring. Wanneer het gaat over de beleving is er meer begrip en gemeenschappelijkheid te ontdekken dan vanuit een meer rationeel, cognitief niveau. Daarbij is het respect voor tradities anders dan de eigen traditie fundamenteel.

De spirituele momenten waren ruimten waarin iets anders werd ontdekt, dan in alle andere werkvormen van de KPV.

Tot slot is het over langere tijd gezamenlijk en intensief optrekken helpend in het verder leren aan diversiteit. Wanneer ingrijpende universele ervaringen worden gedeeld is dat ‘verschil-overstijgend’. Ook het hele basale van de dagelijkse levensbehoeften delen: samen eten, wandelen, boodschappen doen. Dat is een vorm van elkaar leren kennen die onvervangbaar is. Hier wordt diversiteit niet zozeer beleefd, maar geleefd.

Verhouding eigenheid – anders zijn

Wat betekent de ontmoeting met ‘de vreemde ander’ nu voor je eigenheid?, is de laatste vraag waarover de vijf oud-trainees spreken. De ander die doorleefd in een bepaalde traditie staat, vormt ook ‘een tegenover’ en daarmee een vraag aan de eigen traditie.

Mohamed: ‘Je mag jezelf blijven, maar ook kritische vragen stellen en ontvangen. Niet met het doel om te overtuigen, maar als de ander een goed verhaal heeft, dan zet dat aan het denken en kun je soms iets van de ander over nemen.’

Zien hoe een ander zijn spiritualiteit leeft, roept ook de vraag op hoe je het zelf doet. Dat is verrijkend. En soms verrassend: dat je, hoe anders ook, in wezen misschien wel met hetzelfde bezig bent.

Reflectie: antwoorden en invloeden

Op de vraag wat en hoe het KPV-leren bijdraagt aan het werk van beroepsbeoefenaren in geestelijke verzorging en pastoraat onder het gezichtspunt van diversiteit, geeft het gesprek met de vijf een aantal antwoorden.

Opbrengsten

Allereerst geven de respondenten blijk van gegroeid inzicht en respect voor verscheidenheid. Er is meer zicht gekomen op de innerlijk doorleefde spiritualiteit en drijfveren van de ander; er is de spiegeling van werkcontext en cultureel klimaat. Dat leidt niet altijd tot een werkelijk verstaan. Er blijven grenzen; er is ook verbazing over hoe de ander anders aankijkt tegen leven, werk en bijvoorbeeld man-vrouwverhoudingen. Ook worden onverwachte momenten van openheid en verbinding gevonden.

De trainees hebben geleerd meer gedifferentieerd te spreken over de ander. Deelnemers hebben collega’s ontmoet die verschillen in achtergrond, traditie en spiritualiteit. Ook al vertegenwoordigen deelnemers een zelfde traditie, dan nog kunnen de verschillen in achtergrond en spiritualiteit hemelsbreed verschillen.

De trainees hebben geleerd de eigen achtergrond en het oordeel op te schorten. De training heeft geholpen projecties weg te nemen, waardoor een meer vrije ontmoeting kon ontstaan. Dat werkt door in het werken met de populatie van wie zij geestelijk verzorger of pastor zijn.

Zij zijn vaardiger geworden om te midden van de diversiteit aan karakters, die zij in het werkveld ontmoeten, hun werk te doen; ze zijn getraind mechanismen en manieren van doen te herkennen en daarop adequaat te reageren, maar ook te onderscheiden wanneer zij zelf persoonlijk, eventueel vanuit hun allergieën, in het geding zijn.

Er ontstaat iets van een leefgemeenschap; het leven, ook in de contingente gebeurtenissen die trainees overkomen, wordt gedeeld

Een van de respondenten merkt het belang op van specifieke geestelijke verzorging en pleit binnen de organisatie voor ruimte daarvoor.

Beïnvloedende factoren

De trainees geven blijk van drempels. De taal is een van de belangrijkste aspecten die het al dan niet elkaar verstaan belemmert dan wel bevordert. Andere aspecten als eigen terminologie, theologische en spirituele verschillen worden wel genoemd als drempels, of zelfs grenzen, maar worden ook verkend en gedifferentieerd tijdens het proces. Dat leidt niet tot eenstemmigheid, maar geeft meer begrip.

De ruimte van het ‘vrij groepsgesprek’ is de leeren experimenteerplaats van de geïntegreerde communicatie. Hier wordt de interactie onderzocht, kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën ontdekt en geoefend in andere gedragspatronen. Hier leren trainees zichzelf beter te kennen, maar zich ook anders te gedragen. Onderdelen als bibliodrama en de dagopeningen, als oefeningen in spiritualiteit, bevorderen zowel eigenheid als verbondenheid.

Een belangrijke factor is de duur en het karakter van de training. Dat trainees elkaar volgen en intensief ontmoeten over een tijdsbestek van een half tot een heel jaar maakt dat er iets ontstaat van een leefgemeenschap. Het leven, ook in de contingente gebeurtenissen die trainees overkomen, wordt gedeeld. Op deze momenten ziet men het natuurlijk verhouden van de specifieke gebruiken en rituelen bij elkaar. Er is, naast het beroepsmatig samenzijn, ook een oprecht meeleven met elkaar.

Te midden van de veelheid aan studiedagen en kortlopende cursussen in het kader van permanente educatie en voortgaande professionalisering valt de Klinisch Pastorale Vorming op als een leeromgeving waarin over langere tijd gezamenlijk wordt geleerd. Hier wordt de diversiteit geleefd.

* De namen in dit interview zijn om privacyredenen gefingeerd.

Theo (drs. T.T.) van Leeuwen is docent Pastoraat bij de Hogeschool Windesheim, promovendusonderzoeker bij de Protestantse Theologische Universiteit, pastoraal supervisor en oud-KPV opleider.

tips bij het thema

KPV-opleidingen

Er zijn twee opleidingscentra voor Klinische Pastorale Vorming in Nederland.

• Aan het Radboudumc KPV-Expertisecentrum Geestelijke Verzorging en Pastoraat, in samenwerking met de Radboud Universiteit, Faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen.

Opleiders: dr. Anneke de Vries en dr. Wim Smeets

www.radboudumc.nl/onderwijs/scholingen/de-training-klinische-pastorale-vorming-kpv

• Aan de Protestantse Theologische Universiteit

Opleider: drs. Trudy Struijs

www.pthu.nl/PAO_PThU/Langere_studietrajecten/Klinische_Pastorale_Vorming_2017_2018/

Organisaties en websites

Arkade

Onderwijsondersteuningsbureau met veel materiaal, programma’s en deskundigen over het thema ‘diversiteit’. www.arkade.nl

Nieuw Wij

Hoe ziet een samenleving eruit waarin alle Nederlanders zich thuis kunnen voelen, ongeacht hun verschil in afkomst en levensovertuiging? Welke ingrediënten horen in een ‘nieuw wij’ dat mensen met elkaar verbindt en onderlinge verschillen vruchtbaar maakt? Nieuw Wij informeert en inspireert, stelt vragen en roept op tot eigen initiatief en is concreet, toegankelijk, realistisch en eigenwijs. www.nieuwwij.nl

Utrechts Platform Levensbeschouwing en Religie

Het UPLR adviseert organisaties en bedrijven die meer willen weten over het omgaan met verschillen in cultuur. Het UPLR brengt collega’s, buurtgenoten, mensen met tegenstrijdige opvattingen met elkaar in contact en denkt mee hoe je hiermee om kunt gaan. Ze hebben goed opgeleide gespreksleiders die ervaring hebben met netelige kwesties. Als gesprekspartner voor overheid, het bedrijfsleven en burgerinitiatieven kunnen zij in hun netwerk kennis en expertise aanboren die een positieve invloed hebben op communicatie en samenwerking. www.uplr.nl Er zijn meer grote steden met dergelijke platforms.

Pluralism Project

Het Pluralism Project is een twintig jaar durend project dat studenten betrekt bij de nieuw ontstane religieuze diversiteit in de Verenigde Staten. Onderzocht worden de gemeenschappen en religieuze tradities uit Azië en het Midden-Oosten die de afgelopen vijfentwintig jaar verweven zijn geraakt met het religieuze beleven in de Verenigde Staten. pluralism.org/

< Terug