< Terug

Hoe ongeluk wordt omgekeerd

Hoe ongeluk wordt omgekeerd

Bij Sefanja 2,3; 3,9-1, Psalm 37,1-11 en Matteüs 5,1-12

De ‘zaligsprekingen’ of ‘gelukkigprijzingen’ vormen samen de aanhef van de Bergrede (Mat. 5-7). Die Bergrede wordt uitgesproken terwijl Jezus op ‘de berg’ zit en zijn leerlingen om Hem heen staan (5,1 – NBV). Jezus ‘ziet de menigten’ (5,1) staat er heel nadrukkelijk. Voor hen en voor zijn leerlingen zijn deze woorden bestemd. De Bergrede bestaat uit vijf delen, net als de Tora, die ook op een berg werd geschonken (Ex. 19-31).

Het is lernen, didachè, wat Jezus hier doet met zijn leerlingen. Bekende en minder bekende teksten uit de traditie worden samengesmolten tot dit nieuwe geheel. De negen ‘zaligsprekingen’ of ‘gelukkigprijzingen’ corresponderen met Jezus Sirach 25,7-12. Daar gaat het om ‘negen gedachten heb ik van harte zaliggeprezen’ (Jezus Sirach 25,7).

Het Griekse woord voor ‘gelukkig’ (makarios) is de vertaling van het Hebreeuwse woord ’asjrej. Mozes prijst het volk Israël ‘gelukkig’ (’asjrej) voordat hij afscheid neemt (Deut. 33,29). De psalmen beginnen met de ‘gelukkigprijzing’ van de man die niet wandelt met verkeerde lieden (Psalm 1,1). Diezelfde man wordt gezien als een vruchtdragende boom. Ook andere psalmen kennen de ‘gelukkigprijzing’ (Ps. 33,12; 128,2). Dit alles klinkt mee in de woorden van Matteüs.

Armen van geest

De negen zaligsprekingen beginnen met de bijzondere uitspraak ‘Gelukkig de armen van geest, want van hen is het koninkrijk der hemelen’ (Mat. 5,3). Deze bijzondere uitdrukking ‘armen van geest’ is teruggevonden in de verzetsliteratuur van Qumran. Er zou ook een verband kunnen zijn met ‘de verbrijzelde en nederige van geest’ in Jesaja 57,15.

In navolging van Maarten den Dulk zou ik de ‘armen van geest’ tegelijkertijd ook willen uitleggen als samenvatting en inleiding op de zes gelukkigprijzingen die erop volgen. De eerste zeven gelukkigprijzingen vormen immers inhoudelijk een geheel, dat begint met ‘gelukkig de armen van geest want van hen is het Koninkrijk der hemelen’ (Mat. 5,3-9). Ook de laatste twee gelukkigprijzingen vormen een geheel, dat begint met ‘gelukkig de vervolgden omwille van gerechtigheid want van hen is het Koninkrijk der hemelen’ (5,10-12). In deze laatste drie verzen ligt de nadruk op de vervolging, die driemaal wordt genoemd (5,10.11.12).

Treurenden, zachtmoedigen, hongerigen naar gerechtigheid

Het is altijd een wonderlijke gedachte dat nu juist de treurenden (5,4) en de mensen die lijden aan deze wereld (‘hongerig en dorstig naar gerechtigheid’ – 5,6) door Jezus ‘gelukkig’ (makarios, ’asjrej) worden geprezen. Bij de ‘treurenden’ klinken de woorden van Jesaja mee, hoe de gezalfde van de Eeuwige alle treurenden zal troosten (Jes. 61,1-3). Bij de ‘hongerigen en dorstigen naar gerechtigheid’ kun je Psalm 107,5 horen meeklinken. Het woord ‘gerechtigheid’ is belangrijk. Het komt terug bij de ‘vervolgden omwille van gerechtigheid’ (5,10). Gerechtigheid (Hebr.: tsedaqah) doen betekent omzien naar wie onderliggen: de vreemdelingen, de weduwen en de wezen. Het woord ‘gerechtigheid’ (Hebr.: tsedaqah) komt ook voor in de profetenlezing Sefanja 2,3: ‘zoekt gerechtigheid’.

Tussen de lijdenden (5,4 en 5,6) worden ‘de zachtmoedigen’ (Gr.: hoi praeis) genoemd (5,5). In Matteüs klinkt dit woord nog twee keer in verband met Jezus zelf (Mat.11,29; 21,5). Psalm 37,11 zegt hetzelfde als Matteüs 5,5: ‘de zachtmoedigen zullen de aarde beërven’. Het beërven van de aarde (Hebr.: ’èrèts) is een thema uit de Tora. Ook Mozes wordt ‘zachtmoedig’ genoemd (Num. 12,3). Niet de hardvochtigen, maar de zachtmoedigen staan garant voor de toekomst van de aarde.

Zij die wat voor anderen doen

De mensen die wat voor anderen doen, worden ook genoemd (5,7-9). Het begint met ‘de barmhartigen’ (5,7). In het woord ‘barmhartig’ (Gr.: eleèmoon) zit diepe verbondenheid met de lijdenden: ‘vanuit het allerdiepste innerlijk bewogen’. Zij zullen ontvangen wat ze zelf geven. Bij de ‘reinen van hart’ (5,8) zingen twee psalmen mee: Psalm 24,3-4 en Psalm 51,12. Heel bijzonder is de gelukkigmakende belofte: ‘zij zullen God zien’ (5,8). Verbinding met de Eeuwige is een hartsaangelegenheid. Ook de ‘vredestichters’ worden met God in verband gebracht: ‘zij worden kinderen (zonen) van God genoemd’ (5,9). Reinheid van hart en vredestichten vereisen oefening, zuivering en concentratie op de Eeuwige.

Gelukkig de vervolgden

Niet alleen Jezus zelf, ook de eerste gemeente kende vervolgingen. Daarin gingen de profeten hun voor (5,12). Wij weten hoe ook het Joodse volk is vervolgd door de eeuwen heen. Hier worden de vervolgingen genoemd ‘omwille van de gerechtigheid’ (5,10) en ‘vanwege Mij’ (5,11). Het valt niet mee om op te komen voor ‘gerechtigheid’ in een tijd waarin de zorg voor vreemdelingen, wezen en weduwen ter discussie wordt gesteld. Het valt ook niet mee om je geloof, je vertrouwen te behouden in een tijd waarin geloof en religie als achterlijk worden beschouwd. Deze gelukkigprijzingen zijn ook voor ons actueel.

Driemaal worden ‘de hemelen’ genoemd. Tweemaal in verband met het ‘Koninkrijk’ of ‘koningschap’ (5,3 en 5,10). Eenmaal gaat het om ‘veel loon in de hemelen’ (5,12). De ‘hemelen’ zijn het gebied, het bereik van de Eeuwige. Het gaat om een dimensie achter onze werkelijkheid, waardoor wij worden geïnspireerd om elkaar lief te hebben en recht te doen op aarde. In de zaligsprekingen worden wij bemoedigd om het evangelie vol te houden tegen alle wind van leer in. Daarom is het niet zo vreemd om de ‘armen van geest’ als verzetsterm te lezen.

Willemien Roobol

< Terug