< Terug

‘Ik geloof het wel’

Soms is het makkelijker met een vreemde over je geloof te praten, dan met iemand die je heel nabij is. Anneke en haar dochter Geerke vonden een manier om dat toch te proberen: ze startten een (openbare) briefwisseling. Wat heeft hen dat gebracht?

Een briefwisseling over geloof met mijn dochter

In november 2018 begon ik een correspondentie met mijn dochter over ‘geloven’ in het plaatselijke huis aan huisblad. Zo begonnen we:

Even voorstellen… Ik ben Anneke, moeder van Geerke.

Naast voorganger ben ik ook geestelijk verzorger in het revalidatiecentrum en organisatieadviseur binnen de landelijke protestantse kerk. Mijn geloof is ruimdenkend, vragend en zoekend.

Toch is geloof voor mij de belangrijkste dragende kracht van het bestaan. Ik heb dat ook proberen over te dragen aan mijn dochters.

Anders dan ik ben opgevoed. Dat was keurig binnen de lijntjes van het synodaal gereformeerde geloof. Gelukkig wel met warmte, kritisch bewustzijn en relativering. Ik heb geprobeerd op mijn dochters over te dragen dat ze geborgen zijn in een liefde met een eeuwigheidsdimensie, en dat het christendom en de traditie uitdrukkingsvormen zijn van die liefde. Met alle haken, ogen, misstanden, maar ook zegeningen van dien.

Ik ben benieuwd of en hoe het geloof nu leeft voor met name mijn oudste dochter, die nu haar weg naar zelfstandigheid maakt. Daarover wil ik graag in briefvorm met haar schrijven. We zullen elkaar bevragen op hoe we in het leven staan en hoe geloof daar deel van uit maakt…

En ik ben Geerke, 19 jaar, en student Culturele Antropologie en Islam en Arabisch aan de Universiteit van Utrecht. Ik ben door mijn moeder opgevoed binnen een christelijke traditie. Als baby ben ik gedoopt en ik ga af en toe met mijn moeder mee naar de kerk. Vroeger kregen mijn zusje en ik elke avond voor het slapengaan voorgelezen uit de kinderbijbel. Ik vond die verhalen prachtig en kende ze allemaal uit mijn hoofd.

Nog steeds heb ik een interesse voor religie en de vertellingen die daarbij horen. In mijn studies houd ik mij bezig met de rol die religie en levensbeschouwing in het leven van mensen spelen. Ik ben echter niet zo vast van geloof als mijn moeder. Mijn benadering van het geloof is eerder wetenschappelijk. De steun die mijn moeder aan haar geloof ontleent, ervaar ik niet.

Toch voel ik me thuis in de kerk en ga ik op zondag graag mee met mijn moeder. De gemeenschapszin en de aandacht voor levensbeschouwelijke vragen binnen de kerk van mijn moeder spreken mij aan. Geloven in God vind ik echter moeilijk. Ik ben benieuwd naar de redenen voor mijn moeders geloof in God. Ik vraag me af wat God voor haar betekent en of haar geloof altijd gemakkelijk en vanzelfsprekend is geweest…

Inmiddels schrijven we – met een paar tussenpozen – zo’n vier jaar met elkaar over dit thema. We doen dit met veel plezier, al is het wel eens mopperen over de deadlines door mijn dochter. We krijgen veel reacties op onze briefwisseling. Veel moeders en vaders herkennen het, dat hun kinderen – ook in geloof – hun eigen weg gaan, en dat je dat vraagtekens, verrassing, inzichten en zorgen kan geven.

… keurig binnen de lijntjes van het synodaal gereformeerde geloof

Gespek over geloof

Waarom we ooit zijn begonnen met deze manier van communiceren kan ik niet zo goed meer terug halen.

Waarschijnlijk was het een samenloop van omstandigheden. Ik was gevraagd een column te schrijven in het plaatselijke huis-aan-huisblad en zocht naar een originele invalshoek. Omdat ik graag en veel met mijn dochter praat, en omdat ik weet dat in de kerk de stem van de jeugd vaak wordt gemist, kreeg ik het idee om per brief een gedachtewisseling over geloof te starten.

Een vrij pragmatische keuze. Maar die heeft verrassend waardevol uitgepakt. De publicatie van onze brieven heeft me met veel mensen in gesprek gebracht die de thema’s in onze brieven herkennen.

En het mooist voor mij persoonlijk is, dat ik tot een beter gesprek over ‘geloof’ ben gekomen met mijn dochter, en dat ons schrijven heeft geleid tot een beter begrip van hoe geloof en spiritualiteit al dan niet een plek innemen in ons leven.

Het is niet zo eenvoudig – is mijn ervaring – om met mijn kinderen tot een goed gesprek over geloof te komen. Het gaat om een onderwerp dat mij na aan het hart ligt, en dat weten ze. Mijn indruk is, dat ze in gesprekken mij – met hun soms afwijkende opvattingen – proberen te sparen en niet heel open te zijn over wat ze nu écht vinden.

Thema’s en vragen die vaak even moeten sudderen voordat ik adequaat kan formuleren

Daarnaast vind ik het soms moeilijk om in een huistuin-en-keukengesprek snel en helder te verwoorden wat ik nu eigenlijk geloof en hoe dat een rol speelt in mijn leven. Het gaat om thema’s en vragen waar ik vaak even over na moet denken. Die even moeten sudderen, voordat ik mijn antwoord goed en adequaat kan formuleren. Natuurlijk heeft het ook zijn waarde om daarin een zoekend gesprek te voeren met je kinderen. Ze mogen gerust weten dat ik ook de wijsheid niet in pacht heb. Voordat je erop bedacht bent, kom je echter in een discussie terecht over wie er nu gelijk heeft. En daar wil ik zeker wat geloof betreft, zo lang mogelijk uit blijven.

Openheid en zorgvuldigheid

Het schrijven van een brief nodigt uit tot openheid en zorgvuldigheid. In een brief kun je langer over de dingen nadenken. Je kunt je gedachten eerst nog eens goed overwegen voordat je ze opschrijft. Ik voel me ook meer van hart tot hart betrokken in die vorm van communiceren. Ik word niet afgeleid, kan me concentreren op de ander en op de gedachten die ik wil uiten. Vaak lees ik de brief nog een paar keer over voordat ik hem daadwerkelijk verstuur. Dan haal ik de al te scherpe bewoordingen eruit, lees ik nog eens goed terug hoe de vraag in de brief van de ander ook alweer gesteld was, en corrigeer ik mezelf op vage bewoordingen of kromme redeneringen.

Het lezen van de brief van mijn dochter gaat zorgvuldiger dan het luisteren in een gesprek. Ik lees de brief een aantal malen over, laat de woorden in mij omgaan, en vraag me af wat ze bedoelt en wat dat voor mij betekent.

Laag voor laag onderzoeken wat van belang is, en zo mogelijk uitkomen bij de kern

Meer dan eens heeft de briefwisseling ertoe geleid dat ik ben bepaald bij wat ik nu werkelijk geloof en wat geloof nu werkelijk betekent in mijn leven. Wat ik belangrijk vind, en wat ik als ballast kan beschouwen. Het schrijven met mijn dochter nodigt uit tot grote eerlijkheid, ook naar mezelf. Ik vraag me vaak af, wat ik nu eigenlijk bedoel, als ik algemene en in de kerk vertrouwde geloofswoorden gebruik.

In het schrijven met mijn dochter wil ik niet blijven hangen in vaagheden. Dan wil ik zo duidelijk, zo eerlijk en zo zorgvuldig mogelijk schrijven wat geloven voor mij betekent. Liefst in woorden die voor mensen van haar generatie begrijpelijk zijn, ook al zitten ze niet elke dag in de kerk. De ‘geloofs-correspondentie’ heeft dan voor mij het effect van het afpellen van een ui. Laag voor laag onderzoeken wat van belang is, en zo mogelijk uitkomen bij de kern.

Voorwaarden

Een dergelijke geloofscommunicatie stelt wat mij betreft wel een aantal voorwaarden.

In de eerste plaats is dat volstrekte eerlijkheid over en weer. Ik heb de eindredactie voordat de brieven worden gepubliceerd. Maar naast soms een grammaticaal dingetje, heb ik nooit iets essentieels gewijzigd in de brieven die mijn dochter mij schrijft. Dat heb ik haar ook moeten beloven, en daar moet ze op kunnen vertrouwen. Ze weet ook dat ik volstrekt eerlijk ben in mijn brieven, en dat dat er misschien soms toe leidt dat ze even moet slikken, meewarig moet lachen, of misschien zelfs een beetje medelijden met me zal hebben.

… dat ieder mens geborgen is in Gods eeuwige liefde

Deze vorm van communiceren over geloof vraagt wat mij betreft ook volledige gelijkwaardigheid. Het kan niet zo zijn dat ik alleen maar ‘zend’ over mijn geloof, en dat mijn dochter daarop moet reageren. Dat is wel even een valkuil geweest; dat ik alsmaar met míjn geloof aan haar deur klopte, en dat mijn dochter de taak had daar genuanceerd, afwijzend dan wel beamend, op te reageren. In de laatste brieven heb ik haar uitgenodigd juist met háár zienswijzen, haar vragen, en haar levensbeschouwing te komen. Zodat ík kan reageren.

Niet stiekem overtuigen

Deze vorm van geloofscommunicatie vraagt dan ook, dat ik er niet stiekem op uit ben mijn dochter alsnog te overtuigen van de waarde van het christelijke geloof. De waarde van ons schrijven zit er juist in – denk ik – dat ik het vertrouwen heb dat het wel goed komt met haar, ook al gelooft ze niet of op een heel andere manier dan ik. En dat ik er juist bij heb te winnen om te horen over háár kijk op het leven, over wat zij van waarde vindt, en waarin zij gelooft. Het vergt dus een manier van geloven waarbij je ervan uitgaat dat ieder mens geborgen is in Gods eeuwige liefde, en dat je je eigen taal, behoefte, intensiteit en weg moet vinden om daarmee bezig te zijn.

Als ik al een agenda heb, is het deze. Dat ik haar duidelijk kan maken dat het recht doen aan die dimensie van het bestaan, die het geloof probeert te raken, toevoegt aan de kwaliteit en schoonheid van het leven. En mijn dochter geeft me het inzicht dat die dimensie, die ik met geloof probeer te beleven, ook door muziek, kunst, vriendschap en liefde is aan te raken.

Ik heb mijn dochter, mijzelf en mijn geloof beter leren kennen door deze briefwisseling. Ik hoop dat we er nog een tijdje mee door gaan. Een vorm van geloofscommunicatie die ik van harte aanbeveel!

De brieven zijn gepubliceerd in het weekblad De Brug in Kampen en op de website van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten De nieuwste reeks verschijnt in het blad AdRem van de Remonstranten.

Anneke van der Velde is als predikant/geestelijk verzorger werkzaam in een revalidatiecentrum en tevens organisatieadviseur binnen de Protestantse Kerk in Nederland.

< Terug