< Terug

Ik wil de dans naar de mensen brengen

In gesprek met danseres Mayke van Veldhuizen

Het vriest als ik om tien uur ’s ochtends het café aan de Amstel binnenkom, waar ik heb afgesproken met danseres Mayke van Veldhuizen. Binnen is het warm. Bij een paar kopjes cappuccino maak ik kennis met een enthousiaste kunstenares die min of meer bij toeval in de kerkelijke context is terecht gekomen.

Een paar maanden eerder, op 4 november, zag ik haar dansen in de Kloosterkerk in Den Haag, waar zij, met twee andere dansers, meewerkte aan het concert ‘Hier sta ik’ in het kader van 500 jaar Reformatie.

Muziek, op verschillende orgels uitgevoerd door Geerten van de Wetering, de vaste organist van de Kloosterkerk, en Harmen Trimp, werd hier verbeeld met een choreografie van Mayke. Drie danseressen gebruiken een vierkant ‘speelvlak’ van tien bij tien meter. Soms is er één danseres in beeld, vaker zijn het alle drie. Het zijn geen losse improvisaties, zie ik, want de bewegingen zijn vrijwel geheel op elkaar afgestemd. Een intensief karwei, lijkt me. Maar met de orgelmuziek zeker een mooie en verrassende combinatie. Of je dans op een orgelconcert (want dat was het in feite) als ‘liturgisch dansen’ moet beschouwen, is de vraag. Maar de reden dat Laetare zich interesseerde is het feit dat Mayke ook dansend vespers voorbereidt en uitvoert. Hoe komt iemand daar toe?

“Ik kom uit Akkrum, Friesland. Tijdens mijn middelbare schoolopleiding heb ik de Jeugd Dans Opleiding Fryslân gedaan in Leeuwarden. Een driejarige opleiding met alle vakken die nodig zijn voor de moderne hedendaagse dans. Toen al wist ik dat ik danseres wilde worden, maar ik kwam er ook wel achter dat Friesland heel beperkt is wat dat betreft. Ik ben in mijn eindexamenjaar aangenomen voor de vooropleiding van de AHK. Na twee jaar ben ik aangenomen voor de vakopleiding Urban Contemporary dans, een vierjarige opleiding voor bachelor dans.

Tijdens mijn opleiding ben ik heel veel in het buitenland geweest, omdat ik nieuwsgierig was wat er aan de hand was in [dans]gezelschappen over de wereld.

Ik ben in Londen geweest, in Turijn en Antwerpen. Daar heb ik me onder andere verdiept in ‘gaga’, danstaal, ontwikkeld door Ohad Naharin, in Israël. Die gaat uit van visualisatie en improvisatie, hoe je verschillende kwaliteiten kan gebruiken. Uiteindelijk was ik zo nieuwsgierig naar de achtergrond ervan, dat ik in mijn laatste jaar als stage een half jaar in Israël ben geweest. Ik heb daar het intensieve Vertigo International Dance Program gevolgd in Jeruzalem. In Israël gebeurt echt van alles op dansgebied. Het is daar zo’n hoog niveau!”

“Toen ik terug kwam in Nederland, ben ik afgestudeerd als danser en choreograaf, dat laatste om dingen te máken. In de twee jaar dat ik nu als freelance danser werk, merk ik dat het mij voornamelijk gaat om de dans naar de mensen te brengen in plaats van de mensen naar de dans, zoals in het theater. Dans is een onbekend gebied waarvan weinig mensen kennis hebben, ik wil mensen in aanraking brengen met dans. Hoe meer mensen het zien, hoe meer mensen het ook kunnen waarderen.”

Gedanste vespers

In 2017 danste Mayke met twee collega-dansers haar choreografie van de vespers in de Lebuïnuskerk in Deventer en daarna in de Grote Kerk in Leeuwarden. Rond 31 oktober danste zij ‘Hier sta ik – vijfhonderd jaar Reformatie verbeeld in muziek en dans’ in de Thomaskerk in Amsterdam-Zuid en de Kloosterkerk in Den Haag. Een geplande wending in haar carrière of toeval? Ziet zij hier toekomstperspectief in? En hoe werkt zoiets: een dans voorbereiden voor een vesper, een dansvoorstelling bij een orgelconcert?

“Door een toevalligheid ben ik in december 2016 in contact gekomen met Ingrid de Zwart, predikant van de Lebuïnuskerk in Deventer. Deze kennismaking heeft mijn kerkprojecten in gang gezet.”

“De basis van beide projecten waren drie verschillende stukken met orgel en trombone. Ook hebben we een dans bij ‘Christ lag in Todesbanden’ van Bach.

In de vespers in de Lebuïnuskerk werkte het zo: Ingrid de Zwart had een tekst en daarop werd muziek gemaakt en gedanst. Zij sprak de tekst uit en dan volgde muziek met dans. Of wij dansten op de uitgesproken tekst. Als muziek gebruikten wij stukken van John Ernst Galliard en Johann Sebastian Bach.”

“Of het pasklare vespers zijn? Nee, ik beleef elke uitvoering ook elke keer anders. Elke kerk, elke ruimte is heel anders. Ik wil de ruimte ten volle benutten. Als je vespers voorbereidt, moet de dans aansluiten op wat de dominee wil overdragen. Kant en klaar zou kunnen, maar… het heeft juist zijn charme om het per keer samen met de mensen van de kerk voor te bereiden.”

Ruimte

“Een dag van tevoren komen we op locatie. We houden van een goede voorbereiding. Het is een combinatie van onze vaste ingrediënten en de wensen en ideeën van de kerk. Maar soms wordt er op het laatste moment bepaald hoe het gaat worden, of we besluiten dat ter plekke zelf.

Hoe goed ik me ook voorbereid, altijd zal er wel iets zijn dat verrassend is. Dat is ook het leuke ervan.

Elke keer is anders. De Thomaskerk is een superkerk om te dansen! Daar konden we wat vaker repeteren. Dat gaf zo’n groot verschil, want daardoor is de ruimte bekend. Je weet de muur te gebruiken, de textuur van de vloer en zo.

Een week later gingen we naar de Kloosterkerk. Een totaal andere ruimte, een heel andere ervaring! Maar of die minder is dan in de Thomaskerk, dat kan je niet zeggen. Dat is appels met peren vergelijken. Ook al weten we precies wat we doen, het is twee keer hetzelfde, maar de feeling en de ruimte zijn totaal anders. Je hebt het gevoel dat je een heel andere voorstelling danst. Dat is ook de charme en de magie van theater, van dans, omdat je nooit volledig grip op het resultaat kan krijgen.”

“In de kerk is veel vrijheid om dingen uit te proberen. Je vraagt heel veel ruimte en dat is ook de uitdaging. Ik ben nu al weer bezig met een project in december in de Lebuïnuskerk en denk na over ideeën om het thema te verwerken.”

We praten nog even over ‘geloven’ en ‘kunstenaarschap’, zijn dat los verkrijgbare begrippen of heeft het een wat met het ander te maken? Ik ben heel benieuwd, omdat Mayke mij net vertelde dat ze een half jaar in Israël heeft gestudeerd. Wat heeft ze daarvan meegenomen?

“O, Israël: dat is een verschrikkelijk land, met al die onrust. Maar de dansers zeggen over Israëlische dansers: ‘Wij zijn zo goed omdat wij hier dansen alsof het onze laatste dag is. Daarom zijn wij zo goed!’

Mijn wens om in Israël te studeren had niet met geloof te maken, maar religie kom je daar overal tegen. In Jeruzalem, waar ik werkte, komt alles samen. Het is een melting pot van extreme gelovigen. De discussie bij de orthodoxe joden is of bijvoorbeeld de pijpenkrullen voor of achter de oren moeten. Ik werd daar heel kriegel van en ik was ook weer blij dat ik daar weer weg kon omdat het zo’n gespannen stad is. Je vóelt gewoon dat mensen het niet met elkaar eens zijn en de kleinste details ter discussie kunnen stellen. Ik had een supertijd in Israël. Ik heb heel veel geleerd en veel kansen gekregen op dansgebied. Maar de altijd aanwezige religieuze conflicten zorgden voor een cultuurverschil. Dat vond ik lastig.

Daarna heb ik een korte dansfilm gemaakt, ‘Meragesh’, emotioneel bewogen worden. Als een soort uitlaatklep, een vorm van verwerking van die tijd. Je kan aan die film niet iets ontlenen als ‘o, dat vond ze ervan’, maar het was gewoon mijn manier om te verwerken.

Het ergens anders zijn kan dus behoorlijk invloed hebben op je manier van kijken. Toen ik uit Israël terugkwam had ik echt een afkeer van religie. Ik wilde er niets mee te maken hebben. Het bracht alleen maar ellende. Dat is nu wel gematigd. Maar eigenlijk moet ik achteraf wel de conclusie trekken dat religie juist met die Israëlervaring weer op mijn pad is gekomen. En nu komt de kerk weer op mijn pad doordat ik er mooie dingen kan maken!”

Uitlaatklep

“Kunst is een uitlaatklep om dingen te begrijpen of juist niet te begrijpen: om vragen op te doen. Kunst biedt troost maar roept ook weer vragen op. Het is heel ontastbaar eigenlijk. Maar mensen hebben er wel een enorme behoefte aan.’

Ik begrijp inmiddels uit haar woorden, dat de kerkelijke context slechts een klein onderdeel is van haar werkveld. Tijdens ons gesprek kwamen namelijk geregeld haar reizen ter sprake. Ik blijk tegenover een ontzettend bereisde danseres te zitten: Israël is al genoemd, Londen, twee weken geleden zat ze in Dublin, in november 2017 een paar weken in Moskou. Mexico komt ook een paar keer langs, Barcelona. Het gaat hier om vaak meerdere intensieve weken, waarin een productie gemaakt moet worden. In het festivalseizoen werkt Mayke als danseres bij verschillende gezelschappen in Nederland. Op dit moment is zij vooral met de voorbereiding daarvan bezig.

“Ondanks al die buitenlandse activiteiten en mijn andere werk sta ik zeker open voor activiteiten in en rond kerken. Ik geloof echt in een toekomst voor dans in de kerk. Goed, nu heb ik even weinig kerkelijke dingen op de rol. Wel is er op de lange termijn iets te organiseren voor orgel en dans. Maar daarvoor moeten we subsidies aanvragen. En dat kost ook veel tijd. Sowieso: dansen is een ongelofelijk intensieve kunstvorm: in de dertig minuten dans in de kunstvesper zit zo’n vijftig uur repetitietijd. Met drie dansers…”

“Nee, ik probeer mezelf niet te profileren als ‘kerkelijk danser’, al staat er op mijn website wel prominent een foto met een kerkraam. Wel vind ik het bijzonder om de dans in de kerk te brengen. Ik hoop dat mensen het waarderen en zien dat dans daar een toegevoegde waarde heeft!”

Op de website van Mayke van Veldhuizen is veel beeldmateriaal te vinden van haar werk als choreograaf en danser: www.maykevv.com.

Jan Marten de Vries is redactielid van Laetare.

< Terug