< Terug

In dienst van ‘de minsten der Mijnen’

Mensen in beeld

Dat de Amerikaanse journaliste Dorothy Day (1897-1980) ooit nog eens op de nominatie zou komen te staan voor zaligverklaring in de Rooms-Katholieke Kerk, lag niet voor de hand. Dorothy Day was een bijzondere vrouw met een bijzondere levensloop.

Ze werd geboren in een episcopaals-christelijk gezin in Brooklyn. Het gezin kwam in San Francisco terecht, waar de aardbeving van 1906 betekende dat haar vader zijn werk verloor. Later kwam ze in Chicago te wonen, waar ze ook enkele jaren studeerde. Ze werd journaliste en werkte voor enkele linkse media. Ze voelde zich aangetrokken tot het socialisme en het anarchisme.

Na enkele jaren trok ze weer naar haar geboortestad New York. Daar had ze enkele liefdesrelaties en kreeg ze een dochter.

Tegelijkertijd zocht ze naar een geestelijk thuis. In 1927 liet ze zich opnemen in de Rooms-Katholieke Kerk. Voor de vader van haar dochter was dat onverteerbaar. De relatie liep definitief stuk, ook al zouden ze levenslang contact houden.

Sterk bewogen

Haar bekering tot het katholicisme nam overigens haar socialistische en anarchistische idealen niet weg. In de crisisjaren werd Day sterk bewogen door de ellende van de arbeiders die hun werk verloren.

Ze begon, samen met Pierre Maurin, een nieuwe krant, The Catholic Worker, die ze zelf uitventte tijdens demonstraties.

Binnen een jaar was de oplage 100.000. Het uitgeven van deze krant zou ze haar hele leven blijven doen, maar daarnaast ondernam ze nog allerlei andere acties. Catholic Worker werd een beweging waar honderden mensen zich bij aansloten. Zij openden huizen waar mensen opgevangen konden worden, wanneer ze in nood waren, of een tijd op adem moesten komen. In deze Huizen van Gastvrijheid was iedereen die dat nodig had, in principe welkom.

Radicaal pacifiste

Op politiek vlak kwam ze, als radicaal pacifiste, in verzet tegen oorlog en geweld. In de jaren vijftig en zestig streed ze tegen de kernbewapening en tegen de rassenscheiding in haar land. Ook bleef ze actief tegen de uitbuiting van arbeiders. Meermalen kwam ze vast te zitten of werd er geweld tegen haar gebruikt.

In de jaren zestig kreeg Dorothy Day bijval van veel jongeren uit de hippiecultuur, waar ze maar matig blij mee was. Het verzet tegen de Vietnamoorlog was een punt dat ze gemeen had met de jongeren, maar van drugs, vrije seks en ongebondenheid moest ze niets hebben. Vaak citeerde ze de Russi-sche schrijver Dostojevski: ‘Liefde in actie is vaak hard en verschrikkelijk vergeleken met liefde in dromen.’

De laatste twintig jaar van haar leven werd ze ook buiten de Verenigde Staten bekender. Ze reisde met de organisatie Moeders voor Vrede naar Rome om paus Johannes XXIII te bedanken voor zijn encycliek Pacem in Terris, die een oproep inhield om zich voor vrede in te spannen. Verder trok ze de wereld rond om huizen van de Catholic Worker te bezoeken. In India ontmoette ze Moeder Teresa, in wie zij een geestverwante vond. In 1980 stierf ze.

In dienst van de minsten

De beweging Catholic Worker bestaat nog steeds. Ook in Nederland heeft ze enkele Huizen van Gastvrijheid. Hier worden vooral uitgeprocedeerde asielzoekers opgevangen. De combinatie van een radicale sociale inzet met een devote en traditioneel katholieke geloofsbeleving maakt Dorothy Day tot een markante, tamelijk uitzonderlijke figuur. Een figuur die het respect afdwingt van enerzijds traditionele katholieken en anderzijds pacifisten en wereldverbeteraars van allerlei achtergronden. Haar hele leven stelde ze in dienst van ‘de minsten der Mijnen’ (Matteüs 25:31-46), met een kracht die alleen God kan geven.

Literatuur

Over het leven van Dorothy Day verscheen eind 2020 bij uitgeverij Damon de Nederlandse vertaling ‘Alles is genade’ van de biografie van de hand van Jim Forest.

Tom Boesten is stafmedewerker bij de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR). Hij is lid van de redactie van TussenRuimte.

< Terug