< Terug

Is de rentmeester onrechtvaardig?

Eerste zondag van de herfst (Amos 8:4-7, 1 Timoteüs 2:1-8 en Lucas 16:1-(8)17)

Commentatoren hebben moeite met deze Lucasparabel en proberen hem recht te breien. De overige lezingen over rijken en armen werpen van een andere kant licht op de gelijkenis. Is de rijke heer met schuldenaars een tsaddiq, of is de rentmeester die lasten verlicht dat?

Jezus is onderweg naar Jeruzalem en trekt bonte menigten toehoorders: van zondaren, tollenaren, farizeeën en schriftgeleerden. Jezus spreekt hen aan in drie parabels over vinden wat is verloren (Lucas 15). Met het verhaal over de rentmeester spreekt Hij zijn leerlingen aan: je leven veiligstellen door uit te delen wat niet van jou is. Omstanders kunnen wel meeluisteren; de farizeeën worden boos. Lucas 16 besluit met ‘de rijke man en de arme Lazarus’ (16:19-31), over al je rijkdom erdoor jagen en niets geven aan wie behoeftig voor de deur ligt.

‘Een rijke man’

We kennen deze parabel als ‘de onrechtvaardige rentmeester’. Het jou toevertrouwde bezit van een ander verkwisten is in onze ogen onrechtvaardig of minstens onrechtmatig. Je moet ermee verdienen voor je baas, het moet meer worden! De flankerende lezingen oordelen hard over mensen die zichzelf verrijken en anderen tekortdoen. Als eerste noemt de parabel ‘een rijke man’; dat is geen compliment in de traditie van de profeten (bijv. Amos 8:5-6; Jesaja 5:8-30; Jeremia 5:26-31) en de psalmen (Psalmen 49:6-7.16-17; Psalmen 37; Psalmen 73). Maria zingt: ‘Rijken stuurt Hij (= God) weg met lege handen’ nadat Hij hongerigen heeft overladen met gaven (Lucas 1:53). We lezen over ‘de onrechtvaardige (Gr.: tès adikias) Mammon’: geld en bezit (Lucas 16:9.12). Je kunt met die Mammon goede werken doen, maar pas op: hij verleidt mensen hun leven te bouwen op bezit en niet op God. Door de Mammon geschiedt veel onrecht en hij vormt een hoge drempel voor het Koninkrijk van God.

Een ‘rentmeester’ of ‘uitdeler’

Een rentmeester (Gr.: oikonomos, econoom) beheert het vermogen van zijn heer. Kwade tongen beweren dat hij zijn bezit verkwist. Zonder verder onderzoek volgt ontslag. Zijn die ‘tongen’ wel betrouwbaar en hun bedoelingen goed? Het zijn ‘duivels’ van ‘aanklagers’ (Gr.: diabolos, diaballoo – Lucas 16:1). In Groningen zeggen we van zo’n landheer: ‘Een dikke boer en gain beste’. Al heel vroeg in de kerk worden de apostelen ‘rentmeesters’ van God genoemd; volgens de Statenvertaling vooral om ‘uit te delen’. Paulus noemt zich ‘uitdeler (Gr.: oikonomos) van de verborgenheden Gods’ (1 Korintiërs 4:1-2; vgl. ook Naardense Bijbel); de apostel in 1 Petrus 4:10 ‘uitdeler van de menigerlei genade Gods’. De Vertaling NBG 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling vertalen hier ‘beheerder’.

Een slimme rentmeester deelt uit

Onze rentmeester houdt nu ‘uitdeling’ onder de schuldenaars. Hun schulden waren heel groot – deze heer was echt ‘gain beste’! Honderd vaten olijfolie, ofwel 100 bat is 100 x 36,4 liter = 3,64 m3. Hedendaagse kleinschalige traditionele olijventeelt leert ons: een oogst op anderhalve hectare brengt 1,4 m3 olijfolie op. De schuld is dus ruim tweeënhalve jaaropbrengst: nooit af te lossen. Honderd ‘balen’ tarwe is 100 kor, 1 kor is 10 bat, dus 36,40 m3 , dat is 27,3 ton. ‘Veel’, aldus een akkerbouwer in het Oldambt, zeker voor een kleine boer toen en daar. Nu oogst hij zo’n tien ton per hectare, dankzij de ontwikkeling van mechanisatie, gewasveredeling en kunstmest. In 1960 was het nog vijf ton. Het wereldrecord 2018 is bijna 16,8 ton. De omgang met schulden, leningen en rente staat heel ver af van het verbod op rente (Leviticus 25:36-55) en van het kwijtschelden van schulden in een sabbatsjaar (Deuteronomium 15:2). Zijn de getallen een oosterse hyperbool? Zijn ze van belang voor het verhaal? Lees en oordeel zelf. Dat de rentmeester de wetsovertreding van zijn baas corrigeert en hij zijn eigen toekomst veiligstelt door de rente weg te schrijven (een bekende theorie), overtuigt mij niet. Plotseling zwaait de heer zijn ‘uitdeler’ lof toe: hij heeft zijn toekomst slim veiliggesteld en het ontslag is uit de lucht. Die rentmeester is zeker zo goochem (Hebr.: chakham) als de ‘zeer wijze’ Jonadab (2 Samuël 13:3), de ‘wijze vrouw uit Tekoa’ (2 Samuël 14:2.20) en de ‘wijze vrouw’ uit Abel-Bet-Maächa (2 Samuël 20:16). Slimme oplossers, met leugen en bedrog; nee, geen schoonheidsprijs!

Wordt uitdeler van Gods genade

Van de nu volgende logica vinden we enkele voorbeelden in de evangeliën, daar steeds in een eigen samenhang. Lucas 16:8-9 spoort de gemeente aan gewoon met beide voeten in de wereld te blijven staan en daar goed te doen, voor haar welzijn en om Gods Koninkrijk uit te roepen. Toch: ga niet de Mammon dienen, maak integendeel de Mammon tot jouw dienaar om daarmee goed te doen (16:13). Jezus laat in Matteüs 25:31-46 de praktijk zien van 16:10-12: hoe kun je betrouwbaar zijn in het geringste en wat gebeurt er met de onbetrouwbaren? Ach ja, die farizeeën – ze zijn geraakt in hun beurs en hun hart. Ze houden zich uiterlijk aan het renteverbod. Toch kunnen ze flink verdienen aan het uitlenen van geld en goederen. Vele uren studie en veel denkkracht en discussie hebben regelingen opgeleverd die beide mogelijk maken. God vindt het een gruwel (16:15). In 16:16-18 lezen we hoe sinds Johannes Gods Koninkrijk wordt verkondigd, maar of ‘iedereen met klem wordt genodigd binnen te komen’ (Nieuwe Bijbelvertaling) dan wel ‘geweldenaars ernaar grijpen’ (Vertaling NBG ’1951)? De vertaling van het Griekse biazetai kent nog meer variaties (vgl. het oudere Matteüs 11:12). Het Koninkrijk voegt nieuwe uitleg en toepassing toe aan de Wet en de Profeten, maar gooit ‘geen tittel’ weg.

Tot slot: aan de gemeente is het hele kapitaal van Gods genade toevertrouwd om uit te delen in de wereld. Ook al willen boze tongen een wig tussen haar en haar Heer drijven wegens haar menselijk falen, ze mag blijven zolang ze blijft uitdelen.

Deze exegese is opgesteld door Hans Fortuin.

< Terug