< Terug

Isa, dienaar van God

Moslims kennen drie profeten: Mozes, Mohammed en Jezus.

Terwijl wij met familie aan tafel zaten om het vasten van Ramadan 2017 te breken, riep een 16-jarig nichtje uit het niets: ‘Jezus is toch ook een van onze drie profeten?’ Ze had kennelijk iets opgevangen bij het vak levensbeschouwing, maar verder wist ze niet zoveel over hem. Er ontstond een korte gedachtewisseling aan tafel tussen nichtjes en neefjes, toen de volwassenen met veel trots bevestigden dat Jezus inderdaad een van de profeten van ons, moslims, is.

MARJAM

Die trots is niet ongegrond. De Koran portretteert Jezus Christus, ook Isa al-masieh (de Messias) genoemd, als een bijzonder mens, bij zijn geboorte, bij zijn sterven en tijdens zijn leven. Zijn verwekking was al een wonder, biologisch onnatuurlijk: ‘En (gedenk) haar, die haar kuisheid bewaar-de. Wij bliezen haar onze geest in en wij maakten haar en haar zoon tot een teken van alle volkeren’ openbaart de Koran over Jezus’ moeder Maria. Maria zegt geschrokken in het naar haar vernoemde Koranhoofdstuk Marjam: ‘Hoe kan ik een zoon ontvangen terwijl geen man mij heeft aangeraakt en ik evenmin onkuisheid heb bedreven?’ Waarna de heilige Geest haar antwoordde: ‘Het is zo naar uw Heer zegt, het is gemakkelijk voor Mij, opdat Wij hem tot een teken voor de mensen maken, een genade onzerzijds.’

WONDER

‘Een teken voor de mensen’ betekent concreet dat Jezus een lopend wonder was. Volgens de Koran was hij, onder andere, drager van ‘Gods Woord’ , verrichtte ontelbare wonderen en was begaan met zwakkeren en kwetsbaren; hij werd gesteund door de heilige Geest, was wijs en zuiver, trouw aan God, liefdevol en vergevingsgezind; hij streed tegen onrecht en voor gehoorzaamheid aan God. Isa, de profeet, was het voorbeeld van vroomheid, dankbaarheid, zachtheid en zorg voor anderen, om te beginnen voor zijn eigen moeder.

BEVRIJDENDE BOODSCHAP

Maar Jezus heeft het niet gemakkelijk gehad. Al bij zijn geboorte moest hij beschuldigende vingers tegen zijn moeder verdragen toen zijn gemeenschap haar van overspel beschuldigde en in koor riep: ‘O Maria, gij hebt iets vreemds gedaan.’ Het wiegenkind zei: ‘Ik ben een dienaar van God. Hij heeft mij het Boek gegeven en mij tot een profeet gemaakt; Hij heeft mij gezegend.’ Als profeet had hij een bevrijdende boodschap en droeg die actief uit. Dat beviel niet iedereen, zeker de machthebbers niet. Hij moest de pijn van verraad verdragen en toen men zijn boodschap niet langer aankon, besloot men hem te vervolgen. Hij werd veroordeeld tot de dood door kruisiging. Maar de man die gekruisigd werd, was iemand anders. Jezus is de pijn van de kruisiging bespaard, zegt de Koran: ‘Zij hebben hem niet gekruisigd.’ God spreekt: ‘O Isa, Ik laat jou sterven en Ik zal jou tot Mij opheffen en jou reinigen van hen.’

Mohamed Ajouaou is universitair docent Islamitische theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en hoofd Islamitische Verzorging bij de Dienst Justitiële Inrichtingen.

SOERA 19 IN DE KORAN IS HET HOOFDSTUK MARJAM, WAAR-IN DE VERWEKKING EN GEBOORTE VAN ISA BESCHREVEN WORDEN.

< Terug