< Terug

Je echt verbinden met een kind

Inge heeft ruim 25 jaar ervaring in het begeleiden van peuters. Wat vindt zij belangrijk om ervoor te zorgen dat kleine kinderen zich goed kunnen ontwikkelen?

‘Je moet kinderen ruimte geven om hun creativiteit, beweeglijkheid, fantasie te uiten. Dus zingt een kind soms een kwartier lang een liedje over wat hij gisteren gedaan heeft. Niet dat ik daar een kwartier lang naar luister, maar ik laat het wel gaan.
Ik wil zo min mogelijk vakjes en hokjes neerzetten. Als een kind aan het spelen is, zijn de blokken eerst een toren, maar dan gaan ze mee naar de keuken en worden het boterhammen. Ik zeg dan niet: “Eerst de blokken opruimen en dan kun je in de keuken komen.” Als je kinderen volgt in hun spel en gedachtegang, zie je dat het functioneel is wat ze doen. Je beperkt hun creatieve vermogens als je zegt: “Een deur is niet rond.” O nee?

Het hele onderwijs, en dat begint al in de peuterspeelzaal, is hoe langer hoe meer een eenheidsworst. Waarom moeten kinderen allemaal precies op hetzelfde moment hetzelfde kunnen en doen en denken? Waarom mogen er geen verschillen zijn? Wij juffen moeten in dezelfde maand hetzelfde thema  behandelen. Dat maakt ons inwisselbaar, maar dat geeft ook minder band met de kinderen. Terwijl het zo belangrijk is om je echt te verbinden met ieder kind.
Ik wil vooral dat een kind zich veilig en begrepen voelt. Zeker als ik een kind niet direct begrijp, ga ik ervoor zitten, dan laat ik merken dat ik hem of haar zie. Dat heeft direct effect. Dan durven of kunnen ze ineens iets wat ze eerst niet durfden of konden.
Jammer genoeg kom ik regelmatig ouders tegen die hun kind niet echt zien, te weinig warmte geven om zich te ontplooien.

Je krijgt steeds meer kinderen die helemaal in hun hoofd zitten. Een driejarige die alles weet over dino’s en planetenstelsels, maar niet weet hoe je moet opstaan als je valt of hoe je vriendjes kunt maken. Ouders en anderen zijn gefixeerd op intellectuele ontwikkeling: die hersens moeten het doen. Zo krijg je als het ware een plantje zonder wortels, dat na de eerste windvlaag omvalt. Een kind moet eerst in zijn lijf ‘wonen’ om sociaal-emotioneel te kunnen groeien.’

< Terug