< Terug

Je leven haten…

Waar de Bijbel vooral de liefde predikt, klinken woorden over ‘haten’ wel heel schrijnend. Hoe verstaan we Jezus, voor ons leven hier en nu, en verder…?
SAKE STOPPELS
Dr. S. Stoppels is lector Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en beleidsmedewerker binnen de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk. Hij is tevens lid van de redactie van Ouderlingenblad.

Als er één woord is dat je niet met het Evangelie van Jezus Christus associeert, dan is het wel het woord ‘haten’. En toch staat het er pontificaal in Johannes 12:25: ‘Wie zijn leven liefheeft, verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven.’ (NBV).

Het is de bedoeling dat we ons hoofd stoten aan die woorden

Wat moeten we met dit harde woord? Het grote gebod is immers God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Zelfliefde lijkt in dit grote gebod te worden verondersteld en dat is ook gezond. Als we onszelf haten, dan duidt dat vrijwel altijd op een heel serieus psychisch probleem. Het kan niet de bedoeling zijn jezelf weg te gooien, want het Evangelie zoekt altijd onze winst. Als Jezus oproept om zelfs je vijanden lief te hebben, dan kunnen we dit woord toch niet letterlijk nemen?!

Vertalingen

De Bijbel in Gewone Taal vindt het dan ook te gortig en vertaalt met ‘als je bereid bent je leven op aarde op te geven’. Zo is het nog steeds een aangrijpend woord van Jezus, maar we kunnen er wel wat beter bij. De zogenaamde Naardense vertaling van Pieter Oussoren zet ‘haten’ tussen aanhalingstekens. Neem het dus niet letterlijk, zal hij er mee willen zeggen. Ook Oussoren zat er kennelijk mee in zijn maag. Meerdere commentaren die ik er op nasloeg, lopen een beetje om de hete brij heen. Ze zeggen niets over dit ‘haten’. Kennelijk weten ook bijbelwetenschappers niet zo goed raad met dit woord.

Andere commentaren, die wel iets zeggen over dit haten, spreken soms van de overdrijvende vorm. Ze wijzen daarbij ook naar het Hebreeuws waarin dergelijke overdrijvingen vaker voorkomen. De zaak wordt extra scherp aangezet om de hoorder wakker te schudden. Het is de bedoeling dat we ons hoofd stoten aan die woorden, maar de hoofdpijn die het oplevert, maakt ons goed wakker en alert. Want het gaat echt ergens over.

Ons ‘dikke ik’

Jezus spreekt in Johannes 12 over de graankorrel die moest sterven om vrucht te kunnen dragen. Hij heeft het daarbij over zichzelf en in het verlengde daarvan ook over zijn leerlingen. Wat is dat, sterven om vrucht te kunnen dragen? We raken hier aan een scharniermoment in het Evangelie. Welke richting heeft ons leven? Als we alle schone schijn weghalen, welke kern blijft er dan over? Welke grondtoon?

We leven in een tijd waarin zelfontplooiing hoge ogen gooit. We worden daartoe ook steeds weer uitgenodigd. ‘Blij zijn met jezelf’ scoorde als waarde het hoogst onder HAVO-4 en VWO-5 leerlingen in een recent onderzoek. Direct daarna kwam ‘van het leven genieten’. Een collega kwam een paar jaar geleden verbijsterd naar me toe: het eerste woordje dat zijn dochter in groep 3 leerde, was ‘ik’! Elke keer als ik op Utrecht Centraal ben, treft me het grote ‘ik’ op een kantoorgebouw naast het station. Wat drijft iemand om dit boven op een kantoor te zetten? Mark Rutte sprak een aantal jaren geleden over ons ‘dikke ik’.

Hij koos – blijvend – voor zijn roeping een teken van vrede te zijn

Roeping

Zijn dit incidenten of groeien we inderdaad toe naar een hoog ik-gehalte in onze samenleving? Hoe dan ook, de woorden van Jezus botsen met iedere vorm van egocentrisme, het centraal zetten van mijn ik. Jezus’ woorden zijn opgevangen door pater Frans van der Lugt, levend en werkend in de Syrische stad Holms. Hij heeft zijn leven niet boven alles willen behouden, maar koos letterlijk blijvend voor zijn roeping om een teken van vrede te zijn in een door oorlog verwoeste stad. Hij zal die woorden van Jezus vaak gelezen hebben en heeft er niet om heen willen lopen. Het kostte hem wel zijn leven, want hij werd in 2014 door rebellen van het Nusrafront door het hoofd geschoten. Een indrukwekkend voorbeeld van een mens die niet koste wat kost zijn hachje wilde redden.

Van een geheel andere orde, maar toch ook treffend, was de ontknoping van de serie ‘De luizenmoeder’. ‘Ik richt me op het sprookje van geloof, hoop en liefde’, zei juf Ank in de laatste aflevering. Ze liet de promotie naar het directeurschap van de openbare basisschool ‘De Klimop’ voorbij gaan en koos voor het christelijk onderwijs. Een heel verrassend einde van deze AVRO-Tros serie.

Het tijdelijke en de eeuwigheid

Er is nog een andere dimensie aan dit scherpe woord van Jezus. Dat is het contrast tussen het leven hier en nu en het eeuwige leven. We leven in onze tijd vaak nauwelijks nog met het besef dat met dit leven niet alles gezegd is. ‘You only live once’, afgekort tot YOLO, is onze mantra. Dat geeft druk, want een herkansing is er niet, alles zal hier en nu moeten gebeuren. Is die druk een verklaring voor de stress in veel mensenlevens en voor burn-out, waar zelfs middelbare scholieren al mee te kampen hebben? Ook binnen de kerken zijn eeuwigheid en oordeel voor velen ver weg. Het zou goed zijn vanuit het woord van Jezus hierover het gesprek aan te gaan. Doet ons (on)geloof in de eeuwigheid iets met onze beleving van het tijdelijke?

< Terug