< Terug

Jezus laat zich zien

Johannes 21, 1-14

‘Ik ga weer vissen,’ zei Simon Petrus.

Die avond waren ze met zijn zessen bij het meer van Tiberias.

Hier in de buurt was alles begonnen.

Hier hadden ze Jezus voor het eerst ontmoet, toen ze nog gewoon elke nacht aan het vissen waren. Toen was alles anders geworden. Ze waren met hem meegegaan.

Nu was Jezus al een tijdje dood.

Toch was hij al twee keer bij hen geweest na zijn dood.

‘Ga jij vissen, Petrus?’ zeiden de andere leerlingen. ‘Dan gaan wij mee.’

Ze gingen op weg, en klommen in de boot.

De hele nacht bleven ze vissen, maar ze vingen helemaal niets.

Toen de nacht voorbij was en de zon opkwam, roeiden ze weer naar het strand.

Daar stond Jezus, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was.

Jezus sprak hen aan: ‘Vrienden, hebben jullie soms wat vis?’

‘Nee,’ zeiden ze. ‘We hebben de hele nacht niets gevangen.’

‘Gooi je netten dan aan de andere kant uit, dan zul je wel iets vangen,’ zei de man.

Toen ze dat deden, konden ze het net niet eens ophalen, zo vol zat het met vis.

Ineens ging hen een lichtje op.

Dit was al eerder gebeurd, lang geleden.

Ze hadden toen ook de hele nacht gevist en niets gevangen…

‘Het is Jezus!’ riep één leerling.

Toen Simon Petrus dit hoorde, trok hij zijn bovenkleren aan, sprong in het water en waadde naar de kant.

De andere leerlingen roeiden de boot snel naar de kant, en sleepten het hele net vol vissen achter zich aan.

Toen ze allemaal aan land waren, zagen ze dat Jezus een vuurtje had gestookt, met vis erop en brood.

Jezus zei: ‘Haal wat van de vis die jullie gevangen hebben.’

Simon Petrus stapte de boot in, tilde het volle net eruit en sleepte het aan land.

Het zat vol met grote vissen, wel honderddrieënvijftig waren het er. Toch scheurde het net niet.

Jezus zei: ‘Kom ontbijten.’

Dat deden ze.

Niemand durfde aan Jezus te vragen wie hij was.

Jezus kwam dichterbij, nam het brood en gaf het hun, en zo deed hij het ook met de vis.

Dit was de derde keer dat Jezus zich aan de leerlingen liet zien sinds hij uit de dood was opgestaan.

< Terug