< Terug

Judit op drift

Het schilderij  ‘Judith en de appel’ heeft helemaal niks met de Bijbelse Judit te maken. En nu zou u als lezer al kunnen denken: ‘Hallo! Had dat schilderij dan niet genoemd!’

Ik deed het evenwel toch omdat ik het in dit Naschrift wil hebben over de ontsporing(en) van de Bijbelse Judit. Die Judit is namelijk grenzeloos op drift geraakt. Een reden daarvoor is gemakkelijk te achterhalen. Als je dit nummer van Schrift doorbladert om alleen even naar de illustraties te kijken, dan zie je vrijwel steeds hetzelfde: Judit met het hoofd van Holofernes. Op deze twee (Judit en Holofernes) is ingezoomd, met als gevolg dat Judit en het resultaat van haar daad uit het verhaal zijn gelicht, verzelfstandigd – en in die zin van de context geïsoleerd. Wat er dan overblijft, is een bloedmooie vrouw die staat voor een spectaculaire actie met een goede scheut geweld. Als je deze ingrediënten vervolgens plaatst tegen een decor van goed en kwaad, dan heb je al de helft van een James Bond-film. Zonder de context van het Bijbelse verhaal kun je met deze Judit namelijk alle kanten op en dat heeft de geschiedenis dan ook getoond. Geloof het of niet, maar bij dit Naschrift had ook een foto van Sophia Loren kunnen staan. Zij schittert (nou ja, schittert…) namelijk in de film ‘Judith’ (van Daniel Mann) uit 1966. De film schuurt in mijn ogen aan tegen het bijbelverhaal, al is het lijntje wel flinterdun. De film zelf (die overigens op YouTube in zijn geheel te zien is als je zoekt op ‘Judith (1966)

Sophia Loren’) is door de critici ontvangen als bedroevend slecht en daarom maak ik er hier verder geen woorden aan vuil.

Dat Judit op drift is geraakt, is overigens niet iets dat we uitsluitend vinden in onze meest recente geschiedenis. Zoals vaker bij Bijbelse dames (Suzanna, Batseba, Maria Magdalena bijvoorbeeld) werd haar schoonheid in de Renaissance getoond in naakten, hetgeen mogelijk was omdat er niet uitsluitend meer voor de kerk geschilderd werd. Uiteindelijk leidde dat er onder meer toe dat in de 19e en 20e eeuw het liefdesmotief hoofdzaak werd. Vraag me niet welk liefdes motief; we raken steeds verder verwijderd van de tekst. In een opera van Wetz (‘Das ewige Feuer’, uit 1907) blijkt Judit verliefd op Holofernes en zij doodt hem omdat hij haar afwijst. En in een dramastuk van Kaiser (‘Die jüdische Witwe’, uit 1911) wordt Holofernes gedood omdat Judit aan Nebukadnessar de voorkeur geeft. Het zijn maar een paar voorbeelden.

Een bloedmooie vrouw die staat voor een spectaculaire actie met een goede scheut geweld

Zijn deze kunstuitingen nou volstrekt onzinnig? Nee, dat kun je niet zeggen. Iedere kunstuiting zegt iets over de tijd waarin zij ontstaat, en dat is op zich altijd al interessant, ook al heeft die uiting niets of weinig meer van doen met een oorspronkelijke inspiratiebron. De kunst kan met een verhaal, of een deel daaruit, nou eenmaal doen wat zij wil. Een kunstenaar hoeft zich namelijk niet te verantwoorden. Een exegeet daarentegen moet dat wel en bij het palet aan mogelijke tekst interpretaties dient hij of zij niet alleen te zoeken naar betekenis, maar zich ook af te vragen bij welke interpretaties de overgeleverde tekst breekt.

Tot slot: Kunstenaar Hein de Bruyne (* 1942) schilderde het hier afgebeelde schilderij. Met de nodige fantasie zou je nog kunnen denken dat er ook hier sprake is van een verwijzing naar het bijbelboek. De verleiding waarvoor de appel staat, lijkt hier voor de nog jonge Judit slechts een kwestie van tijd (zie het horloge). Hier is echter geen sprake van ontsporing, maar van puur toeval. Hein portretteerde zijn buurmeisje Judith van Hemert (1981) in Beuningen en de appel is een vrije toevoeging van hemzelf.

Literatuur

Louis Goosen, ‘Judit’, in: Van Abraham tot Zacharia. Thema’s uit het Oude Testament in religie, beeldende kunst, literatuur, muziek en theater, Nijmegen 1990.

www.heindebruyne.nl

< Terug