< Terug

Kaarten met een boodschap

Het 10/40-venster en zendingsgeografie

Het thema van dit nummer van TussenRuimte nodigt uit tot nadenken over relaties van wederzijdse en gelijkwaardige uitwisseling, alsook over relaties waarin de gebroken realiteit van de praktijk van het dagelijks leven en van de sociaaleconomische structuren niet wordt genegeerd. In dit artikel gaat het over de rol die kaarten en geografische visualisatie spelen in het nadenken over en begrijpen van de wereld vanuit missionair perspectief. Wordt de strategische visie voor zending gevormd door de ontmoeting met mensen of door geografische kaarten die juist het menselijke verhaal en de contextuele diversiteit kunnen verbergen?

Tijdens de openingszitting van de Lausanne II-conferentie in Manilla in juli 1989 lanceerde de in Argentinië geboren Amerikaanse zendingsstrateeg Luis Bush zijn concept van het 10/40-venster. ‘De kern van de onbereikte mensen van onze wereld’, schrijft hij over het concept in zijn artikel ‘Reaching the Core of the Core’ in Renewal Journal (10), ‘leeft in een rechthoekig venster’, tussen de 10 e en 40 breedtegraad ten noorden van de evenaar. Bush schrijft:

‘Het 10/40-venster confronteert ons met verschillende belangrijke overwegingen: ten eerste, de historische en bijbelse betekenis; ten tweede, de minst geëvangeliseerde landen; ten derde, de dominantie van drie religieuze blokken; ten vierde, het grote aantal armen; ten vijfde, de onbereikte etnolinguïstische bevolkingsgroepen; ten zesde, de minst geëvangeliseerde megasteden; en ten zevende, de bolwerken van Satan binnen het 10/40-venster.’

Bush stelde dat dit het doelgebied was voor wereldwijde zending in de context van het komende millennium. Het concept sloeg aan bij evangelicalen wereldwijd en werd het overkoepelende raamwerk voor wereldwijde zending in het decennium voorafgaand aan het nieuwe millennium.

Literatuur over het 10/40-venster is schaars; de meeste studies over Amerikaanse zending noemen het Venster slechts terloops en algemene studies over christendom wereldwijd neigen ertoe het Venster geheel te negeren. Vreemd genoeg wordt de concrete kaart van het 10/40-venster meestal over het hoofd gezien, ook al visualiseert ze het belangrijkste en overkoepelende conceptuele en geografische kader.

Hoewel de kaart kan worden geïnterpreteerd als een visualisatie van zendingsdoelen, stellen wij dat de kaart zelf het evangelicaal denken wereldwijd heeft beïnvloed. Het is een kader geworden waarbinnen missionaire doelen worden geformuleerd en evangelicale wereldbeelden worden hervormd.

Onze methodologie voor dit artikel komt voort uit de sociale geografie, de discipline die de verbondenheid tussen maatschappij en ruimte bestudeert. Ons uitgangspunt is het begrip territorialiteit, door de Amerikaanse geograaf Robert D. Sack in zijn boek Human Territoriality: Its Theory and History toegelicht als:

‘de poging van een individu of een groep om mensen, fenomenen en relaties te beïnvloeden of te controleren door een geografisch gebied […] een territorium genaamd […] af te bakenen en er controle over uit te oefenen’.

In dit artikel analyseren we de functie van de kaart van het 10/40-venster door methodologieën van kritische cartografie toe te passen. De geograaf Brian Harley stond in de jaren zestig aan de wieg van deze discipline. Hij betoogde in zijn studie van Tudor-cartografie dat ‘kaarten deel uitmaken van een visuele taal waarmee specifieke belangen, doctrines en zelfs wereldbeelden worden gecommuniceerd’.

Recentelijk ontkennen enkele kritische cartografen dat kaarten op enigerlei wijze de sociale werkelijkheid weergeven. Ze zouden geheel naar zichzelf verwijzende systemen zijn van vooronderstellingen over de wereld. De functie van kritische cartografie is om de kaart te deconstrueren en deze vooronderstellingen bloot te leggen.

Ons argument is dat het gebruik van de kaart van het 10/40-venster een ruimtelijke zendingsstrategie is om aanspraken te maken op territorium. Ons algemene doel is te laten zien dat kaarten een boodschap in zich meedragen: in het begrijpen van wereldwijde zending zijn kaarten niet slechts illustraties van, maar zijn ze medebepalend voor deze dynamiek.

10/40-kaart als metageografie

In deze paragraaf wordt het gebied van het 10/40-venster geanalyseerd als metageografie. Kären Wigen en Martin Lewis definiëren metageografie in hun boek The Myth of Continents: A Critique of Metageography als ‘het geheel van ruimtelijke structuren waarmee mensen hun kennis van de wereld ordenen’. Zij stellen dat dit soort geconstrueerde ruimtelijke kaders een denkbeeldige orde opleggen. Deze orde krijgt een verklarende of overtuigende kracht, als er sociale instemming is over de kaders, zelfs als deze niet stroken met de werkelijke fysieke of sociale wereld.

Bijvoorbeeld, de term Global South wordt vaak gebruikt om regio’s aan te duiden die in werkelijkheid hoofdzakelijk op het noordelijk halfrond liggen: Azië ligt volledig ten noorden van de evenaar, Afrika grotendeels, Latijns-Amerika niet, maar Australië, dat in feite op het zuidelijk halfrond ligt, maakt er geen deel van uit.

Eén conclusie van Wigen en Lewis is bijzonder relevant voor ons betoog, namelijk dat ruimtelijke metastructuren de neiging hebben culturen te clusteren en te isoleren, in plaats van de onderlinge verbondenheid te vertonen. Deze geïsoleerde ruimten worden vervolgens doordrenkt met culturele betekenis, specifieke identiteiten of zelfs geografisch determinisme.

Culturen worden geclusterd en geïsoleerd

Een metageografie waarbij dit duidelijk gebeurt is Azië, een continent dat vaak geassocieerd wordt met exotisme en de afwezigheid van verandering of keuze, in tegenstelling tot Europa waar actie en diversiteit als gebruikelijker worden beschouwd.

Wij stellen dat het 10/40-venster een metageografische aanduiding is waarmee zendingsgenootschappen, om Wigen en Lewis nog eens te citeren, ‘hun kennis van de wereld ordenen’. Deze 10/40 geografische metastructuur kruist bestaande discoursen over de ruimte die het Venster omsluit, namelijk Noord-Afrika, het Midden-Oosten en het gehele zuidelijke deel van Azië: gebieden die in het westerse denken traditioneel worden geassocieerd met culturele achterstand en stagnatie.

De metageografie van het 10/40-venster is erin geslaagd om massale steun te genereren onder evangelicalen. In haar recente studie The Kingdom of God has no Borders, merkt Melani McAlister op: ‘Het 10/40-venster was aantrekkelijk als concept, maar ook als marketinginstrument.’

De manier waarop dit uitwerkte, ligt in de lijn van wat Benedict Anderson in Imagined Communities heeft beschreven als de ‘kaartals-logo’. De kaart-als-logo brengt niet langer geografische informatie over, maar symbo-liseert een waarde of een ideologie. De kaartals-logo van het 10/40-venster is vaak verstoken van enige geografische informatie of tekst; er zijn T-shirts, spelletjes, kookboeken voor kinderen, en zelfs koffiemelanges met het 10/40-venster te koop, die suggereren dat het Venster gelijk staat aan zending.

De wijdverspreide marketing van de ‘10/40-venster kaart-als-logo’ laat zien hoe het concept een integraal onderdeel is geworden van evangelicale zending.

Kritische analyse

De kaart van het 10/40-venster als logo weerspiegelt paradoxaal genoeg de kracht van de kaart, terwijl zij tegelijkertijd door haar eenvoud de kaart van werkelijke informatie ontdoet.

De kaart-als-logo werd marketinginstrument in evangelicale zending

We hebben de kaart geanalyseerd aan de hand van de vijf verschillende dimensies die Piers Fotiadis in The Strange Power of Maps heeft beschreven als onderdeel van het ‘kookboek van de cartograaf ’: projectie, selectie, kleurgebruik, symbolen en titels. Samenvattend kan worden gesteld dat – hoewel de projectie zich verre hield van ideologische noties van mondiale verhoudingen – de kaart een typisch westerse, op de staat gerichte kijk op de wereld articuleerde door staten te homogeniseren en nationale grenzen te accentueren.

Aangezien het Venster zich bezighoudt met bevolkingsgroepen en religies, is dit geen voor de hand liggende keuze. Het is ook niet gemakkelijk te zien wat de functie ervan is, anders dan een conformeren aan de standaardpraktijk en een kaart te presenteren die de meeste westerse kijkers herkennen.

Recentere infografieën ‘vermenselijken’ de ‘steriele’ kaarten van het 10/40-venster en tonen een cartografische leercurve van zendingsorganisaties.

Kaarten gebruikten kleurcoderingen om tegenstellingen te creëren tussen wereldreligies, en tussen het pluriforme Westen en homogene niet-christelijke wereldreligies, een dichotomie die wordt benadrukt door het omkaderde kader van het Venster op de kaart. Het 10/40-venster wordt zo afgesneden van de onderlinge verbondenheid van de moderne wereld, of het wordt op zijn minst als zeer moeilijk ervaren om toegang te krijgen tot het Venster.

Dit is vreemd genoeg incongruent met het concept ‘venster’ zelf, dat transparantie suggereert. De tekstuele dimensie van de kaart, titels en legenda accentueren deze tegenstellingen.

Twee discoursen

Er zijn twee discoursen die een integraal onderdeel zijn van het taalgebruik over het 10/40-venster, namelijk de kernbegrippen ‘onbereikte bevolkingsgroepen’ en ‘geestelijke oorlogsvoering’.

Onbereikte bevolkingsgroepen

Het concept van ‘onbereikte bevolkingsgroepen’ is bedacht door Ralph Winter in de jaren zeventig. De aantrekkingskracht ervan kan worden verklaard uit het feit dat het resoneert met het bijbelse ‘naties en volken’.

De nadruk ligt hier echter op de relatie met geografische metaforen, in het bijzonder het begrip ‘bereikt’.

Deze taal wordt gebruikt om de wereldbevolking in twee groepen te verdelen: bereikt en onbereikt. Bereikte groepen worden onderverdeeld in ‘volgelingen van Jezus’, ‘andere nominale christenen’ en ‘cultureel nabije niet-gelovigen’. Onbereikte groepen zijn ‘cultureel verre ongelovigen’, die leven in bevolkingsgroepen waar weinig of geen christenen actief zijn.

Het 10/40-venster wordt hier niet specifiek genoemd, maar overlapt keurig met de ‘cultureel verre ongelovigen’ plus de ‘cultureel nabije niet-gelovigen’ in China, waar wel christenen aanwezig zijn. Het doel van dit model is een uitdaging tot mobilisatie om meer zendelingen naar het Venster te sturen. Aangezien culturele afstand wordt gedefinieerd door bevolkingsgroepen die op hun beurt verbonden zijn met metageografische ruimtelijke aanduidingen, zoals “Pacific” en “niet-islamitisch Afrika”, zijn deze in feite geografisch van aard en bevestigen zij de basislogica van het 10/40-venster.

Geestelijke oorlogsvoering

De vreedzame ruimtelijke taal van ‘bereikten, onbereikten en zendingsveld’ werd bekritiseerd door een medewerker van Luis Bush, Peter Wagner. Voor hem gaat het Koninkrijk niet over de vraag of mensen bereikt of onbereikt zijn, maar over geestelijke oorlogsvoering. Het Koninkrijk omvat een geografische ruimte en moet verdedigd en uitgebreid worden. In die zin gaat de 10/40-vensterkaart niet over een venster voor zendingskansen; het is een militaire kaart waarmee strategie kan worden bedacht. Zijn ideeën sluiten aan bij de notie van ‘spiritual mapping’, wat geestelijke oorlogvoering vergemakkelijkt.

Na 9/11 werd het Venster opnieuw concept van geestelijk oorlogsgebied

De vermenging van territorium en geestelijke oorlogvoering was al aanwezig in het oorspronkelijke concept van Luis Bush: het 10/40-venster is niet zomaar een plaats op aarde, want in het epicentrum ervan bevindt zich de oorspronkelijke plaats van Eden, waar God aan Adam en Eva de heerschappij over de aarde schonk. Het is echter ook de plaats waar de Toren van Babel werd gebouwd en waar de demonische prinsen van Babylon en Perzië regeerden. Volgens Peter Wagner zijn dergelijke demonische krachten nog steeds in het spel. Wagner adopteerde het 10/40-venster als het geografische kader voor de ‘spiritual mapping’- beweging.

In de nasleep van 9/11 en de toegenomen aandacht voor het Midden-Oosten, werd het 10/40-venster met succes opnieuw geconceptualiseerd als een geestelijk oorlogsgebied, waarvoor het krachtigste wapen het gebed is. De territoriale interpretatie van geestelijke oorlogsvoering werd zwaar bekritiseerd door westerse theologen en historici. Brian Stanley, bijvoorbeeld, betoogde in zijn artikel ‘Conversion to Christianity:

The colonization of the mind?’ dat het kan leiden tot ‘vormen van bot en impliciet racistisch territorialisme, waarin bepaalde gebieden op de kaart worden gebrandmerkt als zijnde speciaal onderworpen aan satanische overheersing’. Desondanks heeft het aan populariteit gewonnen bij evangelicalen en neo-pentecostalen, vooral in nietwesterse gebieden.

Conclusie

Dit artikel heeft willen aantonen dat kaarten ertoe doen. De kaart van het 10/40-venster visualiseert wereldwijde missionaire ambities, maar creëert ook nieuwe sociale realiteiten die op hun beurt de doelen die missionaire genootschappen zichzelf stellen opnieuw vormgeven.

Hoewel het 10/40-venster zowel door zendelingen als door academici is besproken, is de kaart zelf vreemd genoeg over het hoofd gezien. Het algemene argument was dat de kaart van het 10/40-venster kan worden gezien als een territoriale strategie van de missionaire beweging, een visuele manier om aanspraak te maken op grondgebied. De 10/40-kaart zet, opzettelijk of onbewust, een westers cartografisch discours voort. Zoals Piers Fotiadis opmerkt in The Strange Power of Maps:

‘… is het niet noodzakelijk zo dat de eigenlijke auteur van de kaart zich bewust is van de potentiële politieke boodschap van de kaart die hij of zij maakt; het is veeleer mogelijk dat hij of zij een kaart tekent die geleid wordt door het sociaal geconstrueerde dominante discours van die tijd of van zijn of haar instelling.’

Het doel van dit artikel was niet zozeer om de 10/40-kaart op zich te bekritiseren, aangezien een aantal van de kenmerken ervan inherent zijn aan de meeste westerse kaarten, maar veeleer om te wijzen op het visuele discours van territorialiteit dat de 10/40-kaart, al dan niet bewust, propageert. Dit vraagt dus om meer aandacht voor de missionaire cartografie, een nogal verwaarloosd studiegebied. Het onderstreept ook het feit dat voor missionaire genootschappen kaarten ertoe doen.

Redactie en vertaling: Nienke Pruiksma

Hannah de Korte is onderzoeksassistent aan het Institute for Social History van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Universiteit Utrecht. Tijdens haar Research Master Geschiedenis nam zij deel aan het onderzoek naar missionaire geschiedenis en cartografie.
David Onnekink is universitair docent in de vroege moderne geschiedenis van internationale relaties aan de Universiteit Utrecht. Op het moment doet hij met name onderzoek naar de wereldwijde geschiedenis van protestantse zending van 1520-2020.

Meer lezen

Dit artikel is een verkorte versie van ‘Maps Matter: The 10/40 Window and Missionary Geography’, verschenen in: Exchange. Journal of Contemporary Christianities in Context, vol. 49 no. 2 (2020), 110-144. brill.com/view/journals/exch/49/2/exch.49.issue-2.xml

Op de website van de Universiteit Utrecht is een boeiende digitale tentoonstelling over ‘kaarten met een boodschap’ te zien. www.uu.nl

< Terug