Populistische tendensen gelovig tegengaan

‘Het is de taak van religies en religieuze instituten om populistische tendensen in de Nederlandse samenleving tegen te gaan.’ Deze stelling legde de themaredactie voor aan Praxedis Bouwman en aan Madelon Grant. Frappant hoe twee mensen vanuit verschillende posities in het politieke spectrum en met een andere kerkelijke achtergrond het uiteindelijk heel aardig met elkaar eens zijn.

Praxedis Bouwman:

Praxedis Bouwman is religiewetenschapper en bestuurslid van de Nederlandse Zendingsraad, bestuurslid D66 Vechtdal en kandidaat voor de Provinciale Staten Overijssel.

‘Een sociaal-liberaal ja’

Ondoordacht, toen deze stelling mij onder ogen kwam, formuleerde ik het korte en eenduidige antwoord: ‘ja’. Wellicht gek voor een actief lid van D66. Echter, mijn ondoordachte ‘ja’ kan zeker huizen onder het dak van het sociaal-liberale karakter van D66. Ook doordacht blijft het antwoord ja, maar wel een ja met een belangrijke kanttekening. Niet iedere religie en niet ieder religieus instituut heeft intrinsiek de uitgangspunten om populistische tendensen tegen te gaan. Ik denk daarbij vooral aan fundamentalistische religies en bijbehorende instituten die hun respectievelijke heilige schrift letterlijk als waarheid nemen.

Ontwarren

Het is van belang om de inhoud van de begrippen in de stelling te ontwarren. Geen makkie, velen hebben zich er voor mij over gebogen, dus ik ben zeker niet uitputtend. Religie gaat over: verbinding, transcendentie, sociaal gedrag en liefde. Religie is samen met cultuur (of valt voor sommigen onder cultuur) en taal een manier om symbolisch de wereld om ons heen vorm te geven, te duiden, inhoud te geven.1

Voor mij persoonlijk komen daar de sleutelwoorden gelijkwaardigheid en gerechtigheid bij. Uit dat laatste valt op te maken dat ik mij het meest thuis voel in het christelijk geloof, niet gek gezien het feit dat mijn zijn zich afspeelt in een cultuur en taalgebied die zijn doordrenkt met christelijke tradities, waarden en normen.

Mijn keus, een bewuste want zeker niet bepaald door zuigelingendoop of opgelegd opvoedkundig pandoer, ligt binnen die christelijke traditie bij de lutherse invulling daarvan. Even kort door de bocht: door liturgie van muziek en woord uitdrukking gevend aan de transcendentie, aan de aanwezigheid van dat wat groter is dan deze tijd en dit individu; een praktische benadering van zorg voor de naaste mét waardigheid voor ieder, ongeacht overtuiging; en bovenal de bevragende, maatschappijkritische houding die de mens mag hebben en die Maarten Luther, geïnspireerd door kerkvader Augustinus, in praktijk bracht.

Instant-boosheid

Populisme, als omschrijving van de populistische tendensen, versta ik voor dit betoog volgens de definitie van Cas Mudde (2004; 2007):

‘Populisme is een dunne ideologie, volgens welke de maatschappij uiteindelijk verdeeld wordt in twee homogene en vijandige kampen – ‘het zuivere volk’ versus ‘de corrupte elite’ – en die stelt dat de politiek een uitdrukking zou moeten zijn van de algemene wil van het volk.’2

Anderen stellen dat populisme gespeend is van welk klein beetje ideologie dan ook. Populisme beweegt zich diffuus tussen links en rechts, is niet ingebed in enige morele en maatschappelijke verantwoording. In populisme zitten tendensen van afkeer van een representatieve politieke afspiegeling van de maatschappij.

Meer uitdagen om daadwerkelijk naast mensen te staan

In mijn beleving zitten in populisme altijd elementen van boosheid, machteloosheid, underdog en onwetendheid. Die gevoelens in de samenleving zijn vaak terecht, ze worden door het ‘establishment’ onvoldoende gehoord en gezien. Het omzetten van die gevoelens door vaak charismatische eenlingen zijn heftig, maar ook zeer beperkend. Juist omdat de denkbeelden niet verbindend zijn, juist omdat het vaak geen toekomstbestendige duurzame visies zijn die voortkomen uit die instant-boosheid.

Natuurlijke reactie

Gezien de voorgaande twee alinea’s lijkt mij mijn ‘ja’ in de beantwoording van de stelling logisch. Religie en haar instituten, als één van die symbolische systemen tot ordening van de wereld om ons heen, ordening van al dat waar we geen antwoord op weten, met het grote uitgangspunt van verbinding, liefde, een samenhang die groter is dan het individu nu en in de toekomst, moeten in de frontlinie staan ter bestrijding van tweedracht zaaiend populisme. Het zou niet eens een vraag moeten zijn, maar een natuurlijke reactie. Daarbij zouden religies en hun instituten wat mij betreft nog veel meer uitgedaagd moeten worden om daadwerkelijk naast mensen te staan, om daadwerkelijk te luisteren, mee te leven met hen die zich ongehoord en onbegrepen voelen.

Dat vereist voor een deel het loslaten van gewoontes ‘die we al zo lang bezigen’, van zoeken naar nieuwe wegen om invulling te geven aan gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Dat vereist de continue bereidheid tot aanpassing, ontwikkeling en verandering in een maatschappij die beweegt. Ik zie daarbij geen belemmeringen voor welke religie of levensbeschouwing dan ook die uitgaat van verbinding en liefde.

Tot slot lijkt D66 een vreemde keus om mij met dit standpunt in te bewegen. En toch: ik kom er steeds weer bij uit. De worsteling van D66 met religie én de perceptie dat D66 tegen religie is, lijkt mij voort te komen uit de geschiedenis van de partij. Zij is immers opgericht in een nog verzuilde Nederlandse samenleving, tegen het establishment, wars van de segregatie in die samenleving. Ik snap de vervreemding van religie bij (niet alle) D66’ers.

Voor mij resoneert D66 uitstekend in haar vijf richtingwijzers die eigenlijk geen toelichting behoeven3 :

– Vertrouw op eigen kracht van mensen

– Denk en handel internationaal

– Beloon prestatie en deel de welvaart

– Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving

– Koester de grondrechten en gedeelde waarden

Feitelijk de ‘seculiere’ argumentatie van mijn ‘ja’ op de gegeven stelling.

Noten

1 Onder meer gebaseerd op: D.L. Pals e.a., Eight Theories of Religion, Oxford, 2006; K. Tanner, Theories of Culture, Minneapolis, 1997

2 Cas Mudde & Cristobal Rivera Kaltwasser, Populisme, Serie Elementaire Deeltjes, no. 51, Amsterdam: Amsterdam University Press, 2017

3 d66.nl/richtingwijzers/ en Idee. Tijdschrift voor het sociaal-liberalisme, no.202, september 2018

Madelon Grant:

‘Positieve acceptatie van diversiteit’

De afgelopen twee jaar deed ik onderzoek voor het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie naar de politieke betrokkenheid van christenen met een migratieachtergrond in Nederland. Vanuit dit perspectief reageer ik op de stelling. Hoe kijken christenmigranten naar populistische tendensen in de Nederlandse politiek en maatschappij, en in hoeverre vinden ze dat kerken een taak hierin hebben?

Volgens Cas Mudde verdeelt populisme de maatschappij in twee homogene en vijandige kampen: ‘het zuivere volk’ versus ‘de corrupte elite’.1 Een seculiere interpretatie van ‘het zuivere volk’ kan heel gemakkelijk etnisch ingevuld worden. Maar er bestaat ook een christelijke versie, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen christenen als ‘het volk van God’, en overige mensen.

Meer en minder subtiele vormen van beide tendensen zijn in Nederlandse kerken – zowel in gevestigde als in internationale – te vinden. Ook sommige christenmigranten stemmen op meer populistische partijen en vinden daar theologische onderbouwing voor.

Mijn inziens is het risico van populisme en van vormen van identiteitspolitiek dat zij scheiding en verdeeldheid veroorzaken, mensen indelen in categorieën ‘vrienden’ en ‘vijanden’, goed en kwaad.

Alternatieve geluiden

Welke alternatieve geluiden klinken er op vanuit mijn onderzoek?

Ten eerste theologische geluiden. Een Godsbesef van God als Drie-eenheid biedt een stevig fundament voor een christelijke visie op eenheid in diversiteit. Diversiteit als kenmerk van de mens, die geschapen is naar het evenbeeld van God, en de bijbelse oproep tot het nastreven van eenheid, zijn zo twee kanten van dezelfde medaille.

Madelon Grant is projectonderzoeker bij het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. Ze studeerde Religiestudies en Hebreeuwse en Aramese Talen en Culturen aan de Universiteit Leiden. Van 2010 tot 2018 werkte ze als directeur bij SKIN-Rotterdam, een koepelorganisatie van en voor internationale en migrantenkerken, en sinds 2019 werkt zij voor SKIN Nederland.

Al in het Nieuwe Testament blijkt dat de christelijke boodschap een universele boodschap is, bestemd voor heel de mensheid. Door een proces van inculturatie maakt God zich verstaanbaar binnen verschillende culturele contexten.

De missionaire taak van kerken is om mensen in relatie tot God brengen, zonder dwang, maar vanuit een vrije keuze. De publieke taak van kerken is om een samenleving te creëren waarin dit plaats kan vinden. Een samenleving waarin de vrijheid bestaat om voor God te kiezen (of niet), en waarin dus per definitie diversiteit bestaat. Alleen in zo’n samenleving hebben mensen werkelijk een vrije keuze om God te zoeken en te vinden.

Ten tweede klinken er ervaringen door van het leven als christenmigrant in Nederland. In het bijzonder ervaringen waarin autochtone christenen christenmigranten niet (h)erkennen als medechristenen, maar als ‘migranten’. Het ‘autochtoon-zijn’ vormt een bron van identificatie ten opzichte van het migrant-zijn, en identificatie als christen is in de praktijk dan secundair. Autochtone christenen laten zich vaak veel meer leiden door hun eigen culturele of etnische identiteit dan ze zich bewust zijn.

Ingekaderd pleidooi

Christenmigranten die ik sprak voor mijn onderzoek kaderen hun pleidooi voor bewustwording en positieve acceptatie van diversiteit binnen het christendom wel vaak in. Zij laten dit pleidooi vergezeld gaan van een duidelijke roep om de christelijke identiteit van Nederland niet te vergeten of te verliezen, en haar het liefst wat meer te herstellen. Het is in hun ogen wenselijk om te werken aan een nationale identiteit die niet zozeer samenhangt met een bepaalde etniciteit of volk, maar met een begrip van Nederlanderschap waarin binnen het speelveld van de wet ruimte is voor etnische en culturele diversiteit. Er is dan niets mis met liefde voor je thuisland of voor je gemeenschap, zolang je anderen hetzelfde gunt en het algemeen belang niet uit het oog verliest.

Sleutelrol in politieke bewustwording en mentale weerbaarheid

Philip Jenkins, auteur van The Next Christendom. The Coming of Global Christianity, betoogt dat wanneer geloof, politiek en etniciteit elkaar vrijwel overlappen, de potentie voor spanningen en conflict toeneemt. In bepaalde religieus-politieke constellaties worden religieuze gemeenschappen vatbaar voor misbruik door de politiek. Ze zijn hierin geen onschuldig slachtoffer; gemeenschappen kunnen zelf een belangrijke positieve of negatieve sleutelrol spelen in politieke bewustwording en mentale weerbaarheid van hun mensen.

Dat is een les die wat mij betreft ook in Nederland actueel is. Theologische doordenking van politieke processen speelt hier een belangrijke rol in. Daarvoor is een continu gesprek tussen christelijke politieke partijen enerzijds en kerken en christelijke gemeenschappen anderzijds van groot belang.

Dit betekent volgens mij niet dat christenen het allemaal in politiek opzicht met elkaar eens moeten worden. Het betekent wel dat diversiteit in zichzelf niet als probleem wordt gezien, en dat er dus wordt getracht om in gesprek te blijven ook met mensen die een andere politieke visie hebben. Om zo niet in de valkuil te trappen van een werelds strijdmodel in het publieke domein, maar om vanuit liefde en kritische betrokkenheid een gebroken wereld heel proberen te maken, en de strijd aan het geestelijke domein over te laten.

Dit vraagt om respect voor en betrokkenheid bij de overheid onder christenen, in combinatie met een krachtige invulling van een onafhankelijke, profetische rol van de kerk. Alleen zo kan zij gedachtegoed dat met gemakkelijke antwoorden leidt tot verdeeldheid en uitsluiting aan de kaak blijven stellen.

Noot

1 Cas Mudde & Cristobal Rivera Kaltwasser, Populisme, Serie Elementaire Deeltjes, no. 51, Amsterdam: Amsterdam University Press, 2017

Tags:

Meer Kerk en wereld