Waar is de ziel van Europa?

Een werelddeel wordt volwassen

De mens ontwikkelt zich in de loop van zijn leven: van het zoeken naar een eigen identiteit, naar uiteindelijk het besef dat alleen het vreemde van de ander hem kan geven wat hij zelf niet kent en zelf niet heeft. Op die manier zou Europa zich ook moeten ontwikkelen: van losse landen die zichzelf verheven voelen boven de andere, tot de ware eenheid die ligt in de ruimte tussen het ‘ik-land’ en het ‘jij-land’.

Jean-Jacques Suurmond (1950) is pastor, coach/supervisor en publicist. Website: www.jean-jacques-suurmond.nl.

De Europese Unie heeft geen soul meer. De betrokken landen lijken vooral aan hun eigenbelang te denken. Ze stijgen niet boven zichzelf uit ten bate van het grotere geheel. Dit leidt tot onmacht met betrekking tot allerlei conflicthaarden in de wereld en de stroom aan immigranten, en heeft zelfs geleid tot een Brexit. Europa heeft een ziel nodig, zo niet dan is het spel uit, zei in 1992 met vooruitziende blik de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors. Europa laat in haar ontwikkeling een parallel zien met die van de mens. Een kind is in het begin een met de ouders. Daarna komt de tienertijd waarin het zich soms heftig tegen hen kan afzetten om ‘zichzelf’ te vinden. Je vindt een eigen identiteit waarvan je zegt: ‘Ik ben dit en niet dat.’ Vaak gaat dit gepaard met een oordeel over mensen die ‘anders’ zijn. Totdat je na verloop van tijd tegen de grenzen van je vaste identiteit oploopt. In dit verband is de term midlifecrisis of burn-out bijna een cliché geworden. In deze droge periode kunnen we ontdekken dat we anders en meer zijn dan we dachten, zodat je zegt: ‘Ik ben dit en ook ik-weet-niet-wat.’ Want de mens is een mysterie, in bijbeltaal: de weerschijn van God. Vaak kom je daarna anders in het leven te staan. Je raakt bezield en voelt je meer verbonden met mensen die ‘anders’ zijn. Klassiek heet de ziel dan ook de coincidentia oppositorum – de eenheid van tegengestelden.

Karikatuur

In dit artikel wil ik in grote lijnen laten zien hoe Europa door kerk en keizer tot een eenheid werd gesmeed; als ouderfiguren (de paus is ‘il papa’) hielden ze het continent bij elkaar. Toen kwam de tienertijd van Europa waarin landen en volken hun eigen identiteit benadrukten, wat met veel strijd gepaard ging. Mede door de ellende van twee wereldoorlogen ging men elkaar in de vorige eeuw weer opzoeken in een gemeenschap die vandaag de Europese Unie heet. Dit houdt een proces in waarin de scherp omlijnde identiteit van de landen opengebroken wordt, op weg naar een nieuwe eenheid.

Vandaag roept dit veel weerstand op. Onder invloed van populistische politici trekken landen zich in zichzelf terug of haken ze zelfs af. Maar een land dat zich als een tiener strak identificeert met een bepaalde identiteit, maakt van zichzelf een karikatuur en zal ook anderen tot een karikatuur maken. Zo kon de Britse premier Boris Johnson beweren dat ‘Brussel’ kromme bananen zou gaan verbieden.

Eenheid

In hoc signo vinces: ‘In dit teken zul je overwinnen’, luidde het motto van de Romeinse legeraanvoerder Constantijn. Volgens de legende zag hij in een visioen een lichtend kruis, wat hem in 312 tot alleenheerser maakte van het Romeinse Rijk, in de naam van God die hij ‘op blote knieën aanriep’. Een drastische breuk met vorige keizers die zichzelf als ‘heer en god’ lieten vereren. Voor Constantijn was het christendom echter ook een politiek instrument om ‘eenheid en vrede’ in zijn rijk te bewaren. Daartoe riep hij in 325 het eerste oecumenische concilie in Nicea bij elkaar. Hij zat die zelf op een gouden stoeltje voor om de gerezen controverse – compleet met slaande bisschoppen – over de goddelijkheid van Christus te bezweren. In de volgende eeuwen werd het christelijke teken van Constantijn steeds dieper in het zelfbewustzijn van de volken gegrift, die zich in groeiende mate als het éne Europa gingen beschouwen. Paus en keizer leidden West-Europa en gaven zekerheid en richting te midden van honger, oorlog, pest en de aanvallen van ‘mohammedanen’.

De kerk fundeerde Europa op drie pilaren. De Griekse persoonlijke vrijheid werd geradicaliseerd door kerkvader Augustinus, wat het typisch westerse individualiseringsproces zou aanjagen. De Romeinse wetgeving werd, in een christelijk jasje (codex Justinianus), de grondslag van het juridische systeem. De derde pilaar is het geloof en dan met name de wonderlijke naastenliefde (caritas) die zich niet alleen uitstrekt tot de eigen familie maar ook tot de armen en zieken daarbuiten, ja zelfs tot vijanden. De praktische Didascalia Apostolorum uit de derde eeuw maant, wanneer er een haveloze vreemdeling de kerk binnenkomt: ‘O bisschop, zorg met heel uw hart voor een plaats voor hem, zelfs als u daarvoor zelf op de grond moet zitten.’

Je raakt bezield, meer verbonden met mensen die ‘anders’ zijn

Doorheen Renaissance, Reformatie, Verlichting en Romantiek kreeg de christelijke naastenliefde vorm in het recht op vrije keuze, zelfontplooiing, de gelijkwaardigheid en broederschap van alle mensen, mensenrechten en authentieke zelfuitdrukking. Hoewel de kerk zelf deze waarden regelmatig schond, zijn ze tot op de dag van vandaag kenmerkend voor Europa geworden. De Europese Unie is dan ook nooit bedoeld geweest als alleen een economisch project, zoals populisten beweren, maar ook als een gemeenschap van waarden.

Verdeeldheid

Het is een van de grote ironieën van de geschiedenis dat dezelfde keizer Constantijn die met behulp van het christelijk geloof de eenheid van Europa smeedde, ook aan de basis staat van haar verdeeldheid. Hij verplaatste de hoofdstad namelijk van Rome naar Byzantium (Constantinopel, vandaag Istanbul). In het Oosten smolten kerk en staat bijna samen, waarbij de keizer min of meer als de schittering van Christus werd beschouwd.

In het Westen ontwikkelden kerk en staat zich daarentegen tot rivalen. Reeds in de vijfde eeuw vond paus Gelasius het nodig om de keizer de superioriteit van de geestelijke macht onder de neus te wrijven. De kroning van Karel de Grote (‘de nieuwe Constantijn’) in 800 door de paus, die onverwachts een keizerskroon op diens hoofd drukte terwijl hij geknield was in gebed, zette de verhouding met het Oosten op scherp. Wie heeft eigenlijk het recht om de keizer te benoemen? Dergelijke conflicten, ook op theologisch gebied, leidden er uiteindelijk toe dat de oosterse en westerse kerk uit elkaar gingen.

De verdeeldheid binnen het christendom stimuleerde een soortgelijk proces in de Europese politiek. Vanaf ongeveer 1300 nemen de conflicten tussen de nationale koningen en de kerk van Rome toe. In reactie hierop hamert paus Bonifatius er in zijn bul Unam Sanctam op dat de wereldlijke macht wel door vorsten en prinsen wordt uitgeoefend, maar alleen ‘op een knikje en met toestemming van de priester’. Rond 1400 waren er echter opeens twee pausen: een in Rome en een in Avignon, wat de christenheid in opperste verwarring bracht. Welke ‘il Papa’ moesten zij nu gehoorzamen? De vanzelfsprekendheid van het ene kerkelijk gezag verdween, zodat mensen op zichzelf teruggeworpen werden. Dit bevorderde het ontstaan van de eerste landelijke kerken die Rome op vriendelijke doch gepaste afstand houden, wat de groei van een nationaal zelfbewustzijn stimuleerde.

Ingrijpend was de val van Constantinopel. Ernstig verzwakt door de plunderingen door nota bene westerse kruisvaarders, was de stad in 1453 niet meer opgewassen tegen de Ottomanen. Constantinopel was een schatkamer van Griekse cultuur die werd meegenomen door de geleerden die naar Italië vluchtten. In het Westen gaf dit een grote impuls aan het prille proces van de herontdekking van de klassieke beschaving. Het hierdoor opbloeiende christelijke humanisme had een optimistischer mensbeeld dan de westerse kerk, die erg onder de indruk was van een aantal sombere uitspraken van Augustinus over de zondige mens.

Zo ontstond met de Renaissance voor het eerst een belangrijke culturele stroming die min of meer los stond van de kerk. Deze antropocentrische wending effende de weg voor de Reformatie en de komst van onze geseculariseerde tijd. De grote breuk van het protestantisme werd, evenals eerder het schisma met de oosterse kerk, bevorderd door de patriarchale houding van de paus. Op haar beurt leidde de Reformatie tot talrijke andere kerkelijke conflicten en afsplitsingen, een proces dat de individualisering aanwakkerde. Kerkscheuringen gingen vaak dwars door families heen waardoor men gedwongen werd een eigen standpunt te bepalen, waarbij loyaliteit aan het kerkelijk gezag en de familietraditie op de tweede plaats kwam. In de naakte kerken, geschilderd door Pieter Saenredam, staat elk mens alleen voor God. Ook de politieke gemeenschap drijft steeds meer op de persoonlijke keuze en adhesie van haar leden.

Nationalisme

Anders dan Rome en Calvijn die in hun theologie nog een greep deden naar eenheid en totaliteit, was de hervormer Luther een differentiedenker die ervan uitging dat de waarheid slechts in fragmenten te kennen is. Deze moderne benadering (‘ieder heeft zijn eigen kijk op de waarheid’) gaf indirect een impuls aan het nationalisme, als verzet tegen een totalitaire wereldlijke of geestelijke autoriteit. In de Lage Landen legitimeerde Calvijns opvatting dat een volk een ongeschikte leider mag afzetten, in de onafhankelijkheidsstrijd tegen het katholieke Spanje. Evenals de Luthervertaling in Duitsland deed, bevorderde de Statenvertaling van de Bijbel hier de culturele eenwording. In Engeland scheidde Hendrik VIII zowel van zijn vrouw als van Rome, waardoor een zelfstandige staatskerk ontstond met protestantse invloeden.

‘Ons land is beter dan de rest’

Deze snelle schets geeft een indruk van hoe het christendom, na eerst Europa min of meer een te hebben gemaakt, door haar eigen verdeeldheid de fragmentering van het continent stimuleerde. De bloedige godsdienstoorlogen tussen katholieken en protestanten in de zeventiende eeuw groeiden uit tot een strijd tussen de leidende machten van Europa, met als resultaat de opkomst van een viertal grote staten en talrijke kleinere. De chaos leidde tot een tegenbeweging van absolutisme. De Franse katholieke kerk steunt ‘Zonnekoning’ Lodewijk XIV die het Edict van Nantes herroept dat religieuze verscheidenheid toestond. Veel protestanten (‘Hugenoten’) moesten vluchten.

De Verlichting is weer een reactie op dit absolute gezag. De nadruk van Renaissance en Reformatie op de waarde van het gewone leven – de monnik Maarten Luther trouwde met de non Katharina van Bora – leidt in de Franse Revolutie tot de Verklaring van de rechten van de mens en de burger. Deze werd vooral gepromoot door de geestelijke Henri Grégoire die, in kerkelijke kledij, de Nationale Vergadering in Parijs voorzat. Hij keerde zich tegen de slavernij en het antisemitisme en streefde naar een gezamenlijke nationale taal voor de ‘ene en ondeelbare Republiek’ Frankrijk.

De Europese Unie is ook bedoeld als een gemeenschap van waarden

Sterk beïnvloed door de puriteinse opvatting dat het onderzoeken van de schepping de glorie van de Schepper dient, ontketende Francis Bacon in Engeland een wetenschappelijke revolutie. Hij keek niet langer naar de natuur door een aristotelische bril, maar vanuit zijn eigen, ‘gewone’ ervaring. De empirische methode doet zijn intrede. De overtuiging dat God zelf zich aan de natuurwetten houdt, en dus een soort constitutionele monarch is, was een belangrijke motor achter de Franse (en eerder de Engelse) Revolutie. Immers, als God zich aan de wet hield, mochten aardse heersers toch niet achterblijven? Deze strijd versterkte het nationalisme. Anders dan patriottisme, wat eenvoudig liefde voor het eigen land is, houdt nationalisme een verabsolutering van de eigen identiteit in waarbij men zich afzet tegen anderen: ‘Ons land is beter dan de rest.’ Het is dit bijtende nationalisme dat in de vorige eeuw Europa in twee grote wereldoorlogen stortte. ‘Nationalisme betekent oorlog’, concludeerde de Franse president Mitterand in 1995 in een rede tot het Europese Parlement.

De individualisering (‘ieder heeft zijn eigen kijk op de waarheid’) heeft tot de ontmanteling van bevoogdende instanties geleid. De kerken die eeuwenlang in een superieure ‘ouderrol’ de waarheid in pacht leken te hebben en voor levensoriëntatie en samenhang zorgden, krimpen gestaag. Is dat erg? Na Europa tot een eenheid te hebben gesmeed en vervolgens door haar eigen verdeeldheid de verzelfstandiging van de Europese staten en individualisering van hun burgers te hebben bevorderd, kan de huidige relativering van het gezag van de kerk de weg naar ware naastenliefde effenen. Deze krijgt vorm in de dialoog tussen partners die gelijkwaardig zijn. Immers, zolang iemand nog een onmondig verlengstuk is van de kerkelijke of politieke autoriteiten (de ‘ouders’), kan die wel aangesproken worden door een ‘jij’, maar daar nog niet als een volwaardig ‘ik’ op antwoorden – om het met de joodse denker Martin Buber te zeggen.

Gemeenschappelijk belang

De dialoog geeft de bezieling die Jacques Delors in zijn rede als voorwaarde zag voor het voortbestaan van de Europese Unie. Na eerdere aanzetten hiertoe drong pas na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog het belang van de dialoog, waarin woorden de plaats innemen van wapens, zich onontkoombaar op.

Bijna alle grondleggers van de Europese Unie, zoals Jean Monnet, Robert Schuman en Konrad Adenauer, waren christenen die zich lieten inspireren door de naastenliefde en de uitspraak in het Johannesevangelie: ‘Het Woord is vlees geworden.’ Dat Woord, dat dus een belichaamd woord is, is begin en beginsel van de dialoog die verzoening mogelijk maakt. De dialoog is een belangrijk thema in de bijbelse traditie, te beginnen met de goddelijke uitnodiging tot een gesprek in het boek Genesis: ‘Adam, waar ben je?’ In 1951 werd na vele vergaderingen de eerste bovennationale organisatie ter wereld opgericht: de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, niet toevallig de oorlogsindustrieën. Tegenovergestelde belangen werden een gemeenschappelijk belang. Dit markeerde het begin van wat vandaag de Europese Unie heet, die alleen als dialogische gemeenschap ook een waardengemeenschap kan zijn. ‘Brussel’ met zijn talloze vergaderingen, congressen, raden, commissies en het Europese Parlement is in wezen niets anders dan een ‘heilige ruimte’ die de dialoog mogelijk maakt. Deze alleen kan voorkomen dat ‘de sterken doen wat ze willen en de zwakken lijden wat ze moeten’(Thucydides).

Creatieve oplossing

De dialoog, als uitdrukking van naastenliefde, doet recht aan zowel het ‘andere’ van de ander als dat van onszelf, en maakt groei en vooruitgang mogelijk. Immers, als ‘ieder zijn eigen kijk op de waarheid heeft’, heb ik de ander nodig om in waarheid te groeien. Alleen het vreemde van de ander kan mij geven wat ik zelf niet ken en zelf niet heb. In een geleidelijk proces, zegt Buber, ‘word ik aan het jij’. Eenheid wordt hier niet uniform van hogerhand opgelegd, zoals vroeger door een patriarchale kerk en overheid. Ook wordt zij niet bereikt door de ander gewelddadig in te lijven, zoals in veel oorlogen is geprobeerd. Ware eenheid ligt in de ruimte tussen ‘ik’ en ‘jij’.

Een voorbeeld is de dialoog tussen de Duitse kanselier Helmut Schmidt en Jacques Chirac, de Franse premier. Toen de dollar de gouden standaard verliet, brak er paniek uit en de energieprijzen stegen. Schmidt vond daarom dat de buikriem aangetrokken moest worden. Chirac zei daarentegen dat alles goed kwam als de economie met twee procent zou groeien. Niet ondanks maar dankzij deze tegengestelde visies zijn zij uiteindelijk de grondleggers van de Europese Monetaire Unie geworden. De dialoog bezielde hen om een creatieve oplossing te vinden die de Europese samenwerking heeft bevorderd.

Martin Buber: ‘In de ruimte tussen “ik” en “jij” waait de Geest die bezielt.’

Wat hen wezenlijk verbond was de ruimte tussen hen in, waar volgens Buber de Geest waait die bezielt. Daarin wordt een eenheid beleefd die bezielt en veel dieper gaat dan het hebben van dezelfde mening. De oproep van Delors om Europa een ziel te geven houdt daarom in dat die dialogische tussenruimte meer aandacht krijgt. Dan wordt verscheidenheid niet meer als een bedreiging ervaren, iets wat bestreden moet worden of tot een karikatuur gemaakt, maar als een uitdaging of verrijking. Zo kan er telkens iets nieuws ontstaan wat niemand van tevoren had kunnen bedenken.

Literatuur

Dit artikel is een herziene en korte versie van Suurmonds essay Adam waar ben je? Op zoek naar de ziel van Europa, in: Frits Bolkestein e.a. (red.), De succesvolle mislukking van Europa, Leiden University Press, Leiden, 2015, pp. 57-72.

Tags:

Meer Kerk en wereld