< Terug

Kerkelijke leiders en externe uitdagingen

De kerk in Nederland bevindt zich momenteel in een situatie van post-christendom. Een nieuwe context waar predikanten, pastors en voorgangers zich mee moeten (leren) verhouden. Hebben zij voldoende vaardigheden en handvatten? Een behoefteonderzoek met reacties van negen Nederlandse leiders uit verschillende kerkgenootschappen.

Voor het eerst sinds duizend jaar zijn we beland in een cultuurfase waarin het christendom niet langer ‘hoort’ of ‘moet’.1 Het christendom wordt niet meer ervaren als vanzelfsprekend of noodzakelijk. Tevens zijn kerklidmaatschap en kerkelijke participatie, volgens het onderzoek God in Nederland van Bernts en Berghuijs, verder gedaald en hebben religie en kerken in de ogen van veel Nederlanders fors aan belang ingeboet.2 Een ruime meerderheid van de Nederlanders is van mening dat religie geen bepalende, constitutieve rol behoort te vervullen voor onderwijs en politiek.3

In deze nieuwe context hebben kerkelijke leiders enerzijds (intern) te maken met gemeenschappen die sterk veranderen onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en anderzijds (extern) met een seculiere samenleving vol missionaire kansen en mogelijkheden. De vraag dringt zich op of de huidige predikant, pastor of voorganger wel over genoeg vaardigheden en handvatten beschikt om zijn of haar taak te vervullen. Lukt het kerkelijke leiders om te voldoen aan de verwachtingen vanuit de eigen gemeenschap en tegelijkertijd uitdagingen op te pakken die ontstaan in een seculiere context?

In dit artikel worden de uitkomsten van een behoefteonderzoek naar coaching en ondersteuning van kerkelijk leiderschap gepresenteerd. Aan de hand van interviews werd een antwoord geformuleerd op de vraag: welke ondersteuningsbehoeften lijken er te zijn onder kerkelijke leiders in Nederland? De uitkomsten worden gereflecteerd met specifieke aandacht voor de geuite behoeftes aangaande zaken betreffende het publieke domein. De term publiek domein duidt hier de openbare ruimte aan: het domein buiten de kerk waar zowel gelovigen als niet-gelovigen elkaar ontmoeten. De verzamelaanduiding ‘kerkelijke leiders’ wordt in deze context gebruikt voor de verschillende functies van pastoor, voorganger en predikant.

Onderzoeksmethode

Negen expertinterviews werden afgenomen met sleutelfiguren4 verantwoordelijk voor de training en nascholing van kerkelijke leiders in de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland, Remonstrantse Broederschap,Oud-Katholieke Kerk in Nederland, Unie van Baptistengemeenten en de Protestantse Kerk in Nederland.

Op basis van persoonlijke ervaring en expertise deden zij uitspraken over de behoeften die zij zagen met betrekking tot training en coaching onder kerkelijke leiders in hun denominaties. Alhoewel deze experts goed zicht lijken te hebben op de situatie in hun gemeenschap, is het goed mogelijk dat de uitkomsten anders zouden zijn geweest wanneer er een behoefteonderzoek was uitgevoerd direct onder predikanten, pastores en voorgangers.

De afgenomen interviews werden getranscribeerd en vervolgens geanalyseerd met behulp van het data-analyseprogramma ATLAS-ti. De interviews werden gecodeerd en aansluitend thematisch gecategoriseerd. Iets meer dan de helft van alle codes gaf een directe ondersteuningsbehoefte weer, de andere helft was meer een observatie, een omschrijving van een bepaalde verandering of een kenmerk dat meestal direct of indirect in verband staat met de ondersteuningsbehoeften.

Persoonlijke dimensie en kerkelijke presentie

Het zwaartepunt van de ondersteuningsbehoefte lag in alle interviews op de persoonlijke dimensie van leiderschap. Er is volgens deze experts onder kerkelijke leiders voornamelijk behoefte aan meer persoonlijke reflectie, doordenking en zelfinzicht betreffende kerkelijk leiderschap, zowel op het individuele, professionele als ambtelijke vlak. Men vraagt ondersteuning bij het werken aan persoonlijke evenwichtigheid en mentale gezondheid en heeft behoefte aan het verder ontwikkelen van sociale en communicatieve vaardigheden. Ten slotte werd er een vraag waargenomen aangaande de ontwikkeling van algemene leiderschapsvaardigheden: hoe geef ik leiding aan een veranderende kerk en hoe geef ik sturing aan mezelf?

Wanneer we specifieker kijken naar de geobserveerde ondersteuningsbehoeftes bij kerkelijke leiders aangaande het publieke domein vallen er een aantal zaken op. Ten eerste, werden behoeftes op dit terrein door de experts in de verschillende interviews niet als voornaamste ondersteuningsvraag aangemerkt, het was voornamelijk een onderwerp van gesprek in de interviews met de Remonstrantse Broederschap.

Als er behoeftes werden aangemerkt op dit terrein, waren deze met name om de maatschappij en haar veranderingen (verder) te doordenken: wat is er nu eigenlijk aan de hand in de cultuur en hoe gaan we hier mee om? Wat is er gaande en in wat voor tijd leven we? Deze behoeftes werden vooral benoemd in de interviews met de baptisten, remonstranten en oudkatholieken.

Een gerelateerde vraag was die van kerkelijke presentie: hoe kan de kerk tegenwoordig present en relevant zijn in het publieke domein? En ook: hoe communiceer je met de rest van de wereld en kun je als kerk inspelen op zingevingsvragen van een publiek dat niet per se een kerkelijke binding heeft? Ten slotte kwamen de verschillende maatschappelijke veranderingen ter sprake samen met de geobserveerde effecten hiervan op zowel de kerk als op kerkelijk leiderschap.

Minder vanzelfsprekend, meer druk

Men observeert een samenleving waarin de positie van de kerkelijke leider steeds minder vanzelfsprekend wordt, mensen nemen niet meer zo snel contact op met de predikant of pastor, die evidentie is verdwenen.

De verwachtingspatronen vanuit zowel de kerk als de samenleving zijn diffuser geworden. Het aansturen van een kerk is complexer en er wordt expertise gevraagd op veel verschillende vlakken. Dit vraagt volgens de experts om een grote mate van flexibiliteit en een kerkelijke leider die kan inspelen op verschillende mensen en behoeften.

Daarnaast beïnvloedt de veranderende plaats die de kerk inneemt in de samenleving het functioneren van de kerkelijke leiders. De experts zien dat pastores, voorgangers en predikanten onder druk komen te staan: de inzet is erg hoog, maar is vaak weinig succesrijk. Dit leidt in sommige gevallen tot gevoelens van teleurstelling, zelfvertwijfeling en onmacht.

Tevens zien ze nieuwe uitdagingen ontstaan: hoe begeleid je als kerkelijke leider veranderingsprocessen, hoe ga je om met weerstand en welke rol heb je in het proces van identiteitsontwikkeling wanneer de verhouding tussen kerk en maatschappij verandert?

Ten slotte wordt er geobserveerd dat de rol van de theoloog als hermeneut belangrijker wordt: hoe lees en interpreteer je de Bijbelvandaag de dag, hoe ziet de liturgie van een veranderende kerk eruit en hoe is de cultuur te lezen en te duiden?

Behoefte aan algemene vaardigheden

Een andere opvallende uitkomst was dat de experts een groeiende vraag waarnemen naar ondersteuning op het gebied van algemene leiderschapsvaardigheden in plaats van de meer klassieke, theologische vaardigheden.

Er wordt met name aandacht gevraagd voor praktische vaardigheden in het leiden van een kerkelijke organisatie. Hoe ga je als leidinggevende om met conflictsituaties, hoe stuur en coördineer je veranderingsprocessen, hoe ga je om met weerstand en creëer je draagvlak? Maar ook: hoe stuur je vrijwilligers aan en stimuleer/motiveer je mensen?

De ondersteuningsbehoeften lijken volgens de experts voornamelijk te liggen op het gebied van sociale processen. De kerkelijke leider zou graag meer kennis en inzicht willen hebben in groepsen veranderingsprocessen, communicatie, diversiteit en identiteitsvorming.

Ten slotte zoekt men naar handvatten voor praktisch zelfleiderschap: hoe organiseer je werkzaamheden, hoe deel je je tijd in en hoe neem je eigen behoeftes in acht?

Voorzichtige interpretatie

Er is enige voorzichtigheid geboden bij de interpretatie van de resultaten, aangezien de behoeften slechts indirect (de expertinterviews) zijn geëvalueerd en de resultaten eerder een algemene impressie geven dan een gedetailleerde uiteenzetting. Desalniettemin werden er een aantal interessante observaties gedaan waar wellicht een grotere groep pastores, predikanten en voorgangers zich in zullen herkennen.

Ten eerste gaven de experts aan dat kerkelijke leiders niet zozeer ondersteuningsbehoeftes lijken te hebben aangaande hun rol in het publieke domein, maar voornamelijk hulpvragen wat betreft de persoonlijke dimensie van leiderschap. Er is behoefte aan meer zelfreflectie en zelfinzicht en aan handvatten voor praktisch zelfleiderschap. Opvallend was tevens dat er voornamelijk behoeftes werden waargenomen aan ondersteuning betreffende algemene leiderschapsvaardigheden (groepsdynamica, conflicthantering, identiteitsvorming, communicatie) in tegenstelling tot de meer klassieke theologische vaardigheden (preken, exegetiseren).

Meer zelfreflectie en handvatten voor praktisch leiderschap

Behoeftes die wel werden opgemerkt aangaande kerkelijk leiderschap en het publieke domein, namen voornamelijk de vorm aan van doordenking en reflectie. Men ziet behoeftes bij kerkelijke leiders om de huidige maatschappij en haar veranderingen te doordenken om vervolgens de vraag te stellen welke rol de kerk kan hebben in het publieke domein. Hiermee zien we vraag ontstaan naar een cultuur-hermeneutische theologie waarin theologische expertise en verstaansmodellen uit tradities worden ingezet om de huidige cultuur en samenleving te interpreteren.5

Daarnaast wordt er geobserveerd dat maatschappelijke veranderingen van grote invloed zijn op kerkelijk leiderschap. Het aansturen van een kerk is complexer geworden, de kerkelijke leider staat onder druk en de combinatie van grote inzet en weinig succes kan leiden tot teleurstelling en onmacht. Tevens zijn er een aantal nieuwe uitdagingen, bijvoorbeeld: het begeleiden van veranderingsprocessen en identiteitsontwikkeling, omgaan met weerstand en creëren van draagvlak, en het aanpassen van een publieke functie.

De tendens

De observatie dat kerkelijke leiders niet zo zeer ondersteuning lijken te vragen aangaande hun rol in het publieke domein kan twee dingen betekenen: ofwel de kerkelijke leider heeft op dit punt geen ondersteuning nodig of deze thematiek speelt geen vooraanstaande rol in de werkzaamheden en/of het functioneren van de pastor, predikant of voorganger.

Kerkelijke leiders oriënteren zich nog volop

Afgaande op de ervaringen van de experts lijken de meeste kerkelijke leiders hun handen vol te hebben aan het runnen van hun eigen gemeenschap (intern) en het voldoen aan alle nieuw ontstane verwachtingen. De externe uitdaging van een seculiere samenleving voor kerkelijk leiderschap lijkt bij velen, zoals Doornenbal opmerkt,6 weinig directe urgentie te hebben: het zwaartepunt van de ondersteuningsbehoefte ligt niet op het publieke domein, maar op persoonlijk leiderschap.

Toch worden er wel degelijk behoeftes waargenomen bij predikanten om de huidige maatschappij te doordenken om vervolgens als kerk present te kunnen zijn in het publieke domein. Dit geeft echter tegelijkertijd aan dat kerkelijk leiderschap zich nog in de beginfase van dit proces bevindt. Er lijken weinig concrete, praktische vragen te zijn: kerkelijke leiders zijn zich nog aan het oriënteren.

Ganzevoort observeert deze tendens ook bij theologische opleidingen, deze zijn volgens hem eenzijdig gericht op de hermeneutische lezing van de traditie en veel te weinig op de hermeneutische communicatie met het publiek van vandaag. Een adequate hedendaagse theologie is volgens hem een voluit publieke theologie die niet slecht intern kerkelijk georiënteerd is.7

Tevens lijken kerkelijke leiders een groeiende behoefte te hebben aan extra ondersteuning betreffende algemene leiderschapsvaardigheden in tegenstelling tot de meer theologische vaardigheden. De kerkelijke context vraagt om meer kennis en inzicht in groepsprocessen en groepsdynamica, veranderingsprocessen, conflicthantering, afbraakprocessen en ook om coaching op het relationele vlak.

De kerkelijke leider wordt op deze manier vanuit een toenemend seculier perspectief benaderd, wat zoals Barentsen opmerkt, ervaren kan worden als desacralisatie, als een vorm van ontheiliging of onttovering.8 Dit proces is volgens hem echter onontkoombaar in onze huidige maatschappij. Hij pleit in dit kader dan ook voor een multidisciplinairebenadering van kerkelijk leiderschap. Het aanbod aan scholing en permanente educatie wordt nochtans voor een groot deel ingevuld door de meer klassieke theologische scholing en vorming.9 Met name de wat oudere predikant die in een geheel andere context is opgeleid, heeft vaak weinig meegekregen van meer algemene leiderschapsvaardigheden.

En nu …?

De huidige Nederlandse samenleving, waarin steeds minder mensen kerkelijk betrokken zijn, vraagt om kerkelijke leiders die hun publieke rol steeds serieuzer nemen. Het publieke domein is namelijk voor een groeiend aantal mensen de enige plek geworden waar zij in aanraking komen het christelijk geloof.

Gezien de behoeftes van kerkelijke leiders, zoals deze werden waargenomen door genoemde experts, lijkt het publieke domein echter niet de focus te zijn van pastores, predikanten en voorgangers. Kerkelijk leiderschap moet ervoor waken dat zij niet zo opgaat in haar interne uitdaging, dat zij geen oog en tijd meer heeft voor de externe uitdaging die er wel degelijk ligt.

Om kerkelijke leiders te helpen bij de invulling van deze rol, is het van belang dat zij hierbij zo goed mogelijk getraind en ondersteund worden. Wanneer hierbij gebruik gemaakt kan worden van bestaande theorieën en hulpmiddelen vanuit de psychologie, bestuurskunde, organisatiewetenschappen of politiek, moeten we dat naar mijn mening zeker doen. Niet alleen vanuit theologische overwegingen of eigen overtuiging, maar vooral ook omdat kerkelijke leiders hier zelf om lijken vragen.

Noten

1 Stefan Paas, Vreemdelingen en priesters. Christelijke missie in een postchristelijke omgeving, Zoetermeer: Boekencentrum, 2015, 109.

2 Ton Bernts en Joantine Berghuijs, God in Nederland 1966-2015, Utrecht: Ten Have, 2016, 54-55.

3 Bernts en Berghuijs, 55.

4 Anke Bisschops, Arnold Smeets, Elza Kuijk, Bert Dicou, Henk Bakker, Wout Huizing, Jodien van Ark, Theo Witkamp, Joris Vercammen, Jack Barentsen.

5 Ruard Ganzevoort, ‘Hoe leiden we anno 2014 goede theologen op?’ Handelingen 41 (2014/3), 22.

6 Robert Doornenbal, Crossroads. An exploration of the emerging-missional conversation with a special focus on ‘missional leadership’ and its challenges for theological education, 431.

7 Ganzevoort, 21.

8 Jack Barentsen, ‘Van ambtstheologie naar leiderschapsdiscours. Zoektocht naar een nieuwe visie op religieus leiderschap’, Nederlands Theologisch Tijdschrift 70 (2016/4), 305-320.

9 Zie Ganzevoort, 20.

– Annemarie Foppen volgt een researchmaster Theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam waarin zij theologie combineert met sociale psychologie. Zij is studentlid van het faculteitsbestuur van de VU-faculteit Godgeleerdheid.

WAS GETEKEND | Roel Ottow

< Terug