< Terug

Kerkleiderschap in een context van vier p’s

In de sociaal-politieke uitdagingen van het moment bevinden kerkleiders zich in het bekende conflict tussen traditie en transformatie. Het zal geen verrassing zijn dat in de kerk de focus meer op traditie ligt: het ‘business concept’ van de beweging is immers bepaald geen startup, maar is op unieke wijze gedurende tweeduizend jaar getoetst en beproefd.

Traditie en transformatie

Traditie wordt vaak tot keurmerk van waarheid verheven: hoe dichter de theologie op de traditie zit, des te meer puur, waar en klassiek. Maar we weten ook dat de traditie niet zonder kleerscheuren door de eeuwen gekomen is. Traditie, als het doorgeven van dat wat doorgegeven moet worden, is op zich al een vorm van transformatie. En: de christelijke traditie staat positief tegenover de roep om transformatie. Als het leven als gedoopte mensen een leven in constante bekering is, als de Geest van Pinksteren een Geest van vernieuwing is, dan volgt daaruit dat Gods volk ook constante transformatie nodig heeft. Dit is niet verandering om de verandering, maar een doorgaande vernieuwing of transformatie. Semper reformanda: ‘wordt altijd hervormd, veranderd’.

In deze jaren volgend op de vijfhonderdste verjaardag van de Reformatie, misstaat het niet om eraan te herinneren dat vernieuwing en transformatie misschien wel bijzonder succesvol kunnen zijn als we ons verbinden aan de ontmoeting met anderen. De gezonde spanning tussen traditie en transformatie is de eigenlijke context van iedereen met verantwoordelijkheid in leiderschapsposities, inclusief die in de kerk.

De vier P’s

Wat is het specifieke aan het conflict tussen traditie en transformatie in onze tijd? Polarisatie, Populisme, Protectionisme en Post-waarheid zijn de vier P’s die met elkaar samenhangen en elkaar versterken. De kerk wordt hier natuurlijk ook door geraakt.

Ten eerste zijn de P’s ook dynamieken in de kerk; ten tweede is de kerk in de wereld verwikkeld in dit giftige conflict; en ten derde wordt de kerk regelmatig uitgebuit in dit conflictgebied, soms zozeer dat ze zichzelf niet herkent in de spiegel van kritiek die haar wordt voorgehouden.

Maar het groeiende bewustzijn van de dynamiek die de vier P’s in onze wereld, inclusief de kerk, hebben, biedt hoop. In deze tijden van populisme kunnen we reageren door ruimdenkend en standvastig te zijn. We kunnen open zijn naar de wereld, kritisch en zelfkritisch in onze gretigheid om te leren, en tegelijkertijd standvastig, stevig verankerd in het evangelie en vandaaruit ook in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die deels geïnspireerd is door de christelijke traditie.

Slecht bedeeld

Polarisatie is het gevolg van de steeds wijder wordende kloof tussen mensen met meer dan genoeg rijkdom, gezondheid en macht binnen hun bereik, en degenen die dit niet hebben. Het feit dat de rijkdom van de acht rijkste mannen groter is dan die van 3,6 miljard mensen samen– de helft van de wereldbevolking – zegt iets over het potentieel van polarisatie in onze wereld.

Weinig begrip voor leefomstandigheden van wie anders is

Bekeken vanuit een minder globaal perspectief: zaken die samen horen in een functionerende samenleving worden steeds verder uit elkaar getrokken of zelfs uiteengescheurd. Als gevolg daarvan hebben we een samenleving gecreëerd waarin weinig begrip is voor de leefomstandigheden van wie anders is. Dit leidt tot openlijke vijandigheid. Degenen die zich slecht bedeeld voelen in de samenleving voelen zich aangetrokken tot protectionisme, hetgeen vaak leidt tot nationalisme.

Digitale zwermen

De Brexit was een klassiek voorbeeld van de invloed van post-waarheid. Het feit dat degenen die openlijk logen toen ze betrapt werden schaamteloos bleven paraderen, is in alle opzichten een aanval op het netwerk van menselijke relaties. Democratie kan immers op de lange termijn niet functioneren zonder een fundamenteel gevoel voor waarheid. Dan zal een zorg voor het algemeen goed – in de vorm van gemeenschappelijke belangen of gedeelde waarden – bezwijken onder ‘tribale’ belangen.

Waar het netwerk van relaties en het gevoel voor waarheid worden verbroken, lijdt de vorming van publieke opinie. We zouden met Byung-Chul Han kunnen zeggen dat collectieve expressie van meningen in de maatschappij wordt bedolven onder digitale zwermen, die op grote schaal verschijnen en dan weer verdwijnen. Burgers worden gereduceerd tot consumenten.1

Dit gevaar ligt op de loer wanneer democratie en ook de kerk worden onderworpen aan een entertainmentcultuur. Ook al hebben kerkelijke activiteiten eigen ‘entertainende’ kwaliteiten, het doel van de kerk gaat voorbij aan entertainment; het komt altijd met een vleugje provocatie. De door Han genoemde ‘digitale zwerm’ heeft geen ziel of geest, geen ‘wij’-gevoel, geen stem. Het is herrie. En dat is iets heel anders dan de dialectiek van de verkondiging van het Woord als viva vox evangelii, de levende stem van het evangelie, en Gods aanwezigheid in stilte.

Verhalen nodig

Digitale cultuur leidt tot zelfuitbuiting, volgens Han. We bieden een constante stroom data, zonder enig idee te hebben over hoe het gebruikt zal worden. We weten niet hoe we bijdragen aan systemen van controle en mogelijkheden tot uitbuiting:

‘Digitale cultuur is gebaseerd op de tellende vinger. Geschiedenis, in contrast, betekent vertellen. Het is niet een zaak van tellen. (…). Vrienden op Facebook worden met name geteld. Maar echte vriendschap is een verhaal, een narratief.’2

Dit geldt natuurlijk ook voor de vriendschap met God. Vertellen! Narratief ! Kan theologie ooit overleven, zelfs in het digitale tijdperk, zonder verhalen?

Kan theologie ooit overleven zonder verhalen?

Wat heeft deze excursie naar het digitale rijk met de vier P’s te maken? Ik geloof dat de vier P’s en digitalisering elkaar kunnen beïnvloeden en versterken. Han argumenteert:

‘(…) de fenomenologie van het digitale weet niets van de dialectische pijn van denken. Het zou de fenomenologie van “leuk” genoemd kunnen worden.’3 Dat klinkt als een ideale filosofische basis voor een vier-P-wereld.

‘Hate speech’ en ‘fake news’

Het moge duidelijk zijn dat kritisch onderzoek en het kritisch checken van bronnen belangrijker zijn dan ooit. Het is van groot belang dat dit op scholen, universiteiten en ander onderwijs aangeleerd wordt. Echter, wanneer wantrouwen een kritische grens over gaat en wanneer manipulatie vertrouwen corrumpeert, dan is ook kritiek op bronnen slechts van beperkt nut.

Er zijn waarschuwingssignalen die aandacht verdienen. Dat zijn onder andere het verlies van eerlijkheid, aansprakelijkheid, respect voor anderen, bereidheid tot compromis en sociale samenhang. Daar staat tegenover dat hate speech en fake news, het propageren van leugens en halve waarheden, het aanwijzen en vervolgen van zondebokken, het demoniseren van groepen, het krimpen van de inspraak en participatie van burgers en het subtiel laten veranderen van de betekenis van woorden worden geaccepteerd.

Populisme profiteert van de crisis in de journalistiek in een veranderde mediaomgeving – ten minste in Zweden. Er zijn te weinig journalisten die de noodzakelijke veiligheid van werk en middelen hebben om systematisch en rigoureus onderzoek te doen. Dit helpt de zwart-wit scenario’s die op sociale media circuleren te verspreiden, en draagt dus bij aan polarisatie. Op deze manier ontstaat een cultuur waarin marginale fenomena opgeblazen worden, terwijl het brede midden verkleind wordt. De meerderheid lijkt een minderheid geworden en een minderheid marginaliseert de mainstream!

Populistische propaganda en de kerk

Omdat de kerk deel uitmaakt van de wereld, kunnen deze dynamieken natuurlijk ook in kerken aangetroffen worden. Ook hier is polarisatie, fake news wordt ook hier geproduceerd. Minder-dan-heilige bondjes worden gesloten en het is relatief gemakkelijk om de populistische receptuur te gebruiken om wantrouwen te zaaien met betrekking tot de kerkleiders: ze hebben het contact met de mensen verloren; het is een elite die flirt met minderheden in plaats van zich in te zetten voor de eenheid van de kerk.

Interreligieuze dialoog (in het bijzonder die met de islam), engagement met openbare aangelegenheden of het streven naar inclusie en gelijkheid verworden in populistische retoriek tot vrijzinnig, links, feministisch verraad van de kerk. Populistische propaganda tegen de kerk heeft hiervoor een aforisme bedacht: in het verleden verlieten mensen de kerk omdat ze niet in God geloofden, nu verlaten mensen de kerk omdat ze in God geloven.

De Zweedse Kerk heeft bijna zes miljoen leden: het is de grootste maatschappelijke organisatie van het land. Geëist wordt om de Zweedse Kerk Zweedser, nationalistischer, te maken en om meer een kerk, een front tegen met name de islam te zijn. De aantijging dat de kerk politiek is in plaats van christelijk als ze zich uitlaat over maatschappelijke kwesties, komt vaak van de kant van mensen die zelf een vastberaden politieke positie hebben ingenomen.

Alarmisme kan onze blik vertroebelen

De zogenaamde politisering van de kerk is vaak eerder een projectie ‘van buitenaf ’ dan een strategie ‘van binnenuit’. Het maakt het spreken en handelen van de kerk in de publieke arena verdacht. Dit kan leiden tot ontmoediging, zelfcensuur en uiteindelijk tot stilte. Alarmisme kan onze blik vertroebelen en ons onze schouders doen ophalen, terwijl het beter zou zijn om een kritische en zelfkritische analyse te maken en een vastberaden energie tentoon te spreiden.

Wat de kerk kan doen

De kerk moet het niet zover laten komen dat ze zich alleen nog maar inzet voor haar eigen belangen. Ze mag niet tevreden zijn met minder dan wat bijvoorbeeld staat in de visie van de Lutherse Wereldbond (LWF):

‘Bevrijd door Gods genade, een gemeenschap in Christus samen levend en werkend voor een rechtvaardige, vredige en verzoende wereld.’ Dit kan bereikt worden, zoals door de hele geschiedenis van het christendom, door gebed en werk. Hoe zou dit vorm kunnen krijgen? Ik noem zeven punten.

1. Ik denk dat het opnieuw van belang is om veel aandacht te schenken aan de wereldwijde gemeenschap van de kerk. Het evangelie van Jezus Christus was en is transnationaal, grensoverschrijdend.

‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.’ (Galaten 3:28)

We zullen openbaar vieren, denken en handelen op oecumenisch verantwoorde wijze, ons bewust van de hele wereld en met vertrouwen in de toekomst. Dit is misschien niet zozeer een argument voor radicaal nieuwe ideeën als wel voor een hernieuwing van denken. En voor goede allianties, die hoop, rechtvaardigheid en vrede versterken.

2. Het is ook belangrijk om de rol van de kerk in de publieke sfeer moedig en consistent te doordenken. Het moge duidelijk zijn dat geloof geen privéaangelegenheid is. Het is ook van persoon tot persoon en heeft consequenties voor de publieke ruimte – zowel voor ons als individuen als voor de kerk als gemeenschap en organisatie.

3. We moeten erkennen dat democratie elke generatie opnieuw geclaimd moet worden. We kunnen het vergelijken met een houten huis dat voortdurend onderhoud nodig heeft als het in regen en storm de bewoners en bezoekers niet alleen bescherming maar ook een goede plek om te leven wil bieden. Dit samen-leven is onontbeerlijk, omdat we niet alleen populisme tegengas moeten geven, maar ook de kracht moeten hebben om klimaatverandering en de zogenaamde vierde industriële revolutie aan te pakken.

4. Als we willen dat democratie overleeft, dan moet het constant een dieet van waarden tot zich nemen – de waarden die voortkomen uit steeds weer nieuwe ontmoetingen met de grote tradities van menselijke ideeën. Sommige van deze waarden zullen altijd geworteld zijn in religie. Het is dus ook in het belang van democratie om wijs om te gaan met de bronnen van culturele waarden. En dit is noodzakelijkerwijs inclusief, eens te meer, de grote geloofstradities en de organisaties, zoals kerken, die hen vertegenwoordigen. Dit houdt natuurlijk ook kritiek en zelfkritiek van de tradities en organisaties in, maar ook een allesomvattende uitsluiting of veroordeling van deze instituten in de publieke sfeer.

5. Populistische bewegingen dagen de kerk zowel op positieve als negatieve, pijnlijke en risicovolle wijze uit. Aan de positieve kant zie ik onder andere een nauwere alliantie met de (natuur) wetenschappen. Hoewel het lang opportuun geweest is om geloof en wetenschap als vijand te zien, is het in het licht van het populisme duidelijk geworden dat beiden in dienst staan van de waarheid. Dit houdt een constructief partnerschap in, in plaats van oppositie: het betekent praktijkgeoriënteerde dialoog in plaats van een schijnbaar verloren strijd aan de kant van de theologie.

6. In de confrontatie met de vier P’s klinkt de oproep voor een nieuw verhaal over hoop en participatie. Hoop is gericht op de belofte, waarmee God ons vanuit de toekomst tegemoetkomt. Deze hoop is geworteld in Gods reddend handelen. We verkondigen en verbeelden hoop als het zout van de aarde, in de vorm van zowel publieke theologie als het priesterschap van alle gelovigen, als voorstanders van een publieke sfeer waarin iedereen ten volle kan deelnemen en zich kan inzetten; als mensen die door de kracht van hun hoop in staat zijn om ambiguïteit en complexiteit niet alleen te verdragen, maar ook hun vruchtbaarheid te laten zien.4

7. In tijden van populisme zullen we weerstand moeten tonen. En als we dat doen moeten we begrip hebben voor onze eigen wonden en voor die van anderen.

‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ (Johannes 20:21)

Dat zei Jezus tegen zijn vrienden toen zij hem na zijn opstanding weer zagen. Ze zagen echter niet alleen de overwinning op de dood, ze zagen ook de wonden, de tekens van de spijkers die door zijn handen en voeten geslagen waren, vanwege de angst van de bevolking. Ja, ik zou die vrede graag willen hebben, maar als ik naar de wonden kijk, wil ik die missie dan echt? Accepteer ik die taak gegeven door een gewonde en hulpeloos uitziende God? Alleen omdat ik er zeker van ben dat het de Opgestane, de Levende is die deze wonden draagt. Daarom, wees ruimdenkend en standvastig!

Noten

1 Byung-Chul Han, Im Schwarm. Ansichten des Digitalen, Berlin: Matthes & Seitz, 2013, 87-90; Engelse vertaling: Byung-Chul Han, In the Swarm: Digital Prospects, translated by Erik Butler, Cambridge, Ma: MIT Press, 2017, 61ff

2 Ibid., 35f

3 Ibid., 49

4 Door bijvoorbeeld universalisme en particularisme niet tegen elkaar uit te spelen. Dit zou helder moeten zijn voor lutheranen die er aan gewend zijn om dialectisch te denken!

Dit artikel is een met toestemming ingekorte versie van Antje Jackeléns Engelstalige bijdrage in het boek ‘Resisting Exclusion – Global Theological Responses to Populism’ van de Lutheran World Federation.

— Antje Jackelén is sinds 2014 aartsbisschop van de Zweedse Kerk (Luthers). Daarvoor werkte ze als Associated Professor in de Systematische Theologie aan het Lutherse School voor Theologie in Chicago en was ze bisschop van het diocese van Lund. Ze neemt regelmatig deel aan het maatschappelijk debat en gelooft dat religie en samenleving nauw met elkaar verweven zijn. Ze is te volgen op Twitter: @BiskopAntje.

< Terug