< Terug

Kerkmuziek studeren in Utrecht

In gesprek met Mark Lippe

Een interview met de studieleider van de afdeling kerkmuziek van het Utrechts Conservatorium. Utrecht is, naast Rotterdam, een van de twee plaatsen waar op hbo-niveau kerkmuziek kan worden gestudeerd.

Er was toch een tijd dat je in Nederland aan vrijwel elk conservatorium het vak kerkmuziek kon studeren? Wat is er nu van over?

‘Zeker, vroeger in de jaren tachtig en negentig kon je in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Maastricht, Tilburg, Enschede en Zwolle kerkmuziek studeren. Daarvan zijn nu Utrecht en Rotterdam over. En het is ook heel anders dan vroeger: kerkmuziek is als bachelor geen zelfstandig hoofdvak meer. Dat kan ook niet, want er zijn geen dubbele hoofdvakken meer. We hebben gewoon een curriculum waar kerkmuziek in zit als onderdeel van de opleidingen orgel en koordirectie. Ja, een zelfstandige master kerkmuziek kan je nog wel volgen.’

Over de opleiding kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium is meer te vinden op de site van de opleiding zelf: www.hku.nl. Op de kerkmuziekpagina staat het volgende als promotie: ‘Met de Bachelor Music, Kerkmuziek bevind je je in een breed en interessant werkveld. Muzikale en organisatorische werkzaamheden wisselen elkaar af.’Over de hbo-kerkmuziekopleidingen verschenen eerder artikelen: ‘Het orgel als bijvangst’ in Laetare 32-2. Over een Japanse pianostudente uit Utrecht die via het bijvak orgel de Nederlandse kerkmuziek binnenstapt. ‘Een goed zingende gemeente is heel wat waard’ in Laetare 34-5. Docent Hanna Rijken over de kerkmuziekopleiding in Rotterdam.

Ja, dat weet ik. Ik was afgelopen jaren de eerste masterkerkmuziekstudent met piano als hoofdvak hier in Utrecht. Hoe staat het nu met die richting?

‘Wij hebben nog één masterstudent kerkmuziek piano erbij gekregen. En die studeert dit jaar af. Maar goed, even terug naar het krimpende aantal kerkmuziekstudenten. Vergeet niet naast de ontkerkelijking de invloed van de internationalisering. Op dit moment lopen er bijvoorbeeld in Utrecht veel buitenlandse studenten rond. Wat zou een buitenlandse student moeten met een typisch Nederlands kerkmuziekdiploma? Thuis heeft hij of zij een heel andere context en wie hier wil blijven, moet maar zien of hij een werkvergunning krijgt.’

Hoeveel kerkmuziekstudenten heeft het Utrechts Conservatorium op dit moment?

‘Er zijn op dit moment vier studenten, drie afkomstig uit de PKN, redelijk vrijzinnig, en een uit de Gereformeerde Gemeente in Nederland.’

Dit is anders samengesteld dan in Rotterdam, geloof ik. Daar komen de meeste kerkmuziekstudenten uit de rechterflank. Gaat het in Utrecht alleen om protestantse studenten?

‘In principe dekken wij de gezindten in de gehele breedte, maar de laatste rooms-katholieke student heb ik zo’n vier jaar geleden uitgezwaaid. En ik verwacht niet dat er daar snel een opleving zal zijn. De ontkerkelijking en veroudering is daar naar mijn bescheiden mening groter dan elders…’

Wat voor vakken behelst de opleiding in Utrecht? En door wie worden ze gegeven?

‘Ik geef zelf de vakken hymnologie, liturgiek protestants, kerkmuziekgeschiedenis, cantoraat en gemeentezangleiding. Arnoud Heerings verzorgt de vakken schola, gregoriaans en liturgiek katholiek. Reitze Smits geeft kerkelijk orgelspel en Bert van den Brink kerkelijk pianospel lichte muziek. En er is natuurlijk zangles door José Lieshout. Daarnaast kennen we ook stages. Maar dit is vaak bij onze studenten een probleem. De vier huidige studenten hebben gewoon hun eigen plek. In die kerken zijn ze al jaren werkzaam. Daar kan je ze niet voor een langere periode weghalen. Zeker niet nu er steeds moeilijker vervangers zijn te krijgen.’

Is het werkveld veranderd de laatste jaren?

‘Er wordt tegenwoordig nóg meer gevraagd van organisten. Het nieuwe Liedboek heeft stilistisch een enorme breedte. Organisten moeten ook goed kunnen pianospelen en om kunnen gaan met lichte muziek. Vandaar dat Utrecht heeft gekozen voor piano en theorie lichte muziek als bijvakken. Ook krijgen de organisten koordirectie als bijvak en ‘liturgisch componeren’, zo noem ik het maar even. Dit laatste voor als er bijvoorbeeld een nieuw kyrie of een nieuwe acclamatie gemaakt moet worden, of een schriftmotetje. Die dingen moeten ze in hun praktijk ook kunnen schrijven.’

Ik herken die breedte wel van mijn eigen bachelor kerkmuziekopleiding in de jaren tachtig. Maar ik krijg van jou de indruk dat het vak en de opleiding nóg uitgebreider zijn geworden. Heb je hiermee alle onderdelen van de opleiding genoemd?

‘Nee, er is één uur dat ik zelf mag invullen. Daar leggen we alle ‘toestanden’ in de praktijk neer. Een probleem met de voorganger, een misverstand met de liturgische werkgroep, onbegrip bij de muziekgroep. Dat gooien we dan op tafel met de vraag: wat moeten we daar nu mee? Wat is dat dan? Waarom werkt het zo? En vooral: hoe blijf je met elkaar in gesprek? Hier kan ik mijn eigen ervaring ook inbrengen. Ik denk dat dat heel veel helpt. Ik kan ze vertellen waar ze zich op kunnen beroepen. En ook waar je dat dan kan vinden.’

Nu je toch zo over de inhoud van een specifieke les praat, wat geef je de kerkmuziekstudenten graag mee?

‘Ik vind het belangrijk om mensen tijdens de opleiding te prikkelen, soms met humor, soms door een beetje plat en ongenuanceerd de hoek uit de hoek uit te komen, dingen te laten zien, zodat ze zelf tot een soort relativering komen, ook binnen de eigen geloofsrichting. Het is de bedoeling dat elke student die ruimte zal moeten ontwikkelen, om ook in andere gezindten te kunnen functioneren. Het maakt niet uit hóe je het doet, zolang je maar kan beredeneren en kan vertellen waaróm je het doet. Hoe zit het met de spanningsboog? Waar doe je de collecte en waarom? En wat moet je met de mededelingen, de ‘boodschappenlijst van tante Janna’? Voor welke kerk en binnen welke liturgische kaders? Daarover heb ik het met ze. Dat zijn onder andere de vragen als je liturgie wil maken. Liturgie is drama. Dan moet het ook wel kloppen. Je wil toch ook niet naar een slecht toneelstuk. En ten slotte: een goede liturgie laat ruimte voor datgene wat we niet kunnen benoemen.’
Jan Marten de Vries is eindredacteur van Laetare.

Mark Lippe is behalve docent kerkmuziek ook docent theoretische vakken aan het Utrechts Conservatorium. Hij is dirigent van de KCOV ‘Halleluja’ te Rotterdam, het Haarlems Bachensemble, het Gouds Kamerkoor en het Coornhert Orkest. Hij is pianist in het Léman-ensemble.Op het moment van het interview was hij organist in de Oud-Katholieke Kerk in Gouda. Per 1 juli 2019 treedt hij in dienst als cantororganist titularis in de Oud-Katholieke Kathedraal Sint Gertrudis in Utrecht. Zie ook www.marklippe.nl.

< Terug