De gemeente als zorggemeenschap

Het juni-nummer van het Ouderlingenblad stond in het teken van de ‘Gemeente als zorggemeenschap.’ In deze ‘Aan de slag’ vindt u vragen en suggesties om daarmee verder aan het werk te gaan in uw kerkenraad of pastoraal team.

Kritisch nadenken over de gemeenschap

In mijn redactioneel van het juni-nummer verwijs ik naar het boekje Leven met elkander van Dietrich Bonhoeffer. Zijn gedachten helpen mij kritisch te blijven op de geloofsgemeenschap waar ik zelf deel van uitmaak of waar ik een poosje mee oploop. Ik schrijf in het redactioneel: ‘De christelijke gemeenschap is geen ideaal dat we nastreven. Geen vereniging van mensen die op een goede dag besloten hebben statuten op te stellen en vanuit gedeelde interesse samen de schouders ergens onder te zetten. De onderlinge gemeenschap is een realiteit die aan ons vooraf gaat, het hangt niet van onze goede bedoelingen af. Dat maakt ons bescheiden en kan ook ontspanning geven. Christus is het fundament, hij roept en brengt ons samen.’

We zijn aan elkaar gegeven, ‘for better and for worse’

  • Praat eens door over bovenstaand citaat. Waar stem je mee in? Waar voel je weerstand? Waar prikkelt het?
  • Ook in liederen is aandacht voor de geloofsgemeenschap. Lees, zing en reflecteer, bv. Lied 287, 974, 975, 981.
  • Waaruit blijkt in jouw geloofsgemeenschap dat Christus het fundament is?

Casus

Pastoraat wordt vaak omschreven als ‘omzien naar elkaar’. Ook hier roepen we Bonhoeffer erbij om kritisch te blijven. Als ik hem goed lees, dan zegt hij: in de gemeente van Christus zien we niet naar elkaar om omdat of zolang we elkaar aardig vinden. We zijn aan elkaar gegeven, ‘for better and for worse’. Dat is een mooi uitgangspunt, maar soms ook lastig. Aan de hand van de volgende casus kunt u hier samen nog wat over doordenken.

Meneer X belt de laatste tijd bijna wekelijks en je krijgt regelmatig appjes van hem. Je hebt met hem te doen, hij heeft een moeilijk leven (gehad) en bijna iedereen heeft hem in de steek gelaten. In het begin had je aandacht voor zijn verhaal, maar inmiddels is het een repeterende langspeelplaat. Je kent het verhaal in allerlei varianten. Het gaat je – tot je schaamte – irriteren. Inmiddels ga je wekelijks op bezoek. Je knikt, je praat een beetje mee, want er tegenin gaan heeft toch geen zin. Elke keer neem je jezelf voor hooguit twintig minuten te blijven, maar als hij ziet dat je aanstalten maakt om te gaan, dan begint hij weer met een dramatisch verhaal. Dan kun je toch niet met goed fatsoen opstaan? Je probeert het handig te organiseren. Je gaat om half twaalf, want dan kun je na twintig minuten zeggen dat je weg moet om je kind uit school te halen. Maar afgelopen week ging dat ook al mis. Om tien over twaalf stond je hijgend bij het schoolplein.

Toen je het erover had met een andere bezoeker zei hij:

‘Tja, dat herken ik wel. Lastig, hoor. Pasgeleden zei een dominee: het mooie in de kerk is dat we het soms gewoon moeten uithouden met elkaar. Dat spreekt mij wel aan, misschien kun jij daar ook wel wat mee.’

  • Herken je de situatie in de casus?
  • In de casus is sprake van eenrichtingsverkeer. Er is maar één verhaal en dat wordt keer op keer herhaald. Heb je daar ervaring mee? Kun je iets vertellen over geslaagde / mislukte pogingen om het eenrichtingsverkeer te doorbreken?
  • Wat vind je van de opmerking van je ‘collega’ over het uithouden?

De gemeente als pastorale gemeenschap

Dr. Reijer de Vries benadrukt in zijn artikel het belang van het onderling pastoraat. Als in de kerkenraad of het pastorale team gesproken wordt over het ‘omzien naar elkaar’ wordt vaak van harte beaamd dat het pastoraat een taak is van de gemeente en niet alleen van de predikant en de ouderlingen. Dit neemt niet weg dat – als het erop aankomt – de verwachtingen in de gemeente vaak anders zijn. We kennen allemaal de uitspraak: ‘Ik heb al maanden niemand van de kerk gezien.’ Als je doorvraagt blijken er meerdere mensen geweest te zijn, maar… de dominee of de ouderling is niet geweest.

Het ‘onderlinge pastoraat’ komt nogal eens niet uit de verf… waarom niet?

Er is ook een andere kant. Als je een afspraak probeert te maken, krijg je als reactie: ‘Wat aardig dat u belt! Maar u hoeft niet op bezoek te komen, hoor. Er zijn anderen die het veel harder nodig hebben dan wij.’ In beide gevallen komt het ‘onderlinge pastoraat’ niet uit de verf. In de eerste situatie wordt degene die een bezoekje brengt niet gezien als ‘iemand van de kerk’ en in de andere situatie heerst het idee dat omzien naar elkaar alleen nodig is als je ziek bent of hulp nodig hebt.

  • Hoe reageert u op bovenstaande reacties? (Probeer nog even uw reactie te formuleren zonder daar wat van te vinden. Het gaat niet om goed of fout.)
  • Hoe kun je het onderlinge omzien naar elkaar in de gemeente bevorderen?
  • Hoe zou je dit thema als kerkenraad kunnen bespreken met gemeenteleden?
  • In zijn artikel onderscheidt De Vries drie vormen van communicatie: gesprek, praktische hulp en tekenen van medeleven. Waar voelt u zich het meeste in thuis? Waar zou u meer mee willen? (Zie voor toerusting en scholing van vrijwilligers ook het artikel van Herman Ekenhorst.)

De spiritualiteit van de bezoeker

Jeanette de Korte gaat in op de spiritualiteit van de bezoeker. Om iets te kunnen geven aan een ander is het belangrijk zelf ook te (kunnen) ontvangen.

Dat over en weer geven en ontvangen kan gebeuren tijdens een pastoraal bezoek. Waarschijnlijk herken je de ervaring wel dat je verrijkt naar huis gaat. Of de ervaring dat de Geest erbij was en dat het een helende ontmoeting was. Maar de weegschaal van ‘geven’ en ‘ontvangen’ tussen jou en de bezochte is niet altijd in balans. Als jij in je pastorale werk meer ‘geeft’ dan ‘ontvangt’, dan is het belangrijk op andere manieren gevoed te worden en inspiratie op te doen. De Korte refereert aan kunstenaar Ton Schulten. Hij verwerkt in ieder schilderij een wit vlak, een ‘deur’ naar een andere werkelijkheid.

  • Welke ‘deur’ naar de andere werkelijkheid heb jij?
  • Maken jullie als kerkenraad of pastoraal team tijd vrij voor bezinning en spiritualiteit? Hoe doen jullie dat? Wat waardeer je? Wat verlang je?

De gemeente als diaconale zorggemeenschap

Veel mensen hebben een innerlijke drive om anderen te helpen. Dat is een heel mooie eigenschap.

We laten de ander niet aan zijn of haar lot over, we schieten elkaar te hulp. Zoals de barmhartige Samaritaan de gewonde man langs de weg ziet en hem ter plekke verzorgt en in goede handen achterlaat. Dr. Thijs Tromp benadrukt in zijn artikel dat ‘zorg moet bijdragen aan wat voor de ander van betekenis is’.

Zorgen voor een ander is niet alleen ‘geven’, maar ook ‘ontvangen’

Dat is een belangrijke gedachte om in je achterhoofd te houden als je zorg verleent. Het zorgen voor een ander is namelijk niet alleen een vorm van ‘geven’, maar ook van ‘ontvangen’. Je krijgt een glimlach, dankbaarheid, het geeft je een goed gevoel om wat voor die ander te doen.

Praat eens met elkaar door over de volgende woorden van Tromp: ‘Het vierde aspect is dat zorg moet bijdragen aan wat voor de ander van betekenis is. Zorgen mag niet betuttelend worden en het is het mooiste als de zorgrelatie ruimte maakt voor wederkerigheid. Anders maak je de ander met zorg kleiner in plaats van dat je haar of hem erkent als een medemens, die net als jij afhankelijk is van zorg.’

  • Herken je de valkuil dat ‘zorgen voor’ om kan slaan in betuttelen?
  • Lees met elkaar Johannes 8:1-11. Tromp onderscheidt vier aspecten van zorg (p. 18). Zie je deze aspecten van zorg terug in het optreden van Jezus?

Care, community & commerce

Drs. Wim Vermeulen laat zich inspireren door het gedachtegoed van rev. Samuel Wells van St. Martin in the Fields. Deze geloofsgemeenschap in Londen heeft een verdienmodel (commerce), zodat de zorg en de eredienst toekomstbestendig zijn.

Toekomstbestendigheid heeft ook de aandacht van kerken in Nederland. Het gaat in de kerk niet om financiën, maar het is wel een wezenlijke randvoorwaarde. Vermeulen: ‘Wells daagt uit tot wat hij noemt een ‘financieel gewetensonderzoek’ in onze kerken. Het is zijn stelling dat “…betrokkenheid in commerciële, compassievolle en culturele initiatieven de kerk niet berooft van haar energie, identiteit of focus – integendeel, het kan ervoor zorgen dat gemeenten de bronnen voor hun eigen vernieuwing terugkrijgen.”’

  • Wat zou een ‘financieel gewetensonderzoek’ in uw gemeente kunnen opleveren? Ziet u kansen? En bedreigingen?
  • Op welke manier zou een ‘commerciële activiteit’ kunnen bijdragen aan zorg? Alleen financieel of zijn er ook inhoudelijke vruchten?

Gebed

Heer, maak van mij een instrument van uw vrede. Laat mij liefde brengen waar haat is.
Laat mij vergeving brengen waar schuld is.
Laat mij eenheid brengen waar dwaling is.
Laat mij geloof brengen waar twijfel is.
Laat mij hoop brengen waar wanhoop is.
Laat mij licht brengen waar het duister is.
Laat mij vreugde brengen waar verdriet is.

Heer, laat mij ernaar streven,
niet dat ik getroost word, maar dat ik troost,
niet dat ik begrepen word, maar dat ik begrijp,
niet dat ik geliefd word, maar dat ik liefheb,

want wie geeft, ontvangt,
wie zichzelf vergeet, vindt,
wie vergeeft, zal vergeving ontvangen,
en wie sterft, zal ontwaken tot eeuwig leven.

(toegeschreven aan Franciscus van Assisi)

Wilbert van Iperen is classispredikant van de Classis Veluwe. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.

Meer Kerkopbouw