< Terug

Kies dan het Leven

Twaalfde zondag van de zomer (Deuteronomium 30:15-20, Psalmen 1 en Lucas 14:25-33)

Opvallende parallellen tussen de lezingen uit Deuteronomium en Lucas! In allebei gaat het over een nieuw begin. Beide sprekers, Mozes en Jezus, willen de mensen die hen volgen daarop voorbereiden: Mozes het volk van Israël op het leven in een nieuw land; Jezus zijn leerlingen, zijn volk, op een ingrijpend nieuwe leefwijze. ‘Leven’ met een hoofdletter is het perspectief dat beiden bieden. Daartoe moet de Tora worden nageleefd in het nieuwe land, net zoals bij het navolgen van Jezus.

En er zal tegenwerking zijn. Voor Israël van de kant van de stammen en volkeren die al in het land wonen; voor Jezus’ leerlingen van mensen van het eigen volk en later ook van anderen. Niet vreemd toch, dat Jezus gezien werd als een ‘tweede Mozes’?

Je liefsten haten?

Met Jezus meereizen blijkt toch iets anders te zijn dan Hem navolgen. Grote menigten trekken met Jezus mee, maar zijn absolute en confronterende uitspraak lijkt in eerste instantie bedoeld voor degenen die zijn leerlingen willen zijn (Lucas 14:26-27). Jezus licht zijn woorden toe met twee parabels. Vers 14:33 vormt de afsluiting. Hoe zouden de menigten die met Jezus meetrokken en die uit uitsluitend mannen lijken te hebben bestaan, hebben gereageerd op zijn woorden? Staan die woorden niet haaks op dat belangrijkste Tora-gebod om je naaste lief te hebben als jezelf (Lucas 10:27)? Houdt dat dan ook zelfhaat in? Veel commentaren proberen deze uitspraak wat te verzachten door ‘haten’ te vervangen door een ander woord, zoals ‘breken met’ of ‘achterstellen’. Maar het Griekse miseoo betekent echt ‘haten’, ‘een afkeer hebben van’. Koren op de molen van tegenstanders van Jezus en later van het christendom? Lucas zwijgt hier nog over een reactie. Hij laat Jezus wel een soort uitleg geven met voorbeelden uit bouw- en krijgskunde, die duidelijk moet maken dat zijn uitspraak van fundamenteel belang is. Ook voor onze tijd? Door de meeste mensen die met Jezus meetrokken, moet de stap naar het ‘volgen’, dat samen met ‘dienen’ het leerling-zijn van Jezus uitmaakt, nog worden gezet. Maar wie zou dat na Jezus’ woorden nog willen? Met haat jegens je dierbaren als voorwaarde, als uitgekiend plan zelfs, zoals van een architect of een strateeg? Wat moesten die mannen met zo’n uitspraak? Alle banden van liefde, trouw en verantwoordelijkheid loslaten? En wat moesten de achterblijvende vrouwen, kinderen en bejaarde ouders in een tijd zonder sociale zorg? Is dat niet een slechte boodschap in plaats van een goede?

Totale omkeer nodig

Jezus stelt het scherp. Hij maakt hier glashelder dat Hem navolgen een radicale omkering vraagt van elke instelling die primair gericht is op het eigenbelang. En dat is heel iets anders dan met Hem meetrekken in de hoop er zelf beter van te worden, gevoed door leuzen zoals ‘eigen volk eerst’. Immers, voorafgaand aan dit fragment vormen verschillende maaltijden de kaders voor Jezus’ onderricht. Als gast bij een maaltijd geneest Jezus een gehandicapte en vertelt dan twee parabels over tafelschikking en uitnodigen. De evangelielezing van vandaag gaat daarop door. In die patriarchale tijd had het hoofd van de stam of familie de beste plaats aan zijn tafel. Beeld van het accent op eigenbelang en dat van de eigen groep, zonder oog voor wie daarbuiten vallen, zoals in het verhaal van Lazarus en de rijke man uit Lucas 16:19-31. Jezus vraagt hier nu precies het omgekeerde van wie Hem willen navolgen: totale omkering als zaak van levensbelang en grote wijsheid, zoals een goed bouwplan of een goede strategie, en het eigenbelang ondergeschikt te maken aan het algemeen belang, vooral aan dat van de minstbedeelden. Kom van je troontjes; maak ruimte voor wie het meest kwetsbaar zijn. Geen eigen volk, eigen naam of eigen banksaldo eerst!

Een opgave voor nu

Jezus navolgen is geen vakantietrip. En zeker niet in de wereld waarin we nu leven, waarin het meeste geld in handen is van enkele procenten van de hele wereldbevolking. Jezus daagt iedereen uit, grote en kleinere graaiers, om het streven naar steeds meer los te laten en mee te werken aan een menswaardig bestaan voor iedereen, op de eerste plaats voor de allerarmsten. En Jezus draagt ons niet alleen op om zorg te hebben voor de meest kwetsbare mensen, maar hen bovendien te onthalen als eregasten tot herstel van hun waardigheid en als bevrijding uit wat hen hun hele leven geknecht hield. Dat ontslaat ons niet van zorg voor verwanten, maar houdt een spreiding in van middelen, aandacht en prioriteiten. Zo’n houding vraagt om het doorbreken van een politiek die louter bedoeld is om daar zelf beter van te worden. Zo’n houding vraagt erom exclusieve relaties, gericht op eigenbelang, om te zetten in inclusieve. Dat veroorzaakt een omvattende explosie van Leven, zoals door Jezus bedoeld.

‘Gelukkig die mens’

‘Gelukkig die mens’ (Psalmen 1:1) die niet meer meedoet met die gerichtheid op het eigen ‘ik’. Die niet meer wil meedoen met het streven naar macht, geld en goed voor de eigen bestaanszekerheid ten koste van die van anderen. Die niet bij de grootverdieners aan tafel zit, maar als hij dat wel doet de impact heeft begrepen van de woorden van Jezus en elk uur van de dag zijn/haar best doet steeds meer daarnaar te leven. Te kiezen voor Leven met een hoofdletter, zoals bedoeld door Mozes en door Jezus. Hoe moeilijk dat in onze huidige cultuur ook is. De weg van degenen die er ‘niet naar horen’, zich er niets van aantrekken, zal doodlopen.

Deze exegese is opgesteld door José Vos.

< Terug