< Terug

Kindermoment bij Lucas 3:7-18

Voor de derde zondag van advent

De focus ligt op Lucas 3:10-14 in dit kindermoment.

Nodig

Iets waar je er twee van hebt en prima één van kunt missen, bijvoorbeeld twee pennen, twee snoepjes, twee waxinelichtjes of iets dergelijks.
In het voorbeeld hieronder is gekozen voor een pen.

Voorbereiding

Zorg dat je de voorwerpen bij de hand hebt, maar dat ze nog niet zichtbaar zijn voorafgaand aan het kindermoment.
Zorg dat je voor je voorwerp argumenten hebt bedacht waarom je er wel of niet twee van nodig hebt.

Tijdens de dienst

Nodig de kinderen uit om naar voren te komen.

Vertel hen dat je blij bent met één pen. Laat de pen zien aan de kinderen en vertel hoe mooi de pen is, dat hij zo fijn schrijft etc. Eventueel geef je de pen even door zodat iedereen de pen goed kan bekijken.
Haal dan de tweede pen tevoorschijn en zeg iets als: ‘Kijk, ik heb er nog één’.

Ga een gesprek aan met de kinderen over de vraag of je deze tweede pen nodig hebt. Probeer het oprecht te verkennen, stel bijvoorbeeld vragen als: ‘Kan ik met beide tegelijk schrijven?’, ‘wil ik er niet in elke tas één, zodat ik altijd mijn pen bij me heb?’, ‘Maar ik vind ze allebei mooi’, ‘De een schrijft blauw en de ander zwart’.

Probeer echt samen met de kinderen argumenten voor en tegen te vinden waarom je wel of niet twee pennen nodig hebt.

Vraag dan aan de kinderen of zij zelf ergens twee van hebben. Hebben ze het bij zich, bijvoorbeeld twee snoepjes, vraag dan of ze het tevoorschijn willen halen. Als ze niets bij zich hebben, kun je ook vragen naar twee paar schoenen thuis, twee computerspellen, twee voetballen etc.
Probeer dan dezelfde verkenning met ze aan te gaan: of ze aan één exemplaar ook genoeg zouden hebben.

Vertel dan dat Johannes de Doper in het verhaal van vandaag zegt: ‘Wie twee stel onderkleren heeft moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen’.
Dus eigenlijk moet je volgens Johannes weggeven waar je er twee van hebt of wat je kunt missen.

Kijk nog eens naar je tweede pen en laat je dilemma zien: eigenlijk moet je er eentje weggeven. Vraag aan de kinderen of zij (thuis) een pen hebben. Als iedereen een pen heeft, kun je je vraag verleggen naar de rest van de gemeente. Waarschijnlijk heeft iedereen wel een pen. Je kunt opgelucht reageren of suggereren de pen op te sturen naar iemand buiten Nederland die geen pen heeft.

Als je een waxinelichtje als voorwerp hebt, is de kans al groter dat er iemand is die er, ook thuis, niet één heeft. Geef je voorwerp in dat geval weg aan iemand zonder waxinelichtje.

Rond af door te vertellen dat het met het weggeven van schoenen of kleren natuurlijk wel een stuk moeilijker is en dat je zelf ook niet zomaar alles weggeeft wat je niet per se nodig hebt. Wees daarin eerlijk en wek niet de suggestie dat de opdracht van Johannes makkelijk is.

Vertel de kinderen dat ze in de kindernevendienst zelf aan de slag gaan met het verhaal en gaan nadenken over de vraag van het delen. (Mits er een kindernevendienst is natuurlijk en je dit hebt afgestemd met de kindernevendienstleiding.)

Angeliek Knol is predikant van de Protestantse Gemeente Best-Oirschot-De Beerzen.

< Terug