< Terug

Kindermoment Herkenning – nu snap ik het!

Zesde zondag van Pasen
Bij Joël 2, 21-27, Johannes 14,23-29

Uit de bijbel

De afscheidswoorden van Jezus zijn voor de leerlingen eerder een raadsel, dan dat ze meteen bemoedigen. Aan deze passage gaat de vraag van Judas Taddeüs (de zachtmoedige) vooraf: ‘Waarom maakt u zich wel aan ons maar niet aan de wereld bekend?’ Het woord dat Judas gebruikt, betekent verschijning of manifestatie. Wellicht hoopt Judas meer op een Godsverschijning zoals in de profetieën gesproken wordt (Habakuk 3, Zacharias 9). Dat zou inderdaad zoveel eenvoudiger zijn, als Jezus zich aan iedereen zou laten zien als wie hij is.

Als antwoord geeft Jezus een soort overweging over wat het betekent hem te zien. Hij vraagt ons in te treden in het mysterie van zijn schijnbare afwezigheid. Als we trouw zijn aan de woorden van Jezus komen we tot een kennis die ‘inzicht’ geeft in wie Jezus is. Jezus manifesteert zich dan niet aan de wereld, maar in ons (letterlijk: in ons woning maken). We zien Jezus niet meer als iemand buiten ons: Hij is in ons en wij in hem.

De heilige Geest, die de Vader zendt in zijn naam, laat ons dat begrijpen: de Geest maakt het woord van Jezus dat we in ons bewaren levend. De Geest vult Jezus’ belofte in, hij springt voor ons in, hij helpt ons, hij laat ons er niet alleen voor staan. Maar de Geest herinnert ons ook aan de woorden en beloften van Jezus. Hoewel de Geest uitgaat van de Vader, zal deze Geest met zijn invulling strikt gebonden zijn aan Jezus zelf (vers 26).

Met de Geest geeft Jezus ons de vrede, zijn vrede. Vrede die meer is dan een vaarwel. Vrede, sjaloom, eirene, wenste men de ander ook toe bij zijn of haar vertrek. Maar deze vrede staat voor de harmonie met heel de schepping, voor de vrede die de Messias zal brengen (Jesaja 9).

Deze vrede stelt de leerlingen buiten onrust en angst. Onze zekerheid hangt niet langer af van de zichtbare tegenwoordigheid van Jezus, maar van ons leven in verbondenheid met Jezus. Jezus is weggegaan uit onze zichtbaarheid, Hij komt naar ons terug in de onzichtbaarheid van de Vader die groter is dan Hijzelf. Een nieuwe weg gaat voor ons open: de weg van het geloof dat ziet in het onzichtbare.

Met de kinderen

  • Herkenning – nu snap ik het

  • We tellen de 36e paasdag in onze telling

  • ‘Aha, nu begrijp ik het!’ – dat is de ervaring die Jezus de leerlingen in het vooruitzicht stelt. Nu begrijpen ze het nog niet, maar eens zal dat moment wel komen.

In de kerk

Projecteer met de beamer een aantal details uit een pointillistisch schilderij.
Laat eerst alleen enkele plaatjes zien van details uit het schilderij. Hebben de kinderen een idee wat het voorstelt? Eventueel kunnen de kinderen met vragen nog proberen iets meer te achterhalen.
– Is het in werkelijkheid groot of klein?
– Waar komen we het tegen?
– Is het een mens, dier of ding?
Zoom nu de afbeelding helemaal uit.
Zie je nu wat het is? Is dat heel anders dan je verwacht had of zat je in de buurt?

Extra: leestekst

Akkers en grasland,
je hoeft niet meer bang te zijn.
Wees blij,
want God is groot en goed!

En wilde dieren, wees niet bang,
er groeit weer gras op het kale land,
aan de bomen komen weer vruchten,
vijgen en druiven groeien weer.

En jullie, mensen,
wees blij, want God is goed.
God zorgt voor regen in de lente
en voor regen in de herfst,
zoals het altijd was.

Er zal weer zoveel zijn
om te oogsten en van te leven.
De tijd dat de oogsten mislukken,
dat sprinkhanen alles opvreten,
alles kaal knagen, alles verslinden,
die tijd is voorbij.

Er is weer genoeg voor iedereen.
Jullie mogen blij zijn –
en God danken voor alles.

God laat het volk niet meer in de steek.

Naar Joël 2, 21-27

Bij Joël 2:21-27, Johannes 14:3-29

< Terug