< Terug

Kindermoment – Lucas 9:28-36

Tweede zondag van de 40-dagen

Bijbelgedeelten: Exodus 34:27-35 en Lucas 9:28-36

Nodig

  • Zaklantaarn (lampje van je telefoon)
  • Witte doek

Voorbereiding

Leg de spullen klaar, maar uit het zicht.

Tijdens de dienst

Nodig de kinderen uit naar voren te komen en stel hen de volgende vraag: ‘Waar ga jij van stralen?’

Je kunt de kinderen helpen door de vraag op verschillende manieren te stellen, bijvoorbeeld: Waar word je heel blij of enthousiast van zodat het in je ogen of aan je mond te zien is? Noem eventueel enkele voorbeelden waar je zelf van gaat stralen, waarbij de kinderen kunnen aanhaken.
Ga een gesprekje met de kinderen aan over dit stralen. Kunnen de mensen om je heen ook zien dat je blij bent? Zie jij wel eens aan andere mensen dat ze helemaal gelukkig/blij/enthousiast zijn over iets? En zo ja, waar zie je dat bijvoorbeeld aan?

Zijn er nog andere gebeurtenissen die jou laten stralen, bijvoorbeeld als je heel erg onder de indruk ergens van bent?

Ga dan vertellen

Straks gaan we luisteren naar twee verhalen waar mensen van gingen stralen. Eerst Mozes, daarna Jezus. Zij zijn zo onder de indruk van Gods – heilige – aanwezigheid dat hun gezichten en zelfs Jezus’ kleding ervan gingen stralen. Spreek deze woorden ook met nadruk uit, zodat duidelijk is dat ‘Gods heilige aanwezigheid’ niet net zo vanzelfsprekend is als ieder ander ding, waardoor de kinderen wellicht gaan denken dat zij verondersteld worden te weten wat het is.
Vertel dat de omstanders van Mozes en Jezus heel goed konden zien, dat zij straalden. Ze zagen dat er zelfs iets bijzonders met hen aan de hand was.

Verwonder je met de kinderen over wat die ‘heilige aanwezigheid van God’ wel niet kan zijn, dat het zo’n effect heeft op Mozes en Jezus. Dit kun je nog aan hen vragen, maar je kunt het ook laten bij de verwonderende vraag die je hardop aan jezelf stelt, zonder dat je een antwoord verwacht. Bijvoorbeeld: ‘Sjonge, wat zou die heilige aanwezigheid van God wel niet zijn, dat mensen er letterlijk van gaan stralen? Wat een mysterie, ik begrijp het geloof ik nog niet helemaal.’

Vertel dat de kinderen verder met (één van) deze verhalen aan de slag gaan in de kindernevendienst.

Als het gebruikelijk is om een kaarsje aan te steken voor de kindernevendienst, kun je eventueel nog een verband leggen tussen het stralende licht van het kaarsje en Gods (Jezus’) aanwezigheid. Bijvoorbeeld: ‘Kijk, het lichtje straalt ook, daarom gebruiken we ook het licht om Gods aanwezigheid met ons te laten zien’.

Dit Kindermoment is opgesteld door Angeliek Knol, predikant van de Protestantse Gemeente Best – Oirschot – De Beerzen.

< Terug