< Terug

Klein, kleiner, kleinst

Tiny en mobiel

Er verschijnen de laatste jaren opeens overal verplaatsbare kapelletjes, altaars en tiny churches. Waarom eigenlijk en waar staan ze?

De tiny house-beweging heeft haar oorsprong in de jaren zeventig en tachtig in de Verenigde Staten, als reactie op de tendens van steeds maar ‘groter’ en ‘meer’. Tiny houses hebben een oppervlakte tussen de vijftien en vijftig vierkante meter. en zijn vaak (enigszins) verplaatsbaar. Hetzij op een dieplader, hetzij op eigen wielen. Voor velen is het ideaalbeeld van deze vorm van downsizing een zo klein mogelijke voetafdruk. Dat betekent: zelfvoorzienend zijn, dus niet aangesloten op water, elektriciteit en gas. ‘Klein’ en ‘verplaatsbaar’ zijn thema’s die de laatste jaren ook spelen op kerkelijk terrein.

Tiny church, Almere

In Almere werd afgelopen jaar de eerste echte tiny church geopend. Het is het logische vervolg op de plaatselijke rondrijdende kerk, een omgebouwde SRV-wagen, van emerituspredikant Pieter ter Veen. Het is een zelfvoorzienende ruimte met zonnepanelen op het dak. Draaibaar naar de zon toe in de winter. Of, in de zomer, er juist vanaf om de temperatuur aangenaam te houden. Er is plaats voor vijftig mensen. Nu, in coronatijd, natuurlijk minder: met vijftien is het al vol.

Het overkoepelende project ‘De Schone Poort’ is een van de pioniersplekken van de PKN. In ditzelfde Almere is een nieuwe tiny church, naar hetzelfde ontwerpidee, gepland voor de Floriade Expo 2022.

Mobiele kapellen

De laatste jaren verschijnen ze steeds meer: mobiele kapellen. Ze staan, in goede tijden, een of meer dagen op een evenement of festival, soms een paar dagen, soms een paar uur. Nu, in tijden van beperkingen, staan ze bijvoorbeeld bij een zorgcentrum. Zo komt de kerk naar de mensen. In 2017 maakten leerlingen van de technische school in Turnhout in opdracht van het bisdom Antwerpen en dekenaat Kempen-Oost een verplaatsbare kapel van hout met een grondvlak van ruim twintig vierkante meter. In Beilen en Assen bouwde men even later, ook van hout, kleinere kapelletjes voor maximaal twee personen. Kerkindebuurt, een initiatief van de Protestantse Kerk in Nederland en het Platform Diaconale Samenwerking van de kleine gereformeerde kerken, maakte zelfs een Gids Mobiel Kerkje met informatie ‘om je eigen mobiele kerk te ontwerpen’.

Ovezande

Niet door dit gidsje geïnspireerd, maar wel door een toevallige fietsrit in Drenthe, langs een van de bovengenoemde kapelletjes, wilde Ad Schenk van de Pater Damiaanparochie in Ovezande (Zeeland) ook zo’n kerkje laten bouwen. ‘Je moet laten zien dat je er bent,’ zegt hij. Het idee werd werkelijkheid toen zijn zoon, timmerman van beroep, deze mobiele kapel in de zomer van 2020 bouwde. Op de foto’s hierbij is te zien hoe het bouwwerk eruitziet en hoe het vervoerd wordt. Een ander initiatief is Klooster op Wielen, een concept ontwikkeld in opdracht van de Konferentie Nederlandse Religieuzen, waarin alle kloostertradities in Nederland vertegenwoordigd zijn. Met hun rijdend klooster, een caravan met een sfeervolle ‘kloostertuin’, richten zij zich op jonge mensen van 16 tot 36 jaar, op het gebied van levensvragen en zingeving. Hun caravan is vooral te vinden op festivals.

Straataltaar

De Protestantse Gemeente Leeuwarden beschikt sinds 2018 over een straataltaar. Het idee is uitgewerkt door kunstenaar Paul Andringa. Je kunt er een kaarsje aansteken of een boodschap op een briefje schrijven en dat vervolgens in het altaar verdwijnt. Het straataltaar wil mensen laten nadenken over de vraag of er in het dagelijkse leven nog een plek is voor het heilige. Het staat in de buurt van een van de kerken, op scholen en bij evenementen.

In zekere zin is er niets nieuws onder de zon. Er zijn altijd al kleine kapelletjes en gedenkplekken geweest. En dan vooral in het rooms-katholieke deel van Nederland. Zijn protestanten hier een stukje aan het inhalen? Het zou een van de aspecten kunnen zijn. Maar wat je vooral ziet bij deze projecten is dat ze gedragen worden door de gemeenschap: ‘Ons kapelletje gaat weer op reis’ lees je dan enthousiast in de plaatselijke krant. ‘Verbinding’ lijkt hier het sleutelwoord. Verbinding met het hogere en met elkaar. Aan beide is behoefte.

Jan Marten de Vries is redactielid van Laetare.

Websites:

Almere: deschonepoort.nl
Gids Mobiel Kerkje: kerkindebuurt.nl
Klooster: kloosteropwielen.nl

< Terug