< Terug

Klokken geven ritme aan ons bestaan

In deze corona-tijd heeft het klokluiden weer betekenis gekregen. Wat valt er over de geschiedenis van klokken en van luiden te weten? Het grote publiek zal veel van de gebruiken ontgaan, maar in de Domstad staat het Utrechts Klokkenluiders Gilde garant voor het voortbestaan van een stokoude traditie.

Het gelui van klokken is een vertrouwd geluid in ons land. Dat valt je vooral op als de klokken bij uitzondering een keer niet luiden. Toch bepalen klokken al eeuwenlang het ritme van ons bestaan. Ze geven de tijd aan; ze roepen ons op tot gebed of kerkgang; ze kondigen ons plechtige gebeurtenissen aan; ze versterken het feestgevoel op hoogtijdagen en het geeft kleur aan momenten van rouw.

Oud gebruik

Het gebruik van klokken is heel oud. De Chinese cultuur kende rond 3000 voor Chr. al aardewerken klokken. Tegenwoordig zijn vrijwel alle klokken van brons; enkele uitzonderingen zijn klokken van gietijzer (Maarssen) en porselein (Meißen). Een oude en gedocumenteerde vorm van klokgebruik vinden we in Exodus (28:33-34) waar het voorschrift wordt gegeven om de zoom van het priesterkleed af te werken met belletjes en granaatappeltjes. Doel hiervan was om door het geluid het volk alert te maken op de tempeldienst. In onze westerse cultuur kwamen luidklokken in zwang in de tijd dat kloosters werden gesticht, in de 4e en 5e eeuw. Voor het bidden van de getijden bleek het luiden van klokken een handige signalering.

Geleidelijk aan zijn klokken ook in gebruik gekomen voor seculiere momenten en ter ondersteuning van de bestuurlijke elite. Een besluit van de Vroedschap was in Utrecht pas geldig als de Banklok had geluid ter bevestiging van het genomen besluit. En nog steeds luidt deze Banklok in relatie tot gemeenteraadsvergaderingen. Alleen klimmen de luiders van het Utrechts Klokkenluiders Gilde tegenwoordig 15 minuten vóór aanvang van de Raadsvergadering de Buurtoren op om de Banklok te luiden.

Luidcombinaties

In Utrecht bestaat er al 40 jaar een gilde van vrijwillige klokkenluiders. Zij luiden de klokken op de Domtoren en nog acht andere plekken in de binnenstad van Utrecht. Helaas blijkt de historische kennis over het gebruik van klokken niet goed gedocumenteerd. Dat betekent dat er bij het samenstellen van jaarlijkse luidschema’s zorgvuldig wordt nagedacht over luidcombinaties. In een Gereformeerde Bondskerk is de viering van het Heilig Avondmaal een belangrijk moment. Voor de luiders is dat aanleiding om Salvator in de luidcombinatie te betrekken; bij een doopdienst zal de Johannes Baptist niet in het gelui ontbreken. En in de vespers van de Domkerk wordt soms een iets andere liturgie gevolgd in de Mariamaand, of wordt er aandacht besteed aan de naamdag van St. Martinus. Logisch dat op die momenten Maria, respectievelijk Martinus luid klinkt. Zo wordt in overleg met de kerkenraad van de betreffende gemeente gezocht naar passende luidschema’s.

De jaarlijkse luidschema’s geven aan wanneer welke klokken worden geluid

Het is goed te bedenken dat niet elke kerktoren een royaal aantal klokken heeft om uit te kiezen of om passende combinaties te maken. Maar ook met twee klokken is er nog altijd variatie mogelijk. Bekend is dat in sommige streken een onaangekondigde luiding staat voor het melden van een overlijden. Of dat dan de grote of de kleine klok is, maakt duidelijk of de overledene een man of een vrouw is.

Vasten en Advent zijn in het kerkelijk jaar tijden van inkeer. Dat betekent dat ook de luidingen soberder zijn. Als er ‘maar’ twee klokken zijn, luiden die op een normale zondag allebei, voorafgaand aan de viering. In de Vastentijd en Advent luidt er maar één klok. Als vervolgens het hoogfeest aanbreekt zou je wel drie klokken willen luiden, maar dat kan dus niet. Wat wel kan, is dat er eerst een korte voorluiding verzorgd wordt en daarna een hoofdluiding met beide klokken. Zo bouw je toch een zeker feestelijk karakter op. Als er voldoende klokken zijn om uit te kiezen, kunnen ook bepaalde vaste luidmotieven worden gehanteerd. Die zijn afgeleid van de eerste tonen van Gregoriaanse muziek. Zo staan de klanken Gis, B en Cis voor het luidmotief Te Deum. Dit motief wordt gekozen voor plechtige momenten. Moet het feestelijk klinken? Dan gebruiken we Gis, Ais en Cis; ofwel het luidmotief Gloria. De Utrechtse klokkenluiders hebben op hun website een luidsimulator gebouwd van de Domklokken en van de Buurklokken. Hierop kan iedereen zelf combinaties uitproberen.

Namen

Klokken hebben namen en werden ook gewijd. Ook het Dienstboek voor de PKN voorziet in een liturgie voor klokwijding. Voor de naamgeving van klokken zijn er strakke tradities: Als er genoeg namen te vergeven zijn, heten de grootste drie altijd Salvator, Maria en vervolgens de naam van de schutspatroon van de stad – in Utrecht dus de Martinus. De Domtorenreeks telt 13 luidklokken en de overige 10 klokken hebben namen gekregen van heiligen uit de kerkgeschiedenis waarvan de Domkerk relieken bezat. Daardoor komen we in de Domtoren nog de volgende klokken tegen: Michaël, Johannes Baptist, Maria Magdalena, Agnes Major, Agnes Minor, Poncianus, Campana Crusis, Benignus, Thomas en Adrianus. Soms betekent een kloknaam veel voor het gebruik ervan. We kennen allemaal het bijbelverhaal dat Maria Magdalena als eerste de opgestane Heer in de graftuin ontmoet (ook al herkent ze hem niet onmiddellijk). Vanwege deze bijzondere rol bijt ‘onze’ Magdalena gedurende de hele Vastentijd, tot aan de Paasmorgen, als eerste klok de spits af.

In de Reformatie werd het luiden afgedaan als ‘Paaps gedoe’ en moesten klokken het ontgelden

Beiaard

Het luiden door de eeuwen heen, is nogal uiteenlopend geweest. Vóór de Reformatie werd er vaak en langdurig geluid. De Reformatie ging radicaal anders om met een aantal oude gebruiken. Veel werd afgedaan als ‘Paaps gedoe’ en dus moesten (ook) de klokken het ontgelden. In sommige streken werden zelfs enige tijd orgels in de ban gedaan.

In de 17e eeuw werd de beiaard steeds populairder. Belangrijkste verschil is dat klokken heen en weer swingen en dat door deze beweging de klepel de klokwand raakt. Een beiaard of carillon bestaat uit klokken die gefixeerd hangen. De klokken zijn over het algemeen kleiner. Maar het belangrijkste verschil is dat die klokken van buitenaf met een slaghamer tot klinken worden gebracht. Het feit dat dit doorgaans een groter aantal klokken is, maakt het mogelijk om er (geestelijke) melodieën mee ten gehore te brengen. Vanaf een stokkenklavier bedient de beiaardier zijn instrument. De protestantse beheerders van de Domkerk vonden 13 luidklokken wel wat veel. De zeven kleinste klokken werden opgeofferd om de aanschaf van het carillon in Utrecht mogelijk te maken. Gedurende enkele eeuwen werd er dus weinig geluid en waren alleen de grote klokken beschikbaar. In de 20e eeuw veranderen de inzichten weer en worden klokken vaker en met meer variatie gebruikt door kerk en stad. Het UKG zorgt er zelfs voor dat de zeven ontbrekende klokken opnieuw gegoten worden, zodat het Domgelui sinds 1982 weer op Middeleeuwse sterkte is.

Seculier

Luidklokken zijn en blijven muziekinstrumenten. Bovendien zijn de meeste, vooral oudere, kerktorens eigendom van de gemeente. Dat geldt dus ook voor de klokken in die toren. Het is dan niet zo vreemd dat de klokken ook voor seculiere doelen worden gebruikt. In Utrecht wordt elke zaterdagmiddag de werkweek uitgeluid; één klok luidt nog iedere morgen en iedere avond om kond te doen van het feit dat de stadspoorten open gaan of gaan sluiten. De zwaarste Domklok begeleidt de Stille Tocht op 4 mei, voorafgaand aan de Nationale Dodenherdenking. Een belangrijk evenement is het jaarlijkse Festival Oude Muziek. Bij zo’n festival mogen de oudste muziekinstrumenten van de stad niet ontbreken en dus wordt er op zaterdagmiddag een grote Festivalluiding georganiseerd waarbij alle klokken van de Domtoren tegelijk luiden. Als dit vol gelui wordt afgebouwd volgt een estafette waarbij andere torens in de binnenstad dit geluid één voor één overnemen. 

Klokluiden werd eens omschreven als ‘touwtrekken met de hemel’…

Het Koninklijk Huis neemt nog een bijzondere positie in als het gaat om de Domklokken. Het is traditie dat als een lid van het Koninklijk Huis overlijdt, binnen een uur na het bekendmaken hiervan, de grootste Domklok, Salvator, wordt geluid. De duur ervan hangt af van de afstand tot de troon van degene die overluid wordt. Er wordt dan een lederen foedraal om de klepel gebonden om het geluid extra dof te laten klinken. En als het een geboren Oranje betreft, wordt er ook nog een oranje sjerp om de klepel gebonden. De Utrechtse Klokkenluiders hebben voor dergelijke gelegenheden een telefooncirkel om snel ter plaatse te kunnen zijn.

Touwtrekken

Ook al verrichten de klokkenluiders hun werk met hart en ziel en ook al is 90% van de luidingen voor kerkelijke doeleinden – het Utrechts Klokkenluiders Gilde is geen kerkelijke instelling. Ooit is een beperkt onderzoek gedaan en daarbij bleek dat ongeveer 1/3 deel van de luiders actief kerkelijk betrokken is; nog eens 1/3 deel is niet kerkelijk, maar waardeert de klokken om hun cultuurhistorische waarde. En tenslotte is er nog 1/3 deel van de luiders dat wel een kerkelijke achtergrond heeft, maar nu niet meer actief kerkelijk betrokken is. Een van hen omschreef het luiden eens als ‘touwtrekken met de hemel’. Een mooie gedachte…

De heer A. Noordermeer is secretaris van het Utrechts Klokkenluiders Gilde.

Utrechts Klokkenluiders Gilde

Het Utrechts Klokkenluiders Gilde (UKG) werd opgericht in 1979. Aanvankelijk alleen om de klokken van de Domtoren handmatig te luiden. Inmiddels is de vereniging flink gegroeid.

Maar liefst 80 luiders verzorgen meer dan 1000 luidingen per jaar. Er is ook een speciale afdeling jeugdluiders. Grotere luidingen staan onder leiding van een luidmeester; een soort dirigent die de luidduur en -volgorde bepaalt. Maar ook de kwaliteit van het luiden bewaakt. Dat begint er al mee dat luidmeesters de luiders opleiden. Hoe hoog kun je een klok optrekken? Welke lichaamshouding past daar het best bij? Hoe voel je aan het luidtouw of je klok evenwichtig aan twee kanten slaat? Kortom, geoefendheid. Een zorgvuldig gebruik van de klokken is belangrijk. Dit cultuurhistorisch erfgoed verdient bescherming. Als de aspirantluider er blijk van heeft gegeven de techniek van het luiden voldoende te beheersen, wordt deze gecertificeerd tot klokkenluider.

Naast luiders telt het UKG ook belangstellende leden. Zij ondersteunen graag het handmatig luiden van klokken. De vereniging heeft ruim 900 leden. Meer informatie: www.klokkenluiders.nl.

< Terug