< Terug

Kom maar mee!

Bij Marcus 2:1-13

Toelichting

Het volgende spiegelverhaal bij Marcus 2: 1-13 heeft een aantal raakvlakken met het Bijbelgedeelte:

1. Het helpen van een vriend die ‘verlamd’ is. De vriend in het verhaal is verlamd door angst.

2. Het storen op een ongepast moment, maar dat als vriend toch doen, ten bate van de ander.

3. Het honoreren van de moed van een vriend, zoals in de tekst Jezus het geloof van de vrienden waardeert.

4. Het zoeken van hulp tegen een macht die groter is dan jijzelf.

5. Het ‘naar huis gaan’ als uitkomst.

6. De h/Helper die alle tijd neemt, ook al is zij/Hij in eerste instantie met anderen in gesprek.

De thematiek van vergeving van schuld blijft in het verhaal wat liggen. Dit kan in de verkondiging nader worden ingevuld.

Verhaal: Kom maar mee!

De school is uit. Het is vrijdag. Iedereen is vrij! Alle kinderen gaan naar huis. Tim ziet in een hoekje op het schoolplein een vriendje bij zijn fiets staan. Het is Luuk. Hij staat er een beetje vreemd bij. Hij staat met zijn gezicht van hem af, een beetje gebogen, en zijn hand op zijn stuur. Tim loopt naar hem toe.

‘Wat is er?’ vraagt hij.

‘Niks’, klinkt het zachtjes. Luuk gebaart dat Tim weg moet gaan.

‘Gaat het niet zo goed?’

‘Zeg ik niet,’ klinkt het al minder vastberaden.

Tim ziet hoe Luuk naar de rand van het schoolplein kijkt. Daar staat een groepje jongens. Tim kent ze. Ze hebben hem weleens achterna gefietst, terwijl ze hem uitscholden.

‘Zijn zij het?’

‘Hoe bedoel je?’

‘Plagen ze je, die jongens?’

Luuk kijkt hem aan. Hij knikt zachtjes.

Tim denkt na en zegt: ‘Durf je niet weg? Ik snap het. Mij hebben ze ook weleens achternagezeten.’ En na een korte stilte: ‘Kom, we gaan naar de juf. Die kan helpen.’

Als Tim ziet dat Luuk niet in beweging komt, pakt hij hem bij zijn arm. ‘Kom, ik ga met je mee. Niet bang zijn.’ Zo gaan ze samen naar de juf.

Als ze bij het lokaal aankomen, zien ze de juf in gesprek met een mevrouw. Tim aarzelt. Zullen ze aankloppen? Hij voelt dat ze eigenlijk niet mogen storen, maar toch gaat zijn hand naar de deur. Hij klopt. De juf kijkt op en ziet door het raam naast de deur de gezichten van Tim en Luuk. Ze zegt iets tegen de mevrouw in de klas, komt naar hen toe en opent de deur.

‘Wat is er gebeurd?’

Tim vertelt namens Luuk het hele verhaal. Ze kijkt hem aan. ‘Goed dat je dit hebt gedaan, Tim. Je bent een echte vriend voor Luuk. Weet je wat? Ik loop even mee naar buiten zodat jullie rustig je fietsen kunnen pakken en naar huis kunnen gaan. Ik houd die jongens wel in de gaten. Als het nog een keer gebeurt, mogen jullie altijd naar me toe komen.’

< Terug