< Terug

Kracht in zwakheid

Relaties tussen ideaal en realiteit

Hoe kan zending eruit zien in een wereld van ongelijkheid, uitsluiting en competitie? Leidt zending niet per definitie tot relaties van macht, waarin kennis, geld, en sociaaleconomische structuren de bepalende factor zijn? Of is het mogelijk dat gemeenschappen wereldwijd elkaar nodig hebben, om in een wederzijds delen van gaven en behoeften samen te ontdekken dat Gods toekomst zich realiseert in zwakte? En hoe ziet dat er dan uit?

Twee zusterorganisaties in zending, de één in Europa en de ander in Afrika, besluiten hun krachten te bundelen en samen te werken. Men spreekt van het versterken van relaties, van wederzijdse afhankelijkheid en uitwisseling, interdependence en interchange, waarin men wederzijds gaven en bronnen kan delen en van elkaar kan leren. In de praktijk blijkt dat de Afrikaanse partner met name inzet op gemeenschapsontwikkeling en ‘grassroot’-programma’s vanuit een bijbelse motivatie en reflectie. De Europese partner stuurt mensen en geld voor specifieke projecten. Veel van deze mensen krijgen leidinggevende posities binnen de instituties en kerken van de partners in Afrika. Men spreekt over het belang van trouwe en langdurige relaties, uitwisseling van nieuws en gebedspunten.

Echter, tijdens een interview klaagt de directeur van de organisatie in Afrika dat de wederzijdse relatie gerealiseerd wordt op een ongelijk speelveld. Als relaties gebaseerd zijn op vertrouwen, waarom moeten er dan zoveel projectvoorstellen, financiële en activiteitenrapporten geschreven en besproken worden? Waarom blijkt de stem van de Europese partner dan toch meer gewicht te hebben dan die van de Afrikaanse partner? Waarom lijken wijsheid en ervaring – de gave vanuit Afrika – vrij en gratis te worden gedeeld, terwijl er aan geld – de Europese bijdrage – allerlei voorwaarden en verwachtingen worden gehangen? En waarom zou de Europese aanpak van problemen in Afrika beter zijn dan de lokale aanpak? En, om nog eens een heel andere vraag te stellen, waarom doet men in Europa net alsof daar geen problemen zijn? Waarom lijkt de idee van wederzijds elkaar ondersteunen in de praktijk slechts van Noord naar Zuid te kunnen lopen? En ten slotte de vraag: waarom geven wij het niet op? Waarom laten wij Europa niet gewoon achter ons? Waarom laten we ons toch steeds weer als kind behandelen?

Zijn wij geen broeders en zusters? vraagt de directeur. Zegt Paulus niet dat we in Christus één zijn? Maar hoe dan? Lesslie Newbigin schreef dat Jezus niet een boek, of een geloofsbelijdenis, of een raamwerk van doctrines, of een leefregel, achterliet, maar een zichtbare gemeenschap. Hij vertrouwde het volledige werk van verzoening en heil toe aan een gemeenschap (Newbigin, 1998, blz. 24).

Weerbarstige wereld

Dit is een verhaal uit mijn onderzoek Mission as Community, waarin ik de vraag stel hoe gemeenschap en zending zich tot elkaar verhouden. Hoe kunnen we als missionaire gemeenschap leven in een weerbarstige wereld, waar ongelijkheid, uitsluiting en dominantie ingebakken lijken te zijn? Zou het mogelijk zijn dat vanuit een gezamenlijke roeping en op basis van gedeelde waarden een ieder de eigen specifieke gaven en mogelijkheden kan delen? En kunnen die gaven zich verbinden aan, en tot zegen zijn in, de contextueel bepaalde behoeften en vragen van de specifieke plaats en gemeenschap? Is het mogelijk dat diversiteit een rijke gave wordt in plaats van een barrière of een reden tot uitsluiting of onderdrukking?

Chinezen in Nairobi 

CMS-Africa, een zendingsbeweging met hoofdlocatie in Kenia, organiseerde een conferentie voor kerkleiders in Nairobi, om samen na te denken over hoe de kerk missionair aanwezig kon zijn voor de groeiende Chinese gemeenschap.
Ook een manager van een groot Chinees constructiebedrijf werd uitgenodigd, om te vertellen over hoe de Chinese gemeenschap het leven in Nairobi ervaart. Deze man vertelde over de eenzaamheid van de werkers en hun kwetsbare positie in de maatschappij. Men kent of begrijpt de regels voor de dagelijkse omgang niet. Vanwege hun uiterlijk valt men op en wordt men regelmatig gediscrimineerd. Sommigen zijn zelfs bang de straat op te gaan.
Dit verhaal werd ademloos beluisterd, en achteraf vertelde één van de deelnemers dat hij voor het eerst de Chinese gast herkende als mens, in plaats van ‘arrogante uitbuiter’.

De scheidingsmuur, de muur van vijandschap is afgebroken

Ambivalent

Om werkelijke en gelijkwaardige ontmoetingen mogelijk te maken zijn diepe en eerlijke relaties essentieel – relaties waarbij we elkaar in de ogen kunnen kijken, waarbij we elkaar erkennen en waarderen, ook over grenzen van verschil heen. Ashforth e.a. spreken in dit verband over een ervaring van ambivalentie, een ervaring van tegengestelde emoties en inzichten met betrekking tot een persoon, een object of een situatie. De ambivalente ervaring blijkt in het positief waarderen wat goed is, en het tegelijkertijd erkennen wat fout en problematisch is.

Deze tegengestelde gevoelens kunnen leiden tot vier verschillende reacties: ontwijken, overheersen, het zoeken van een compromis, of het zoeken van wijsheid. Wijsheid wordt omschreven als een complete, gelijktijdige en bewuste acceptatie van beide tegenovergestelde ervaringen. Het gaat dan niet om winnen of verliezen, maar een omarmen van beide realiteiten, wat leidt tot een holistische en proactieve levenshouding (Ashforth e.a., 2014, blz. 1465).

Bron van rijkdom

De ervaring van ambivalentie is vaak gerelateerd aan dat wat we ervaren als anders, aan diversiteit. Het is anders dan we gewend zijn. Dat is spannend. Vanuit christelijk perspectief kunnen verschillen juist gezien worden als een bron van rijkdom. Diversiteit is inherent aan de schepping. Diversiteit wordt deel van het christelijke getuigenis als op het Pinksterfeest de Geest wordt uitgestort en het Evangelie klinkt in de talen van alle volken die op dat moment vertegenwoordigd waren in Jeruzalem. En diversiteit is het eschatologisch perspectief, dat Johannes schildert in het boek Openbaring, waar een menigte uit alle landen en volken, van elke stam en taal, God prijst (Openbaring 7:9). Als Paulus wordt geconfronteerd met de verschillen tussen joden en niet-joodse christenen in Efeze, herinnert hij de christenen eraan dat in Christus de scheidingsmuur, de muur van vijandschap, is afgebroken (Efeziërs 2:14), en dat we alleen maar samen met alle christenen, in alle diversiteit, de volheid van God kunnen kennen (Efeziërs 3:14-19).

Twaalf keer meer 

Eén van de mensen die ik heb geïnterviewd is lid van een gemeenschap van twaalf mensen. Hij vertelde hoe verschillend al die twaalf mensen zijn; met een verschillend opleidingsniveau, verschillende interesses, verschillende sociale en politieke visies en waarden, verschillende hobby’s. Juist door zo intensief, open en eerlijk het leven te delen met deze mensen, inclusief al die verschillen, wordt zijn blik verbreed en begrijpt hij twaalf keer meer van zowel God als van deze wereld.

In eerlijke relaties worden verschillen niet weggestopt of ontweken. Verschillen kunnen ter sprake komen, zodat ze kunnen leiden tot een dieper inzicht, en onverwachte verbinding. Zowel het goede als het pijnlijke, het mooie als het verkeerde kunnen worden benoemd, leidend tot relaties waarin het goede gekoesterd en het slechte ontdekt en veranderd wordt.

Daarbij realiseren we ons dat zulke diepe en eerlijke relaties regelmatig opbotsen tegen de economische en politieke structuren van onze maatschappij, wat kan resulteren in gevoelens van machteloosheid. We zien echter ook dat mensen juist in de zwakte en kwetsbaarheid van eerlijke relaties, de inspiratie en kracht kunnen vinden tot een subversieve participatie in die structuren. Een participatie die beetje bij beetje kan leiden tot verandering – net zoals een druppel water een steen kan uithollen.

Harde, pijnlijke realiteit vraagt om moed, hoop en doorzettingsvermogen

Moed

Dit klinkt als een prachtig ideaal. Vaak blijkt het echter een harde en pijnlijke realiteit te zijn die vraagt om moed, doorzettingsvermogen, en hoop. In de feministische theologie speelt subversieve participatie een belangrijke rol. Denk aan al die vrouwen die binnen de kerkelijke gemeenschappen nauwelijks of geen ruimte kregen hun inzichten en gaven te delen.

Het werd Sor Juana Inés de la Cruz (1648- 1695), een Mexicaanse non, dichter, en filosoof, door haar mannelijke superieuren verboden boeken te lezen en schrijven. Voortaan moest zij in de keuken van het convent werken. En in plaats van een slachtofferrol aan te nemen, ontwikkelde zij in de keuken nieuwe filosofische inzichten en kennis vanuit haar geleefde realiteit.

Judith Plaskow, een Joodse vrouw, beschrijft hoe de Joodse gemeenschap haar naar de marge dringt. Toch kiest ze ervoor deel van de gemeenschap te blijven, omdat het haar een identiteit, een geschiedenis, en een waardensysteem geeft. Zo creëert ze de mogelijkheid om van binnenuit te blijven zoeken naar een plaats waar vrouwen hun eigen perspectief kunnen ontdekken en bijdragen, en in de gemeenschap kunnen participeren als Joodse vrouwen, zonder dat ze zich hoeven te conformeren aan het dominante mannenperspectief.

Deze voortgaande participatie van zowel Sor Juana als van Judith Plaskow is dan ook een subversieve participatie die uiteindelijk, ondanks de pijn, frustratie, en eenzaamheid, kan leiden tot transformatie.

Kwetsbaar proces

Het zal duidelijk zijn dat dit een kwetsbaar proces is, waarin succes niet verzekerd is of noodzakelijkerwijs gemeten kan worden. Deze kwetsbaarheid uit zich niet alleen in het proces, maar ook in de deelnemers, in de levens en ervaringen van hen die subversief participeren. Maar misschien is juist deze kwetsbaarheid wel de onverwachte kracht tot transformatie.

De Evangeliën staan vol met verhalen van transformerende kwetsbaarheid. Als Jezus, Gods Zoon, de menselijke werkelijkheid binnenkomt en zelfs de grenzen en beperktheden van het menselijk zijn accepteert, zet Hij al gaande de menselijke verhoudingen op de kop door het aanraken van de onaanraakbaren, door het stillen van de machten van chaos, door het wassen van voeten, door te sterven in de meest donkere eenzaamheid van absolute schaamte en onrecht. Juist door te sterven overwint Hij de dood. Vanuit de uiterste kwetsbaarheid werd de opstanding mogelijk. Leven vanuit de dood.Toddy Hoare, ‘Come and join the dance’, brons

‘Is Gods toekomst niet groter dan onze verschillen?’

Subversieve participatie heeft dan ook alles te maken met hoop, vanuit de opstanding van Christus en het perspectief van Gods Koninkrijk. Gods toekomst geeft richting, zowel in het ontmaskeren van onze gebroken realiteit en de oproep tot bekering als in het ontdekken van genade en heil voor deze wereld en daarin ook voor onszelf. Gods toekomst nodigt uit tot een leven dat bijdraagt aan een rechtvaardige, liefhebbende en duurzame maatschappij, vanuit de hoop en wetenschap dat het Gods toekomst is.

Campus als plaats van vrede 

Dit heb ik op een wel heel intense manier ervaren tijdens mijn verblijf van een maand op de campus van de theologische school in Bangui, Centraal-Afrikaanse Republiek, in 2015.

De situatie in de stad was zeer gespannen. De burgeroorlog werd meer en meer ervaren als een religieus conflict waarin christenen en moslims tegenover elkaar zouden staan. Elke dag werd er wel ergens gevochten in de stad, elke dag vielen er doden. De angst groeide.

Uiteindelijk vroegen de studenten aan de rector van de school om bewapende bewakers, zodat hun gezinnen op de campus iets veiliger zouden zijn. Dit weigerde hij echter. ‘Onze school is een plaats van vrede’, zei de rector. ‘En in een plaats van vrede is geen plaats voor wapens.’

Enkele dagen later zag ik een militaire colonne de poorten van de school binnenrijden. Een groep moslimmannen en -vrouwen stapte uit en de colonne verdween weer. Dit veroorzaakte grote onrust op de campus. Tijdens de pauze werd ik door de studenten geroepen om te komen kijken. Onder de mangobomen zaten deze moslimmannen en -vrouwen te eten, samen met een groep mensen uit een aantal christelijke kerken van de stad. Wij stonden erbij, met tranen in de ogen. De campus bleek een plaats van vrede, ondanks het grote risico dat dit met zich meebracht. De campus werd in al haar kwetsbaarheid een plaats van vrede voor een stad in oorlog.

Op mijn vraag waar hij de moed en kracht vandaan haalde deze kwetsbare keuze te maken, antwoordde de rector van de school: ‘Wij zijn allemaal mensen, geschapen door dezelfde God. En als Jezus bereid is voor ons allemaal te lijden en te sterven, kan ik dan één van deze medemensen veiligheid en hoop weigeren?’

Niet lijdzaam

De keuze voor kwetsbaarheid blijkt geen zwakte te zijn en is het tegenovergestelde van kruipen in een slachtofferrol. Ook is het geen keuze van ontwijken en negeren wat moeilijk is. De keuze voor kwetsbaarheid is een keuze van kracht, moed, en doorzettingsvermogen, van het spreken van waarheid en recht, ook als dat pijn doet.

De directeur van de zendingsorganisatie in Afrika vraagt: ‘Is Gods toekomst niet groter dan onze verschillen?’ En juist daarom heeft hij besloten om niet lijdzaam de rol van zwakkere partner te accepteren, maar te blijven zoeken naar een gelijkwaardige relatie. Daarom geeft hij duidelijk aan waar het knelt – ook als dat ervaren wordt als ondankbaar of pijnlijk: ‘Is dat niet wat broers en zussen doen?’

Berdine van den Toren-Lekkerkerker is Mission Partner bij de Church Mission Society, ter ondersteuning van theologisch onderwijs in Franssprekend Afrika en in Azië, en directeur ad interim van de Nederlandse Zendingsraad.

Literatuur

Blake E. Ashforth, Kristie M. Rogers, Michael G. Pratt, and Camille Pradies, ‘Ambivalence in Organizations: A Multilevel Approach’, Organization Science 25, no. 5 (2014), blz. 1453-1478

Lesslie Newbigin, The Household of God. London: Paternoster Press, 1998

Berdine van den Toren-Lekkerkerker, Mission as Community: The Church Mission Society as Gift and Call in an Individualised and Globalised World, proefschrift verdedigd op 20 mei 2021 aan de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam-Groningen

< Terug