< Terug

Labeling Numeri

U ontvangt per post een pakje thuis en daarop staat: breekbaar/fragile. Die aanduiding leidt ertoe dat u het pakje voorzichtig uit zult pakken. Het label, of als u wilt, het etiket met informatie zet u op dat spoor.

Enigszins vergelijkbaar zal ook de titel van een boek of de benaming van een verzameling geschriften u op een spoor zetten. Een voorbeeld: de bijbelboeken Jozua, Rechters en Ruth; 1 en 2 Samuël, 1 en 2 Koningen en 1 en 2 Kronieken, Ezra, Nehemia en Ester worden in de christelijke traditie ‘historische boeken’ genoemd, terwijl ze in de joodse traditie worden aangeduid als ‘profetische geschriften’. Dat maakt nogal wat uit voor wie deze boeken begint te lezen. Bij historisch is de vooronderstelling al snel dat het verhaalde waar gebeurd moet zijn, terwijl profetisch meer duidt op de betekenis van en voor ons leven.

En dan Numeri. Als titel van het boek is deze naam gegeven met de Latijnse bijbelvertaling die we kennen als de Vulgaat. Letterlijk betekent Numeri: getallen. En voor wie het boek begint te lezen is deze benaming niet zo vreemd gevonden. Het boek begint namelijk met een telling, stam voor stam. In totaal 603.550 Israëlische mannen (vrouwen worden niet meegerekend). Voer voor demografen! Toch heeft de joodse traditie op deze getallen niet de grootste nadruk gelegd. Ze zijn exact hetzelfde als bij een eerdere telling in het boek Exodus en dat gegeven heeft mogelijk geen andere betekenis dan aan te geven dat het hier niet om een anonieme verzameling mensen gaat (de grote hoop), maar om mensen van vlees en bloed – mensen met een gezicht.

In de joodse traditie zijn de eerste vijf boeken van de Bijbel genoemd naar het eerste woord van de tekst of naar een woord uit de eerste zin. Dat laatste is het geval bij ‘Numeri’, dat in de joodse traditie ‘Bemidbar’ heet: ‘In de woestijn’. Die benaming zet ons in tegenstelling tot de titel Numeri op het goede been.

De woestijn wordt gekenmerkt als een verschrikkelijk en angstaanjagend land.

De woestijn is namelijk het decor waartegen – of de ruimte waarin – de gebeurtenissen in dit boek zich afspelen en dat decor lijkt wezenlijk. Daarom is het de moeite waard te zien hoe de woestijn bijbelbreed wordt getypeerd.

De woestijn wordt gekenmerkt als een verschrikkelijk en angstaanjagend land (Deuteronomium 1,19/Jesaja 21,1), een dorre woestenij (Hosea 13,5), een verlaten gebied (Jesaja 27,10 / Jeremia 17,6), een bedreigend gebied (2 Korintiërs 11,26), een plaats om te dolen (Psalm 107,4), een plaats waar de wilde dieren zich ophouden (Marcus 1,12) en een plaats om te sterven (Numeri 14,29/16,13).

Tegelijkertijd kan de woestijn ook een land van belofte zijn. De Eeuwige heeft macht over de woestijn: ‘De stem van de HEER brengt de woestijn tot beven’ (Psalm 29,8). De woestijn zal een boomgaard worden (Jesaja 32,15). De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn (Jesaja 35,1) en waterstromen zullen de woestijn splijten (Jesaja 35,6). De woestijn is de plaats van niet-leven en tegelijkertijd de plaats van waaruit God iets nieuws weet te beginnen. ‘Als druiven in de woestijn, zo vond ik Israël’ (Hosea 9,10).

Mozes, Elia en Jezus tonen zich in de woestijn profeten van God. Zijn spoor wordt vanuit de woestijn geprofileerd. Veertig jaar is het volk Israël met Mozes in de woestijn voordat zij Kanaän, het beloofde land van melk en honing binnentrekken. Elia en Jezus brengen veertig dagen en nachten in de woestijn door, terwijl engelen hen van voedsel voorzien.

Dit alles kan als een echo tegen het decor van Numeri meeklinken. En uitgerekend in dit boek blijkt de woestijn ook nog eens de plek om moeilijk te doen. Tragisch, want zo staat het volk zelf een nieuw begin in de weg. En dan zou je (zoals veel vaker) opnieuw kunnen zeggen: kijk nou, dit boek gaat over ons!

< Terug