< Terug

Lager dan de engelen?

Engelen in films

De Bijbel vertelt over God en mensen en engelen. In welke verhouding staan die ten opzichte van elkaar? Toegespitst op engelen in films en games: wat leren de engelen ons daarin over wie wij als mensen zijn? Antropologische spiegels…

De schrijver van de Brief aan de Hebreeën windt er geen doekjes om. God heeft een oogje op zijn geliefde mensheid. Hij dicht (2:6-8):

“Wat is de mens dat u aan hem denkt,
het mensenkind dat u naar hem omziet?
U hebt hem voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst;
u hebt hem met eer en luister gekroond,
alles hebt u aan hem onderworpen.”

De schrijver citeert Psalm 8 (5-7) waarin staat:

“Wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt,
het mensenkind dat u naar hem omziet?
U hebt hem bijna een god gemaakt
hem gekroond met glans en glorie,
hem toevertrouwd het werk van uw handen
en alles aan zijn voeten gelegd.’

De oplettende lezer ziet natuurlijk een belangrijk verschil tussen deze twee lofredes tot God, die de mens zo’n belangrijke plek in de schepping gegeven heeft. De psalmist zingt dat God de mens gemaakt heeft ‘bijna als een god’, terwijl de Hebreeënschrijver over de mens spreekt als ‘voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst.’ Daar zit nog wel wat licht tussen. Het Hebreeuws gebruikt het woord elohiem, dat wij – voor ’t gemak – vaak vertalen met ‘God’ (met een hoofdletter) en dat inderdaad bijna altijd op de God van Israël slaat. Het Grieks gebruikt, zowel in de Hebreeënbrief als in de Septuagintvertaling van de Psalm, het woord angelos, dat wij vertalen met ‘engel’.

De briefschrijver had kennelijk een reden om hier net een ander woord te gebruiken, waardoor hij het citaat naar zijn eigen hand zet. Het tweede hoofdstuk gaat namelijk over het wonder van Gods redding van de mensen in Jezus Christus: zijn creatief citeren is dus typologisch geformuleerd. De mens is natuurlijk Jezus, die door God voor korte tijd onder de engelen was geplaatst, dat wil zeggen geïncarneerd als mens. Maar er is meer aan de hand.

Bovendien lijken zowel de Septuagintvertalers als de briefschrijver enige schroom te hebben de mens een soort ‘goddelijke’ status te geven, vandaar het woord angelos en niet (bijvoorbeeld) theos (‘god’) of iets dergelijks.

Engelen versus mensen

Hoe het ook zij, de auteur van de Hebreeënbrief maakt een vergelijking tussen mensen en engelen, en dan natuurlijk vooral tussen Christus en de engelen. Maar voor beiden lijkt te gelden dat mensen eigenlijk belangrijker zijn dan de engelen, die toch in de eeuwige eeuwigheid voor Gods troon staan.

Wat is dat toch met dat verschil? En waarom zou dat belangrijk zijn? Wie de theologische traktaten van de middeleeuwse filosofen als Thomas van Aquino en Duns Scotus leest, ziet dat ook zij zich veel bezighielden met angelologische aangelegenheden. Welke taal spreken engelen? Hebben ze een vrije wil of niet? Hebben ze een lichaam of niet? Met onze laatmoderne ogen zien deze discussies er wellicht exotisch uit, overvloedig en passé in een wereld die niet meer in een transcendente realiteit gelooft.

In de vergelijking zijn mensen eigenlijk belangrijker dan engelen

Maar dat is niet helemaal waar. Engelen blijven een belangrijke rol spelen in onze culturele verbeelding. In films, boeken en videogames genieten de engelen van weleer nog volop van hun literaire leven.

Denk aan boeken als De ontdekking van de hemel van ‘onze’ Harry Mulisch (1992), in 2001 onder regie van Jeroen Krabbé in het Engels verfilmd, of En tid for alt (2004) van de Noorse auteur Karl Ove Knausgård, in het Nederland onhandig vertaald als Engelen vallen langzaam, terwijl de titel een verwijzing bevat naar Prediker 3 (‘Alles heeft zijn tijd’).

En gameseries als Darksiders (2010-2018), Diablo (1997-2017) en Devil May Cry (2001-2020) zijn bevolkt met de meest fantastische engelen en engelenkoren, getooid met namen uit het Oude en Nieuwe Testament en de intertestamentaire literatuur (voornamelijk Henoch).

Nefiliem

Maar ook in grote Hollywoodproducties zijn volop engelen te vinden. In Noah (2014) bijvoorbeeld, gebaseerd op het bijbelse verhaal van Noach en zijn ark, worden de engelen geïdentificeerd met de geheimzinnige Nefiliem uit Genesis (6:4). In Noah gaat het om stenen reuzen die Noach helpen te ontsnappen aan zijn aartsrivaal, maar niet zonder hun leven daarvoor op te offeren, waarvoor ze als beloning de toegang tot de hemel krijgen.

In Legion (2010) hebben we weer een gevallen engel, maar nu is het Michael die zijn vleugels afsnijdt als protest tegen Gods plannen om de wereld (weer) te vernietigen. In een bizarre turn of events beschermt Michael een bijzonder kind dat voorbestemd is de wereld te redden. En het plot wordt nog veel gekker.

Op een gegeven moment komt Gabriel op de proppen om alsnog Gods plan te laten slagen door het kind en Michael te doden. Echter, dit alles blijkt een goddelijke test om de engelen te testen, ongetwijfeld een verwijzing naar het plot van het bijbelboek Job.

Gabriel faalt in de test, Michael slaagt.

In een andere film, toepasselijk Gabriel (2007) genoemd, gaat de aartsengel Michael – daar is ie weer – in mensengestalte het Vagevuur in. Het Purgatorium – en alle zielen die erin gevangen zijn – wordt al sinds mensenheugenis bevochten door enerzijds de aartsengelen (de ‘lichte zijde’) en anderzijds de gevallen engelen (de ‘duistere zijde’).

In het Vagevuur treft Gabriel een chaotische situatie aan waarin de gevallen engel Sammael (uit het boek Henoch) zich beklaagt over zijn leven: geschapen om anderen (God, mensen) te dienen. Deze Sammael neemt de controle over het Vagevuur over, een nauwelijks verholen referentie aan Milton’s Paradise Lost: ‘Better to reign in Hell than serve in Heaven’ (‘Beter te heersen in de hel, dan te dienen in de hemel’).

Aflaat

De film Dogma (1999) is theologisch gezien de meest interessante, omdat het een intelligent loopje neemt met het idee van aflaten. Het verhaal draait om twee gevallen engelen, Bartelby en Loki, die een maas in de goddelijke wet hebben gevonden. Ze willen namelijk terug naar de hemel, waar ze lang geleden uit verdreven zijn wegens verzet tegen hun superieuren. Om dat te doen willen ze een speciale, volledige aflaat behalen bij een kerk in New Jersey. Uiteraard moeten ze dan wel even menselijk worden, want aflaten gelden alleen voor mensen.

Nu komt de truc: als ze mens worden en de aflaat behalen, mogen ze naar de hemel (gebaseerd op de rooms-katholieke uitleg van Matteüs 18: ‘Al wat gij op aarde bindt…’).

Ook in grote Hollywoodproducties zijn volop engelen te vinden

Maar dat zou ook betekenen dat God terug moet komen op zijn eerdere besluit. Dit zou betekenen dat God niet alwetend is, maar om God te zijn, moet ie dat wel wezen. Het geheel zou in een theologische paradox ontaarden die de gehele schepping in het niets zou doen verdwijnen.

Ons laatste voorbeeld, City of Angels (1998), een losse remake van Wim Wenders beroemde film Wings of Desire (Der Himmel über Berlin, 1987), laat een laatste thema in de cinematografische angelologie zien. Eén van de doodsengelen, die stervende zielen moeten begeleiden naar het hiernamaals, genaamd Seth, wordt stapelverliefd op een behandelend IC-arts. Hij vergeet de stervende, voor wie hij eigenlijk kwam, en verdiept zich in het leven van Maggie Rice, de arts in kwestie.

Omdat engelen geen tactiele ervaringen kunnen hebben – ze bezitten, aldus de film, geen lichaam in onze betekenis van het woord – kiest Seth ervoor zijn onsterfelijkheid op te geven en mens te worden. Na slechts één romantisch moment met zijn geliefde, sterft Maggie echter in een verkeersongeluk, waardoor Seth zijn leven lang treurt om zijn dubbele verlies.

Engelen zijn net mensen, maar ook net niet helemaal…

Spiegels

Deze en andere films laten precies zien waarom zowel middeleeuwse filosofen als moderne filmliefhebbers zo gefascineerd zijn door engelen. Het zijn namelijk net mensen, maar ook net niet helemaal. En in dat ‘net niet helemaal’ zit de kern van onze fascinatie: het definieert wie wij zijn, of tenminste: wie we denken te zijn. De engelen in onze boeken, films en games zijn eigenlijk antropologische spiegels.

Films als Noah, Legion, Gabriel, Dogma en City of Angels laten zien dat engelen en mensen heel erg op elkaar lijken, maar in heel bepaalde opzichten niet.

Mensen kunnen elk moment hun wil veranderen, engelen hebben eens en voor altijd gekozen. Mensen hebben een tastbaar lichaam waarmee ze kunnen proeven, ruiken en de liefde bedrijven. Engelen kunnen dat niet. Engelen snappen het grotere plaatje, mensen lopen tastend door ’t leven. Engelen kunnen niet aan God twijfelen, mensen doen dat voortdurend.

Engelen zijn overigens niet de enige figuren die een dergelijke antropologische spiegelfunctie hebben. In de Romantiek zochten we naar net-niet-mensen, die nog niet ten prooi aan de voortschrijdende verstedelijking en industrialisatie waren gevallen: kinderen, mentaal gestoorden en wat we toen omschreven als ‘edele wilden’. Dieren hebben ook altijd zo’n rol gespeeld: denk aan de beroemde fabels van La Fontaine. Dieren lijken ook heel erg op mensen, maar niet helemaal.

En in moderne films, boeken en games moeten de engelen ook nog een andere concurrent duiden: robots en artificiële intelligenties. Denk aan films als Transcendence (2014), I Robot (2004) of Ex Machina (2014). Ook robots lijken heel erg op ons – we hebben ze gemaakt naar ons beeld en gelijkenis (Genensis 1:26-27), maar in wat ze niet kunnen, vertellen ze ons wie en wat we eigenlijk zelf zijn.

Daarmee gaan deze films ook over het thema menswording. Alle engelen in de besproken films hebben – impliciet of expliciet – het verlangen om als een mens te worden. Soms om (weer) in de hemel te kunnen komen, soms om lief te kunnen hebben, soms om tegen God in opstand te komen, en soms omdat ze liever heersen in de hel dan dienen in de hemel. Daarmee komen we terug op de engelen uit de Hebreeënbrief: ‘U hebt hem voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst.’

Vanuit ons perspectief klopt dat nog steeds: engelen zijn groter, sterker, beter dan wij, het zijn – op een bepaalde manier – Übermenschen. Maar net als de Psalmist (in zekere zin) en de auteur van de Hebreeënbrief zijn deze engelen ook niet te benijden. God is mens geworden, geen engel. En dat houdt een opdracht in om dat mens-zijn dan ook ten volle te ontplooien.

Frank Bosman is cultuurtheoloog en verbonden aan de Tilburg School of Catholic Theology, van de Tilburg University. Zie: www.frankgbosman.nl

< Terug